{"id":304043,"date":"2005-01-01T00:01:01","date_gmt":"2004-12-31T23:01:01","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/"},"modified":"2021-07-08T14:05:59","modified_gmt":"2021-07-08T13:05:59","slug":"jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/","title":{"rendered":"Jan Siebelink\r\n\r\nAlles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"sieb001\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"ferr003\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 3]<\/div>\r\n<h2 class=\"bottom-small-margins\">[November &amp; december 2005 &#8211; jaargang 49 &#8211; nummer 411]<\/h2>\r\n\r\n<a name=\"56\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Jan Siebelink<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nAlles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>\r\n<i>Voor Lilian<\/i>\r\n<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Met \u00e9\u00e9n hand op mijn knie een sigaretje rollen, een handigheid ooit opgedaan in militaire dienst, waarmee ik, in betere tijden, Louis eens in een Haarlems caf\u00e9 had verrast. Zojuist had hij mij zijn pakje zware Van Nelle aangereikt, zag toe, om zijn lippen de aanzet tot een fijn glimlachje. Tot een volledige glimlach was dit ascetische gezicht met de dodelijk vermoeide trekken niet meer in staat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij keek op zijn horloge. Het was halfvijf. Veel tijd was er niet meer. Ik stak de sigaret voor hem aan en gaf hem die. Ik kon dan nog handig een dun peukje pieren, hij had de laatste weken handigheid gekregen in het ontwijken van de slangetjes die via zijn neus naar de maag liepen. Hij deed een paar lange trekken achter elkaar, het vloei schroeide weg. Hij ademde de rook diep in. Ik keek naar zijn magere armen vol bloeduitstortingen en dacht aan het onbeteugelde geweld dat huishield binnen zijn lichaam.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het bed stond in de tuinkamer van zijn huis aan de Pieter Wantelaan in Haarlem. Op het tafeltje ernaast een blocnote met pen, de schrijfmachine op een blad dat hij naar zich toe kon trekken. Hij was nog met een tekst bezig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Louis nam nog een trek, drukte de half opgerookte sigaret zorgvuldig in de asbak uit en zei: \u2018Die smaakte me wel.\u2019 Hij droeg een wit T-shirt met de opdruk van twee egels. Zijn lievelingsdier, weerloos \u00e9n stekelig. Zijn gezicht vertrok, een hand ging naar zijn maag. Of ik hem iets hoger wilde leggen. Ik tilde het bijna gewichtloze lijf op en voelde de met morfinepleisters bepantserde huid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zijn blik gleed over me heen, bleef aan iets haken &#8211; <i>Niemandsbruid<\/i>, zijn laatste boek, net gebracht. Hij drukte zijn handen tegen elkaar, het gebaar van iemand die het moeite kost zijn wegschietende gedachten bij elkaar te houden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij was onrustig, vroeg of ik hem op zijn zij wilde leggen. Ik tilde hem\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 4]<\/div><p>weer heel voorzichtig omhoog, zijn gezicht was dicht bij het mijne. Weer een bhk op z&#8217;n horloge. We zagen de tijd voorbijgaan, geluidloos langs glijden, buitensporig traag, buitensporig snel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Lig je zo goed?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij knikte. Toen kwam de arts binnen. Het gordijn werd toegetrokken, een kleine lamp ging aan. De intimiteit die ontstond was verpletterend.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het einde kwam om kwart voor vijf. Het was 26 augustus 2005.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ruim een maand daarvoor. Wij keken toe hoe een hijskraan met oorverdovend lawaai grint in een oude roestige schuit stortte. De haven van IJmuiden. Hij voelde zich niet goed en wilde wel wat afleiding. Pijn in zijn maag, maar we wisten nog van niets. Lilian nam foto&#8217;s. De ijzige wind woei ons haar op. \u2018Dat heb ik nou altijd graag willen worden,\u2019 zei Louis, \u2018kapitein op zo&#8217;n armzalige zandschuit en dan richting het oosten varen, richting Kareli\u00eb, en hier en daar aanleggen, in Bremen, in Dantzig, en een beetje de bambocheur uithangen, een beetje pierewaaien.\u2019 Dromerig staarde hij over het ruige water. Daarna begon hij op de nieuwbouw rond de haven te mopperen. Hij betreurde het oude IJmuiden dat aan het verdwijnen was. Louis rilde. Terug reden we over een kaal emplacement. Rond paalwerk van een onttakeld gebouw stond stilstaand water. We passeerden een havencaf\u00e9 en hij stelde voor om even naar binnen te gaan. \u2018Dat doen we niet,\u2019 zei Lilian, \u2018je kunt helemaal geen drank verdragen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Daar gaat het mij niet om. Ik wil Jan laten zien hoe een IJmuidens havencaf\u00e9 er van binnen uitziet.\u2019 (Louis is tot het laatst toe bezig geweest mij flink, weerbaar en vooral straatwijs te maken.) Zij zei: \u2018Dat weet Jan heus wel, die heeft verbeelding genoeg.\u2019 Hij drong niet aan. Ik wilde een opmerking maken over de onverbloemde neergang die hem ook moest aanspreken en keek achterom. Hij was in slaap gevallen, op het bleke gezicht een glimlach. Hij voer het zeegat uit. Zijn grote reis was al begonnen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Op 23 februari van dit jaar schreef hij mij een korte brief.