{"id":303899,"date":"2003-01-01T00:01:16","date_gmt":"2002-12-31T23:01:16","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/"},"modified":"2021-06-04T18:39:40","modified_gmt":"2021-06-04T17:39:40","slug":"wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/","title":{"rendered":"Wim van den Doel en Pierre Vinken\r\nJacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n<div class=\"pb\">[p. 77]<\/div>\r\n <interp type=\"primair\" value=\"doel005\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"vink008\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"door031\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"door031vrij01\"><\/interp><a name=\"72\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Wim van den Doel en Pierre Vinken<\/i>\r\n<br>\r\nJacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus<\/h3>\r\n\r\n<p>Het verhaal is bekend. Op 1 november 1855 overlijdt in het militaire hospitaal van Serang de assistent-resident van Lebak, C.E.P. Carolus (in <i>Max Havelaar<\/i> \u2018Slotering\u2019 genaamd). Deze had samen met de regent van Lebak, Raden Adipati Karta Natanegara, het bestuur gevoerd over het armoedige zuidelijke deel van de residentie Bantam in West-Java. Als opvolger van Carolus benoemt gouverneur-generaal A.J. Duymaer van Twist de oudassistent-resident van Ambon, Eduard Douwes Dekker, die daarop met zijn gezin naar Lebak vertrekt en op 22 januari 1856 in de hoofdplaats Rangkasbitoeng wordt ge\u00efnstalleerd door de resident van Bantam, C.P. Brest van Kempen (die dankzij <i>Max Havelaar<\/i> in de geschiedenis zou voortleven als \u2018Slijmering\u2019).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Douwes Dekker krijgt het al spoedig aan de stok met de regent die zich volgens hem schuldig maakt aan het bovenmatig vorderen van heren- en andere diensten en het ten onrechte confisqueren van karbouwen. Uiteindelijk wijt Douwes Dekker de volledige armoede van de bevolking aan het bestuur van de regent en de aan hem ondergeschikte inheemse hoofden. Zijn offici\u00eble taak de inheemse bevolking te beschermen tegen willekeur, van welke zijde dan ook, is voor hem een heilig principe. Op 24 februari beschuldigt Douwes Dekker daarom in een brief aan resident Brest van Kempen de regent van Lebak \u2018van misbruik van gezag door het onwettig beschikken over den arbeid zijner onderhoorigen\u2019, waarbij hij voorstelt hem naar Serang te ontbieden, zodat er in Lebak een onderzoek kan plaatsvinden, zonder dat eventuele getuigen <i>\u00e0 charge<\/i> bedreigd kunnen worden. Hierbij heeft de assistent-resident het over de \u2018sedert jaren uitgezogene diep gedrukte bevolking\u2019 ten opzichte waarvan hij slechts zijn plicht wenst te doen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zowel resident Brest van Kempen, de Raad van Nederlands-Indi\u00eb als gouverneur-generaal Duymaer van Twist dachten hier echter geheel anders over. De laatste besloot Douwes Dekker over te plaatsen naar Ngawi in de residentie Madioen. Deze besloot hierop 29 maart 1856 ontslag aan te vragen, hetgeen hem zes dagen later zou worden verleend. Douwes Dekker\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 78]<\/div><p>\r\nvertrok naar Europa, waar hij in Brussel zijn meesterwerk <i>Max Havelaar of de koffijveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij<\/i> zou schrijven. Hierin gaf hij zijn versie van de gebeurtenissen in Lebak. Het boek verscheen in 1860 en maakte diepe indruk in Nederland. Volgens het liberale kamerlid W.R. baron van Ho\u00ebvell ging er zelfs \u2018eene zekere rilling\u2019 door de natie. Plotseling was duidelijk geworden dat het koloniale bestuur in Indi\u00eb medeplichtig was aan het onderdrukken van de Javaanse bevolking door haar regenten en hoofden, dat de Javanen dankzij de Nederlanders aan allerlei ellende ten prooi waren gevallen en dat het Indische leger allerminst zachtzinnig optrad. Er lag, in de woorden van Multatuli, \u2018een roofstaat aan de zee, tussen Oostfriesland en de Schelde\u2019.<\/p>\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Koloniale kritiek<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Douwes Dekker alias Multatuli was niet de enige schrijver in het midden van de negentiende eeuw die kritiek had op de wijze waarop Nederland in Indi\u00eb het bestuur voerde. Op de achtergrond woedde de strijd tussen liberalen en conservatieven over het te voeren koloniale beleid, waarbij het de vraag was hoe snel en op welke wijze het zogeheten cultuurstelsel &#8211; het systeem waarin de Nederlandse koloniale overheid inheemse landbouwers dwong gewassen voor de export te verbouwen &#8211; plaats kon maken voor een stelsel van exploitatie van particuliere ondernemers. Voorstanders van \u2018vrije arbeid\u2019 zoals Van Ho\u00ebvell hadden hierbij het probleem dat veel liberalen op koloniaal vlak conservatieve standpunten innamen, aangezien in de jaren vijftig de Indische baten goed waren voor maar liefst 31 procent van de staatsinkomsten, terwijl particuliere ondernemers verklaarden zeer tevreden te zijn met hun deelname aan het cultuurstelsel. Een poging samen met Multatuli de conservatieve politiek te lijf te gaan, liep spoedig op niets uit, vooral omdat Multatuli zich mordicus tegen de \u2018vrije arbeid\u2019 keerde. Dit zou in zijn ogen namelijk alleen maar leiden tot de uitbuiting van de Javanen door oncontroleerbare Nederlandse ondernemers. Dan was het cultuurstelsel nog te prefereren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Desondanks groeide de kritiek. Zo kritiseerde de doopsgezinde zendeling Jansz in 1863 in zijn <i>De koloni\u00ebn. Nederland ten vloek of ten zegen?<\/i> op scherpe wijze de batig-slot-politiek, die onder andere de verkondiging van het evangelie hinderde en de Javanen tot last was. Het in Indi\u00eb verdiende geld zou de Nederlandse staat volgens de zendeling in Indi\u00eb moeten besteden, aangezien alleen op die wijze Nederland zegen van zijn koloniale bezit kon verwachten en \u2018niet wanneer het als voogd de middelen, voor de opvoeding zijner\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 79]<\/div><p>\r\npleegkinderen bestemd, voor zich zelf gebruikt, en hunne onsterfelijke zielen verwaarloost\u2019. Jansz formuleerde hiermee tevens een vroege variant van de later zo populaire \u2018voogdijgedachte\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Veel stof wierp de \u2018Vloekzang\u2019 van S.E.W. Roorda van Eysinga op. Roorda van Eysinga had in dienst van het koloniale gouvernement gewerkt in Grobogan, het gebied dat in de jaren veertig zo te lijden had gehad van het cultuurstelsel, droogte en ziekte. Het gebied bood een landschap van \u2018huiveringwekkende eenzaamheid,\u2019 aldus Roorda van Eysinga. \u2018Die terpen verweten mij zwijgend de schuld van mijn volk. Daaraan ontbrak het grafschrift: gestorven voor het batig slot\u2019. Een dreigende nieuwe hongersnood in deze streek inspireerde hem in december 1860 tot de \u2018Vloekzang\u2019, waarin hij \u2018De laatste dag der Hollanders op Java\u2019 liet beschrijven door Sentot, de befaamde legeraanvoerder van een deel van Diponegoro&#8217;s troepen.<a href=\"#073\" name=\"073T\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a> Subtieler was de brochure <i>Onze koloniale staatkunde<\/i> uit 1865 van het oud-lid van de Raad van Nederlands-Indi\u00eb, jhr. H.C. van der Wijck. Ook hij veroordeelde de batig-slot-politiek. Nederland mocht zich in Indi\u00eb niet als een dief gedragen. \u2018Ik ken geene zedeleer die zulk eene handelwijze zou kunnen regtvaardigen,\u2019 zo schreef hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Decennia eerder was er een andere criticus geweest die van zich liet spreken: Jacob Doornik, die in 1826, bijna vijfendertig jaar voordat de Max Havelaar verscheen, zijn <i>Vrijmoedige gedachten over Ne\u00earlands Indi\u00eb en over de regering van den Gouverneur-Generaal Van der Capellen<\/i> publiceerde. Daarin pleitte hij voor een vrije cultuur, vrije handel, afschaffing van de lijfeigenschap, zelfregulering der kolonisten en \u2018een zo gering mogelijk aantal ambtenaren\u2019. Zijn boek begint aldus: \u2018Vrijmoedig en opregt, met gepaste bescheidenheid, en met eerbied, waar het voegt, zijne mening bekend te maken, is, bedriegt mij niet alles, geoorloofd aan ieder lid van de maatschappij. Te meer acht ik zulks geoorloofd, wanneer het hier geldt het welzijn eener Kolonie, ja, dan wordt het pligt &#8211; terwijl zwijgen, in zoodanig geval, laakbaar mag genaamd worden\u2019.<a href=\"#074\" name=\"074T\"><span class=\"notenr\">2<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doornik was op 17 juni 1777 in <span class=\"topo\">Leiden<\/span> geboren, had in dezelfde stad medicijnen gestudeerd en was er op 20 juni 1797 gepromoveerd voordat hij zich in <span class=\"topo\">Amsterdam<\/span> vestigde als huisarts, onder andere van de dichter Jan Helmers. In 1817 was hij naar Indi\u00eb vertrokken, waar hij tot 1820 de betrekking van officier van gezondheid met de titel van chirurgijn-majoor zou vervullen.<a href=\"#075\" name=\"075T\"><span class=\"notenr\">3<\/span><\/a> Daarna oefende hij een particuliere praktijk uit in Batavia. In 1821 overleed zijn eerste echtgenote Anna Magdalena d&#8217;Artaud. Hij hertrouwde in 1822 met Henriette Maria d&#8217;Ozy. Enkele jaren later schreef hij\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 80]<\/div><p>\r\nzijn <i>Vrijmoedige gedachten<\/i>. Vrijwel onmiddellijk na de publicatie van dit boek werd hem de grond in Indi\u00eb te heet onder de voeten en vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij op 3 juni 1837 overleed.