{"id":304750,"date":"2011-01-01T00:00:54","date_gmt":"2010-12-31T23:00:54","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/"},"modified":"2021-07-08T14:13:30","modified_gmt":"2021-07-08T13:13:30","slug":"dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/","title":{"rendered":"Dick van Halsema\r\n\r\n\u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"hals021\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"leop004\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 7]<\/div>\r\n<a name=\"51\"><\/a>\r\n<h3>Dick van Halsema\r\n<br>\r\n\u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019<\/h3>\r\n\r\n<h4 class=\"small-margins\">Bezoekers op de kamer van Leopold<\/h4>\r\n\r\n<br \/><br \/><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif\" alt=\"illustratie\" id=\"img-1\"><br \/><br \/><p>Kamers, huizen, ramen: ze zijn overal in de po\u00ebzie van Jan Hendrik Leopold (1865-1925) te vinden en ze spelen er een strategische rol. Ze horen bij de beelden waarmee hij de verhouding tussen binnen en buiten, ik en \u2018U\u2019, enkeling en wereld in zijn gedichten op spanning brengt. Een paar voorbeelden. In \u2018Verzen 1895\u2019 is er het \u2018ijl gerucht\u2019 van \u2018menschen, die gaan onder het raam\u2019 en dat geluid dringt door tot in de kamer waar \u2018ik\u2019 gebogen ligt aan het doodsbed van zijn geliefde. Er is het welbekende \u2018oud woonhuis\u2019 (\u2018er woont er een voorovergebogen\u2019) waaromheen \u2018peppels staan\u2019 en er is de \u2018druppel van den regen\u2019 die in weer een ander gedicht het hele universum spiegelt \u2018hier [&#8230;] aan het vensterglas\u2019. In het lange gedicht \u2018Kinderpartij\u2019 is er een kamer met daarin een feestje \u2018ter tiende verjaring van het kind\u2019, \u00e8n er is &#8211; zo lees ik het tenminste &#8211; in tweede instantie een glimp van nog een andere kamer. Dat is de kamer (\u2018dit vertrek\u2019) waar de dichter aan zijn schrijftafel zit en waar de dichterlijke verbeelding aan de haal gaat met wat er eerder op die verjaardag te zien is geweest. In de reeks transformaties die dat oplevert en die de kern van het gedicht vormt, rekt het gedicht de kaders van ruimte en tijd op en verlaat daarmee het kleine feestje in de kamer waar het allemaal begonnen was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Later in Leopolds po\u00ebzie is er de koestering van de grafkamer waar de gestorven koning Cheops beschutting zoekt tegen de \u2018woestenij\u2019 van het heelal. Weer later leveren kamers en ramen hun bijdrage aan het \u2018Bloemenalbumblad\u2019 uit 1922 en ze ontbreken ook niet in de rijkdom aan dichterlijke fragmenten en kladjes die Leopold ons heeft nagelaten. Daarover aan het slot van dit stuk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De eigen kamer als de plek van retraite waar de dichter de proef op de som neemt met wat hij van buiten heeft meegebracht: dat is een voorstelling die we bij Leopold al vroeg vinden. In april 1890, in Veneti\u00eb, hij is dan 24 jaar oud, net afgestudeerd als classicus en nu als priv\u00e9-leraar meereizend met een adellijke Nederlandse familie die de Franse Rivi\u00e8ra en Itali\u00eb verkent, stelt hij in zijn dagboek vast hoe moeilijk het is \u2018zich niet op te winden naderhand op zijn ka-<\/p><div class=\"pb\">[p. 8]<\/div><p>mer over de beschrijving, de woorden van dat, wat in werkelijkheid niet in vuur bracht\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op 1 januari 1891 betreedt hij dan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam en tot minder dan een jaar voor zijn dood, tot het eind van de cursus 1923-1924, zal hij aan die