<\/p>\r\n\r\n<blockquote>Goede Jan,\r\n<br>\r\nHoe fantastisch een bed violen ook mag zijn, in Zandvoort weten ze je met gemak te overtreffen, zoals uit bijgaande krantenfoto mag blijken. Een zee van&#8230; Welke schrijver kan d\u00e1\u00e1r tegenop?\r\n<br>\r\nVlak voor mijn neus zit een moddervette merel vage pikoefeningen\r\n<\/blockquote><div class=\"pb\">[p. 5]<\/div><blockquote>te verrichten, terwijl een koolmees driftig aan een vetbolletje lurkt. Livia Ammerlaan kwam zojuist een doos oude meccanospullen langsbrengen. Kortom: het leven voltrekt zich naar behoren. Dit beseffende en met de mooie herinnering aan ons etentje nog in het achterhoofd kan de wereld niet meer stuk. Groet Gerda namens ons en vergeet de losse eindjes niet.\r\n<br>\r\nHartelijk, Louis\r\n<br><span class=\"small-caps\">ps<\/span> Ik bouw bruggen, hijskranen en als ik deze brief post ga ik wat fijn grint verzamelen voor het laadbakje.<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Een klein ventje. Louis&#8217; jeugd &#8211; eerder een onthutsende gang door de woestijn dan door lieflijke landouwen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dromen, eindeloos dromen. We zitten in het caf\u00e9 aan de Riviervismarkt. Het is al laat. Hij schuift dichter naar me toe, zijn gezicht krijgt een geheimzinnige uitdrukking, hij legt een hand op mijn arm en zegt met een verzaligde blik: \u2018Ik heb zo mijn kleine droompjes, Jan.\u2019 En ik: \u2018Je weet dat ik altijd graag naar jouw kleine droompjes luister.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En dan begint hij. Op die momenten kende zijn monterheid geen grenzen. Droomde van nog mooier boeken, van meer lezers, van vrouwen met nog roder haar dan dat van zijn eigen vrouw. Eentje met nog meer sproeten. Een hyperromanticus. Maar een met decadente trekken. Daarom werden wij in oktober 1977 in Eindhoven, tijdens zo&#8217;n vermaarde signeerdag van de Bijenkorf, samen onder een parasol gezet, aan \u00e9\u00e9n tafel. De Bijenkorf had dat goed gezien: wij hoorden bij elkaar, herkenden elkaar. Met de heersende literatuur van die dagen hadden we van nature weinig op. De verhalen en korte romans die verschenen probeerden in een zo grijs, zo armzalig mogelijke taal de werkelijkheid te reproduceren. Trieste levens in een triest decor. Huiskamerrealisme zonder verbeelding Wij verdroegen ook niet dat over de literatuur onge\u00efnteresseerd of ordinair gedaan werd. Wij wilden een voyante literatuur, in een grandioze, exuberante stijl. We waren beiden bewonderaars van Huysmans&#8217; <i>A rebours<\/i>, als bijbel van de decadentie, dat \u2018boek vol vergif\u2019, volgens Oscar Wilde, \u2018waar aan de pagina&#8217;s een zware geur van wierook leek te hangen.\u2019 Wij wilden een literatuur die niet plat als een schol was. We wilden een nieuwe, tweede romantic agony en beseften dat we voor onze idee\u00ebn niet onmiddellijk alle handen op elkaar zouden krijgen, dat we strijd te leveren hadden. We werden strijdmakkers.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 6]<\/div>\r\n<p>Een stroom bezoekers trok langs onze kraam. Op tafel stapels van onze boeken. Van Louis <i>Gekkenschemer<\/i> (1974), <i>Het stierenoffer<\/i> (1975) en <i>Turkenvespers<\/i> (1977). Van mij <i>Nachtschade<\/i> (1975) en <i>Een lust voor het oog<\/i> (1977). \u2018Contrapunten in de stroom van het anekdotisch realisme\u2019, schreef de criticus W.A.M. de Moor enkele jaren later in <i>Ik probeer mijn pen.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Veel publiek, maar we verkochten niet zoveel. Dat deerde ons niet. Onze tijd zou nog komen. We spraken over Drieu la Rochelle; we hadden allebei zijn grote roman <i>Gilles<\/i> (1939) in ongekuiste vorm gelezen, bewonderden zijn verblindende stijl en waren ge\u00efntrigeerd door zijn pooierachtige relatie met vrouwen en zijn politieke keuze: het fascisme. We kenden ook zijn novelle <i>Le feu follet<\/i> (<i>Het dwaallicht<\/i>, 1931), waarin hij een exacte beschrijving geeft van zijn eigen zelfmoord, veertien jaar later.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Die avond in Eindhoven kreeg een bijzonder slot. Na de borrel in de foyer zijn we in een kwajongensachtige stemming gaan dwalen door het gebouw, kwamen terecht in een gehenna van onderaardse gangen, hebben lange tijd in een lift vastgezeten en ik kreeg daar van Louis mijn eerste praktische les in de mystiek. Om onze toch lichte paniek in die inktzwarte duisternis te bezweren citeerde hij de Spaanse mysticus St. Jan van het Kruis: \u2018Het duister is mij licht genoeg.