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doornik was niet slechts een gemiddelde arts en auteur van een werk dat het bestuur van gouverneur-generaal Van der Capellen kritiseerde. Hij bezat een veelzijdige kennis van de geneeskunde en de geologie. Zijn grote voorbeeld was de Franse medicus Julien Lamettrie, die de mens beschouwde als een machine, een zelfbewuste robot die net als de andere dieren leefde in \u2018een wereld die zichzelf had geschapen\u2019. In filosofisch opzicht was Doornik een materialist: <i>leven is chemismus der natuur<\/i>. Hij vond dat men wetenschappelijke onderzoekers hoger moet stellen dan filosofen, dat \u2018filosofie haar bekoorlijks en goeds heeft, maar in de eerste plaats toch slechts als hersenoefening\u2019. Niettemin had hij vrijwel alles gelezen wat Franse, Engelse en Duitse natuurfilosofen hadden geschreven en uit hun werk koos hij de meest radicale opvattingen. Hij schreef, onder meer, over de koepokinenting, over de \u2018levenskracht\u2019, over de doelmatigheid in de natuur, over de schedelleer van Gall, over het magnetisme en over de \u2018geschiedenis van het menselijk geslacht\u2019.<a href=\"#076\" name=\"076T\"><span class=\"notenr\">4<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook de vroege negentiende eeuwers wisten dat fossiele planten en dieren van hogere orde waren naarmate ze in jongere aardlagen waren gevonden. Mede op grond daarvan waren \u2018progressieve\u2019 geleerden als Jacob Doornik, lang voor de geboorte van Charles Darwin, tot de conclusie gekomen dat de bestaande soorten waren voortgekomen uit vroegere levensvormen die in de loop van de tijd steeds ingewikkelder waren geworden. Het was staande op hun schouders dat Darwin een halve eeuw later zijn <i>Origin of Species<\/i> kon schrijven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Al in 1808 had Doornik een <i>Wijsgeerig-natuurkundig onderzoek aangaande den oorspronkelijken mensch en de oorspronkelijke stammen van deszelfs geslacht<\/i> gepubliceerd, waarin ook hij de stelling verdedigde dat \u2018de oorspronglijke mensch tot de familie van den ourang-outang behoort, in zoo verre de laatste hem als dier-mensch zoo gelijkvormig is\u2019. In 1816 werkte hij in zijn <i>Wijsgeerig-natuurkundige verhandelingen<\/i> deze stelling nader uit: \u2018de encriniten pentacriniten, ammoniten en de overige zophyten der voor-wereld [waren] de eerste en oorspronkelijke vormen geweest, uit welks alle de overige edelere bewerktuigingen door eene opeenvolgende ontwikkeling ontstaan zijn\u2019. Als Doorniks geschriften over de ontwikkelingstheorie in een van de grote talen waren verschenen, zou hij waarschijnlijk bekend zijn gebleven als een van de voorlopers van Jean-Babtiste Lamarck, een wetenschapper werkzaam\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 81]<\/div><p>\r\nin de Parijse <i>Jardin des Plantes<\/i>, die een jaar later zijn tweedelige <i>Philosophie Zoologique<\/i> publiceerde, een degelijk werk waarin voor het eerst op onomkoombare wijze aannemelijk werd gemaakt dat alle soorten planten en dieren, inclusief de mens, in een onafgebroken keten geleidelijk uit elkaar waren ontstaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doornik was dus, zeker voor Nederland in die tijd, een progressief geleerde. Even progressief als zijn wetenschappelijke inzichten waren zijn maatschappelijke opvattingen. Er is over hem geschreven dat hij \u2018steeds voorwaarts ging met zijn hardop denken of schrijven, onbekommerd wat de wereld er van zou zeggen; nimmer vreesde hij of soms zijn denkbeelden voor zijn uitwendig geluk hinderlijk zouden kunnen zijn\u2019. Dat is hem later, zoals wij zullen zien, nog duur komen te staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Misschien was de reden dat hij als ambtenaar naar Nederlands Indi\u00eb vertrok gelegen in het feit dat hij weinig succes had in zijn medische praktijk, aanvankelijk in Amsterdam, later in <span class=\"topo\">Arnhem<\/span> en in <span class=\"topo\">Velp<\/span>. Wellicht was hij meer bezig met studeren en schrijven. Eenmaal in Batavia aangekomen, zocht hij contact met andere geleerden en werd hij lid van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Hij werd ook benoemd tot lid van een hoge commissie voor het landbouwbeleid. Waarschijnlijk mede door zijn ervaringen in deze functie raakte hij ge\u00efnteresseerd in het bestuur van de koloni\u00ebn, \u2018in hun beheer, behandeling van zaken, belangen, betrekkingen en uitzigten\u2019. Over hoe dit bestuur eruit moest zien, was ook in de jaren v\u00f3\u00f3r Doorniks komst in de Oost reeds hartstochtelijk gediscuteerd.<a href=\"#077\" name=\"077T\"><span class=\"notenr\">5<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Het koloniale debat in het begin van de negentiende eeuw<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>In 1795 waren de bezittingen en de schulden van de <span class=\"small-caps\">voc<\/span> overgenomen door de staat. Het waren de revolutionaire begindagen van de Bataafse Republiek en hoewel hierdoor in Nederland het revolutionaire ideaal leefde als zou \u2018al hetgeen <i>hier<\/i> recht en billijk is, [&#8230;] ook <i>daar<\/i> recht en billijk moeten zijn\u2019, was de enige drijfveer tot het behouden van de bezittingen in Azi\u00eb gelegen in de grote economische voordelen die deze gebieden de jonge republiek zouden kunnen opleveren. Al te veel haast het bestuur in Indi\u00eb grondig te hervormen, legde men, gezien alle onzekerheden die dit proces met zich mee zou brengen, dan ook niet aan de dag.<a href=\"#078\" name=\"078T\"><span class=\"notenr\">6<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Desondanks was er ook grote kritiek op het exploitatiestelsel van de <span class=\"small-caps\">voc<\/span> dat zich ondermeer had gekenmerkt door dwangcultures en herendiensten. De belangrijkste propagandist van het vervangen van het <span class=\"small-caps\">voc<\/span>-regime door een verlicht en liberaal koloniaal bestuur was de voormalige gezaghebber van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 82]<\/div><p>\r\nJava&#8217;s Oosthoek, Dirk van Hogendorp. In 1799 verscheen te Delft zijn <i>Berigt van den tegenwoordigen toestand der Bataafsche bezittingen in Oost-Indi\u00ebn<\/i>, waarin hij de afschaffing van de herendiensten en dwangcultures bepleitte en voorstelde de Javaanse boeren de grond die zij bewerkten in eigendom of erfpacht te geven. Van Hogendorp was er van overtuigd dat de welvaart dan vanzelf zou toenemen omdat nu eenmaal ook de Javaan &#8211; net zoals de Nederlander &#8211; een economisch handelende mens was die zich liet leiden door zijn eigenbelang. De \u2018bescherming tegen alle onderdrukking, en de uitoefening en pleeging van het onzijdigste en billijkste recht\u2019 moesten voortaan de leidende beginselen van het koloniale bestuur zijn.<a href=\"#079\" name=\"079T\"><span class=\"notenr\">7<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van Hogendorps grote tegenspeler was S.C. Nederburgh, eveneens een voormalige <span class=\"small-caps\">voc<\/span>-employee, die zich wel een voorstander toonde van het oude <span class=\"small-caps\">voc<\/span>-stelsel van gedwongen cultures. Nederland had helemaal niet de mankracht om een uitgebreid bestuurlijk apparaat op de been te brengen en te houden en moest zich dan ook niet met het inheemse bestuur in de Indische archipel bemoeien. En was een kolonie niet bedoeld om er geld mee te verdienen? De inheemse bevolking moest daarom zoveel mogelijk door de eigen hoofden en volgens de eigen zeden en gewoonten bestuurd blijven en gedwongen worden tropische exportproducten te leveren.<a href=\"#080\" name=\"080T\"><span class=\"notenr\">8<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo stonden na de ondergang van de <span class=\"small-caps\">voc<\/span> twee principieel van elkaar verschillende meningen tegenover elkaar: enerzijds een idealistische gedachte die uitging van de morele plicht van de Nederlanders een verlicht en liberaal bestuur in Indi\u00eb te vestigen en anderzijds een wellicht meer realistische gedachte dat Nederland helemaal niet in staat was de Indische archipel intensief te besturen. Het debat tussen Van Hogendorp en Nederburgh had echter vooral een academisch karakter: de contacten tussen Nederland en Indi\u00eb waren schaars en in Batavia trokken de machthebbers zich weinig van de gebeurtenissen in Europa aan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook de befaamde naar Indi\u00eb gezonden H.W. Daendels zou tijdens zijn bewind in de kolonie geen wijziging aanbrengen in het exploitatiestelsel van de compagnie. Hij trok zich niets aan van de door Van Hogendorp geformuleerde liberale denkbeelden. Volgens hem had het gouvernement geen andere keus dan een systeem te handhaven waarin de weinig ontwikkelde Javanen gedwongen werden bepaalde landbouwproducten voor de export te leveren. Zolang de Javaan \u2018geene meerdere vorderingen op den weg der beschaving zal gemaakt hebben, waarop hij in allen gevalle niet dan met langzame schreden zal kunnen worden voortgeleid,\u2019 zo schreef Daendels, \u2018zal zijn arbeid aan de verplichte leverantien en contingenten besteed, moe-<\/p><div class=\"pb\">[p. 83]<\/div><p>ten gerekend worden te treden in plaats van andere reguliere belastingen, welke alsnog niet van hem kunnen worden gevergd\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Pas onder de Britse luitenant-gouverneur Thomas Stamford Raffles werden er liberale hervormingen doorgevoerd. Groot-Brittanni\u00eb was in het kader van de strijd tegen Napoleon in 1811 in het bezit van Nederlands-Indi\u00eb gekomen, waarna de jeugdige Raffles op 11 september tot bestuurdervan \u2018Java en onderhorigheden\u2019 was aangesteld. Hierbij maakten de Britten duidelijk dat zij \u2018the vexatious system of monopoly\u2019 van de Nederlanders zouden afschaffen. Het koloniale bestuur zou in het vervolg rekening houden met de belangen van de bevolking. Raffles stelde hiertoe een commissie in met de opdracht een voorstel te doen waarmee het systeem van gedwongen leveranties van producten vervangen zou kunnen worden door vrijhandel en er een ander belastingsysteem zou kunnen worden ingevoerd. Raffles was hiermee een typische representant van de koloniale denkrichting die de armoede en honger in de Aziatische samenlevingen weet aan de feodale inrichting van de inheemse maatschappijen en de economische politiek van de Europese handelscompagnie\u00ebn. Op basis van de voorstellen die de door hem ingestelde commissie deed, besloot hij op 15 oktober 1813 het koloniale bestuur op Java te hervormen, \u2018with the intention of ameliorating the condition of all its inhabitants\u2019.