school verbonden blijven, vanaf 1 maart 1892 met een vaste aanstelling. Wat zal uitgroeien tot de mythe \u2018Leopold in Rotterdam\u2019 en \u2018Leopold als leraar\u2019 (die twee zijn samen \u00e9\u00e9n complexe mythe) begint hier met de open mogelijkheden van een nieuwe baan en een nieuwe stad. Tot die mythe hoort ook een verdere levenslange woonachtigheid op een huurkamer in de Rotterdamse Van Oldenbarneveldtstraat. Dat betreft dan Van Oldenbarneveldtstraat 121, een adres dat later, waarschijnlijk in 1909, is omgenummerd tot 101b. D\u00e1t is \u2018de kamer van Leopold\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar Leopold heeft toch net niet zijn hele Rotterdamse leven op dat adres gewoond. Op 2 maart 1892, een dag nadat de vaste aanstelling is ingegaan, schrijft de gemeente Rotterdam hem in als wonend op Binnenweg 121a (nu Oude Binnenweg). Tot ergens eind 1895, begin 1896 zal hij daar blijven. Op de Binnenweg heeft hij dus een belangrijk deel van zijn vroege werk geschreven. Dan verhuist hij naar de Van Oldenbarneveldtstraat 121 en daar is hij hoogstwaarschijnlijk bijna dertig jaar blijven wonen. Op 30 januari 1925 verhuist hij voor nog even naar een nieuw deel van de stad, Samuel Mullerstraat 5b. Op 21 juni van dat jaar sterft hij daar.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is mogelijk dat Leopold in de eerste maanden van 1906 opeens nog weer even opnieuw op het adres Binnenweg 121a heeft gewoond. Voor het determineren van die kamer op de foto zou dat een gegeven van groot belang zijn, omdat het erop lijkt dat de foto precies in die tijd gemaakt is. Maar ik denk dat er goede reden is om te denken dat dit gegeven niet klopt en ga er maar van uit dat Leopold decennia lang ononderbroken in de Van Oldenbarneveldtstraat heeft gewoond.<a href=\"#027\" name=\"027T\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De geschiedenis van Leopolds psychische gesteldheid is tragisch: van een sociabele en opgewekte jonge en bijdetijdse leraar met een geheimzinnig aura van dichter &#8211; zo begon het in Rotterdam &#8211; ontwikkelde hij zich, ook ten gevolge van zijn toenemende doofheid, in die lange jaren Van Oldenbarneveldtstraat geleidelijk tot een eenzelvige die men vooral met rust moest laten en wiens gedrag in toenemende mate de parano\u00efde trekken begon te vertonen van iemand die zich het slachtoffer voelt van een complot. Bij dat verhaal hoort toch ook dat Leopold desondanks bij veel van de mensen die hij het moeilijk maakte respect bleef af-<\/p><div class=\"pb\">[p. 9]<\/div><p>dwingen. Er zijn nogal wat getuigenissen die draaien om iets onbenoembaars dat men in Leopold bleef voelen en dat ge\u00eberbiedigd moest worden. En dat niet alleen vanwege zijn bijzondere dichterschap, dat trouwens voor verreweg de meesten een duister geheel bleef. Veel verhalen over Leopolds toenemende afgeslotenheid geven als tegenwicht ook momenten van lichtvoetigheid en van opflakkerende interesse in mensen en dingen buiten hemzelf. Ik denk dat Leopold in zijn vakanties &#8211; in de organisatie van dit kwetsbare bestaan waren die essentieel &#8211; vooral die relatief open Leopold was: de wereld waar de trein hem naartoe bracht was nieuw en nog onbedorven en wie hij daar ontmoette zat nog niet in het complot. Al een paar jaar na het begin van de nieuwe eeuw, als Leopold de veertig nadert, begint Leopolds familie zich zorgen te maken over zijn psychische gesteldheid. Ze legt aan een psychiater de vraagvoor, hoe daarmee om te gaan. In die tijd moeten de parano\u00efde trekken van zijn gedrag, met de bijbehorende agressieve uitvallen, zichtbaar geworden zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na