\u2019 Hadden wij in Spanje gewoond, we zouden net als Sint Jan en Teresia van Avila in een cel naast elkaar zijn gaan wonen, met voor de versterving een houtblok als hoofdkussen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Maar wie ben jij eigenlijk? Ik kan alleen maar in fragmenten over je mijmeren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een maandag. Jouw vaste uitgaansdag. Het is \u00e9\u00e9n uur in de middag en je zit in Het Wapen van Bakenesse. De barlampen zijn aan, de regen druipt langs het raam, maar al zou er een glorieuze zon schijnen, jij bent ongevoelig voor weersgesteldheden. Er zijn op dit tijdstip al heel wat bezoekers in het caf\u00e9. Mannen alleen, diep in gedachten verzonken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Waar spraken we over? Pi\u00ebtisme, jansenisme waren onderwerpen die vaak aan de orde kwamen. Voor zover Louis nog katholiek was, was hij een jansenistisch katholiek. Of over de literatuur? We waren beiden onder de indruk van Kellendonks ontwrichtende <i>Mystiek lichaam<\/i>, een scharnierroman, vonden wij. Je zou kunnen verdedigen dat de Nederlandse literatuur na dat boek kantelt: er is ineens ruimte voor het mysterie. Of spraken we over een technisch probleem? Het fascineerde ons beiden om te zien hoe een bijfiguur &#8211; een episodisch personage &#8211; waaraan we weinig belang hechtten zich als vanzelf op de eerste rij posteerde, een plaats innam waar-<\/p><div class=\"pb\">[p. 7]<\/div><p>toe wij het niet geroepen hadden, een personage dat ons meenam in een onverwachte richting. En omgekeerd ontdekten we al schrijvend dat een hoofdfiguur van wie we in het voorbereidende werk de ontwikkeling tot in details hadden uitgewerkt steeds minder in het boek paste en maar niet tot leven wilde komen. De held deed wel wat wij hem opdroegen, maar als een marionet. Hij bleef levenloos.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Die keer echter, terwijl de regen dichter viel, het buiten nog donkerder werd en binnen de schemer en intimiteit toenamen en wij knus bij elkaar zaten, de armen op de barleuning, ging het over iets anders. Jij begon een herinnering van lang geleden te vertellen. Op de kleine binnenplaats van het huis waar je was grootgebracht bevond zich een afvoerputje. Dat putje met deksel fascineerde je en op een dag was je er naar toe gelopen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op dat moment van het verhaal komt een caf\u00e9bezoeker, aan het eind van de bar, onze kant uit, blijft in nederige houding halverwege staan. Een vijftiger, intelligent gezicht, maar ook een door het leven geslagene. Een rat\u00e9.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Mag ik even onderbreken?\u2019 Louis draait zich naar hem toe. De man, nog aarzelend: \u2018Ik zat net te denken&#8230; die Naundorff wie was dat eigenlijk?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het antwoord komt onmiddellijk:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een avonturier van onbekende afkomst die in 1810 in Berlijn opdook en verklaarde de zoon te zijn van Lodewijk de zestiende en Marie-Antoinette. Later gaf hij zich ook nog voor de Messias uit.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dank je, Louis.\u2019 De man staart hem enige momenten in bewondering aan, loopt dan terug naar zijn plaats, mompelend. Louis vervolgde zijn verhaal. Zijn aandacht werd naar dat afvoerputje getrokken, maar hij was er ook heel bang voor. Au fond wilde hij niets met dat vieze stinkputje te maken hebben. De jongen verzette zich&#8230;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Och, Louis, wij zitten daar in de hoek. Een van ons had het over <i>Die Narrenburg.<\/i> Van wie is dat boek ook al weer?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Adalbart Stifter.\u2019 En, meteen weer verder:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik wilde niet naar dat putje, maar ik gaf mijn verweer ten slotte op. Ik knielde, maakte met enige moeite het deksel los&#8230;\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Iemand probeerde vanaf zijn plaats met een gebaar Louis&#8217; aandacht te vangen. \u2018Ik vroeg me af, ik dacht&#8230; In Haarlem moet toch nog een geheel intacte regentenkamer zijn?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Klopt, hier vlak achter. Wanden met origineel damast bekleed.\u2019 Geen moment van ergernis. Louis speelde de rol die de schrijver in analfabetische culturen had, die van encyclopedisch heerser, een omnisci\u00ebnte goeroe. En, alsof er geen onderbrekingen waren geweest, terwijl de barkeeper een nieuw vaasje bijzette:<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 8]<\/div>\r\n<p>\u2018Ik keek, ik staarde in een peilloos diep gat, ik bukte me, boog mijn gezicht en op de bodem, temidden van vieze harige troep, zag ik een lichtvlek, een gloeiend puntje, een vonk, een schittering, een kern. Ik bleef maar kijken en ineens begreep ik dat die stille schittering een ziel was, dat ik uit zo&#8217;n vlekje licht was gevormd en dat ik daarheen zou terugkeren. Ik zag daar iets dat mijn verstand te boven ging.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Louis, mag ik even onderbreken? Wat is een hi\u00ebrofant?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een geest die een vrouw zwanger kan maken\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Louis, wie was toch Gryphius?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een reformatorisch asceet.