<a href=\"#081\" name=\"081T\"><span class=\"notenr\">9<\/span><\/a> Het monopoliestelsel van de <span class=\"small-caps\">voc<\/span> en de daarbij behorende herendiensten werden afgeschaft en vervangen door een liberaal economisch systeem, waarin de boeren vrij over de opbrengst van hun grond konden beschikken. Verder bepaalde Raffles dat het gouvernement eigenaar van alle gronden op Java was. De Javaanse boeren dienden hiervoor een zekere pacht (<i>landrente<\/i>) te betalen. Belastingen konden hierdoor niet langer willekeurig geheven worden, maar dienden op basis van waarde en omvang van de bebouwde grond bepaald te worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit landrentestelsel bleek echter niet de gewenste resultaten op te leveren. Desahoofden bleken geen adequate administratie te kunnen bijhouden, waardoor de belastinginning een chaos werd. Javaanse boeren gingen zich toeleggen op rijstteelt voor de binnenlandse markt in plaats van op de teelt van exportgewassen nu de gedwongen levering van de laatste producten grotendeels was afgeschaft. Het landrentestelsel deed verder de vraag naar geld toenemen, waardoor de greep van Chinese geldwoekeraars op de inheemse economie versterkt werd. Om toch aan voldoende geld te komen, moest Raffles noodgedwongen de verplichte koffiecultuur in de Preanger laten bestaan. Zijn goede bedoelingen leverden dus weinig op.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In Europa was inmiddels bepaald dat Nederland zijn koloniaal bezit in\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 84]<\/div><p>\r\nZuidoost-Azi\u00eb weer terug zou krijgen, om het land een sterke noorderbuur van Frankrijk te maken. In augustus 1816 nam daarom een Nederlandse commissie-generaal bestaande uit C. Th. Elout, schout-bij-nacht A.A. Buyskens en G.A.G.Ph. baron van der Capellen (de laatste was tevens gouverneur-generaal) het bestuur over Indi\u00eb weer in handen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De in 1778 te <span class=\"topo\">Utrecht<\/span> geboren Van der Capellen was tijdens zijn studie aan de universiteiten van Utrecht en G\u00f6ttingen ondermeer be\u00efnvloed door de werken van <i>Abb\u00e9<\/i> Raynal. De laatste had in zijn beroemde <i>Histoire philosophique et politique des \u00e9tablissements et du commerce des Europ\u00e9ens dans les deux Indes<\/i> (1770) de duistere kanten van het kolonialisme belicht, in het eerste deel ook nadrukkelijk aandacht geschonken aan het Nederlandse optreden op de Molukken en een meer verlicht koloniaal beleid gepropageerd. Niet dat Van der Capellen hierdoor nu een radicale hervormer was geworden. In januari 1815 rapporteerde hij reeds aan koning Willem <span class=\"small-caps\">i<\/span> dat, \u2018hoe zeer men ook van de noodzakelijkheid der invoering van liberale principes in de Oost-indische Colonien moge overtuigd zijn, (&#8230;) men met de grootste omzigtigheid zal moeten te werk gaan en zich vooral niet door theorien laten wegsleepen, voor de toepassing van welke het tijdstip nog niet daar is, of de menschen nog niet vatbaar zijn\u2019. Deze uitspraak was voor de koning geruststellend genoeg geweest om Van der Capellen te benoemen tot een van de commissarissen-generaal.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Eenmaal in Indi\u00eb bleef Van der Capellen een tegenstander van een liberalisering van het economische leven in de kolonie. \u2018Hetgeen op eenen afstand van meer dan 3000 mijlen, in sommige zaken, voor liberaal gehouden wordt, in de toepassing hier ter plaatse, hoogst illiberaal zoude worden\u2019, aldus merkte hij op. Het koloniale gouvernement had de plicht de inheemse bevolking te beschermen, zowel tegen plaatselijke potentaten als tegen Europese ondernemers. Hoewel het liberale regeringsreglement van december 1818 het koloniale gouvernement verplichtte de vestiging van Europese plantage-ondernemers in Indi\u00eb te bevorderen, probeerde Van der Capellen de laatstgenoemden op allerlei manieren dwars te zitten. In zijn ogen waren zij niets meer dan \u2018eene parasite plant, die zich langs duistere en kronkelende wegen strengelt, rondom de inlandsche bevolking, haar knelt en belemmert in haren groei\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In ieder geval moesten ook de Europese landbouwondernemingen in de Javaanse Vorstenlanden het ontgelden. Hier huurden Europeanen en Chinezen landerijen, respectievelijk van de vorsten en van verschillende inheemse ambtenaren die in grond (ofte wel \u2018apanages\u2019) werden uitbetaald. De Euro-<\/p><div class=\"pb\">[p. 85]<\/div><p>peanen en Chinezen verwierven daarbij ook soevereine rechten, waaronder het recht arbeid in herendienst te laten verrichten door degenen die op hun landgoederen woonden. De resident van Jogjakarta en Soerakarta, H.G. Nahuys van Burgst, moedigde hierbij het huren van land door Europeanen aan, dit tot grote tevredenheid van de sultan van Jogja, die er niet slechter van werd en uit dank de resident bedacht met een groot landgoed op de flanken van de Merapi &#8211; Bedaja &#8211; waarvoor deze slechts een geringe pacht hoefde te betalen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor Van der Capellen was een en ander onacceptabel. Op 6 mei 1823 vaardigde hij het besluit uit dat bepaalde dat per 31 januari van het volgende jaar ieder huurcontract zou vervallen. De verhuurders moesten de pacht &#8211; die vaak voor jaren was vooruitbetaald &#8211; teruggeven en huurders eventueel schadeloosstellen voor gedane investeringen. Deze maatregel resulteerde in verbittering alom: bij de pachters die hun toekomstplannen zagen gedwarsboomd; bij de Jogjase en Solose aristocratie die het gouvernement hadden vertrouwd, de door hen ontvangen pacht vaak al weer hadden uitgegeven en nu moesten terugbetalen; en bij degenen die op de landgoederen woonden en plots weer rijst in plaats van koffie of indigo moesten gaan verbouwen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Deels waren deze maatregelen ingegeven door economische motieven, maar bij Van der Capellen, door de Utrechtse historicus Coolhaas eens getypeerd als \u2018koloniaal ethicus <i>avant la lettre<\/i>\u2019<a href=\"#082\" name=\"082T\"><span class=\"notenr\">10<\/span><\/a>, stond bij dit alles toch ook de bescherming van de bevolking tegen willekeur en onderdrukking hoog in het vaandel. Voor deze bescherming moesten vooral de Nederlandse bestuursambtenaren zorgen. Zo kregen de residenten nadrukkelijk de taak \u2018knevelarijen, geldafpersingen, dwangarbeid, mishandelingen of willekeurigheden jegens inlanders\u2019 tegen te gaan. Hiernaast moesten deze ambtenaren nog optreden als voorzitter van de plaatselijk landraad, de landbouw en nijverheid in hun gewest bevorderen, toezicht houden op het onderhoud van waterwerken, bruggen en wegen, en waren zij volledig verantwoordelijk voor het beheer van de gewestelijke financi\u00ebn. In tegenstelling tot de <span class=\"small-caps\">voc<\/span> had de koloniale staat dus de aspiratie zich op vele terreinen van het maatschappelijke leven te laten gelden en zich te ontwikkelen als beschermer van de inheemse bevolking. Economische vrijheid kon de bevolking daarbij niet worden gegeven. Daarvoor was zij onvoldoende ontwikkeld, terwijl gedwongen cultures de enige wijze waren waarop het koloniale gouvernement aan voldoende inkomsten kon komen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 86]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">\r\n<i>Vrijmoedige gedachten<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Na het vertrek van Van der Capellen in 1826 maakte Doornik de balans op van diens bestuur van de kolonie en publiceerde deze onder de titel <i>Vrijmoedige Gedachten<\/i> in een boek van 314 pagina&#8217;s dat in dat jaar in <span class=\"topo\">Amsterdam<\/span> zou verschijnen. Het boek droeg hij op aan de voormalige resident van Jogjakarta en Soerakarta, Nahuys van Burgst, degene die in zijn gebieden het huren van land door Europeanen had aangemoedigd. Het is eigenlijk een pamflet, maar door de vele uitweidingen en herhalingen is het karakter van een vlugschrift deels verloren. Uit het boek blijkt dat Doornik tot in detail op de hoogte is van de politieke toestand in Nederlands Indi\u00eb. En dat is niet verwonderlijk. Hij was een \u2018gezocht geneesheer te Batavia\u2019 en mede door zijn medische praktijk een notabel geworden; hij kende \u2018iedereen\u2019. Hij was ook een alom gewaardeerd spreker bij de bijeenkomsten van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, waar hij op 25 mei 1826 \u2018Politieke en Philosophische beschouwingen over alle Koloni\u00ebn des Aardbols\u2019 hield.<a href=\"#083\" name=\"083T\"><span class=\"notenr\">11<\/span><\/a> Hij was bovendien in 1826 door Commissaris Generaal Leonard du Bus de Gisignies benoemd tot lid van de \u2018Hoofdcommissie van Landbouw\u2019, die tot taak had een rapport uit te brengen \u2018over het zoo veelmalen behandeld, verdedigd en bestreden onderwerp aangaande eene kolonisatie op Java: in hoeverre een zoodanige kolonisatie kan worden aangenomen, en op welke gronden, voorwaarden en voorschriften dezen zoude kunnen worden tot stand gebragt\u2019. Hij werd dus ook door de overheid als een \u2018koloniale deskundige\u2019 beschouwd.