{"id":304662,"date":"2010-01-01T00:02:20","date_gmt":"2009-12-31T23:02:20","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/"},"modified":"2021-06-04T18:57:00","modified_gmt":"2021-06-04T17:57:00","slug":"arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/","title":{"rendered":"Arnold Heumakers\r\n\r\nEl Dorado met en zonder vensters II\r\n\r\nTh\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#8217;art pour l&#8217;art"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"heum001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 123]<\/div>\r\n<a name=\"134\"><\/a>\r\n<h3>Arnold Heumakers\r\n<br>\r\nEl Dorado met en zonder vensters II\r\n<br>\r\nTh\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>(<i>Wat vooraf ging &#8211; De doctrine van<\/i> l&#8217;art pour l&#8217;art, <i>de meest extreme consequentie van de esthetische autonomie die aan het eind van de 18e eeuw werd uitgevonden, duikt voor het eerst op bij de Franse dichter en schrijver Th\u00e9ophile Gautier, in het voor woord bij zijn roman<\/i> Mademoiselle de Maupin <i>(1835-1836). Uitgedaagd door linkse en rechtse moralisten verdedigt Gautier de nutteloosheid van de schoonheid. Ook krijgt de journalistiek ervan langs, wat niet verhindert dat hij zelf in 1836, door geldnood gedreven, voor de krant gaat schrijven. Daarna verliest zijn verdediging van<\/i> l&#8217;art pour l&#8217;art <i>iets van haar scherpte, maar in het revolutiejaar 1848 komt Gautier met idee\u00ebn die daar zelfs regelrecht mee in strijd lijken te zijn. Wat was er met hem aan de hand en wat zegt een dergelijke wisselvalligheid over de aard van het<\/i> l&#8217;art pour l&#8217;art <i>principe?<\/i>)<\/blockquote>\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Revolutie<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Als Th\u00e9ophile Gautier op 22 april 1848 zijn serie feuilletons over de jaarlijkse <i>Salon<\/i> begint, is er ogenschijnlijk nog niets aan de hand<a href=\"#044\" name=\"044T\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>. \u2018Een dynastie is omver geworpen en de republiek is afgekondigd; de kunst bestaat er niet minder om\u2019, lezen we op de eerste bladzijde. De kunst is \u2018eeuwig\u2019 en ook al wisselen de regeringsvormen elkaar af, de kunst weet zich altijd te handhaven. \u2018De kunst staat boven de woelingen en de gebeurtenissen. Zij beheerst het feit vanaf de toppen van de idee\u2019. Vaak is het enige wat overblijft van een omwenteling die de wereld lijkt te veranderen, de strofe van de dichter en het standbeeld van de beeldhouwer waarin die omwenteling wordt genoemd of gesymboliseerd. Dus wat doen het straatrumoer en de angst van de burger ertoe, schampert Gautier. Van een aanhanger van <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i> hadden we niet anders verwacht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar dan blijkt de revolutie ook in de kunst iets van belang te hebben veranderd: de jury van de <i>Salon<\/i> is afgeschaft, iets waarvoor Gautier in het verleden meermalen heeft gepleit. Niet zo verbazingwekkend is daarom\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 124]<\/div><p>zijn enthousiasme. Eindelijk vrijheid, vrijheid voor iedereen, en Gautier moedigt elke kunstenaar aan zijn droom te verbeelden, zijn gedachten in een verhaal te vangen, zijn gevoelens uit te drukken en zelfs zijn meest bizarre voorkeuren en fantasie\u00ebn te bevredigen, \u2018zonder valse schaamte, met de oprechtheid van de vrije mens\u2019. \u2018Kunstenaars\u2019, roept hij uit, \u2018nooit was het ogenblik zo mooi\u2019, en dan volgt een verrassende lofzang op de 19<sup>e<\/sup> eeuw, \u2018die grote 19<sup>e<\/sup> eeuw, het mooiste tijdperk dat de menselijke soort heeft gezien sinds de verliefde aarde haar baan om de zon draait. Wees de tijd waardig, waarin het genie van de mens de duur, de ruimte en de smart heeft afgeschaft en de stoom, het ijzer, het licht en de elektriciteit laat werken als slaven\u2019. Zullen we weldra niet \u2018als goden\u2019 zijn, vraagt hij zich af. \u2018Eindelijk nemen we bezit van onze planeet. De krachten van de natuur behoren ons toe: weldra zal zij geen geheimen meer voor ons hebben\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De kunst mag hierbij niet achterblijven, opdat de alom geprezen eeuwen van Pericles, Leo <span class=\"small-caps\">x<\/span> en Louis <span class=\"small-caps\">xiv<\/span> door het heden zullen worden overtroffen. \u2018Kan een groot en vrij volk niet meer voor de kunst betekenen dan een stadje in Attica, een paus en een koning?\u2019 Aan de slag dus, want \u2018alle antieke mythen moeten worden vernieuwd. De oude emblemen betekenen niets meer. Met alle middelen moeten we een groot symbolisme cre\u00ebren dat beantwoordt aan de idee\u00ebn en behoeften van onze tijd, theologisch, politiek en allegorisch\u2019. Dat klinkt opeens heel anders. Want waar is de voorheen zo provocerend ge\u00ebtaleerde nutteloosheid van de kunst gebleven? Wat is er met Gautiers <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>-credo gebeurd?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het feuilleton van 26 april blijkt dat zich te hebben teruggetrokken in de \u2018ezelschilderkunst\u2019, die Gautier afzondert van wat hij de \u2018monumentale schilderkunst\u2019 noemt. Die laatste schilderkunst wordt beslist <i>niet<\/i> om zichzelfs wille bedreven, en daaraan is de rest van zijn feuilleton gewijd. Kennelijk heeft Gautier over de in zichzelf besloten, alleen zichzelf dienende \u2018ezelschilderkunst\u2019 niets naders te melden. Hij droomt daarentegen van grootse collectieve inspanningen om alle monumenten van Parijs met ornamenten te vernieuwen; zij zullen \u2018de nieuwe religie die vrijheid heet\u2019 uitdragen. Een eerste begin is al gemaakt met het Panth\u00e9on, waar allerlei schilders onder leiding van Chenavard wandschilderingen uitvoeren die \u2018alle mythologie\u00ebn van de wereld\u2019 samenvatten<a href=\"#045\" name=\"045T\"><span class=\"notenr\">2<\/span><\/a>. Op dezelfde manier zouden alle grote gebouwen in Parijs een beurt moeten krijgen, van de Notre Dame tot en met de Chambre des d\u00e9put\u00e9s, waarvoor Gautier een \u2018Baylo-<\/p><div class=\"pb\">[p. 125]<\/div><p>nisch paleis\u2019 aan de Seine voorstelt dat nog groter zal zijn dan het Parlement van Londen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En passant meldt Gautier dat deze opdracht en deze collectieve aanpak zich niet tot de beeldende kunsten zouden moeten beperken; ook voor de literatuur is er werk aan de winkel. \u2018Lamartine en Hugo zouden het schema moeten ontwerpen voor immense nationale en cyclische gedichten, voor <i>Mahabaratta<\/i> van honderdduizend verzen, waarvan dichters die zij daartoe waardig achten de gedeelten die men hun aanwijst zullen berijmen\u2019. Zelf verklaart Gautier zich alvast bereid om desgewenst onder toezicht van de meester een \u2018bas-reli\u00ebf\u2019 of een \u2018ornamentele krul\u2019 te verzorgen in een achteraf-kapelletje van deze \u2018literaire kathedraal\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit zijn geen toevallige uitglijders meer, dit is &#8211; zonder dat het met zoveel woorden wordt gezegd &#8211; een complete herziening van Gautiers gebruikelijke standpunten. Aan de kunst wordt nu een eminent publiek belang toegekend, een onmiskenbaar <i>nut<\/i>, juist in een vrije republiek. Want die republiek, zo heeft Gautier dan al een maand eerder geschreven in zijn theater-feuilleton, zou geen voorbeeld moeten nemen aan het sobere Sparta, maar aan het luisterrijke Athene. Het moet een republiek worden waarin kunst en schoonheid geen vreemden zijn. Daarom betreurt hij het dat er bij de opera <i>La Muette de Portici<\/i> (in 1830 het startsein voor de Belgische Opstand, maar dit terzijde) zo weinig publiek in de zaal zit, en hij verdedigt de kunst als een \u2018luxe\u2019 omdat luxe, zoals in de 18<sup>e<\/sup> eeuw al door onder anderen Voltaire was betoogd, goed is voor de economie. Maar bij dit voor de gelegenheid uit het verleden opgediepte argument blijft het niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na een waarschuwing tegen een herhaling van de terreur van 1793 spreekt hij de hoop uit dat de revolutie toch vooral \u2018origineel\u2019 zal zijn en geen klakkeloze imitatie van haar grote voorganger. Om dat laatste te voorkomen zijn de kunstenaars onmisbaar. Gautier roept hen op, net als een maand later in zijn <i>Salon<\/i>-bespreking, om zich actief met de publieke zaak te bemoeien: \u2018laten zij nieuwe werken schrijven, zingen, schilderen en beeldhouwen voor een nieuwe wereld. Laat het schone het kleed zijn van het goede. Nobele gedachten laten zich makkelijk in nobele vormen vertalen: geen primitieve minachting voor kunst die verliefd is op haar eigen perfectie. Kunst bestaat door zichzelf en moraliseert slechts door haar schoonheid\u2019<a href=\"#046\" name=\"046T\"><span class=\"notenr\">3<\/span><\/a>. Ook deze formule herinnert meer aan Hugo dan aan het voorwoord\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 126]<\/div><p>bij <i>Mademoiselle de Maupin.