Leopolds dood, soms pas decennia later, hebben enkelen van zijn intimi hun herinneringen aan hem gepubliceerd. Daarin komt ook die fameuze kamer van Leopold, waarvan we dan nu een foto hebben, ter sprake. Dat de nu ontdekte foto nog veel te raden overlaat, is toch ook weer mooi: ruim honderd jaar aan verstreken tijd, nonchalance in het opbergen en voorts de inwerking van Leopolds duimzuren of die van zijn familieleden, hebben vooral rechtsonder op de foto <i>Unbestimmtheitsstellen<\/i> gecre\u00eberd die we naar eigen inzicht kunnen inrichten. Na zoveel mythe en beknopte impressies van bezoekers zomaar een scherpe foto, dat was ook wel veel geweest. Zo goed en vooral zo kwaad als de foto dat toestaat probeer ik hem hier te dateren en dat betekent ook te lokaliseren. Dat moet dan aan de hand van gegevens die voor een deel zo evasief zijn als het lijk in de bosjes van Antonioni&#8217;s <i>Blow-up.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<h4>Datering<\/h4>\r\n\r\n<p>De foto van 8,5 bij 8,5 centimeter is afkomstig uit familiebezit dat decennialang min of meer ontoegankelijk is geweest. Dat het hier om een afbeelding van Leopolds werkkamer gaat is wel zeker. Niet alleen maakt de foto deel uit van een kleine collectie foto&#8217;s die onmiskenbaar direct met de dichter te maken hebben, een latere hand heeft het er ook nog maar eens achterop gezet met wat toen nog ballpoint heette: \u2018De werkkamer van de dichter J.H. Leopold in Rotterdam\u2019. Er is alle reden om aan te nemen dat Leopold zelf de foto heeft genomen. In hetzelfde nu opgedoken verzamelingetje zitten zes foto&#8217;s die hij in de bergen van Zwitserland en Tirol heeft gemaakt. In wat onmiskenbaar Leopolds handschrift is staat op alle zes foto&#8217;s achterop geschreven om welk bergachtig oord het hier gaat. Ik\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 10]<\/div><p>vermoed dat Leopold, die graag fotografeerde, deze foto&#8217;s aan zijn moeder en\/of zijn zuster heeft gestuurd. Veel later heeft iemand met diezelfde ballpoint er achterop geschreven dat de dichter zelf deze foto&#8217;s gemaakt heeft (\u2018Heeft Dichter Leopold zelf gefotograveerd in Zwitserland\u2019). Het gaat hier om daglicht gelatine zilverdruk, een systeem dat van circa 1875 tot 1935 in gebruik was, met contactafdrukken even groot als het gebruikte filmpje. Volgens de Amsterdamse fotorestauratrice Clara von Waldthausen, die zich over deze foto&#8217;s heeft gebogen, is het formaat van deze foto&#8217;s \u2018ongebruikelijk\u2019. Omdat de foto van Leopolds werkkamer qua fotomateriaal identiek is aan de foto&#8217;s uit de bergen, kunnen we aannemen dat die met hetzelfde toestel gemaakt is. En dan waarschijnlijk &#8211; dat vooral ook vanwege de lege stoel &#8211; door Leopold zelf.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor een poging tot nadere datering van die foto binnen Leopolds Rotterdamse leven is de periode 1875-1935 uiteraard onbruikbaar. In het jaar dat ik deze foto ken heeft de studentikoze rommeligheid van het gefotografeerde deel van de kamer, met de kruiende boekenstapels, de overladen piano en de met punaises op de muur geprikte prenten, mij nog niets onthuld dat tot een ordentelijke nadere datering ergens <i>voor<\/i> of <i>na<\/i> zou kunnen leiden binnen het tijdvak 1892-1925. Op \u00e9\u00e9n ding na: op het bureau staat een soort kalendertje, rechtstandig omgevouwen in een rechthoek. Bovenin steekt een losse foto van een kalende man met een strakke kop en een kind ter hoogte van zijn rechterarm. Bij uitvergroting van het kalendertje is te zien dat het linkerdeel ervan bestaat uit een weekoverzicht met in het