<a href=\"#084\" name=\"084T\"><span class=\"notenr\">12<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doornik vergelijkt in zijn boek de politieke werkelijkheid van eind 1825 met de uitgangspunten voor het koloniale bestuur zoals neergelegd in allereerst de Publicatie van 19 augustus 1816 \u2018houdende kennisgeving van het aanvaarden van het bestuur door Commissarissen Generaal, alsmede door den Gouverneur Generaal van Nederlandsch Indi\u00eb\u2019 en in de tweede plaats het \u2018Reglement op het beleid van de Regering, het Justitiewezen, de Culture en den Handel in &#8216;s Lands Aziatische Bezittingen\u2019 van 1818. Doornik was het met deze formuleringen van de koloniale principes volledig eens. In de Publicatie van 1816 viel te lezen dat \u2018regtvaardig, billijk, mild en doelmatig tot bevordering van algemeen en bijzonder belang &#8230; de beginselen (waren), welke Ons leiden moeten\u2019. Verder zegde \u2018Zijne Majesteit deszelfs vaderlijke bescherming\u2019 toe \u2018aan allen, zonder uitzondering\u2019, die onder Zijn gebied leven\u2019.<a href=\"#085\" name=\"085T\"><span class=\"notenr\">13<\/span><\/a> Cruciaal in het regeringsreglement van 1818 waren voor Doornik de artikelen 106 en 107, waarin de Indische regering werd verplicht \u2018door alle middelen binnen haar bereik den landbouw\u2019 aan te moedigen, onder\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 87]<\/div><p>\r\nmeer door \u2018uitgifte van landen en vermeerdering van eene Europese bevolking en landbouwers\u2019. Ook werd het aan alle inwoners van Nederlands-Indi\u00eb toegestaan \u2018om op de gronden, hun in eigendom toekomende, of in huur, pacht, dan wel ten gebruike uitgegeven, zoodanige voortbrengselen aan te kweeken, als zij verkiezen, en daarover naar goedvinden te beschikken\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van het in de beide Regeringsreglementen beschreven beleid is volgens Doornik onder Van der Capellen niets terecht gekomen. De oorzaken van deze mislukking vat hij al in het Voorwoord tot zijn boek kort samen: ze bestaan uit allereerst \u2018het bestaan en de vernielende invloed van <i>uitsluitende handel-maatschappijen<\/i>\u2019 en in de tweede plaats \u2018het verhinderen van Kolonisatie\u2019.<a href=\"#086\" name=\"086T\"><span class=\"notenr\">14<\/span><\/a> Met betrekking tot het eerste constateerde Doornik \u2018thans de grootste krachtoefening en uitbreiding aan den vrijen handel over de aarde gegeven\u2019, terwijl in Nederland \u2018vijandelijke maatregelen daartegen\u2019 werden genomen \u2018door de oprigting van een groot uitsluitend ligchaam\u2019, waarmee hij doelde op de oprichting van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in 1824. De kwade genius achter het verhinderen van kolonisatie was gouverneur-generaal Van der Capellen, die zich had gedragen als een absolute vorst. \u2018In <i>Nederland<\/i> bestaat eene Constitutie en wetten op deze gegrond. In <i>Ne\u00earlands Indi\u00eb<\/i> onbestemdheid, onvastheid, willekeur en dwang. De kolonist onder eenen Gouverneur-Generaal Van der Capellen, is de kruipende onderdaan van willekeur en luimen &#8211; eene mengeling van wetten, ordonnanti\u00ebn en oude vermolmde statuten; eindelooze ampliati\u00ebn <i>op<\/i> en renovati\u00ebn <i>van<\/i> vroegere publicati\u00ebn, een onafgebroken organiseren en reorganiseren waren de elementen van den <i>Codex civilis<\/i>, van welke onvastheid en onbepaaldheid het hoofdkarakter uitmaakten, en waarom? omdat <i>Ne\u00earlands Indi\u00eb<\/i> onder eenen Gouverneur-Generaal Van der Capellen geen&#8217; zweem van Constitutie bezat, even als waren <i>inconstitutioneel<\/i> en Van der Capellen woorden van gelijke beteekenis\u2019.<a href=\"#087\" name=\"087T\"><span class=\"notenr\">15<\/span><\/a> Onder Van der Capellens verantwoordelijkheid had er daarenboven een zeer slecht beheer van de geldmiddelen plaatsgevonden. Een ondoelmatige administratie van de buitengewesten, kostbare oorlogen en enorme uitgaven voor waterstaat en civiele gebouwen hadden de geldmiddelen zo goed als verwoest.<a href=\"#088\" name=\"088T\"><span class=\"notenr\">16<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het bestuur over Nederlands-Indi\u00eb moest dan ook fundamenteel hervormd worden, waarbij de kolonie een zelfstandige positie ten opzichte van het moederland moest worden gegeven. \u2018Onafhankelijkheid is een aangeboren beginsel van alle Koloni\u00ebn\u2019, wist Doornik, \u2018derwaarts moeten zij alle gebragt worden, om waarachtig nuttig voor <i>Europa<\/i> te kunnen blijven\u2019. Er\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 88]<\/div><p>\r\nmoest evenredigheid bestaan tussen een kolonie en het moederland voor wat betreft de omvang van het leger en die van de industrie.<a href=\"#089\" name=\"089T\"><span class=\"notenr\">17<\/span><\/a> De Nederlandse regering moest Nederlands-Indi\u00eb niet langer blijven behandelen \u2018als eenen minderjarigen, maar als een&#8217; man, met wien men overeenkomsten aangaat, die voor beiden nuttig zijn\u2019. Het was onjuist te veronderstellen dat de kolonie er slechts was om het moederland rijker te maken. \u2018Nederland moet willen gedoogen, dat Ne\u00earlands Indi\u00eb hare eigen voordelen leert beschermen. Daardoor alleen kan Ne\u00earlands Indi\u00eb in voorspoed toenemen, en dien voorspoed gunstig doen terugwerken op het Moederland\u2019, aldus Doornik.<a href=\"#090\" name=\"090T\"><span class=\"notenr\">18<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In ieder geval moest de Javaan niet langer als slaaf worden behandeld. Doornik deed een beroep op de liberale Nederlanders niet met twee maten te meten. Terwijl de \u2018Heeren in het moederland, steeds den mond vol hebben van <i>liberaliteit<\/i>\u2019, werden de Javanen behandeld als slaaf. \u2018Gij predikt tegen de slaverij en legt de verachtelijkste slavernij op aan den vrijen, aan den natuurlijken eigenaar van uwe Kolonie\u2019.<a href=\"#091\" name=\"091T\"><span class=\"notenr\">19<\/span><\/a> Zoals in het moederland diende er ook in een kolonie vrijheid en gelijkheid te zijn voor iedereen, zowel voor de Javaan als voor de kolonist: \u2018Wanneer men de inlandsche bevolking van Java regtvaardig behandelt; vrij haren grond laat bewerken, en haar de middelen aan de hand geeft, om meerdere toenadering der Europesche bevolking meer huishoudelijk worde opgeklaard, dan behoeft de Europesche bevolking voor die van Java niet bevreesd te zijn; zij dit alleen zoo lang zijn, als zij die bevolking onderdrukt, onregtvaardig behandelt, de vrije beschikking over haar eigendom ontneemt, zoo als zulks den Gouverneur-Generaal Van der Capellen behaagt heeft\u2019, zo schreef Doornik. \u2018De Javaan is een volk, hetgeen men niet noodig heeft te regeren door materi\u00eble, co\u00ebrcitive middelen, men moet en kan het regeren moreel, d.i. door den opgeklaarden geest van den Europeaan, waardoor hij den Javaan zijne minderheid doet opmerken, maar tevens van de kant van den Europeaan den wil, om den Javaan voor te lichten en voort te helpen in zijne ondernemingen in cultuur en industrie\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men maakte volgens Doornik een grote vergissing te denken dat de gemiddelde Javaan nog even \u2018onwetend en dom\u2019 zou zijn als 200 jaar eerder: het geval was geweest. Javanen bleken daarentegen een gezond verstand en een goede aanleg om te leren te bezitten. \u2018Het is thans niets zeldzaams om eenen Javaan, van eene burgerlijke goede familie te ontmoeten, die de Maleische en Javaansche talen spreekt en schrijft; over den landbouw en landelijke oeconomie zeer gezond denkt en spreekt, tamelijk goed rekent, en, in\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 89]<\/div><p>\r\nhet algemeen, den aanleg duidelijk genoeg doet blijken, dat zijn geest rijp is voor eene meerdere verlichting\u2019. Nederlands-Indi\u00eb diende alleen een liberaal bewind te krijgen.<a href=\"#092\" name=\"092T\"><span class=\"notenr\">20<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit laatste zou natuurlijk wel een afscheid betekenen van het beleid van Van der Capellen, die \u2018in den Europeaan eenen knecht en in den Javaan alleen eenen slaaf gedoogde, alleen dienstbaar om den opbrengst van geheven schattingen te vermeerden, opdat de Gouverneur-Generaal daardoor eene kostbare en oorlogzuchtige (&#8230;) regering zoude kunnen ondersteunen; terwijl de gemeene Javaan naauwelijks zijne dagelijksche rijst heeft\u2019.<a href=\"#093\" name=\"093T\"><span class=\"notenr\">21<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook moesten er meer Europese kolonisten in Nederlands-Indi\u00eb worden toegelaten. Deze kolonisten moesten dan nauw samenwerken met de Javanen. \u2018Plaats den Javaan onder eene liberale regering\u2019, zo verklaarde Doornik, \u2018laat hem vrij en voor zijn eigen voordeel zijnen grond bewerken &#8211; bevorder de toenadering tusschen den Javaan en den Europeaan, en ik durve er borg voor staan, dat men, na 25 jaren, moeite zal hebben, om den Javaan van <i>alsdan<\/i> in den Javaan van <i>heden<\/i> te herkennen\u2019. De komst van Europese land bebouwende kolonisten zou op Java voorspoed brengen. Slechts een-achtste van Java&#8217;s grond was nog maar bebouwd: een wereld lag open om ontwikkeld te worden.<a href=\"#094\" name=\"094T\"><span class=\"notenr\">22<\/span><\/a> \u2018Het eerste voordeel, hetwelk deze maatregel (kolonisatie) aanbrengt, bestaat daarin\u2019, aldus Doornik, \u2018dat daardoor alle <i>versatiliteit<\/i> in het geheel bestaan der Kolonie wordt weggenomen, en dezelve niet langer zal worden beschouwd als een&#8217; kortstondigen doorgang, om spoedig rijkdommen te verzamelen, en daarmede naar <i>Europa<\/i> terug te keeren, in plaats van die rijkdommen aan de belangen der Kolonie toe te wijden. Deze <i>versatiliteit<\/i> gaf en blijft aanleiding geven tot het uitkomen van gelukzoekers, maar geenszins van welgezinde mannen\u2019.