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Louis weet bijna alles en alle kennis geeft hij door met grote vanzelfsprekendheid. Toch is zijn vooropleiding, net als die van mij, de <span class=\"small-caps\">ulo<\/span>. Louis laat zich niet op zijn kennis voorstaan, gaat er niet van naast zijn schoenen lopen. In de zeventiende eeuw zou hij in de Parijse salons \u2018un vrai honn\u00eate homme\u2019 genoemd worden &#8211; \u2018un homme qui ne se pique de rien\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De hoofdfiguur in <i>De oefenaar<\/i> (2000) weet ook bijna alles. Zijn ouders behoren tot de heel kleine middenstand, vooral marktkooplui in garen en band en spekstenen frutsels. De moeder van de hoofdfiguur heeft een lichte drang naar het hogere, maar is niet verder gekomen dan haar liefde voor de operette. Zoals het kinderen uit die kringen betaamt is Otto Sterkenburg zijn milieu verre ontstegen. Via de <span class=\"small-caps\">ulo<\/span>, de kweekschool heeft hij het tot wetenschappelijk docent geschopt en heeft een fenomenaal proefschrift over de Duitse dichter Clemens von Brentano geschreven. Deze Otto weet veel, maar voor bepaalde kennis over deze dichter heeft hij zich afgesloten. Essenti\u00eble kennis waarschijnlijk waarvoor hij zijn ogen sluit, waar hij bang voor is, die hem te dicht in de buurt brengt van hemzelf, bij zijn eigen kern.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als wij dit boek openslaan en de roman betreden, treffen we de held voor de tv aan, zestig jaar oud, een beetje dronken, kijkend naar een of ander afschuwelijk programma. In flitsen krijgen we het relaas van zijn leven te horen: de moeizame weg omhoog, het hogere begeren dat hem altijd heeft beziggehouden, de geliefde Sophie die wel zwanger raakt maar hem nooit een kind zal schenken. Deze Otto verkeert in een impasse. Hij is dan wel van eenvoudig schoolmeester bijna professor geworden, hij heeft toch sterk de indruk een schijnleven te hebben geleid, het echte leven te hebben gemist. Hij had boven zichzelf willen uitstijgen, had meer willen begrijpen. Hij mist iets, is bang voor iets, kauwt, kauwt op iets, maar waarop? En door\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 9]<\/div><p>zijn kop zaniken, drenzen steeds maar dezelfde woorden: naar huis, naar huis. Maar hij is toch thuis? Wat is er met die Otto aan de hand?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>We vierden je zestigste verjaardag in Laag-Keppel, in de Achterhoek. We maakten een wandeling tussen de weidse akkers, ge\u00ebgd in strakke voren. Je wees op het glanzende land en zei: \u2018Die akkers, net zo vlak, in die afgemeten voren, zetten zich voort tot aan de Poolse grens, en verder.\u2019 Daarmee gaf je in \u00e9\u00e9n zin de locatie van je romans aan, vooral die van je eerste boeken: de <i>Teutoonse trilogie, Alpengloeien<\/i> en <i>Spergebied.<\/i> Dan begint heel geleidelijk een weg naar binnen, naar een kleinere ruimte, een beweging ook duidelijker naar jezelf toe. Duitsland wordt Haarlem. Na de afrekening met de Duitse geschiedenis durfde je een duik in het autobiografische diepe te nemen, had je de moed eigen kwetsbaarheid wat minder af te schermen. Dat moet met het ouder worden te maken hebben. Een hoogtepunt van die romans is <i>De Walsenkoning.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ik kom terug op <i>De oefenaar.<\/i> Onder germanisten was het bon ton om te zeggen dat de dichter Von Brentano de laatste vijf jaren van zijn leven slechts werk van dubieus allooi zou hebben geschreven. Otto had in zijn proefschrift dan ook de laatste periode van de dichter genegeerd, had zich verlustigd in de onbedorven, gezonde romantiek van de dichter, maar wilde niets met zijn tuimeling in de duisternis, in een gruwelijke afgrond, te maken hebben. De dichter Clemens von Brentano gaat namelijk op 24 september 1818 voor het eerst de ziekenkamer binnen van Anna-Katherina Emmerich, een gestigmatiseerde non, om haar visioenen te noteren. Ten slotte trekt hij bij de zieneres in. Hij is in haar gaan geloven. Wekelijks en wel op vrijdag maakt hij de zich manifesterende bloedingen mee aan handen, voeten en borst. De romantiek is necroromantiek geworden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De hoofdfiguur begrijpt dat hij ook deze weg moet gaan om tot een totale vervulling te geraken. Otto wordt verlost.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De weg naar binnen, de weg naar verinnerlijking die Louis met <i>De Walsenkoning<\/i> begonnen is, wordt in deze roman tot in het extreme voortgezet, waarbij de schrijver zich een protestantse oefenaar en de orthodox-protestantse bevindelijkheid heeft toege\u00ebigend. Zelden had een paaps boek zo&#8217;n protestantse titel. De roman loopt uit op een wonderbaarlijke verlossing. Het kind dat nooit geboren werd (een autobiografisch detail van Ferron), wordt vervangen door een kind dat onbevlekt wordt ontvangen. Het \u2018naar\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 10]<\/div><p>huis, naar huis\u2019 drenst niet langer door zijn kop. Hij is opgenomen in het Vaderhuis en zijn ziel is voor eeuwig gered.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De decadent Huysmans komt ook in de roman voor. Toen deze in 1884 <i>A rebours<\/i> schreef reageerde Barbey d&#8217;Aurevilly met de volgende woorden: \u2018Na zo&#8217;n boek blijft de schrijver slechts de keuze tussen de vuurmond van een pistool en de voeten van het kruis. Verder kan een auteur niet gaan.