midden van de week \u2018woensdag 31\u2019. Het kost aan wie in deze materie zit niet veel moeite om, bij een kleine uitvergroting van de kalender met foto, in de kalende man Joes Leopold te herkennen, de broer van de dichter, in 1896 getrouwd met Fimi Rijkens die eerder met de dichter verloofd was geweest en die in alle mogelijke gestalten van onbereikbaarheid door Leopolds po\u00ebzie uit die jaren doolt. Verdere uitvergrotingen en, vooral, Photoshop-exercities met diverse soorten contrast, brachten mij tot de bevinding dat daar links boven, in een soort boogje gedrukt, het jaartal 1906 staat. Sinds ik daar 1906 heb gezien, zie ik daar steeds maar weer 1906, waardoor het vanzelf ook steeds meer 1906 wordt. Dat bevalt me ook al zo goed omdat dat ook het jaar is waarin Leopold zijn \u2018Kinderpartij\u2019, voor mij het grote scharnierpunt in zijn dichterschap, opstuurde naar <i>De nieuwe gids.<\/i> Maar mijn \u20181906\u2019 kan niettemin een geval van <i>blow-up<\/i> zijn. Het geval van het circa vijf jaar oude meisje in wit jurkje dat ik voor zeker daar bij de arm van Joes zag, stemt in dit \r\nopzicht tot bescheidenheid. Ik zag dat meisje daar vertrouwelijk en overtuigend vijfjarig staan of zitten (het was eigenlijk een soort hangen) en toevallig kwam het ook zo uit dat het huwelijk van Joes en Fimi inmiddels net over zo&#8217;n soort meisje beschikte. Toen ik later een kleinzoon van Joes en Fimi vroeg\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 11]<\/div><p>of hij toevallig deze foto in het echt had, bleek dat zo te zijn. Mijn Joes was inderdaad overtuigend Joes, maar mijn vijfjarige meisje in jurk verhelderde zich in een <i>split second<\/i> tot een ongeveer een jarig jongetje in wit geruite babyjurk, gezeten op de arm van zijn vader. Achterop de foto staat dat het hier om Joes gaat met zijn oudste zoontje Robbert Iwan (de latere uitgever van onder meer <i>De vrije bladen<\/i>). Die is geboren in 1897. De foto die Leopold bovenin zijn kalender gestoken heeft moet dan ergens in het tweede deel van 1898 genomen zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als ik &#8211; met alle voorlopigheid die hoort bij waarnemingen in <i>blow-up<\/i> en bereid om te wijken voor scherpere visioenen &#8211; voor nu maar vasthoud aan \u20181906\u2019 als het jaar van Leopolds bureaukalender en dus van de foto van de kamer, dan levert dat een paar conclusies op. De eerste is dat Leopold een foto van zijn broer en diens oudste kind, samen bij uitstek symbool van wat Leopold ontzegd was, in een strategische hoek van zijn blikveld had staan, rechtsboven bij het vloeiblad, naast het inktstel. En dat hij die inmiddels een jaar of acht oude foto dan misschien ook wel al jaren achtereen steeds opnieuw in zijn nieuwe kalender had gestoken. Er komt nog een dateringsgegeven bij. In de week waarop de kalender hier staat, valt woensdag op de 31<sup>e<\/sup> van de maand. In 1906 was dat het geval in januari en oktober. Als Leopold zijn kalender netjes bijhield (hij lijkt me zomaar wel een kalenderman, hij tekende ook vaak kleine kalendertjes om fijne toekomstige vakantieweken vast wat gezicht te geven), dan is de foto van Leopolds kamer dus \u00f2f in de week van 29 januari tot 4 februari gemaakt \u00f2f in die van 29 oktober tot 4 november. Twee stipjes van een week, ergens op ongeveer een derde van het lange parcours dat Leopold heeft afgelegd in de straat \u2018waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019, zoals Leopolds bewonderaar J.C. Bloem in 1926 schreef in het <i>Rotterdamsch Jaarboekje.