<a href=\"#095\" name=\"095T\"><span class=\"notenr\">23<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De aanleiding voor Doornik tot het schrijven van zijn kritische boek was ongetwijfeld zijn woede over Van der Capellens hierboven reeds genoemde \u2018desastreuze\u2019 <i>Publicatie<\/i> van 6 mei 1823, waarin het bezit van land of het pachten van land in de Vorstenlanden door Europeanen en Chinezen plotseling werd verboden. \u2018Het besluit van den 6 Mei 1823 vernietigde, met \u00e9\u00e9ne pennestreek de welvaart, het onderhoud, de eer van deze goedvertrouwende Europesche planters\u2019, aldus een woedende Doornik. \u2018De eerste beginselen van trouw, eer regtvaardigheid, edelmoedige vergunning, en van al de deugden, daaruit voortvloeijende, zijn geweld aangedaan door dit besluit (&#8230;) &#8211; het zonderlingst voortbrengsel van willekeur, terwijl het gevoel van <i>humaniteit<\/i> daardoor ten eenemaal is verstompt\u2019.<a href=\"#096\" name=\"096T\"><span class=\"notenr\">24<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor Van der Capellen was de aanleiding de door Doornik gewraakte\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 90]<\/div><p>\r\nmaatregel te nemen de slechte behandeling van de Javaanse landbouwers door de landeigenaren geweest, maar de wijze waarop hij aan deze misstanden een einde maakte, zorgde voor weer andere ressentimenten, niet alleen bij Doornik en de Europese pachters, maar vooral bij de leden van Javaanse aristocratie die de landerijen hadden verhuurd. De problemen in de Javaanse vorstenlanden werden alleen nog maar groter als gevolg van ernstige droogtes, het uitbreken van een cholera-epidemie en een grote uitbarsting van de Merapi in december 1822. Dit alles leidde tot een groeiende sociale onrust, hetgeen onder meer resulteerde in een toename van de onveiligheid. Het ongenoegen onder de bevolking over de situatie waarin zij zich bevond, groeide echter gestaag en het wachten was op een charismatische leider die de onvrede zou kunnen vertalen in georganiseerd verzet. Deze charismatische leider zou Pangeran Diponegoro worden, die op 20 juli 1825 de Nederlandse troepen in het gebied aanviel met de bedoeling de Nederlanders volledig van Java te verdrijven: het begin van de Java-oorlog. Voor Doornik was het duidelijk: alles was de schuld van Van der Capellen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Vlucht naar de Nieuwe Wereld<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Na het verschijnen van zijn <i>Vrijmoedige gedachten<\/i> stuurde de Indische Raad van Financi\u00ebn en een van Van der Capellen naaste adviseurs, F. Wappers Melis, onmiddellijk een \u2018memorie\u2019 aan de koning waarin hij Doornik&#8217;s boek staatsgevaarlijk noemde en aandrong op maatregelen.<a href=\"#097\" name=\"097T\"><span class=\"notenr\">25<\/span><\/a> Die werden kennelijk genomen, zoals blijkt uit een brief die Doornik later schreef aan de koning Willem <span class=\"small-caps\">i<\/span>:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het zal Uwe Majesteit mogelijk bevreemden, dat ondergeteekende dezen brief dateert van Philadelphia. De ondergeteekende heeft moeten besluiten, om Java te verlaten, om daardoor de vervolging met alle de voor hem schadelijke gevolgen daar van te ontgaan. &#8211; De Heer van Hogendorp, Resident van Batavia, zoon van den beruchten Generaal van Hogendorp, en zijns vaders waardig, toen zij beiden streden, onder de banier van den franschen Keizer tegen hun vaderland &#8211; benevens de Heer Bousquet (thans Raad van Nederlands Indi\u00eb), een der hoofdpersonen, die den oud-Gouverneur Generaal, door verkeerde raadgeving, zoo zeer het spoor bijster heeft doen loopen, zijn de beiden eersten, die zich openlijk tegen mij verklaard hebben, en eene partij tegen mij hebben weten op te winden, om ieder, naar gelang van zijn invloed, mij te vervolgen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Geenszins den triumf aan deze samenspanningen willende veroorloven, heb ik mij naar Philadelphia begeven, hoezeer het mij diep smertte en steeds\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 91]<\/div><p>\r\nzal blijven innig leed doen, eene kolonie vaarwel te zeggen, aan welke de ondergeteekende, in waarheid, gehecht is, als een tweede vaderland, en ter welke nutte dezelve, zoo gaarne, zoude zijn werkzaam geweest, meenende de behoeften der kolonie in te zien, evenzeer als de middelen van herstel\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doornik was in 1827 in Philadelphia aangekomen, maar zijn ongenoegen over de gang van zaken op Java had hem niet losgelaten. Op 10 januari 1828 schreef hij de bovengenoemde brief van bijna honderd pagina&#8217;s aan de koning, waarin hij verwijst naar zijn boek en waarin hij meedeelt dat hij aan nieuwe publicaties werkt over hetzelfde onderwerp. Hij is sceptisch over het effect dat de maatregelen van de Commissaris-Generaal Du Bus de Gisignies, die inmiddels naar Java is gezonden om er \u2018de grieven de kolonie aangedaan te herstellen\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De inhoud van Doorniks brief is deels een herhaling van die van zijn boek: Van der Capellen heeft met behulp van de bajonet een verkeerd stelsel van grondbezit ingevoerd en heeft Indi\u00eb daardoor aan de rand van de afgrond gebracht. De planters zijn hun hele vermogen kwijt. De inlander mag niet verbouwen wat hij wil, en de overheid bepaalt de prijs van zijn oogst. Van der Capellen heeft een opstand tegen onderdrukking en knevelarij van honderdduizenden Javanen onder leiding van Diponegoro, die hij slechts beschouwde als een \u2018affaire de police\u2019, schromelijk onderschat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het land blijft bovendien achterlijk door het monopolie van de in 1824 opgerichte Nederlandse Handel-Maatschappij; de staatskas is leeg en er bestaan grote schulden; een goede ex-gouverneur van Brabant (Du Bus de Gisignies) is niet noodzakelijk een goede bestuurder van Indi\u00eb. Om de inflatie tegen te gaan heeft Van der Capellen het papieren geld vervangen door zilvergeld, maar dat verdween binnen twee maanden naar het buitenland. Daarna is de kolonie overspoeld met koperen munten die dezelfde waarde hadden als de zilveren, waardoor de inflatie verder toe is genomen. Ambtenaren zijn ontslagen en de salarissen zijn verlaagd. Door de verhoging van de belasting op het onroerend goed zijn de huizenprijzen gedaald en de hypotheekschulden gestegen. Amerikaanse schepen met zilvergeld aan boord mochten geen koffie kopen. De internationale handel is geheel verlopen, mede door de hoge belasting van schepen die niet tot het staatsmonopolie behoren. De meeste Engelse handelshuizen hebben Java verlaten en de handel met Chinezen en Arabieren is sterk achteruit gegaan door de vele restrictieve maatregelen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doornik pleit er nogmaals voor Indi\u00eb lokaal, en op grond van lokale ervaring te regeren en niet op basis van bevelen van ondeskundigen uit het moe-<\/p><div class=\"pb\">[p. 92]<\/div><p>derland. De Javaan moet worden ge\u00ebmancipeerd. Het landrentestelsel moet worden herzien en er moet vrijheid van landbouw en van handel komen voor iedereen. Engelsen, Fransen en Bengalezen staan klaar om te investeren, maar mogen dat niet. Een \u2018geest van liberaliteit\u2019 zou de kolonie weer tot bloei kunnen brengen. Hoewel hij vanwege zijn kritiek op de koloniale overheid van Java naar Philadelphia heeft moeten vluchten, blijft hij van mening dat de koning de waarheid moet weten.<a href=\"#098\" name=\"098T\"><span class=\"notenr\">26<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doorniks pleidooi haalde &#8211; zoals bekend &#8211; niets uit. Koning Willem I had zich reeds laten overtuigen door Johannes van den Bosch, een voormalige officier van het Nederlandse koloniale leger en auteur van het in 1818 verschenen <i>Nederlandsche bezittingen in Azia, Amerika en Afrika, in derzelver toestand en aangelegenheid voor dit Rijk, wijsgeerig, staathuishoudkundig en geographis beschouwd<\/i>. Hierin had hij de stelling verdedigd dat het \u2018even zoo onmogelijk (was), op een onkundig en werkeloos volk, dat in zedelijke beschaving nog slechts zeer geringe vorderingen heeft gemaakt, de verhevene beginselen der staatkundige inrigting van een verlicht volk onbepaald toetepassen, als aan een dom en dweepziek volk <i>liberale<\/i> godsdienstige beginselen op te dringen\u2019. Dat was wel wat anders dan Doornik dacht. Verder zouden in zijn ogen particuliere landbouwonderneming in Indi\u00eb nooit kunnen concurreren tegen de Westindische plantages, die dichter bij Europa lagen en van slaven gebruik konden maken. Van den Bosch was er een voorstander van terug te keren naar het, zoals hij dat noemde, \u2018oude stelsel der voormalige Compagnie of dat der geforceerde kultuur\u2019. De koloniale staat moest met andere woorden naast \u2018planter\u2019 ook \u2018koopman\u2019 worden. Koning Willem <span class=\"small-caps\">i<\/span> liet zich door het vooruitzicht van snelle winsten overtuigen, benoemde Van den Bosch tot gouverneur-generaal en gaf hem opdracht alle maatregelen te nemen, die nodig waren om de teelt van produkten voor de Europese markt op de \u2018meest krachtige wijze\u2019 te bevorderen. Het was het begin van het cultuurstelsel.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Een kwart eeuw later<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Na de revoluties van 1848 die in Nederland de grondwet van Thorbecke zouden brengen, zou de liberale kritiek op het koloniale stelsel weer nieuw leven ingeblazen worden. De enige thans nog bekende koloniale criticus van de negentiende eeuw, Multatuli, kan echter niet zo makkelijk in een liberaal hokje worden gestopt. \u2018Onze Tweede Kamer is een verrot lichaam\u2019 zo stelde hij, waarbij hij alle partijen afwees: \u2018Ik minacht de zogenaamde partyen in den Staat\u2019. Zijn naam en faam waren toen en zijn nu meer een gevolg van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 93]<\/div><p>\r\nzijn krachtige schrijfstijl dan van een coherent politiek programma. Dit laatste had hij namelijk niet &#8211; zoals hij overigens zelf toegaf: \u2018Men kent myn tuchteloosheid. Ik heb geen program\u2019.