<\/i> Gautier handhaaft de autonomie van de kunst en de literatuur, maar geeft tegelijk aan de kunst zo&#8217;n morele zin, dat ook een vrije republiek het moeilijk zonder haar kan stellen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op 20 maart spreekt hij zelfs van een \u2018recht\u2019 op kunst, \u2018even nuttig als het kiesrecht\u2019, na te hebben bericht dat de directeur van het <i>The\u00e2tre Fran\u00e7ais<\/i> (door de revolutie herdoopt tot <i>The\u00e2tre de la R\u00e9publique<\/i>) de toegangsprijzen heeft gehalveerd. Nu kan ook een \u2018eerlijk handwerkergezin\u2019 het zich permitteren om \u2018hart en geest op te halen door de antieke en moderne meesterwerken te beluisteren: de aristocratie bestaat niet meer voor de genietingen van het verstand\u2019. En hoe verrassend, Gautier juicht dat toe: \u2018Men moet de massa&#8217;s het gevoel voor de kunst geven, zonder dat zijn naties niet meer dan menigten die door sombere stromen naar de afgrond van de vergetelheid worden gevoerd; het schone heeft een geweldige morele kracht; zijn verleiding bereikt geesten die het goede all\u00e9\u00e9n onverschillig zou hebben gelaten\u2019<a href=\"#047\" name=\"047T\"><span class=\"notenr\">4<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het enige wat nog aan de oude Gautier herinnert is dat het wel op niveau moet gebeuren. Zijn pleidooi voor wat je met recht een \u2018ge\u00ebngageerde\u2019 kunst en literatuur mag noemen, is niet populistisch. Kunstenaars en dichters zijn bij hem pedagogen, die het volk moeten verheffen. Wanneer een toneelschrijver het publiek naar de mond praat, komt hem dat op een strenge berisping te staan. Dat dichters zich door de \u2018grote gebeurtenissen van het moment\u2019 laten inspireren is geen enkel bezwaar, maar een \u2018baatzuchtig appel aan de hartstochten van de massa\u2019 stuit hem tegen de borst<a href=\"#048\" name=\"048T\"><span class=\"notenr\">5<\/span><\/a>, terwijl een toneelstuk met een revolutionaire inhoud dat niets revolutionairs heeft \u2018vanuit het oogpunt van de kunst\u2019, evenmin op instemming kan rekenen. Wanneer om commerci\u00eble redenen de theaterdirecteuren mochten weigeren echte dichters een kans te geven om over \u2018nationale onderwerpen\u2019 te schrijven, dan zouden er door de overheid gesubsidieerde theaters moeten komen, stelt Gautier voor. Zo belangrijk vindt hij het kennelijk dat het volk niet verstoken blijft van de ware kunst, die met \u2018grootse idee\u00ebn\u2019 en \u2018mooie voorbeelden\u2019 de ziel veredelt<a href=\"#049\" name=\"049T\"><span class=\"notenr\">6<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In Nederland vielen zulke geluiden nog niet zo lang geleden te vernemen in sociaal-democratische kring, maar dat is voor Gautier in 1848 een stap te ver. Het <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>-idealisme mag dan verdwenen zijn, wat ervoor in de plaats komt heeft niets van doen met socialisme of wat daar destijds\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 127]<\/div><p>voor doorging. Integendeel, voor de kunstenaars eist Gautier een plaats op die hij uitdrukkelijk gelijkstelt aan die van een <i>aristocratie.<\/i> In een opmerkelijk artikel van 28 juli keert hij zich tegen de \u2018gelijkheid der afgunstigen\u2019. Daarmee lijkt hij juist de socialisten op het oog te hebben, aan wier propaganda menigeen de arbeidersopstand (naar aanleiding van het sluiten van de \u2018ateliers nationaux\u2019) toeschreef, die eind juni op uiterst harde en bloedige wijze was neergeslagen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gelijkheid voor de wet en gelijke kansen &#8211; geen probleem, maar echte, materi\u00eble gelijkheid acht Gautier onmogelijk. Een zekere ongelijkheid is nooit te vermijden. \u2018Onder de mensen zal altijd een aristocratie bestaan die geen enkele republiek kan opheffen, die van de dichters; onder dichter verstaan wij niet alleen hen die verzen rijmen, maar wij voeren deze naam terug tot zijn mooie Griekse betekenis &#8211; zij die maken en cre\u00ebren. De veroveraar, de kunstenaar, de wetgever, de geleerde, zij allen zijn dichters, wanneer ze een idee, een vorm, een waarheid, een feit hebben gevonden; rond deze stralende middelpunten houdt de rest van de mensheid zich in evenwicht en cirkelt zij met hetzelfde dwingende plezier als een satelliet rond zijn planeet\u2019<a href=\"#050\" name=\"050T\"><span class=\"notenr\">7<\/span><\/a>. Het is een ruime, maar in de romantiek niet ongebruikelijke opvatting van het dichterschap, die Gautier zich hier heeft eigen gemaakt. Het Griekse <i>\u03c0\u03bf\u03b9\u03b7\u03c4\u1f75\u03c3<\/i> betekent maker, schepper, uitvinder &#8211; dus \u2018po\u00ebzie\u2019 vormt letterlijk de kern van elke creatie, op welk terrein dan ook.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het artikel blijken deze \u2018dichters\u2019 de drijvende krachten achter de vooruitgang te zijn. En zie, ook met de vooruitgang heeft Gautier in 1848 geen moeite meer. Hij is overtuigd geraakt van de toenemende \u2018emancipatie\u2019 van de mens: eerst waren er slaven, toen lijfeigenen, nu zijn er proletari\u00ebrs, maar ook die zullen zich uiteindelijk bevrijden &#8211; dankzij de creatieve inspanningen van de \u2018dichters\u2019. De \u2018slavernij\u2019 van de arbeid zal immers in de nabije toekomst worden overgenomen door de \u2018machine\u2019, een geloof dat Gautier deelde met de meeste utopisten van zijn tijd, inclusief Karl Marx. De vrije tijd die daardoor ontstaat, zal ten goede komen aan de geest &#8211; en aan de kunst. Gautier: \u2018De mens zal zich nog alleen bezig houden met dat wat denken, voelen of grilligheid vereist, met alles wat, onder de onmiddellijke magnetisering van de hand, zijn impressie direct van het brein moet ontvangen. De kunst zal zich veralgemeniseren tot een punt dat men zich niet kan voorstellen en haar stempel drukken op een massa producten\u2019<a href=\"#051\" name=\"051T\"><span class=\"notenr\">8<\/span><\/a>.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 128]<\/div>\r\n<p>Dat laatste was een stokpaardje van Gautier. Ook al v\u00f3\u00f3r 1848 placht hij zich erover te beklagen dat de moderne beschaving zo \u2018lelijk\u2019 was, in het bijzonder alles wat de industrie produceerde &#8211; geen wonder dat kunstenaars en dichters er de pest aan hadden. Wat deze producten ontbreekt is \u2018het kleed van de vorm, de opperhuid, om zo te zeggen: het zijn slechts ontvilden met de zenuwen, de spieren, de aderen en de slagaderen, in een afschuwelijke bloederige wirwar, open en bloot.\u2019<a href=\"#052\" name=\"052T\"><span class=\"notenr\">9<\/span><\/a> Als de kunst zich er w\u00e8l mee bezig hield, dan zou dit bezwaar verholpen kunnen worden. Gautier schreef het artikel waaruit dit citaat afkomstig is in 1844. In augustus 1848 herhaalt hij zijn klacht, met een krachtig pleidooi (onder de titel van het artikel, \u2018Plastique de la civilisation\u2019, had hij een heel boek willen schrijven) aan het adres van de kunstenaars om het werk van de technici te voltooien door de industri\u00eble lelijkheid van een mooie \u2018opperhuid\u2019 te voorzien<a href=\"#053\" name=\"053T\"><span class=\"notenr\">10<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar de belofte dat de kunst zich op een nog niet eerder vertoonde wijze zou \u2018veralgemeniseren\u2019 (<i>g\u00e9n\u00e9raliser<\/i>) omvat naar men mag aannemen toch wel wat meer dan alleen een artistiek verantwoorde vormgeving. De suggestie is er een van een algehele esthetisering van het bestaan, dankzij de vooruitgang, die nog eens uitdrukkelijk door Gautier in de armen wordt gesloten: \u2018Er mag geen twijfel over bestaan dat wij de beschaving aanvaarden zoals zij is, met haar spoorwegen, haar stoomboten, haar machines\u2019 etc<a href=\"#054\" name=\"054T\"><span class=\"notenr\">11<\/span><\/a>. Op 25 september blijkt hij zelfs wild enthousiast te zijn over de ballonvaart. Als men er eindelijk in zou slagen deze luchtschepen deugdelijk te besturen, dan zou dat terstond de \u2018aanblik van de wereld\u2019 veranderen en het \u2018rijk van de vrijheid\u2019 een geweldige stap voorwaarts helpen. In de verre toekomst ziet hij ook de ruimtevaart al in zicht komen, nadat eerst iedereen zijn eigen luchtballon zal hebben gekregen<a href=\"#055\" name=\"055T\"><span class=\"notenr\">12<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Helaas blijft in het midden wat die in het vooruitzicht gestelde esthetisering precies inhoudt, tenzij Gautier inderdaad de hele beschaving en haar producten, mits artistiek aangekleed, eronder zou verstaan, iets waartoe zijn ruime &#8211; \u2018Griekse\u2019 &#8211; opvatting van het dichterschap enige aanleiding geeft. Dat zijn houding overigens niet helemaal vrij is van ambivalentie, blijkt uit\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 