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\u2018Leopold is voor mij een legende. Ik ken hem niet persoonlijk, ik heb nooit iets anders van hem gezien dan een portret en de ramen van de kamer waar hij woont.\u2019 Zo opent het stuk dat Martinus Nijhoff in mei 1925 in de <span class=\"small-caps\">nrc<\/span> schreef bij Leopolds zestigste verjaardag. Die ramen van Leopolds zitkamer (hij had ook nog een slaapkamer) zaten aan de voorkant van het bovenhuis Van Oldenbarneveldtstraat 121 (in Nijhoffs tijd inmiddels 101b geworden), waar Leopold inwoonde bij de familie Wolffers. (Ik ga ervan uit dat Nijhoff als hij dit schrijft niet weet dat Leopold net verhuisd is, het was die Van Oldenbarneveldtstraat &#8211; en niet de Samuel Mullerstraat &#8211; die bij de Leopoldlegende hoorde en waar vrienden van Nijhoff, zoals A. Roland Holst, Leopold ook wel hadden opgezocht.)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het echtpaar Wolffers was van Leopolds leeftijd, allebei geboren in 1864, getrouwd in 1890. Ze hadden een dochtertje, Betsy, dat Leopold van nabij moet heb-<\/p><div class=\"pb\">[p. 12]<\/div><p>ben zien opgroeien. Volgens het Rotterdamse adresboek deed Maurits Wolffers \u2018in modeartikelen\u2019, soms nader aangeduid als \u2018dameshoeden\u2019. Sara Wolffers-Schnitzler &#8211; de \u2018juffrouw\u2019, zoals een hospita toen werd aangeduid, ook als ze man en kinderen had &#8211; kwam uit een muziekfamilie. Haar vader, violist en \u2018muziekonderwijzer\u2019, woonde tot 1906 bij het gezin Wolffers in en moet voor Leopold in diens eerste tien jaar in de Van Oldenbarneveldtstraat een dagelijkse aanwezigheid geweest zijn. Louis Schnitzler, een bekende pianist en componist, was familie. Hij kreeg contact met de dichtende commensaal van Sara Wolffers, een paar jaar ouder dan hijzelf, en zette al v\u00f3\u00f3r eind 1897 diens ongepubliceerde en dus speciaal voor hem uit de la gehaalde \u2018Claghen\u2019 op muziek. Voor Leopold, voor wie de muziek misschien nog belangrijker was dan de po\u00ebzie, moet het in die begintijd daar in huis een goed klimaat geweest zijn. Op de foto van zijn werkkamer staat de met muziekuitgaven overladen piano direct naast het bureau. Leopold moet bijna simultaan op beide borden hebben kunnen schaken: dat trof mij het meest aan deze foto toen ik hem voor het eerst zag.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het laat zich verbinden met wat de filosoof H.M.J. Oldewelt, oud-leerling van Leopold, mij ooit schreef: \u2018Zo vertelde hij eens dat, als er een gedicht in wording was, hij het voor zich nam aan de piano en dan al denkende daarop fantaseerde om de goede voortgang van het gehalte te toetsen.\u2019 De directe nabuurschap van schrijfplek en piano in deze kamer maakt dat ongedacht aanschouwelijk. Wat betreft de verdere geschiedenis van het huis aan de Van Oldenbarneveldtstraat en de familie Wolffers: Leopold, een erg andere Leopold dan die van die eerste jaren, vertrok begin 1925 omdat hij mevrouw Wolffers ervan verdacht ook al in het complot te zitten, Maurits Wolffers stierf in 1937, het huis stortte in elkaar onder de Duitse bommen en Sara Wolffers-Schnitzler verdween in Auschwitz. De dochter, Betsy, overleefde de oorlog. Al toen ze in de twintig was, dat was de tijd dat <i>Verzen<\/i> uitkwam en <i>Cheops<\/i>, had het meisje uit Leopolds bovenhuis zich ontwikkeld tot een niet onbekende actrice en declamatrice, tussen amateur en professioneel in, met moderne po\u00ebzie op haar repertoire. In 1916 mocht ze als lid van de Raad van Beheer van het Rotterdamsch Tooneel de beroemde actrice Alida Tartaud-Klein toespreken bij de viering van haar vijfentwintigjarig jubileum in de Grote Schouwburg. Al was zoiets toen bij hem al niet zo zeker meer, ik laat