<a href=\"#099\" name=\"099T\"><span class=\"notenr\">27<\/span><\/a> Schrijven kon hij echter als de beste. Zijn dringend beroep op koning Willem <span class=\"small-caps\">iii<\/span>, \u2018Keizer van het prachtig ryk van Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd\u2019 waar de \u2018Havelaars worden bespat door den modder van Slymeringen en Droogstoppels\u2019 en waar \u2018meer dan dertig millioenen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in Uwen naam\u2019, maakte grote indruk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Multatuli&#8217;s pleidooi was erop gericht aan de onderdrukking van de Javanen door hun eigen aristocratische hoofden een einde te maken, voor zichzelf eerherstel te verkrijgen en een beter koloniaal bestuur te introduceren, vooral door Nederlandse bestuursambtenaren meer macht te geven. In tegenstelling tot \u2018jonge\u2019 liberalen als I.D. Fransen van de Putte wees hij \u2018vrije arbeid\u2019 als oplossing van de problemen in Indi\u00eb af. In twee brochures over deze vrije arbeid (uit 1862 en 1871) gaf hij toe dat het cultuurstelsel geen ideaal systeem was. \u2018Maar dit sluit volstrekt niet in, dat ik party trek voor hen die, misbruik makende van den schonen klank, <i>vry<\/i>, een <i>gedwongen Vrijen arbeid<\/i> willen invoeren, waarby de eerste avonturier de beste zich in de plaats stellen zou van de Regering, om in compliciteit met de Hoofden, den Javaan uit te zuigen\u2019. Dat de liberalen na 1870 het cultuurstelsel zouden afschaffen, zou Douwes Dekker dan ook somber stemmen. Het resultaat van vrije arbeid, zo wist hij zeker, zou een moderne vorm van slavernij zijn, met als profiteurs industri\u00eble ondernemers die zich van Amerikaanse methoden zouden bedienen.<a href=\"#100\" name=\"100T\"><span class=\"notenr\">28<\/span><\/a> Hij was hiermee politiek gesproken een excentriekeling zonder veel directe invloed. Door zijn <i>Max Havelaar<\/i> zou hij echter generaties later nog steeds bekend zijn als koloniaal criticus, hoewel slechts weinigen daarbij zouden beseffen dat het boek in feite een pleidooi was voor een intensievere vorm van kolonialisme en Douwes Dekker er vooral zonderlinge politieke idee\u00ebn erop na had gehouden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Andere koloniale critici als Van Ho\u00ebvell en Jansz zouden na verloop van tijd worden vergeten, zo ook Jacob Doornik. Diens <i>Vrijmoedige gedachten<\/i> vormen echter veel meer dan de opvattingen van Multatuli een coherent politiek programma. Het was tevens een programma dat paste in een Europese traditie. Zo hadden bekende denkers uit de Verlichting als Rousseau en Diderot zich al met kracht tegen het Europese kolonialisme uitgelaten, waarbij de laatste zich solidair had verklaard met de gekoloniseerde volken, waarbij hij hoopte op een door een \u2018zware Spartacus\u2019 geleide revolutie die een einde zou maken aan de Europese overheersing van delen van de buiten-Europese wereld.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 94]<\/div>\r\n<p>Ook liberale economen waren gekant tegen het kolonialisme, onder wie de belangrijkste, Adam Smith, die in zijn <i>The Wealth of Nations<\/i> in 1776 had uitgelegd dat gereguleerde handel ineffici\u00ebnt was, het mercantilisme daarom een zaak van het verleden was en koloni\u00ebn simpelweg onrendabel waren. Een economisch wereldsysteem was het beste af met vrijhandel. \u2018If any of the provinces of the British empire cannot be made to contribute towards the support of the whole empire\u2019, zo schreef Smith in zijn beroemde boek, \u2018it is surely time that Great Britain should free herself from the expense of defending those provinces in time of war, and of supporting any part of their civil or military establishments in time of peace, and endeavor to accommodate her future views and designs to the real mediocrity of her circumstances\u2019. Smith idee dat koloni\u00ebn nutteloze bezittingen waren, werd overgenomen door andere liberalen als John Stuart Mill, Richard Cobden en John Bright, die het Britse imperium eens \u2018a gigantic system of out-relief for the aristocracy of Great Britain\u2019 noemde.<a href=\"#101\" name=\"101T\"><span class=\"notenr\">29<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is deze liberale politieke traditie waarin Doorniks <i>Vrijmoedige gedachten<\/i> geplaatst moet worden, een traditie waarin ook Dirk van Hogendorp en Stamford Raffles passen en die in Nederlands-Indi\u00eb uiteindelijk zorgde voor zowel een liberaal bewind als de ethische politiek. Met de idealen van de liberale jurist C.Th. van Deventer, die met zijn Gidsartikel \u2018een eereschuld\u2019 (1899) mede de aanzet gaf tot de ethische politiek en die verklaarde te streven naar \u2018Indi\u00eb onder Nederlandsche leiding, bestuurd door inlanders\u2019, zou Doornik van harte hebben ingestemd.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Slot<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Na de publicatie van de <i>Vrijmoedige gedachten<\/i> vluchtte Doornik naar de Verenigde Staten, waar hij tussen 1828 en 1835 als huisarts in New Orleans werkte.<a href=\"#102\" name=\"102T\"><span class=\"notenr\">30<\/span><\/a> Daarna verhuisde hij naar Baltimore. Al die tijd bleef hij studeren en schrijven. Al in 1828 publiceerde hij een artikel, \u2018Observations concerning fossil organcic remains\u2019, in <i>Silliman&#8217;s American Journal of Science<\/i>, een kritisch vertoog tegen het overdreven belang dat George Cuvier hechtte aan fossiele botten voor de \u2018theorie van de aarde\u2019. Het manuscript maakte kennelijk indruk, want Doornik werd op grond van zijn geologische kennis prompt gekozen tot lid van de Academy of Natural Sciences.<a href=\"#103\" name=\"103T\"><span class=\"notenr\">31<\/span><\/a> In 1831 publiceerde hij een boek onder de titel <i>Het menschelijk organismus beschouwd uit een psychologisch oogpunt of het verband tusschen geest en stof<\/i>. Vanaf 1835 zou hij de vergaderingen van de <i>Geological Association<\/i> bezoeken en zou hij er twee voordrachten houden over artesische putten, waarvan de handgeschreven\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 95]<\/div><p>\r\nmanuscripten nog altijd aanwezig zijn in de bibliotheek van de Maryland Historical Society te Baltimore. In deze laatste stad zou hij op 3 juni 1837 overlijden.<a href=\"#104\" name=\"104T\"><span class=\"notenr\">32<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Misschien omdat Doornik altijd in de eerste plaats een schrijvende geleerde heeft willen zijn, is zijn medische praktijk, behalve in Batavia, waar hij ook inspecteur-generaal van de hospitalen was, nooit erg succesvol geweest. Ook in Amerika heeft hij het in zijn laatste levensjaren niet erg breed gehad, blijkens zijn pogingen een aantal schedels te verkopen aan Dr. Samuel Morton, secretaris van de Academy. Hij bood ze aan voor een vriendenprijs (\u2018to prove you that friendship has its part in the bargain\u2019) van 250 dollar, hoewel ze hem, naar zijn zeggen, 700 dollar hadden gekost. Later verlaagde hij zijn prijs tot 70 dollar, omdat, schreef hij, \u2018My present circumstances make it for me impossible to wait for the payment till the end of the year. I am a stranger in the city, and can for this reason not expect any credit, neither ask for it\u2019.<a href=\"#105\" name=\"105T\"><span class=\"notenr\">33<\/span><\/a> Een van die schedels was die van \u2018a Dutchman of noble family, born in Utrecht, and for several years a captain in the army at Batavia, in the Island of Java, where he died under thirty years of age. He was handsome, not deficient in talent, and of an amiable disposition, but devoted to conviviality and dissipation, which finally distroyed him. Dr. Doornik, late of Batavia, from whom I obtained this cranium, gave me the above facts from personal knowledge\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit is de beschrijving van nummer 434 in Samuel George Mortons <i>Catalogue of skulls,<\/i> van zijn grote verzameling schedels uit alle delen van de wereld, nu onderdeel van de collecties van de Academy of Natural Sciences in Philadelphia.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Bibliografie<\/h4>\r\n\r\n<table class=\"list\">\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">G. Bakker, <i>Natuur- en geschiedkundig onderzoek aangaande den oorspronkelijken stam van het menschelijk geslacht,<\/i> Haarlem 1810.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J. van Baren, <i>Jacob Elisa Doornik, een vergeten Nederlander<\/i> (1777-1837), Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en Rijnland 6, 1909, 80-108.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">A.J. van Bork-Feltkamp, <i>Anthropological research in The Netherlands<\/i>, Verhandelingen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afd. Natuurkunde, Sectie 2, 37, 1938, 16.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">W.Ph. Coolhaas, <i>Het regeerings reglement van 1827: het werk van 1818 aan de ervaring getoetst,<\/i> Utrecht 1936.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">A.J.E. van der Crab, <i>Het geslacht Marcus Doornik en aanverwante famili\u00ebn,<\/i> Algemeen Nederlands Familieblad 1894.<\/td>\r\n<\/tr>\n<\/table><div class=\"pb\">[p. 96]<\/div><table class=\"list\">\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Aanmerkingen op het veronderstelde vermoogen der koepokstof om door derzelverinenting, den mensch, voor den wezenlijke menschenpokken te beveiligen,<\/i> Amsterdam 1801.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Verhandeling over de levens-kragt, volgens dynamische grondbeginselen,<\/i> Amsterdam 1802.