129]<\/div><p>een artikel van september 1851 over zijn bezoek aan de wereldtentoonstelling in Londen. Plotseling is hij weer als vanouds vervuld van afschuw jegens \u2018die bende koperen en stalen monsters, mastodonten en mammoeten van de industrie\u2019 &#8211; totdat hij zich herinnert (hij was het blijkbaar even vergeten) dat de machines de mens van de arbeidsplicht zullen verlossen. Waarna alsnog een lofzang volgt, vergezeld van de verzekering \u2018dat wij, midden in een eeuw, de grootste die de evolutie der tijden heeft voortgebracht, geen elegisch-romantisch gekreun zullen slaken; ofschoon kunstenaar, begrijpen wij de schoonheid van ons tijdperk, ook al heeft de fantasie ons vaak in de richting geduwd van de barbaarse tijden en landen waar de lokale individualiteit van de mens nog bestaat\u2019<a href=\"#056\" name=\"056T\"><span class=\"notenr\">13<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gautier, v\u00f3\u00f3r februari 1848 gespecialiseerd in zulk \u2018elegisch-romantisch gekreun\u2019, waagt zich in december 1851 aan een uitvoerige verkenning van het toekomstige Parijs, waarbij hij ook een politieke voorspelling doet. In de toekomst zal de politiek zich volledig concentreren in de persoon van de \u2018chef, gekozen door de natie\u2019; hij zal \u2018de mooiste, de intelligentste en de sterkste man van zijn koninkrijk [zijn], zodat hij, superieur in alles aan allen, door iedereen hartstochtelijk gehoorzaamd zal worden\u2019. Wat er komen gaat, aldus Gautier, is door de meeste mensen niet te bevroeden, maar wel door de dichters, beschikkend over \u2018dat innerlijke oog waarmee zij in de toekomst kunnen kijken\u2019. In dit geval was een blik over de schouder echter voldoende geweest. Gautiers artikel stamt namelijk van na de staatsgreep van 2 december 1851, toen Louis Napol\u00e9on Bonaparte zijn presidentschap omzette in een ongrondwettelijke dictatuur. De \u2018gekozen chef\u2019 die Gautier voorspelde, was er dus al. Wel vooruitziend bleek hetgeen hij schrijft over de <i>manier<\/i> waarop deze \u2018chef\u2019 de liefde van zijn volk moest zien te bewaren: door dat volk permanent te confronteren met \u2018het schouwspel van de plastische vormen van de macht\u2019<a href=\"#057\" name=\"057T\"><span class=\"notenr\">14<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In hoeverre we het perspectief van zo&#8217;n autoritaire spektakelmaatschappij \u00f3\u00f3k mogen opvatten als een nadere invulling van de esthetische \u2018veralgemenisering\u2019 die hij drie jaar tevoren had aangekondigd, moet een vraag blijven. Want na de staatsgreep, Louis Napoleons \u201818<sup>e<\/sup> Brumaire\u2019 (een jaar later gevolgd door de proclamatie van het Tweede Keizerrijk), horen we Gautier er niet meer over. Zoals we hem \u00fcberhaupt niet meer zullen horen over enig politiek of maatschappelijk belang voor de kunst en de literatuur.\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 130]<\/div><p>Voortaan luidt het parool weer: <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>, en niets daarnaast of daarbuiten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wanneer in 1852 voor het eerst sinds vele jaren een dichtbundel van hem uitkomt (<i>\u00c9maux et cam\u00e9es<\/i>), begint die met een sonnet, \u2018Pr\u00e9face\u2019 getiteld, waarin Gautier zijn eigen houding tijdens de revolutie van 1848 vergelijkt met die van Goethe tijdens de Napoleontische oorlogen. Goethe schreef destijds zijn <i>West\u00f6stliche Divan<\/i>, hij zijn <i>\u00c9maux et cam\u00e9es<\/i> &#8211; \u2018sans prendre garde \u00e0 l&#8217;ouragan \/ qui fouettait mes vitres ferm\u00e9es\u2019<a href=\"#058\" name=\"058T\"><span class=\"notenr\">15<\/span><\/a>. Deze dichterlijke leugen was meer dan een afsluiting van zijn verrassende romantische \u2018engagement\u2019, zij was een verkapte poging om dat engagement achteraf uit te wissen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Opportunisme en escapisme<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Wat was er in 1848 met Gautier gebeurd? Handelde hij in een roes? Revoluties hebben het merkwaardige vermogen om zelfs de meest bezonnen karakters uit het lood te slaan. Had Gautier zich laten meeslepen door de grootse gebeurtenissen die sinds februari hadden plaatsgevonden? Eigenlijk is daar, op enkele retorische hyperbolen in zijn artikelen na, niets van te bespeuren. In zijn &#8211; helaas schaarse &#8211; brieven uit deze periode vinden we geen spoor van plotseling ontvlamde geestdrift voor revolutie, volk of vaderland. Aan zijn bezorgde moeder, die net buiten Parijs woonde, schrijft hij eind februari dat de revolutie \u2018compleet voorbij\u2019 is, zij kan hem rustig komen bezoeken en hoeft volgens haar zoon niet bang te zijn dat ze haar \u2018dwars over de straat zullen leggen om een barricade te maken\u2019<a href=\"#059\" name=\"059T\"><span class=\"notenr\">16<\/span><\/a>. Ook lezen we iets over schuldverklaringen die in minder geduldige handen terecht zijn gekomen. Dat laatste moeten we wel serieus nemen, want Gautier kwam altijd geld tekort zonder zijn uitgaven daaraan aan te passen. Was opportunisme misschien zijn belangrijkste motief?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Onder de Juli-monarchie was hij niet te beroerd geweest om een gedicht (\u2018Le 28 Juillet\u2019, in 1840 gepubliceerd in <i>Le Moniteur universel<\/i>, de regeringskrant bij uitstek) te schrijven waarin de gevallenen van de revolutie van 1830 werden gekoppeld aan de geboorte van een kleinzoon van de koning, al lezen we in een brief wel dat deze 200 verzen hem meer moeite hadden gekost dan zijn hele dichtbundel <i>La com\u00e9die de la mort<\/i> uit 1838<a href=\"#060\" name=\"060T\"><span class=\"notenr\">17<\/span><\/a>. De bedoe-<\/p><div class=\"pb\">[p. 131]<\/div><p>ling was dat ze hem het <i>L\u00e9gion d&#8217;Honneur<\/i> zouden opleveren, maar dat gebeurde pas twee jaar later, nadat hij zitting had genomen in een overheidscommissie die de opdracht had te bedenken welk grafmonument er voor de in 1839 van Sint-Helena teruggekeerde \u2018as\u2019 van Napoleon moest worden opgericht. Onder het Tweede Keizerrijk zou Gautier schaamteloos de lof zingen van de pas geboren <i>prince imp\u00e9riale<\/i> en van de keizerin. Beide gedichten verschenen &#8211; resp. in 1856 en 1865 &#8211; wederom in <i>Le Moniteur Universel<\/i>, waarvoor Gautier in 1855 na bijna twintig jaar trouwe dienst <i>La Presse<\/i> en \u00c9mile de Girardin in de steek had gelaten. Hij eindigde zijn journalistieke carri\u00e8re dus als \u2018offici\u00ebel\u2019 criticus en frequenteerde, samen met andere <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>-adepten als Flaubert en de gebroeders de Goncourt, de salon van Napoleons nicht Mathilde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu is er geen enkele reden om hem dit alles kwalijk te nemen. Niemand kan Gautier verwijten dat hij door de machthebbers te vleien tegen zijn eigen politieke beginselen zondigde, want, zoals hij luidkeels placht te verkondigen, die beginselen had hij niet. Hoogstens ging hij in tegen zijn overtuiging dat po\u00ebzie, wilde zij deugen, geen enkel nut mocht hebben. Aan de andere kant wijst niets erop dat hij aan deze gelegenheidsgedichten meer dan een zekere technische kwaliteit toekende. Moeten we op soortgelijke manier zijn pleidooien in 1848 voor het maatschappelijke belang van kunst en literatuur beoordelen &#8211; als niet veel meer dan tegemoetkomingen aan de revolutionaire tijdgeest, bedoeld om thuis de kachel brandende te houden en geen gedonder te krijgen?<a href=\"#061\" name=\"061T\"><span class=\"notenr\">18<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het heeft er de schijn van, zeker als we zien wat Gautier op 20 november 1863 per brief aan zijn collega-criticus Sainte-Beuve bekent: \u2018<i>Fortunio<\/i> is het laatste werk waarin ik vrijelijk mijn ware gedachte heb uitgedrukt\u2019<a href=\"#062\" name=\"062T\"><span class=\"notenr\">19<\/span><\/a>. In de krant, waar bijna al zijn latere werk terechtkwam voordat het in boekvorm werd uitgegeven, zou dat dus niet zijn gebeurd. Daar hield hij blijkbaar al-<\/p><div class=\"pb\">[p. 132]<\/div><p>tijd rekening met wat zijn lezers van hem verwachtten. Ook in 1848? Laten we, alvorens deze vraag te beantwoorden, eens nader bezien wat die lezers als gevolg van Gautiers journalistieke behoedzaamheid of opportunisme nu precies werd onthouden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In <i>Fortunio<\/i>, een lange novelle of korte roman, die overigens ook eerst als feuilleton (28 mei &#8211; 24 juni 1837) in de krant was verschenen, toen nog onder de titel <i>L&#8217;Eldorado<\/i>, vertelt Gautier een verhaal dat inderdaad niet makkelijk te rijmen is met het leven in de journalistieke tredmolen, tenzij als compensatiedroom. De hoofdpersoon Fortunio wordt op zeker moment daadwerkelijk getypeerd als een \u2018droom\u2019 en \u2018geen mens\u2019<a