Leopold maar aanwezig zijn bij dit optreden van zijn nu volwassen huisgenote. Hij had per slot van rekening op dat moment zijn eigen contact met het Rotterdamsch Tooneel en de sterren van dat gezelschap: een maand eerder was in dezelfde schouwburg het Oudindische stuk <i>Het leemen wagentje<\/i> in premi\u00e8re gegaan, in de vertaling van Leopold en met het echtpaar Tartaud in de hoofdrollen. Twee jaar eerder was Betsy getrouwd met J.H. Kiek van de juwelenzaak Kiek in de Amsterdamse\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 13]<\/div><p>Leidsestraat. (Koningin Juliana zou daar volgens het internet veel later nog haar horloges kopen, daar wil ik niet aan voorbij gaan.) De trouwkaart die ze aan Leopold stuurde is nu in het Letterkundig Museum. Leopold, die graag dichtte op het vorstelijke wit van trouwkaarten, heeft hem volgeschreven met aantekeningen voor iets dat moest gaan cirkelen rond verlangen, tijd, leven en dood. \u2018Ik denk aan mijn verleden, voorbijgegaan \/ hoe los van alle schijnbare banden\u2019.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Passanten in het bovenhuis<\/h4>\r\n\r\n<p>Hoe Leopold in de omgang was, hoe een bezoek aan hem op zijn kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat verliep, waarover hij het had, hoe hij een nieuwe pijp opstak, hoe de sfeer op die kamer was, hoe het licht viel uit de gaslamp met de groene kap, hoe hij zijn handen bewoog, wanneer de bladmuziek te voorschijn kwam en welke muziek dan, welke componisten erg goed waren en welke je beter niet kon noemen, dat zijn eigen po\u00ebzie als gespreksonderwerp diep taboe was: verreweg het meeste van wat we van Leopold op dit niveau van biografische precisie weten, danken we aan de verslagen van drie oud-leerlingen die ook na hun eindexamen contact hielden met Leopold en dat contact uitbouwden tot vriendschap. Totdat de groeiende argwaan die Leopolds omgang met anderen steeds meer in zijn greep kreeg, die vriendschappen vervolgens ook weer stuk voor stuk verstikte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat proces wordt vooral na 1910 met een dramatische duidelijkheid zichtbaar. De drie vriendschappen met oud-leerlingen waarom het hier gaat, strekken zich uit over de periode 1897 tot 1918, min of meer evenwichtig verdeeld over die twintig jaar. De oudste zijn die met Frederik Schmidt-Degener, de latere directeur van Museum Boijmans en daarna het Rijksmuseum, en Reindert Jacobsen, historicus en kunsthistoricus, vanaf september 1905 collega van Leopold aan het Erasmiaans Gymnasium. Jacobsen was van hen beiden de eerste die kennismaakte met Leopold, in 1891 al, maar dat was nog gewoon in de klas. Schmidt-Degener was de eerste die het tot Leopolds kamer in de Van Oldenbarneveldtstraat bracht. Vroeg in 1897, Leopold woonde toen nog niet zo lang bij de familie Wolffers, kreeg de toen vijftienjarige Schmidt-Degener een tijdlang bijles van Leopold. Dat gebeurde &#8216;s avonds bij Leopold thuis. Daaruit groeide op den duur een vertrouwelijke omgang en van 1900 tot 1903 zou Schmidt-Degener Leopold geregeld opzoeken. Als hij daarna voor een paar jaar studie naar het buitenland vertrekt, wordt het contact per brief voortgezet. Die briefwisseling ging van Leopolds kant (alleen die kant is bewaard gebleven) niet alleen over wat hem bezig hield in klassieke Oudheid, literatuur, schilderkunst en muziek, maar heel summier ook over zijn gewone, huiselijke doen en laten. Na zijn terugkeer in Nederland, in 1905, hervat Schmidt-Degener zijn bezoeken aan Leopold, maar op een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 14]<\/div><p>lager pitje (\u2018mijn haastiger bezoeken vonden zijn kamer