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Proeve eener verduidelijking van de methaphysischen beginselen der dynamica,<\/i> Magazijn van de critische wijsbegeerte 5, 1802, 276-323.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Brief aan den uitgever<\/i> [Paulus van Hemert], Magazijn van de critische wijsbegeerte 6, 1803, 71-98.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Proeve eener opheldering van &#8216;s menschen oordeel, aangaande het doelmatige in de natuur,<\/i> Amsterdam 1803.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Aanmerkingen over der koepokstof<\/i>, Amsterdam 1804.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>De hersen-schedelleer van Frans Joseph Gall getoetst aan de natuurkunde en wijsbegeerte<\/i>, Amsterdam 1805.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Voorlezingen over F.J. Gall &#8216;s hersen-schedelleer, gehouden in de Maatschappijen Felix Meritis en Doctrine et Amicitia, te Amsterdam, in den winter van 1805-1806<\/i>, Amsterdam 1806.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Voorwoord<\/i> in J. Macquet: Pathologie of ziekenhuis, eene beschouwing van het menschelijk lichaam in den zieken staat, 3 dln, Amsterdam 1808.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Wijsgeerig-natuurkundig onderzoek aangaande den oorspronglijken mensch en de oorsprognlijke stammen van deszelfs geslacht,<\/i> Amsterdam 1808.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik en J. Kinker, <i>Johan Rudolph Deiman gedacht in eene redevoering door J.E. Doorknik M.D. en in een dichtstuk door Mr. J. Kinker,<\/i> Amsterdam 1808.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Wijsgeerig-natuurkundige verhandelingen,<\/i> Arnhem 1816.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Vrijmoedige gedachten over Ne\u00earlands Indi\u00eb en over de regering van den Gouverneur-Generaal Van der Capellen,<\/i> Amsterdam 1826.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Observations concerning fossil organic remains<\/i>, Silliman&#8217;s American Journal of Science 1829, 90-109.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Het menschelijk organisme beschouwd uit een psychologisch oogpunt, of het verband tusschen geest en stof,<\/i> Amsterdam 1831.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Artesian wells<\/i>, handschrift van een voordracht voor de Geological Association, 1835, Maryland Historical Society, Baltimore.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.E. Doornik, <i>Theoretical consideration suggested by a former consideration of artesian (bored) wells, and by a closer investigation of the subject<\/i>, handschrift van een voordracht voor de Geological Association, 1836, Maryland Historical Society, Baltimore.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">C. Fasseur, <i>De \u2018geest\u2019 van het gouvernement<\/i>, Leiden 1977.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P. Harting, <i>Iets over J.E. Doornik en zijn aandeel aan de ontwikkelingshypothese,<\/i> Verslagen en mededelingen der Koninklijke Akademie der Wetenschappen, Afd. Natuurkunde, 2<sup>e<\/sup> reeks, deel <span class=\"small-caps\">v<\/span>, 1871, 367-380.<\/td>\r\n<\/tr>\n<\/table><div class=\"pb\">[p. 97]<\/div><table class=\"list\">\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P. Harting, <i>Darwin<\/i>, Album der Natuur 1877, 129-148.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">D.van Hogendorp, <i>Bericht van den tegenwoordigen toestand der Bataafsche bezittingen in Oost-Indi\u00eb en den handel op dezelve<\/i>, z.p., 1799,<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P. Jansz, <i>De koloni\u00ebn, Nederland ten vloek of ten zege?: eene stem uit Java<\/i>, Amsterdam 1863.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">T.H. der Kinderen, <i>Gedenkboek van het Bataviaasch Genootschap van kunsten en wetenschappen gedurende de eerste eeuw van zijn bestaan. 1778-1878<\/i>, <span class=\"small-caps\">i<\/span>, Batavia 1879.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">R.H. Kleyn, <i>Het gewestelijk bestuur op Java<\/i>, Leiden 1889. 25;<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J.H.F. Kohlbrugge, <i>Nederlandse praedarwinisten,<\/i> De Gids 1908, 235-265.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">L. Les, <i>Van Indi\u00eb onder de Compagnie tot Indi\u00eb onder de Staat: de koloniale titel in de staatsregeling van 1798<\/i>, Utrecht 1948.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">Dik van der Meulen, <i>Multatuli. Leven en werken van Eduard Douwes Dekker<\/i>, Nijmegen 2002.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">Samuel Morton, <i>Cataloque of skulls of man and the inferior animals in the collection of Samuel George Morton<\/i>, Philadelphia 1844.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">D.J.H. Nij\u00e8ssen, <i>De Nederlandsche arts als anthropoloog<\/i>, Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 1927, 1028-1039.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">D.J.P. Oranje, <i>Het beleid der Commissie Generaal. De uitwerking der beginselen van 1815 in het regeerings reglement van 1818<\/i>, Utrecht 1936.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">Thomas Stamford Raffles, <i>The History of Java<\/i>, 2 dln., Londen 1817.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">G.J. Schutte, <i>De Nederlandse Patriotten en de kolonien: een onderzoek naar hun denkbeelden en optreden, 1770-1800<\/i>, Groningen 1974.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P. van &#8216;t Veer, \u2018Een stelsel bestormd. Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga, 1825-1887, in: P. van &#8216;t Veer, <i>Geen blad voor de mond<\/i>, Amsterdam 1958.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P.J. Vinken, <i>Donders en Lamarck<\/i>, Proceedings van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Series C, 66, 1963, 313-348.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P.J. Vinken, <i>Pieter Harting en de afstamming van de mens<\/i>, Proceedings van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Series C, 66, 1963, 383-389.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">A.A. Vosterman van Oijen, <i>Stam- en wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche famili\u00ebn<\/i>, Groningen 1885, <span class=\"small-caps\">i<\/span>, 200-201.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">W.F. Wertheim, <i>Doopzeel van de dichter der vloekzang. Drie telgen van het geslacht Roorda van Eysinga&#8217;<\/i> in: Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde 1960, 437-480.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">H.L. Wesseling, <i>Europa&#8217;s koloniale eeuw. De koloniale rijken in de negentiende eeuw, 1815-1919<\/i>, Amsterdam 2003.<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">H.C. van der Wijck, <i>Onze koloniale staatkunde: een beroep op het Nederlandsche volk,<\/i> &#8216;s Gravenhage 1865.<\/td>\r\n<\/tr>\n<\/table><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over het gehele werk<\/h3>\n<p><label>titels<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/titels\/titel.php?id=_tir001tira01\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Tirade<\/a><\/p>\n<br><h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>titels<\/label><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/titels\/titel.php?id=door031vrij01\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Vrijmoedige gedachten over Ne\u00earlands Indi\u00eb en over de regering van den Gouverneur-Generaal Van der Capellen<\/a><\/p>\n<br><p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=doel005\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">H.W. van den Doel<\/a><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=vink008\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">P.J. Vinken<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=door031\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Jacob Elisa Doornik<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-073\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#073T\" name=\"073\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Van &#8216;t Veer, 145-182; Wertheim, 437-480.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-074\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#074T\" name=\"074\"><span class=\"notenr\">2<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Doornik, <i>Vrijmoedige gedachten<\/i>, iii.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-075\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#075T\" name=\"075\"><span class=\"notenr\">3<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Aanstelling tot Chirurgijn Majoor bij Resolutie van de Gouverneur Generaal ddo. 6 september 1819, no.14.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-076\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#076T\" name=\"076\"><span class=\"notenr\">4<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Van der Crab, 179-180.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-077\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#077T\" name=\"077\"><span class=\"notenr\">5<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Kohlbrugge, passim; Nij?ssen, 1031.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-078\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#078T\" name=\"078\"><span class=\"notenr\">6<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Les, 76; Fasseur, 34.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-079\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#079T\" name=\"079\"><span class=\"notenr\">7<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Van Hogendorp, 8-9 en 17.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-080\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#080T\" name=\"080\"><span class=\"notenr\">8<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Kleyn, 25; Schutte, 182.