href=\"#063\" name=\"063T\"><span class=\"notenr\">20<\/span><\/a>, iemand wiens geheim iedereen in de Parijse salons, waar hij als uit het niets is opgedoken, wel zou willen doorgronden. Een doortastende dame, een zekere Musidora, slaagt daarin, al moet zij dat &#8211; na op hem verliefd te zijn geworden &#8211; uiteindelijk met de dood bekopen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Fortunio blijkt een aristocraat te zijn, die in India van een schatrijke oom een strikt anti-autoritaire opvoeding heeft ontvangen. \u2018Als alle verwende kinderen, werd Fortunio een superieur mens; hij had zijn ondeugden, maar ook zijn kwaliteiten\u2019. Vooral beschikt hij, op grond van zijn onmetelijke rijkdom, over een welhaast bovenmenselijke macht, al zijn wensen worden prompt vervuld en van de wet hoeft hij zich niets aan te trekken. Hij heeft er ook amper weet van, want zijn oom had hem nooit lastig gevallen met god of gebod; de natuur had met hem ongestoord haar gang kunnen gaan: \u2018Fortunio bleef zoals God hem gemaakt had\u2019<a href=\"#064\" name=\"064T\"><span class=\"notenr\">21<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor zo&#8217;n verfijnde natuurmens is in de beschaafde moderne wereld uiteraard geen plaats, tenzij met heel veel kunst en vliegwerk. Dat is de paradox die Gautier zijn lezers voorhoudt: alleen in een strikt artifici\u00eble omgeving kan de natuur zichzelf blijven. In India hield Fortunio er openlijk een harem op na en 500 slaven, met wie hij kon doen wat hij wilde. In Parijs ziet hij zich gedwongen een heel huizenblok op te kopen en dat van binnen, zonder dat iets daarvan naar buiten komt, te veranderen in een oosters paleis, compleet met harem en slaven, een reusachtige serre vol tropische planten, bloemen en vogels, besproeid met kunstmatige regen, en gasverlichting ter vervanging van de zon. Omdat het uitzicht ontbreekt, zijn overal \u2018diorama&#8217;s\u2019 aangebracht waarop naar believen beelden van Napels, Veneti\u00eb, de Alpen of een Aziatisch landschap kunnen verschijnen. In dit werkelijkheid geworden illusiepaleis leeft Fortunio letterlijk als God in\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 133]<\/div><p>Frankrijk of zoals Gautier het uitdrukt: als \u2018een rat in een Hollandse kaas\u2019. Wanneer hij niet als een dandy de Parijse <i>monde<\/i> fascineert, trekt Fortunio zich terug in dit verborgen \u2018El Dorado\u2019: \u2018Hij bracht er hele dagen door in volstrekte onbeweeglijkheid, zittend op een stapel tegels en zijn voeten rustend op een van zijn vrouwen, terwijl hij nonchalant de blauwige rookspiralen van zijn hooka (waterpijp) nakeek\u2019<a href=\"#065\" name=\"065T\"><span class=\"notenr\">22<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit beeld (dat een bladzijde verder een droom wordt genoemd, \u2018een droom van een dichter, uitgevoerd door een po\u00ebtische miljonair, iets wat even zeldzaam is als een miljonair-po\u00ebet\u2019) was niet nieuw voor Gautier; we komen het, met verwaarloosbare variaties, ook al tegen in <i>Mademoiselle de Maupin<\/i>, wanneer de hoofdpersoon D&#8217;Albert zich z\u00edjn \u2018El Dorado\u2019 voorstelt: een groot vierkant gebouw zonder vensters, met slechts op de binnenplaats een opening naar boven; onder de arcaden komen negers met gouden enkelbanden en blanke diensters met manden of amforen voorbij, terwijl hij zelf als heer des huizes, bewegingloos en stilzwijgend, onder een magnifiek baldakijn is gezeten, \u2018omringd door stapels kussens, een grote tamme leeuw onder zijn elleboog, de naakte borsten van een jonge slavin als bankje onder zijn voet, en opium rokend uit een grote pijp van jade\u2019<a href=\"#066\" name=\"066T\"><span class=\"notenr\">23<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit beeld of deze droom, een symbool welbeschouwd van het kunstwerk volgens <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>, heeft schoolgemaakt. We zien het terugkeren bij Baudelaire, in het schitterende sonnet \u2018La vie ant\u00e9rieure\u2019, zij het met dit verschil dat het huis in Baudelaire&#8217;s gedicht in het antieke verleden staat en zich dus nog vensters kan permitteren. Ook laat het zich herkennen in de \u2018decadente\u2019 roman <i>\u00c0 rebours<\/i> (1884) van Joris-Karl Huysmans, waarvan de hoofdpersoon Des Esseintes, laatste telg van een adellijk geslacht, zich in een vergelijkbaar kunstmatige wereld heeft teruggetrokken uit afkeer van de moderne beschaving. Een ander verschil, zowel met Huysmans als met Baudelaire, is dat bij hen elke positieve verwijzing naar de natuur en het natuurlijke ontbreekt. Wel zou men in het feit dat Des Esseintes zijn artifici\u00eble retraite niet kan volhouden omdat zijn lichaam protesteert (hij moet uiteindelijk ook kunstmatig worden gevoed en ontlast), de <i>wraak<\/i> van de natuur kunnen zien &#8211; iets wat aan Huysmans&#8217; roman een intrigerende ambivalentie verleent.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gautier is op het eerste gezicht minder ambivalent; hij verlustigt zich simpelweg aan zijn dromen. Tegen de Goncourts duidde hij zichzelf en de zijnen, met een impliciete verwijzing naar de onbedorven natuur, aan als\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 134]<\/div><p>\u2018primitieven\u2019 vol nostalgie naar andere landen en tijden; daaruit bestond hun \u2018exotisme\u2019, dat hen onderscheidde van bijna al hun land- en tijdgenoten<a href=\"#067\" name=\"067T\"><span class=\"notenr\">24<\/span><\/a>. In <i>Mademoiselle de Maupin<\/i> laat Gautier dit exotisme vertolken door D&#8217;Albert: \u2018Ik ben een mens van de Homerische tijden. De wereld waarin ik leef is de mijne niet en ik snap niets van de maatschappij die mij omringt. Christus is niet voor mij gekomen; ik ben even heidens als Alcibiades en Phydias\u2019<a href=\"#068\" name=\"068T\"><span class=\"notenr\">25<\/span><\/a>. Sinds het christendom de wereld in zijn \u2018lijkwade\u2019 heeft gewikkeld, ontbreken gevoel voor schoonheid, sensibiliteit en esthetisch genot, behalve in de \u2018droom\u2019 van het kunstwerk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Helaas slaagt D&#8217;Albert er niet in om van zijn droom werkelijkheid te maken. En daarom is het \u2018Onmogelijke\u2019 h\u00e9t object van zijn verering geworden. Onder het motto \u2018Alles wat ik kan doen heeft voor mij niet de minste attractie\u2019 verliest alleen dat wat buiten zijn bereik ligt niet z&#8217;n aantrekkingskracht. D&#8217;Alberts voorbeelden zijn navenant, want wie zou hij willen navolgen? Beruchte antieke \u2018levensgenieters\u2019 als Tiberius, Caligula en Nero. Het is dit per definitie niet te bevredigen verlangen dat hem, hoe jong hij ook is, uitput: \u2018Oh, ik geloof dat ik wel honderdduizend eeuwen van het niets nodig heb om te bekomen van de vermoeienis van deze twintigjaar\u2019<a href=\"#069\" name=\"069T\"><span class=\"notenr\">26<\/span><\/a>. Het gevolg is een pessimisme en een nihilisme van kosmische proporties: \u2018Alles is onverschillig voor alles, en alles leeft of vegeteert volgens zijn eigen wet. Of ik dit doe of dat, of ik leef of sterf, of ik lijd of geniet, of ik veins of eerlijk ben, wat kan dat de zon schelen of de suikerbieten of zelfs de mensen? (&#8230;) Vergetelheid en Niets, dat is de hele mens\u2019<a href=\"#070\" name=\"070T\"><span class=\"notenr\">27<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als een Prediker zonder God en een Pascal zonder gok wrijft Gautier zichzelf (en de mens in het algemeen) zijn eigen eindigheid in. Bijvoorbeeld in het zeer sombere \u2018T\u00e9n\u00e8bres\u2019 uit de dichtbundel <i>La com\u00e9die de la mort<\/i> (1838). Gautier kondigt het einde van de wereld aan, te beginnen met de \u2018dood\u2019 van het eigen hart bij de dichter die als een \u2018stiefkind\u2019 van de natuur enkel mislukkingen oogst. Een onspectaculair, gemankeerd leven is het lot van zo&#8217;n <i>po\u00e8te maudit avant la lettre<\/i>:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Puisque rien ne vous veut, pourquoi donc tout vouloir;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Quand il vous faut mourir, pourquoi donc vouloir vivre,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Vous qui ne croyez et n&#8217;avez pas d&#8217;espoir?\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n<div class=\"pb\">[p. 135]<\/div>\r\n<p>Vergeefs haakt hij naar zijn \u2018verre Eldorado\u2019 of naar zijn \u2018steen der wijzen\u2019. Droom en daad (<i>r\u00eave<\/i> en <i>action<\/i>) laten zich maar bij heel weinigen verenigen \u2018in onze noodlottige tijd\u2019. Een nieuwe Zondvloed is op komst, maar ditmaal een Zondvloed \u2018zonder Ark\u2019, terwijl de wateren zullen bestaan uit \u2018de tranen en het bloed van de mensen\u2019. Van God heeft de mensheid niets meer te verwachten, of het moest een \u2018wreed lachje\u2019 zijn. Alleen een \u2018nieuwe god\u2019 zou de wereld nog kunnen redden. Maar fiducie heeft Gautier er niet in:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Voici bien deux mille ans que l&#8217;on saigne l&#8217;Agneau;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Il est mort \u00e0 la fin, et sa gorge \u00e9pin\u00e9e<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">N&#8217;a plus assez de sang pour teindre le couteau.