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik heb wel een vermoeden over Louis&#8217; keus. Op 3 september publiceerde <i>Vrij Nederland<\/i> zijn laatste woorden: \u2018Als ik nog tijd van leven en schrijven had, zou het zoeken naar God een veel grotere rol spelen, maar die heb ik niet meer. Ik ben aartsromanticus \u00e9n religieus. Zo bijzonder is dat niet: er was een stroming in de Romantiek die heel religieus geori\u00ebnteerd was.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De oefenaar vind ik zijn mooiste roman. Hij behoort tot een type dat in de Nederlandse literatuur onbekend is: decadent, mystiek en wat de Fransen noemen \u2018un roman artiste\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Waarom ben ik je zo toegenegen? Omdat we door het lot beiden op de <span class=\"small-caps\">ulo<\/span> zijn terechtgekomen? Omdat we beiden in de provincie wonen? In &#8217;93 verscheen je roman <i>De Walsenkoning<\/i> en je dedicaceerde het voor mij bestemde exemplaar als volgt: \u2018Goede Jan, lees hier hoe de provincie de provincie de hand reikt. Weg met de grachtengordel!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Waarom vertoef ik graag in je gezelschap? Veertien jaar lang heb ik een whippet gehad. Jij vond Tikker een aardig dier, door zijn lijnvoering passend bij mij en mijn werk. Jijzelf zou een heel ander soort hond nemen. Dat heb je ook gedaan. Je koos een stabij. Als je mijn hond zag had je gewoon even aandacht voor hem, meer niet. Kort na Tikkers dood zitten we in Koops, bij de St. Bavo. Het is al laat. Je tekent wat op een bierviltje en zegt ineens, als terloops, bijna onverstaanbaar: \u2018Dat hondje van jou, dat heeft een heel speciaal plekje in mijn hart!\u2019 Om die paar ineens opduikende woorden kon ik je wel omhelzen. Ik heb dat ook gedaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik herinner me een wandeling op de Ginkelse hei. Onze vrouwen liepen ver voor ons uit. We stonden op het hoogste punt van de stuwwal. De wind suisde om onze oren, de hei knisterde van de hitte en je zei iets tegen mij. Ik voelde dat het mooie woorden waren, maar ik had ze niet verstaan. Ik durfde ook niet te vragen ze te herhalen. Die woorden hebben nog lang over de hei gedwarreld.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">We zitten op de bank voor zijn huis aan de Bakenessergracht. Ineens die zin: \u2018Jammer dat onze vrouwen vriendinnen zijn geworden. Het doet toch af aan onze vriendschap.\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 11]<\/div>\r\n<p>Hij heeft ook kwalijke, malicieuze trekjes, kan treiteren, sarren, het bloed onder je nagels vandaan halen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het caf\u00e9. De Uiver, Koops, Sligting, Het Wapen van Bakenesse? Wat maakt het uit? Nee, het was in de laatste. Louis en Lennaert Nijgh waren er, ook een columnist van het <i>Haarlems Dagblad<\/i> en ikzelf. Het loopt tegen kerst. Op tafel een papieren kerstlaken met brandende waxinelichtjes. Louis: \u2018Aan deze tafel zitten twee echte schrijvers, een halve schrijver en iemand die geen schrijver is.\u2019 Hij zegt het achteloos, kijkt niemand aan. Alsof de woorden zich zijns ondanks van hem losmaken. Geen reactie. Hij herhaalt ze, insisteert, insisteert. Hij is een meester in het bruuskeren, schofferen. Zijn toon is ronduit beledigend.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nou zeg&#8230;\u2019 reageert de columnist.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Niet dan? Heb ik &#8216;t mis?\u2019 Lennaert mompelt volstrekt onverstaanbare dingen achter zijn natte onverzorgde snor. Het is niet eens duidelijk of hij zich rechtvaardigt. Louis herhaalt zijn woorden. De journalist beheerst zich niet meer, trekt in een driftaanval het laken van de tafel, de lichtjes vliegen door het caf\u00e9. Louis doet of hij niets in de gaten heeft, vraagt wie iets van hem wil drinken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Soms een vreemde vriend. Er speelt een vervelende affaire op het gymnasium waar ik Frans doceer. De staf wil mij een schorsing opleggen. Ik ontvlucht Ede en ga naar Haarlem. Louis is op de hoogte van mijn problemen, maar zwijgt erover. Hij sprak die keer over de rol van de oorlog in zijn boeken. Hij zei dat hij nooit de bedoeling had een historische context te scheppen, ook nooit een omstandige uiteenzetting zou geven van militaire operaties of een beschrijving van de val van Berlijn. Het ging hem slechts om enkele indicaties, heel fragmentarisch, in verhouding tot de massa informatie die hem ter beschikking stond. Hij vroeg zich zelfs af of je wel kon zeggen dat hij historische romans schreef. In zijn optiek waren ze eerder a-historisch, in die zin dat de hoofdfiguur altijd bezig is om de gebeurtenissen te \u2018irrealiseren\u2019, ze los te maken van de grote Geschiedenis. Zijn hoofdfiguren leven in een soort neutrale tijd, in een bijna onbeweeglijke tijd. De geschiedenis bij hem is slechts de tussenkomst van het antieke lot. De bekende historische feiten vervagen ten gunste van de innerlijke zoektocht van de held.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bij die gelegenheid probeerde hij ook de oorlog zoals hij die zag te defini\u00ebren: \u2018Oorlog is, meer dan een echte oorlog, een verborgen principe, een mythe, een magneet waarvan alleen de gevolgen in woorden zijn uit te drukken. Het doet er niet eens toe hoe ze ontstaat, maar ze is er, als een negatie.