en zijn eigenaardigheden in niets veranderd\u2019) en uiteindelijk verzandt het contact. In 1927, twee jaar na Leopolds dood, zal Schmidt-Degener het allemaal opschrijven in zijn fameuze \u2018Herinnering aan Leopold\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De tweede Leopoldbezoeker is Reindert Jacobsen. Jacobsen, geboren in 1876, heeft in de cursus 1891-1892 &#8211; Leopold was toen een splinternieuwe leraar &#8211; een jaar Latijn van Leopold gehad, maar daar bleef het wat Leopold en Jacobsen betreft toen bij. Na zijn studie geschiedenis en Nederlands is Jacobsen in het voorjaar van 1903 voor een paar maanden terug in Rotterdam. \u2018In dat voorjaar [..] nodigde hij mij herhaaldelijk op zijn kamer in de Van Oldenbarneveltstraat\u2019, schrijft Jacobsen veel later in zijn herinneringen aan Leopold (<i>De gids,<\/i> 1957). In september 1905 komt Jacobsen opnieuw en nu voorgoed naar Rotterdam, als Leopolds collega op het gymnasium, opvolger van Knuttel. \u2018Nu eerst leerde ik Leopold op zekere voet van gelijkheid en van nabij kennen; tot dusver was ik nog slechts bij mijn leermeester op visite geweest.\u2019 Dat groeit uit tot een vriendschap die een jaar of vier, vijf bestaan heeft om daarna geleidelijk weer in de afbraak te belanden. De pijnlijkheid van dat destructieve proces &#8211; hij zag Leopold dagelijks op school en kon er daardoor niet aan ontsnappen &#8211; doortrekt Jacobsens herinneringen aan Leopold.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Mijn derde hoofdgetuige is Jan Sjabbo Brouwer. Leopolds contact met hem speelt al helemaal in de tijd dat Leopold zijn vrienden stuk voor stuk aan het afstoten is. Brouwer had in de vijfde klas, in de cursus 1911-1912, Grieks gehad van Leopold. In de pauze van een zondagmiddagmatinee van het Residentie-orkest onder Henri Viotta kwamen ze nader met elkaar aan de praat (\u2018in de pauze rookte ik een sigaret in de rookkamer en werd aangesproken door Dr. Leopold\u2019) en in de loop van dat gesprek opperde Leopold dat Brouwer toch vooral quatre-mains van Schubert moest gaan spelen. Dat leidde er uiteindelijk toe dat Brouwer van 1914 tot 1917 &#8211; hij studeerde toen al rechten &#8211; elke maandagavond op de Van Oldenbarneveldtstraat kwam om samen met Leopold piano te spelen. Tot ook hij in ongenade viel. Dat was in 1918. Na Leopolds dood in 1925 en later nog eens in 1930 heeft Brouwer, die inmiddels administrateur van het Scheveningse Kurhaus geworden was en daar de muziekprogrammering deed, zijn herinneringen aan Leopold gepubliceerd in <i>Het vaderland.<\/i> Muziek was kennelijk het voornaamste medium geworden dat Leopolds wat nabijere omgang met een ander nog een tijdlang kon laten gedijen. Brouwers verslag wekt de indruk dat hij in die paar jaar een intimus van Leopold is geweest: \u2018Zonder eenige overdrijving kan ik zeggen, dat ik in de jaren 1914-1917 met Dr. Leopold nauw bevriend ben geweest. Iederen Maandagavond om zeven uur kwam ik bij hem, en om half elf gingen wij samen uit. De\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 15]<\/div><p>geheele avond was dan doorgebracht met praten en muziekmaken. Hij vertelde mij al zijn geheimen, moeilijkheden zoowel als vreugden en genietingen.\u2019 In het clubje oud-klasgenoten van Brouwer waarvan ook Jan Romein deel uitmaakte &#8211; Romein was \u2018Het Room\u2019, Brouwer was \u2018De Bers\u2019, ze hadden een eigen taaltje, het Westersingels &#8211; werd de voorkeurspositie die Brouwer inmiddels op de Van Oldenbarneveldtstraat bij elkaar had gequatremaind nogal koel bekeken. Daarvan getuigt deze veel later gepubliceerde herinnering van een ander lid van dit clubje, dominee Henny Cramer: \u2018Leopold, die overal gebrek aan waardering meende te merken, koos De Bers uit om quatre-mains te spelen. De Bers speelde slordig maar erg handig piano. Hij was kostbaar en opzichtig gekleed: naar school droeg hij een pandjesjas met streepbroek en een ruig wollen, oranje vest.