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Le Dieu ne viendra pas. L&#8217;\u00c9glise est renvers\u00e9e\u2019<a href=\"#071\" name=\"071T\"><span class=\"notenr\">28<\/span><\/a>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De secularisering lijkt hier als de bron van alle ellende te worden aangewezen. Nietzsches \u2018dood van God\u2019 was al een ervaring van de romantici, en een pijnlijke. Ook bij Gautier, daar doet zijn enthousiasme voor de heidense levenslust niets aan af. In het gedicht \u2018Th\u00e9ba\u00efde\u2019 (eveneens uit <i>La com\u00e9die de la mort<\/i>) krijgt het \u2018kritische spook\u2019 (<i>spectre critique<\/i>) de schuld. Dat wijst misschien op enige saint-simonistische invloed, aangezien Saint-Simon een onderscheid maakte tussen destructieve <i>kritische<\/i> tijdperken en constructieve <i>organische<\/i>, maar er kan natuurlijk ook sprake zijn van het normale romantische gefoeter op de Verlichting en haar alles ontluisterende wetenschap en criticisme.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dezelfde klachten zijn te vernemen in een wat ouder gedicht uit 1831, een \u2018Ode\u2019 opgedragen aan de jonge beeldhouwer Jean (J\u00e9han) Duseigneur:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Oh! Mon Jean Duseigneur, que le si\u00e8cle o\u00f9 nous sommes<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Est mauvais pour nous tous, oseurs et jeunes hommes,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Religieux de l&#8217;art que l&#8217;on nous a g\u00e2t\u00e9!<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">L&#8217;on ne croit plus \u00e0 rien; le stylet du sarcasme<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">A tu\u00e9 tout amour et tout enthousiasme;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Le pr\u00e9sent est d\u00e9senchant\u00e9.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 136]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">L&#8217;on cherche, l&#8217;on raisonne; au fond de chaque chose<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">On fouille avidement, jusqu&#8217;\u00e0 trouver la prose,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Comme si l&#8217;on voulait se prouver son n\u00e9ant.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Tout est gr\u00eale et mesquin dans cette \u00e9poque \u00e9troite<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">O\u00f9 Victor Hugo seul porte sa t\u00eate droite<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Et cr\u00eave les plafonds de son crane g\u00e9ant&#8217;<a href=\"#072\" name=\"072T\"><span class=\"notenr\">29<\/span><\/a>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>In het gedicht worden ook de namen genoemd van de vrienden, van wie Duseigneur portretten in reli\u00ebf heeft gemaakt. Met hen maakte Gautier deel uit van het zogenaamde \u2018petit c\u00e9nacle\u2019. De harde kern van de strijders voor <i>Hernani<\/i> kan men er terugvinden, een jonge romantische Gideonsbende, \u2018gek van lyriek en kunst\u2019, voor wie Hugo&#8217;s voorwoord bij zijn drama <i>Cromwell<\/i> (1829) de status had van de \u2018tafelen van de wet op de berg Sina\u00ef\u2019, zoals Gautier met onmiskenbare nostalgie schrijft in zijn <i>Histoire du romantisme.<\/i> \u2018Het leek alsof het grote verloren geheim was teruggevonden, en dat was ook zo, we hadden de po\u00ebzie teruggevonden\u2019<a href=\"#073\" name=\"073T\"><span class=\"notenr\">30<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Het Rijk van de Kunst<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Als de latere avant-gardegroepen van de 20<sup>e<\/sup> eeuw cultiveerden de leden van het \u2018petit c\u00e9nacle\u2019, in de literaire geschiedschrijving gewoonlijk aangeduid als <i>petits romantiques<\/i> (met in hun gelederen, naast Gautier, onder meer de dichters G\u00e9rard de Nerval, P\u00e9trus Borel en Philoth\u00e9e O&#8217;Neddy, de illustrator C\u00e9lestin Nanteuil, de toneelschrijver Joseph Bouchardy en Balzacs latere medewerker Auguste Maquet, die zichzelf in deze jaren Augustus Mackeat noemde omdat dat \u2018gotischer\u2019 klonk) een speelse rebellie tegen het burgerlijke \u2018filistijnendom\u2019, dat men op de kast wist te jagen door naakt te kamperen, punch uit een schedel te drinken en &#8216;s nachts met dronken gelal en ketelmuziek de buurt uit de slaap te houden. In hun verhalen en gedichten speelt de \u2018zwarte humor\u2019, om met de surrealistische voorman Andr\u00e9 Breton te spreken, een navenante rol.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 137]<\/div>\r\n<p>Een kleine impressie, afkomstig uit P\u00e9trus Borels bundel \u2018immorele vertellingen\u2019 <i>Champavert<\/i> (1833): een onschuldige maagd sterft onder de guillotine, terwijl een Britse toeschouwer geestdriftig applaudisseert en <i>very well<\/i> roept, een ongelukkige dichter graaft het reeds half vergane lijkje van zijn kind op om vervolgens eerst zijn geliefde en daarna zichzelf te doorsteken en een wanhopige student stuurt, na vergeefs de beul te hebben verzocht om hem te onthoofden, een petitie naar de <i>Chambre des D\u00e9put\u00e9s<\/i> waarin hij de voordelen uiteenzet (proper en voordelig) van een nationaal zelfmoord-instituut.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De rebellie blijkt bij Borel uit een fanatieke liefde voor de vrijheid. Het republikanisme van deze dichter, die zichzelf de \u2018lycanthope\u2019 (weerwolf) noemde, moet alleen niet allereerst in politieke zin worden opgevat, want, zo lezen we in het voorwoord bij <i>Champavert<\/i>, \u2018Ik ben republikein (&#8230;) zoals een lynx het zou zijn: mijn republikanisme is lycanthopie! Als ik van republiek spreek, dan is het omdat dat woord voor mij de grootste mate van onafhankelijkheid representeert die gemeenschap en beschaving toestaan. Ik ben republikein omdat geen Cara\u00efbi\u00ebr kan zijn; ik heb behoefte aan een enorme hoeveelheid vrijheid&#8230;\u2019<a href=\"#074\" name=\"074T\"><span class=\"notenr\">31<\/span><\/a> In hetzelfde voorwoord vinden we, als afsluiter, deze stelling: \u2018In Parijs heb je twee holen, een van de dieven en een van de moordenaars; die van de dieven is de Beurs, die van de moordenaars het Paleis van Justitie\u2019<a href=\"#075\" name=\"075T\"><span class=\"notenr\">32<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nee, ingenomen met de bestaande maatschappij waren deze petits romantiques (later ook wel \u2018Bousingots\u2019 of \u2018Jeunes-France\u2019 genoemd en onder die titels bespot in de burgerlijke pers<a href=\"#076\" name=\"076T\"><span class=\"notenr\">33<\/span><\/a>) bepaald niet. Achter hun rebelse provocaties ging een bittere teleurstelling schuil over wat de revolutie van 1830 had gebracht: geen vernieuwing of regeneratie van de samenleving, maar een regering van de bourgeoisie en de <i>haute finance<\/i>, die er niet voor terugdeinsde om bij oproer en demonstraties (zeer frequent in de eerste jaren van de Juli-Monarchie) het leger met meedogenloos geweld te laten optreden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gautier was een van de petits romantiques die de deceptie in een woedend gedicht (\u2018Sonnet <span class=\"small-caps\">vii<\/span>, uit 1831) verwoordden:<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 138]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Avec ce si\u00e8cle inf\u00e2me il est temps que l&#8217;on rompe;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Car \u00e0 son front le doigt fatal a mis<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Comme aux portes d&#8217;enfer: Plus d&#8217;esp\u00e9rance! Amis,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ennemis, peuples, rois, tout vous joue et vous trompe.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">(&#8230;)<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Cependant en juillet, sous le ciel indigo,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Sur les pav\u00e9s mouvants ils ont fait des promesses<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Autant que Charles dix avait ou\u00ef de messes!