\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 12]<\/div>\r\n<p>Een half jaar nadien kwam hij terug op mijn problemen op de school waar ik lesgaf: \u2018Je had het toen wel even moeilijk, h\u00e8?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Het is laat geworden. Louis tekent iets op een bierviltje, trekt grillige, kromme lijntjes, schrijft er in een priegelig handschrift woorden bij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik bezit het bierviltje. Het is gedateerd op 27-5-&#8217;97, het jaar waarin <i>Tinpest<\/i> verscheen. De tekeningetjes zijn op z&#8217;n minst nieuwsgierigmakend. Er is een omgekeerd egeltje en vanaf het beest loopt een pijl naar een woord in blokletters \u2018ego\u2019. Er vallen bommen of raketten of langwerpige egels uit de hemel. Daartussen het onbestaande woord \u2018mezoka\u2019. In de hoek zit een vreemd insectachtig wezen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Tekens? Wat had hij op dat moment in zijn hoofd? Die friemelige dingetjes, dat vreemde woord, trof ik ook aan in zijn notities op zijn blocnote, de laatste weken van zijn bestaan. Barsten in het oppervlak van zijn ziel die ons een kijkje naar binnen gunnen? Maar hoe ze te duiden? Ik vroeg hem er naar toen ik in de laatste week een keer met Frans Thom\u00e9se aan zijn bed zat. Hij schudde zijn hoofd: \u2018Ik kan er zelf geen wijs uit worden. Wat heb ik daar toch allemaal neergeschreven?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Vlak na ons uitstapje naar IJmuiden werd tot ieders opluchting, na een pijnlijke endoscopie, slechts een flinke maagzweer geconstateerd. Die nacht werd de pijn zo hevig dat hij direct per ambulance naar het Kennemer Gasthuis werd vervoerd. Na enkele dagen was duidelijk dat Louis ongeneeslijk ziek was. Beschroomd ging ik zijn kamer binnen op de achtste verdieping van het ziekenhuis. Hij wees op de dreigende lucht boven de nieuwe St. Bavo.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een oudtestamentische lucht,\u2019 zei hij. Op zijn nachtkastje lag de briefwisseling tussen Goethe en Schiller. Ik zag ook een blocnote en een pen. Er stonden zinnen op het papier.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Je schrijft?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat in me opkomt. Nachtgedachten. Het moet een boekje worden. Van zo&#8217;n dertig bladzijden. Ik wil dat het aan de gasten op mijn begrafenis wordt uitgereikt.\u2019 Hij was heel kalm.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik zal je missen,\u2019 zei ik.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Alles wordt anders.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het morfineapparaat ronkte zacht. Vanmorgen had hij gehoord dat de dosering die hij kreeg een waarde van zestig had.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een modern ziekenhuis, Jan, de pati\u00ebnt mag alles weten. Maar&#8230;\u2019 mop-<\/p><div class=\"pb\">[p. 13]<\/div><p>perde hij, \u2018wat heb ik aan zo&#8217;n getal als ik dat nergens aan refereren kan?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op dat moment zakte mijn plastic stoel in elkaar. Louis belde de zuster.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Als u wilt dat mijn vriend ook moet worden opgenomen&#8230;\u2019 Er kwam een nieuwe stoel die even wankel was. Ik probeerde een zin op het blocnotevel te lezen. Hij zei:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat moet af. Dan zien we wel weer verder.\u2019 Bijna opgewekt nam ik afscheid. Ik liep de trappen af met het gevoel dat het nog goed zou komen. In de gang kwam ik Lilian tegen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hoe lukt het hem toch om zo rustig te zijn? Mij de indruk te geven dat het allemaal wel meevalt?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik weet het,\u2019 zei ze. \u2018Het is heel sterk van hem. Hij wil niet dat jij somber naar huis gaat.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Drie dagen voor zijn dood zat ik met Frans aan zijn bed. Louis zei:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Vandaag heb ik nauwelijks aan mijn tekst kunnen werken. Teveel pijn. Morgen ga ik verder.\u2019 Toen pakte hij de map met gegevens over zijn Duitse vader. Hij liet een foto zien van de verwekker van zijn dagen en vertelde dat een zus van zijn vader nog leefde en contact met hem had gezocht. De familie bezat schilderijen die zijn vader gemaakt had en ze wilden een expositie in zijn geboorteplaats Rheine inrichten. Louis zou die dan moeten openen. Ja, daar kon nu niets meer van komen. We dronken koffie en dachten na over dit zo schrijnende bericht. Louis, met een blik op zijn blocnote: \u2018Morgen probeer ik weer een bladzij te typen.\u2019 Hij was vol geestkracht. We dronken een glas rode wijn, Louis nam ook een klein slokje \u2018voor de gezelligheid\u2019 zoals hij zei en draaide de ene sigaret na de andere. Alleen van een sigaret kon hij nog genieten. Frans naast hem, ik aan zijn voeteneind, het was een heel plezierig samenzijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">We namen afscheid en Frans zei in ongeveer deze bewoordingen: \u2018Arm ga je naar binnen, rijk kom je er uit.