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-081\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#081T\" name=\"081\"><span class=\"notenr\">9<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Raffles, <span class=\"small-caps\">ii, ccxli-ccxliii<\/span> [appendix <span class=\"small-caps\">l<\/span>].<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-082\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#082T\" name=\"082\"><span class=\"notenr\">10<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Coolhaas, 17.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-083\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#083T\" name=\"083\"><span class=\"notenr\">11<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Der Kinderen, 75-76.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-084\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#084T\" name=\"084\"><span class=\"notenr\">12<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Doornik werd tot lid van de Hoofdcommissie voor de Landbouw benoemd bij besluit van de Commissaris Generaal dd. 11 november 1826, no.24. Uit de datum moet men opmaken dat Doornik&#8217;s <i>Vrijmoedige gedachten<\/i> eind 1826 in Amsterdam zijn verschenen, want als de autoriteiten in Batavia van de inhoud ervan kennis van hadden kunnen nemen, zou Doornik uiteraard niet zijn benoemd.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-085\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#085T\" name=\"085\"><span class=\"notenr\">13<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Oranje, 42-46.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-086\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#086T\" name=\"086\"><span class=\"notenr\">14<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Doornik, <i>Vrijmoedige gedachten<\/i>, <span class=\"small-caps\">x-xi<\/span>\r\n<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-087\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#087T\" name=\"087\"><span class=\"notenr\">15<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 37-38.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-088\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#088T\" name=\"088\"><span class=\"notenr\">16<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 220-261.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-089\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#089T\" name=\"089\"><span class=\"notenr\">17<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 29-31.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-090\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#090T\" name=\"090\"><span class=\"notenr\">18<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 97-111.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-091\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#091T\" name=\"091\"><span class=\"notenr\">19<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 29-30.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-092\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#092T\" name=\"092\"><span class=\"notenr\">20<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 83-84 en 175-176.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-093\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#093T\" name=\"093\"><span class=\"notenr\">21<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 161-162.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-094\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#094T\" name=\"094\"><span class=\"notenr\">22<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 176-177.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-095\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#095T\" name=\"095\"><span class=\"notenr\">23<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 81.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-096\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#096T\" name=\"096\"><span class=\"notenr\">24<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 196-197.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-097\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#097T\" name=\"097\"><span class=\"notenr\">25<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Deze twintig pagina&#8217;s lange brief van F. Wappers Melis aan de koning werd verzonden uit Brussel op 4 december 1826. Een kopie ervan is aanwezig in het Rijksarchief, archief van het Ministerie van Koloni?n, exh. 10 januari 1827, no.76.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-098\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#098T\" name=\"098\"><span class=\"notenr\">26<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Een kopie van deze brief is aanwezig in het Rijksarchief, archief van het Ministerie van Koloni?n, exh. 8 april 1828, no.66.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-099\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#099T\" name=\"099\"><span class=\"notenr\">27<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Van der Meulen, 473.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-100\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#100T\" name=\"100\"><span class=\"notenr\">28<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibidem, 348-350 en 549-550.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-101\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#101T\" name=\"101\"><span class=\"notenr\">29<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Wesseling, 70.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-102\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#102T\" name=\"102\"><span class=\"notenr\">30<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>?Licensed to practice medicine in New Orleans on October 31, 1828, 51 years of age, native of Leyden and living alone (no family listed, no slaves). Listed as an alien who had not been naturalized?. Census Population Schedules, Louisiana, New Orleans 1830.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-103\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#103T\" name=\"103\"><span class=\"notenr\">31<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>?On notion of Drs. Morton and Harlan, J.E. Doornik was duly elected as a member of this Society?, notulen van de vergadering van de Academy, 29 april 1828.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-104\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#104T\" name=\"104\"><span class=\"notenr\">32<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>De handgeschreven teksten van de twee voordrachten van ?James E. Doornik? zijn aanwezig in de bibliotheek van de Maryland Historical Society te Baltimore.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-105\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#105T\" name=\"105\"><span class=\"notenr\">33<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Er zijn zeven brieven van Doornik aan de medicus Samuel Morton, secretaris van de Academy of Natural Sciences, alle uit 1835, aanwezig in de bibliotheek van de American Philosophical Society te Philadelphia (Samuel G. Morton Papers). Tussen de regels van zijn brieven aan Samuel Morton kan men proeven dat Doornik bij zijn vlucht naar de Nieuwe Wereld niet alleen de moeilijkheden met zijn politieke vijanden ontvluchtte, maar ook die met zijn tweede, twintig jaar jongere vrouw. Deze is later met haar zoontje Jean Jacques, die twee jaar oud was toen zijn vader uit Batavia vertrok, naar Nederland verhuisd en in 1840 te Amsterdam opnieuw getrouwd met de jonge koopman Balthazar Kemper<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 77] Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus Het verhaal is bekend. Op 1 november 1855 overlijdt in het militaire hospitaal van Serang de assistent-resident van Lebak, C.E.P. Carolus (in Max Havelaar \u2018Slotering\u2019 genaamd). Deze had samen met de regent van Lebak, Raden Adipati Karta Natanegara,&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-303899","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 77] Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus Het verhaal is bekend. Op 1 november 1855 overlijdt in het militaire hospitaal van Serang de assistent-resident van Lebak, C.E.P. Carolus (in Max Havelaar \u2018Slotering\u2019 genaamd). Deze had samen met de regent van Lebak, Raden Adipati Karta Natanegara,... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T17:39:40+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"43 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/\",\"name\":\"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"2002-12-31T23:01:16+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T17:39:40+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 77] Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus Het verhaal is bekend. Op 1 november 1855 overlijdt in het militaire hospitaal van Serang de assistent-resident van Lebak, C.E.P. Carolus (in Max Havelaar \u2018Slotering\u2019 genaamd). Deze had samen met de regent van Lebak, Raden Adipati Karta Natanegara,... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T17:39:40+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"43 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/","name":"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"2002-12-31T23:01:16+00:00","dateModified":"2021-06-04T17:39:40+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/wim-van-den-doel-en-pierre-vinkenjacob-elisa-doornik-een-vroeg-negentiende-eeuws-koloniaal-criticus\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Wim van den Doel en Pierre Vinken Jacob Elisa Doornik: een vroeg-negentiende eeuws koloniaal criticus"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/303899","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=303899"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=303899"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}