<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Seule la po\u00e9sie incarn\u00e9e en Hugo<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ne nous a pas d\u00e9\u00e7us, et des palmes divines<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Vers l&#8217;avenir tourn\u00e9e ombrage nos ruines\u2019<a href=\"#077\" name=\"077T\"><span class=\"notenr\">34<\/span><\/a>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Net als in de \u2018Ode\u2019 voor Jehan Duseigneur (die ook uit 1831 stamt) en nadien in <i>Mademoiselle de Maupin<\/i> valt de ontgoocheling op &#8211; volgens Paul B\u00e9nichou, auteur van een briljante beschouwing over Gautiers werk in deze jaren, is de \u2018agressieve ontgoocheling\u2019 diens ware passie<a href=\"#078\" name=\"078T\"><span class=\"notenr\">35<\/span><\/a>. Daar is veel voor te zeggen. Maar we moeten wel beseffen dat Gautiers ontgoocheling niet steeds hetzelfde object betreft. In de gedichten uit 1831 geldt de ontgoocheling de revolutie van 1830 en ook het moderne heden (\u2018le pr\u00e9sent est d\u00e9senchant\u00e9\u2019) vergeleken met het gelovige verleden. In beide gedichten valt de po\u00ebzie, belichaamd door Hugo, daar uitdrukkelijk buiten: die po\u00ebzie doet de dichter zelfs spreken over \u2018goddelijke palmen gekeerd naar de toekomst\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Minder hoopvol is Gautier in zijn \u2018Ode\u2019, waarin van de \u2018jonge po\u00ebzie\u2019 wordt gezegd dat er niet naar haar wordt geluisterd (\u2018on ne l&#8217;\u00e9coute pas\u2019), maar dat laat het vertrouwen in de po\u00ebzie als zodanig onverlet. In hetzelfde gedicht worden niet voor niets herinneringen opgehaald aan de tijd van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 139]<\/div><p>Julius II, de tijd van Rapha\u00ebl en Michelangelo, kunstenaars die \u2018het tijdperk verblindden dat voor hen op de knie\u00ebn lag\u2019. Zo hoort het, zie je Gautier als het ware denken, en hij vervolgt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Tout dans ce beau climat offre une po\u00e9sie<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Dont, si rude qu&#8217;on soit, on a l&#8217;\u00e2me saisie.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Qui ne serait po\u00e8te en face de ce ciel&#8230;\u2019<a href=\"#079\" name=\"079T\"><span class=\"notenr\">36<\/span><\/a>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Misschien komt dit in de buurt van de algemene esthetisering die Gautier zijn lezers in 1848 in het vooruitzicht stelde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat zou dan beantwoorden aan verlangens die ook bij anderen in het \u2018petit cenacle\u2019 leefden, bijvoorbeeld bij Philoth\u00e9e O&#8217;Neddy (pseudoniem van Th\u00e9ophile Dondey) die in een ingezonden brief uit 1862 heeft verklaard dat hij en zijn vrienden \u2018droomden van het rijk van de kunst\u2019<a href=\"#080\" name=\"080T\"><span class=\"notenr\">37<\/span><\/a>. Dat sloeg niet op <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>, maar op een geloof in een andere, rechtvaardiger wereld dankzij de po\u00ebzie, zoals valt op te maken uit een gedicht in O&#8217;Neddy&#8217;s enige dichtbundel (<i>Feu et flamme<\/i>, 1833), waarin we kunnen lezen, nadat eerst de gerechtigheid of justitie (in het Frans staat: <i>justice<\/i>, wat beide kan betekenen) van vorst en volk zijn genoemd:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Est-ce qu&#8217;\u00e9pris enfin d&#8217;un plus sublime amour,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">L&#8217;homme r\u00e9g\u00e9n\u00e9r\u00e9 ne cr\u00eera un jour:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Devant l&#8217;Art-Dieu que tout pouvoir s&#8217;an\u00e9antisse.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Le po\u00e8te s&#8217;en vient; place pour sa justice?\u2019<a href=\"#081\" name=\"081T\"><span class=\"notenr\">38<\/span><\/a>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>In zijn ingezonden brief relativeert O&#8217;Neddy het wat al te apolitieke beeld dat Gautier achteraf van het petit c\u00e9nacle heeft gegeven. Bij het clubje zaten ook \u2018aanhangers van het saint-simonsime en het fouri\u00e9risme\u2019. Er zijn pogingen gedaan om van de jonge Gautier een fourierist te maken (Fourier is inderdaad de enige utopist over wie hij in het voorwoord bij <i>Mademoi-<\/i>\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 140]<\/div><p>\r\n<i>selle de Maupin<\/i> iets positiefs zegt) en tegen Maxime Du Camp zou Gautier zijn vroegere saint-simonistische sympathie\u00ebn hebben bekend. Wat daar van waar is, laat zich nu niet meer met absolute zekerheid achterhalen. Du Camp was zelf saint-simonist (en dus misschien niet helemaal onbevooroordeeld), terwijl de waardering voor Fourier eerlijk gezegd nogal dubieus uitpakt: Fourier wordt geprezen omdat hij \u2018een gek, een groot genie, een imbeciel, een goddelijke dichter nog boven Lamartine, Hugo en Byron\u2019 zou zijn &#8211; dus hoe serieus moet deze lof in zo&#8217;n ironisch betoog als dit voorwoord worden genomen?<a href=\"#082\" name=\"082T\"><span class=\"notenr\">39<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat de associatie met deze utopisten wel aangeeft, is dat we er waarschijnlijk goed aan doen, mede op gezag van O&#8217;Neddy, om in de cultus van \u2018l&#8217;Art-Dieu\u2019 van het petit c\u00e9nacle ook met een sociale en politieke dimensie rekening te houden. Net als hun grote voorbeeld Hugo, en net als Lamartine en Vigny, moeten de leden ervan de romantische po\u00ebzie hebben opgevat als een geweldige maatschappelijke kracht ter verbetering van de wereld. Dat geldt ook voor Th\u00e9ophile Gautier, die nog in 1838 in het gedicht \u2018Le triomphe de P\u00e9trarque\u2019 de Italiaanse dichter beschrijft omringd door Muzen en Grati\u00ebn, maar ook door vorsten, priesters, kooplieden, soldaten etc. De ware plaats van de dichter, kortom, is niet hoog in de \u2018ivoren toren\u2019 maar midden in de samenleving, waar hij met zijn po\u00ebzie (in navolging van de mythische zanger Amphion die zelfs de wilde dieren tot rust wist te brengen) zijn sublieme rol als vredestichter vervult<a href=\"#083\" name=\"083T\"><span class=\"notenr\">40<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat de dichter deze rol tegenwoordig niet meer kan vervullen, dat de po\u00ebzie als bron van sociale harmonie niet meer serieus wordt genomen, moet Gautier ertoe hebben gebracht om voor <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i> te kiezen. Met als motief een meervoudige \u2018agressieve ontgoocheling\u2019, om met B\u00e9nichou te spreken, ontgoocheling ten opzichte van de ongelovige moderne wereld, ten opzichte van de verraden revolutie van 1830 en in laatste instantie ook ten opzichte van de romantische po\u00ebzie, die er maar niet in slaagde haar beloften waar te maken. Dat deze laatste ontgoocheling de diepste zal zijn geweest, dat suggereert het extremisme van zijn reactie (<i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i>: een literatuur die niets meer met de wereld te maken wil hebben en nog alleen\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 141]<\/div><p>voor zichzelf kiest, omdat de wereld haar negeert) evenzeer als zijn kennelijke onvermogen of onwil om dat extremisme vol te houden, toen de geschiedenis in 1848 een nieuwe kans voor de kunst en voorde po\u00ebzie leek te cre\u00ebren. Veel meer dan opportunisme of geldnood verklaart Gautiers verborgen, verdrongen, maar nooit werkelijk verdwenen geloof in de morele en regeneratieve kracht van de po\u00ebzie zijn tijdelijke ontrouw aan <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i> in dat revolutiejaar.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En daarna? Daarna restte opnieuw de pessimistische cultus van het \u2018Onmogelijke\u2019. In zijn latere werk werd dat steeds meer een verkenning van het leven aan gene zijde van de dood. De dichter van <i>La com\u00e9die de la mort<\/i> heeft prachtige spiritistische verhalen geschreven, zoals de novelle <i>Spirite<\/i> uit 1865, over een gestorven meisje dat als geest de man bezoekt op wie ze tijdens haar leven verliefd is geworden. In <i>Spirite<\/i> en in menig soortgelijk verhaal wordt het geluk, dat niet uitblijft, pas buiten het eindige aardse bestaan gevonden. Dat kun je met recht een \u2018onmogelijkheid\u2019 noemen, het hopeloze object van D&#8217;Alberts verlangen, maar de kunst maakt het ditmaal mogelijk &#8211; als fictie, als literaire droom. Zo ziet de troost en tegelijkertijd de doodlopende straat van <i>l&#8217;art pour l&#8217;art<\/i> eruit. De pleidooien in 1848 voor de morele waarde van de schoonheid, de maatschappelijke betrokkenheid van alle kunstenaars en een recht op kunst voor het volk waren, afgezien van enig opportunisme, een serieuze poging om daaraan te ontsnappen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op voorbeeldige wijze demonstreert Gautier zo de inherente dubbelzinnigheid van de romantische of moderne literatuur in haar relatie tot de wereld, een dubbelzinnigheid die van haar autonomie het gevolg is. Sinds alle traditionele bindingen zijn verdwenen, staan er altijd twee mogelijkheden voor haar open: zij kan, volgens het principe <i>alles is kunst<\/i>, kiezen voor een totalisering of, volgens het principe <i>kunst is alles<\/i>, kiezen voor een verabsolutering van de kunst<a href=\"#084\" name=\"084T\"><span class=\"notenr\">41<\/span><\/a>. Beide principes staan lijnrecht tegenover elkaar, maar de dubbelzinnigheid zit hierin dat zij in de moderne literatuur toch allebei waar kunnen zijn, als twee zijden van dezelfde medaille.