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De volgende dag. Hij hield zijn ogen gesloten. Van werken was ook vandaag nog niets gekomen. Hij keek me aan en zei over mijn laatste boek:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik heb gedacht, eerlijk gezegd, het blijft ongeschreven. Omdat het al te dicht raakt aan wat je ooit gekwetst moet hebben, maar wat je tevens, tot op de dag van vandaag moet zijn blijven fascineren. Die vader van jou: een man valt temidden van zijn bloemenpracht, de duisternis slaat toe, zo zwart dat hij in licht verkeert.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Louis Ferron, een Formeerder van weergaloze zinnen.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 14]<\/div>\r\n<p>Onverwacht, die keer, vroeg hij mij:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hoe is ook al weer die zin van Baudelaire?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik wist waar hij op doelde en citeerde:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Tu m&#8217;as donn\u00e9 la boue, j&#8217;en ai fait de l&#8217;or\u2019 (\u2018gij hebt mij modder gegeven, ik heb er goud van gemaakt\u2019).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij dacht lang na.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zo is het.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zo is het,\u2019 beaamde ik. \u2018Jij hebt er wit goud van gemaakt. Daar kan die duisternis van St. Jan van het Kruis niet tegenop.\u2019 En ik maakte van de gelegenheid gebruik de vermetele vraag te stellen en formuleerde haar zo jansenistisch mogelijk:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zal er straks een oordelende God zijn?\u2019 Hij dacht na. Ik preciseerde: \u2018Zullen jouw boeken op Zijn weegschaal terechtkomen en meewegen ten goede of ten kwade?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik weet dat het jou bezighoudt&#8230; Wat betreft mijn boeken. Wat moet de Opperrechter aan met die boeken van mij, vol mopperaars, halvegare kunstenaars die zich voeden met plokworst en erger. Maar ik ben niet bang voor Zijn oordeel. Ik ben ego\u00efstisch geweest, maar heb niemand bewust kwaad gedaan.\u2019 Toen onderbrak hij zichzelf: \u2018Voor ik het vergeet, doe straks de groeten aan de beide hondjes. Hoe heten ze ook al weer?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik dacht dat hij van het onderwerp af wilde. Maar ik had het mis.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Als elk boek een tour de force is, en dat is het, dan zit dat hierin dat ik zonder merkbare inzinking het evenwicht heb weten te bewaren op dat strakke koord, gespannen dwars door de duisternis van deze wereld, en de andere.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo sprak hij. Het was duister en transparant tegelijk. Pure mystiek.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Op zijn verzoek haal ik uit de werkkamer zijn \u2018Jongensmissaal\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik wil dat een priester bij de beaarding van de kist de absolutie uitspreekt. Hij moet de oude rituele woorden uitspreken in het Latijn en de kist met het lijk bewijwateren.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij maakt enkele notities op zijn blocnote en vraagt mij het missaal terug te brengen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wil je het weer precies terugzetten? Het staat tussen de Concordans van Trommius en <i>De innerlijke burcht<\/i> van Teresia van Avila. En wil je L\u00e9autaud voor me meenemen?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik kom terug met L\u00e9autaud. Hij bladert, maar kan het niet vinden. Ik vraag wat hij zoekt.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 15]<\/div>\r\n<p>\u2018Wie was de minnares van L\u00e9autaud?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hij heeft vele minnaressen gehad, de belangrijkste was toch Madame Cayssac.\u2019 Louis pakt een vel betikt papier. Zoekt een woord. Ik help hem, zie Madame de Caysac staan. Ik zeg hem dat \u2018de\u2019 weg moet en dat je haar naam met twee s&#8217;en schrijft. \u2018Zal ik het voor je verbeteren?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nee, nee.\u2019 Hij wordt onrustig, wil anders liggen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik denk dat ik even ga slapen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik ga naar de woonkamer boven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Van zijn ziekbed zullen mij behalve zijn steeds zachter wordende stem twee geluiden bijblijven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik zit aan zijn bed in het Kennemer Gasthuis. Het is heel stil om ons heen. Het lijkt alsof we de enigen in het ziekenhuis zijn. We luisteren naar het zachte zoemen van het morfineapparaat. Louis merkt op: \u2018Vooral &#8216;s nachts is het net de spinnende poes.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik zit in de woonkamer. Dan, geruis door de telefoon. Stilte. Weer geruis. Wil hij het bed uitkomen? Moet ik naar beneden gaan? Wat is hij aan het doen? Dan het wonder. Tikgeluiden. Een gehaast, driftig typen. Hij is de tekst aan het verbeteren, want de dingen moeten kloppen. Verbazingwekkende klanken als van gene zijde van het graf. Louis werkend aan zijn Memoires d&#8217;outre-tombe. Het is om met de psalmist te spreken een wonder in ons ogen, wij zien het, maar doorgronden het niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Na onze eerste ontmoeting in Eindhoven zocht ik hem op in Haarlem. Hij woonde toen in een aandoenlijk petieterig en ook vochtig klein huisje aan de Valkenstraat 17. Hij vertelde dat hij verliefd was geworden op een vrouw met rossig rood haar. Ze was met een vriendin twee weken naar Portugal. De afgelopen tijd was hem niet meegevallen. Die vrouw kwam ik later tegen in <i>Karelische nachten.<\/i> Ik citeer: \u2018Je rossig-rode haar Helen. Je grijsgroene ogen, de sproeten op je armen, de sproeten tussen je borsten. Je zou wat minder in de zon moeten zitten.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bezig twee entrecotes klaar te maken zei hij: \u2018Ik neig naar de gedachte dat als je eenmaal twaalf bent, je alles bezit wat je nodig hebt om de rest van je leven interessante dingen te schrijven.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Een dag voor zijn dood.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nog even en ik ga naar mijn laatste parkeerplaats.\u2019 Hij zweeg. Hij vroeg of ik hem op zijn zij wilde leggen. Dan was de pijn minder. \u2018H\u00e8, wat zei ik nou daarnet? Parkeerplaats? Maar hoe heet zoiets?\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 16]<\/div>\r\n<p>\u2018Rustplaats.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Rustplaats.\u2019 Zijn stem klinkt opgelucht. \u2018Ik wist dat ik iets fouts zei.\u2019 Het juiste woord was weer gevonden. Net op tijd. Hij glimlachte. \u2018Maar die parkeerplaats is zo gek nog niet.\u2019 Na een lange stilte: \u2018Wat betreft die Opperrechter, of zoals jouw vader dat noemde \u201chet aanbiddelijk Opperwezen\u201d, ik hoef nergens bang voor te zijn, want ik ben trouw aan mezelf gebleven. En als er wat te vergeven valt, Hij zal het zeker doen. Het is zijn vak.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Je zei ook: \u2018Ik houd vooral van de trieste personages in mijn boeken. Hoe miserabeler, des te liever zijn ze me. Zoals een moeder intu\u00eftief de voorkeur heeft voor haar meest misdeelde kind.\u2019<\/p>\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=sieb001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Jan Siebelink<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=ferr003\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Louis Ferron<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 3] [November &amp; december 2005 &#8211; jaargang 49 &#8211; nummer 411] Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron Voor Lilian Met \u00e9\u00e9n hand op mijn knie een sigaretje rollen, een handigheid ooit opgedaan in militaire dienst, waarmee ik, in betere tijden, Louis eens in een Haarlems caf\u00e9 had verrast. Zojuist had hij&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-304043","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Jan Siebelink  Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Jan Siebelink  Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 3] [November &amp; december 2005 &#8211; jaargang 49 &#8211; nummer 411] Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron Voor Lilian Met \u00e9\u00e9n hand op mijn knie een sigaretje rollen, een handigheid ooit opgedaan in militaire dienst, waarmee ik, in betere tijden, Louis eens in een Haarlems caf\u00e9 had verrast. Zojuist had hij... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-07-08T13:05:59+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"27 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/\",\"name\":\"Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"2004-12-31T23:01:01+00:00\",\"dateModified\":\"2021-07-08T13:05:59+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Jan Siebelink  Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Jan Siebelink  Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 3] [November &amp; december 2005 &#8211; jaargang 49 &#8211; nummer 411] Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron Voor Lilian Met \u00e9\u00e9n hand op mijn knie een sigaretje rollen, een handigheid ooit opgedaan in militaire dienst, waarmee ik, in betere tijden, Louis eens in een Haarlems caf\u00e9 had verrast. Zojuist had hij... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-07-08T13:05:59+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"27 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/","name":"Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"2004-12-31T23:01:01+00:00","dateModified":"2021-07-08T13:05:59+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jan-siebelinkalles-wordt-anders-mijmeringen-over-louis-ferron\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Jan Siebelink Alles wordt anders. Mijmeringen over Louis Ferron"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/304043","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=304043"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=304043"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}