<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=heum001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Arnold Heumakers<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-044\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#044T\" name=\"044\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Salon de 1848<\/i>, te vinden op internet.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-045\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#045T\" name=\"045\"><span class=\"notenr\">2<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Over deze wandschilderingen schrijft Gautier uitvoerig in een artikel van september 1848, herdrukt in <i>L&#8217;art moderne.<\/i>\r\n<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-046\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#046T\" name=\"046\"><span class=\"notenr\">3<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Histoire de l&#8217;art dramatique en France<\/i>, V. Paris, 1859, 240-241. Deze zesdelige reeks bevat een ruime bloemlezing van Gautiers theater-feuilletons in <i>La Presse<\/i> van juli 1837 tot april 1852.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-047\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#047T\" name=\"047\"><span class=\"notenr\">4<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 243-244.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-048\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#048T\" name=\"048\"><span class=\"notenr\">5<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 239.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-049\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#049T\" name=\"049\"><span class=\"notenr\">6<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 306.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-050\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#050T\" name=\"050\"><span class=\"notenr\">7<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. ?La R?publique de l&#8217;Avenir?, <i>Le Journal<\/i>, 28 juli 1848. Herdrukt in: <i>Fusains et eaux-fortes.<\/i> Paris, 1880, 232-234.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-051\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#051T\" name=\"051\"><span class=\"notenr\">8<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 237-238.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-052\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#052T\" name=\"052\"><span class=\"notenr\">9<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. ?Pochades et paradoxes?, <i>La Presse<\/i>, 31 juli 1844. Herdrukt in: <i>Caprices et Zigzags.<\/i> Paris, 1884, 189-190.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-053\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#053T\" name=\"053\"><span class=\"notenr\">10<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. ?Plastique de la civilisation?, <i>L&#8217;?v?nement<\/i>, 8 augustus 1848. Herdrukt in: <i>Souvenirs de th??tre, d&#8217;art et de critique.<\/i> Paris, 1883, 202.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-054\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#054T\" name=\"054\"><span class=\"notenr\">11<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibid., 203.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-055\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#055T\" name=\"055\"><span class=\"notenr\">12<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. ?? propos de ballons?, <i>Le Journal<\/i>, 25 september 1848. Herdrukt in: <i>Fusains et eaux-fortes<\/i>, 262-264.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-056\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#056T\" name=\"056\"><span class=\"notenr\">13<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. ?L&#8217;Inde?, <i>La Presse<\/i>, 5-11 september 1851. Herdrukt in: <i>Caprices et Zigzags<\/i>, 246-247.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-057\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#057T\" name=\"057\"><span class=\"notenr\">14<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. ?Paris futur?, <i>Le Pays<\/i>, 20-21 december 1851. Herdrukt in: <i>Ibid.<\/i>, 331, 337.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-058\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#058T\" name=\"058\"><span class=\"notenr\">15<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier, <i>Po?sies compl?tes<\/i>, III, 3. (?zonder aandacht te schenken aan de orkaan \/ die mijn gesloten ramen geselde?)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-059\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#059T\" name=\"059\"><span class=\"notenr\">16<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Correspondance g?n?rale<\/i>, III. Paris, 1988, 324.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-060\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#060T\" name=\"060\"><span class=\"notenr\">17<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid<\/i>, I, 204. Het bewuste gedicht staat, met drie andere ?offici?le stukken?, in <i>Po?sies compl?tes<\/i>, <span class=\"small-caps\">iii<\/span>, 229 e.v.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-061\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#061T\" name=\"061\"><span class=\"notenr\">18<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Het staat wel vast (onder meer op grond van een gedwongen verhuizing naar een bescheidener woning) dat Gautier het in 1848 financieel moeilijk had, vanwege de eerder genoemde schulden die hij op korte termijn moest afbetalen en &#8211; in de zomer &#8211; vanwege de tijdelijke sluiting van <i>La Presse<\/i> op last van Cavaignac, de militaire bevelhebber van Parijs, als strafmaatregel voor een kritisch artikel. Geen krant betekende voor Gautier: geen inkomsten. Er is uit deze tijd een conceptbrief van zijn hand aan de minister van Oorlog met het verzoek om zich als kolonist in Algerije te mogen vestigen, een aanwijzing hoezeer het water hem aan de lippen moet hebben gestaan. Zie Senneville. <i>Th?ophile Gautier<\/i>, 185-187 en Gautier. <i>Correspondance g?n?rale<\/i>, <span class=\"small-caps\">iii<\/span>, 364-365.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-062\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#062T\" name=\"062\"><span class=\"notenr\">19<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gecit. bij Senneville. <i>Op. cit.<\/i>, 86.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-063\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#063T\" name=\"063\"><span class=\"notenr\">20<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Romans, contes et nouvelles<\/i>, I, 616.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-064\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#064T\" name=\"064\"><span class=\"notenr\">21<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 693, 692.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-065\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#065T\" name=\"065\"><span class=\"notenr\">22<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 715.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-066\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#066T\" name=\"066\"><span class=\"notenr\">23<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 376-377<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-067\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#067T\" name=\"067\"><span class=\"notenr\">24<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Goncourts. <i>Journal<\/i>, I, 851.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-068\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#068T\" name=\"068\"><span class=\"notenr\">25<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Romans, contes et nouvelles<\/i>, I, 368.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-069\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#069T\" name=\"069\"><span class=\"notenr\">26<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 329.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-070\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#070T\" name=\"070\"><span class=\"notenr\">27<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid.<\/i>, 375.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-071\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#071T\" name=\"071\"><span class=\"notenr\">28<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Po?sies compl?tes<\/i>, 11, 57-64. (?Omdat niets jou wil, waarom toch alles willen; \/ als je moet sterven, waarom toch willen leven, \/ jij die niet gelooft en geen hoop hebt??; ?Het is al bijna 2000 jaar dat men het Lam laat bloeden; \/ tenslotte is hij gestorven en zijn doorboorde borst \/ heeft zelfs geen bloed meer om het mes te kleuren. \/ De God komt niet. De Kerk ligt in duigen?.)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-072\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#072T\" name=\"072\"><span class=\"notenr\">29<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Ibid<\/i>, 111, 134. (?Oh, mijn beste Jean Duseigneur, wat is de eeuw waarin wij leven \/ slecht voor ons allen, durvers en jonge mannen, \/ religieuzen van de kunst die men ons heeft bedorven! \/ Niemand gelooft meer ergens in; de dolk van het sarcasme \/ heeft alle liefde gedood en elk enthousiasme; \/ het heden is ontgoocheld. \/\/ Men zoekt, men redeneert; op de bodem van alles \/ wordt naarstig gespeurd, tot men proza vindt, \/ als om de eigen nietigheid te bewijzen. \/ Alles is schraal en bekrompen in deze kleine tijd \/ waar Victor Hugo alleen zijn hoofd recht houdt \/ en met zijn reuzenschedel de plafonds doorbreekt?.)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-073\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#073T\" name=\"073\"><span class=\"notenr\">30<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Histoire du romantisme<\/i>, 2.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-074\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#074T\" name=\"074\"><span class=\"notenr\">31<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Borel. <i>Champavert.<\/i> Contes immoraux. Paris, 1985, 12.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-075\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#075T\" name=\"075\"><span class=\"notenr\">32<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibid., 19.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-076\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#076T\" name=\"076\"><span class=\"notenr\">33<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ook Gautier zou in zijn humoristische verhalenbundel <i>Les jeunes France<\/i> (1833) de spot drijven met de quasi-middeleeuwse en <i>roman noir<\/i>-achtige excessen van zijn vrienden, maar beslist niet vanuit burgerlijke zelfgenoegzaamheid, getuige <i>Mademoiselle de Maupin<\/i> van twee jaar daarna.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-077\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#077T\" name=\"077\"><span class=\"notenr\">34<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Po?sies compl?tes<\/i>, <span class=\"small-caps\">i<\/span>, 113. (?Het wordt tijd met deze schandalige eeuw te breken; \/ op zijn voorhoofd heeft de fatale vinger geschreven \/ als op de poorten van de hel: geen hoop meer! Vrienden, \/ vijanden, volkeren, vorsten, alles bedriegt en belazert jullie. \/\/ (&#8230;) In juli niettemin, onder indigoblauwe hemel, \/ op het bewegend plaveisel deden ze zoveel beloften \/ als Charles X missen liet opdragen! \/\/ Alleen de po?zie belichaamd door Hugo \/ heeft ons niet teleurgesteld, en goddelijke palmen \/ gekeerd naar de toekomst beschaduwen onze ru?nes?.)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-078\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#078T\" name=\"078\"><span class=\"notenr\">35<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>B?nichou. <i>L&#8217;?cole du d?senchantement<\/i>, 507.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-079\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#079T\" name=\"079\"><span class=\"notenr\">36<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Po?sies compl?tes<\/i>, <sup>iii<\/sup>, 136. (?Alles in dat mooie klimaat biedt een po?zie \/ waardoor de ziel, hoe grof men ook is, wordt gegrepen. \/ Wie zou geen dichter zijn oog in oog met die hemel..?)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-080\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#080T\" name=\"080\"><span class=\"notenr\">37<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>O&#8217;Neddy (ps. Van Th?ophile Dondey). <i>Lettre in?dite<\/i>, te vinden op internet.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-081\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#081T\" name=\"081\"><span class=\"notenr\">38<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>O&#8217;Neddy. ?Nuit premi?re?. <i>Feu et flamme.<\/i> Paris, 1926, 14. (?Zal dan, eindelijk bevangen door een verhevener liefde, \/ de herboren mens op een dag niet roepen: \/ Laat alle macht, voor de God van de Kunst, zich doden. \/ De dichter komt er aan; ruim baan voor zijn gerechtigheid??)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-082\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#082T\" name=\"082\"><span class=\"notenr\">39<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zie Hambly. ?Th?ophile Gautier et le fouri?risme? in: <i>Australian Journal of French Studies<\/i>, <span class=\"small-caps\">xi<\/span>, 1974, p. 210-236, Du Camp. <i>Souvenirs litt?raires<\/i>, II. Paris, 1882, 27 en Gautier. <i>Romans, contes et nouvelles<\/i>, I, 233.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-083\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#083T\" name=\"083\"><span class=\"notenr\">40<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gautier. <i>Po?sies ?ompl?tes<\/i>, 76-81. Wat Gautier hier aan Amphion toedicht wordt gewoonlijk over Orpheus verteld. Beide namen staan van oudsher voor de beschavingstichtende functie van de po?zie in de oertijd.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-084\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#084T\" name=\"084\"><span class=\"notenr\">41<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zie hierover ook Heumakers. ?Aesthetic autonomy and literary commitment. A pattern in nineteenth-century literature?. In Van Heusen en Korthals Altes (eds.) <i>Aesthetic autonomy. Problems and perspectives.<\/i> Leuven, Paris, Dudley, MA, 2004.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 123] Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#8217;art pour l&#8217;art (Wat vooraf ging &#8211; De doctrine van l&#8217;art pour l&#8217;art, de meest extreme consequentie van de esthetische autonomie die aan het eind van de 18e eeuw werd uitgevonden, duikt voor het eerst op bij&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-304662","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Arnold Heumakers  El Dorado met en zonder vensters II  Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#039;art pour l&#039;art &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Arnold Heumakers  El Dorado met en zonder vensters II  Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#039;art pour l&#039;art &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 123] Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#8217;art pour l&#8217;art (Wat vooraf ging &#8211; De doctrine van l&#8217;art pour l&#8217;art, de meest extreme consequentie van de esthetische autonomie die aan het eind van de 18e eeuw werd uitgevonden, duikt voor het eerst op bij... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T17:57:00+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"38 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/\",\"name\":\"Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l'art pour l'art &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"2009-12-31T23:02:20+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T17:57:00+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#8217;art pour l&#8217;art\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Arnold Heumakers  El Dorado met en zonder vensters II  Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l'art pour l'art &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Arnold Heumakers  El Dorado met en zonder vensters II  Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l'art pour l'art &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 123] Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#8217;art pour l&#8217;art (Wat vooraf ging &#8211; De doctrine van l&#8217;art pour l&#8217;art, de meest extreme consequentie van de esthetische autonomie die aan het eind van de 18e eeuw werd uitgevonden, duikt voor het eerst op bij... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T17:57:00+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"38 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/","name":"Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l'art pour l'art &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"2009-12-31T23:02:20+00:00","dateModified":"2021-06-04T17:57:00+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakersel-dorado-met-en-zonder-vensters-iitheophile-gautier-en-de-dubbele-agenda-van-lart-pour-lart\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Arnold Heumakers El Dorado met en zonder vensters II Th\u00e9ophile Gautier en de dubbele agenda van l&#8217;art pour l&#8217;art"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/304662","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=304662"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=304662"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}