\u2019 Het klinkt niet geweldig. Het suggereert ook dat Leopold het inmiddels wat beneden zijn stand was gaan zoeken. Maar hier kan iets van jaloezie in hebben meegespeeld.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wie kwamen verder langs daar in het bovenhuis aan de Van Oldenbarneveldtstraat in de bijna dertig jaren dat Leopold er woonde? Natuurlijk zijn naaste familie, tot het met hen misging, natuurlijk de paar collega&#8217;s met wie hij bevriend was, Dr. Kronenberg voorop, tot het met hen misging. En natuurlijk de apothekersfamilie Robertson, waarmee hij sinds 1897 intiem bevriend was. Op mevrouw Robertson was hij verliefd, met meneer Robertson speelde hij quatremains, voor hun dochtertje schreef hij ter ere van haar tiende verjaardag een gedicht waaraan hij drie jaar werkte. Dat is \u2018Kinderpartij\u2019, \u2018voor Mientje Robertson\u2019 zoals in <i>De nieuwe gids<\/i> van juli 1906 en in de eerste druk van <i>Verzen<\/i> (1913) boven het gedicht staat. De ouders Robertson zullen vaak op de Van Oldenbarneveldtstraat zijn geweest. Mientje is er ook geweest. In 1979, ze was toen zesentachtig, heeft ze me daarover verteld: ze herinnerde zich nog hoe ze daar een keer had geluncht. Op mijn suggestie dat die kamer van Leopold een akelig hol moest zijn geweest, zei ze niet nee &#8211; ik had dat niet zo lang daarvoor gehoord van een andere, ook al zeer oude passant in de Van Oldenbarneveldtstraat -, maar het was misschien toch vooral mijn op die zegsman teruggaand aplomb dat maakte dat ze het maar zo liet. Ik had haar natuurlijk zonder haar antwoord vast bij te sturen moeten vragen hoe ze zich die kamer herinnerde. Ik was toen nog niet op een biografie uit en wilde vooral van haar weten of Leopold ooit iets gezegd had over de filosofische achtergronden van haar eigen \u2018Kinderpartij\u2019. Maar die had Leopold, dat werd me al snel duidelijk, niet met Mientje gedeeld, ook later niet. Van de kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat herinnerde ze zich vooral de boeken: \u2018Nou het was boeken, he. Dan had hij zo&#8217;n boekenmolentje naast hem staan dat rond kon draaien.\u2019 Die lunch bij Leopold, die was heerlijk. Uiteraard was het niet de dichter \r\ndie de lunch klaarmaakte: \u2018Dat deed de juffrouw dan wel, hij bestelde dat.\u2019 &#8211; Om\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 16]<\/div><p>het slot van het aan Mientje opgedragen \u2018Kinderpartij\u2019 te citeren: \u2018en ook dit minderde en verging\u2019. Na een aantal jaren van bloeiende vriendschap werden ook de Robertsons uiteindelijk geweerd uit Leopolds kamer en uit Leopolds leven. En in de tweede druk van Leopolds <i>Verzen<\/i>, die in 1920 verscheen, stond Mientjes naam niet meer boven \u2018Kinderpartij\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Er zullen veel andere leerlingen dan die paar van wie we dat toevallig weten, wel een keer of misschien zelfs wel regelmatig bij Leopold zijn langsgegaan op de Van Oldenbarneveldtstraat. Die hebben dat alleen niet voor ons opgeschreven. E\u00e9n van die bezoekers, de classicus J.C. Kamerbeek, heb ik in 1997 nog kunnen spreken (Kamerbeeks bezoek aan Leopold was laat in Leopolds leven, het betrof al niet meer de Van Oldenbarneveldtstraat maar de Samuel Mullerstraat). Van een andere oud-leerling van Leopold, de latere advocaat Bernard Droogleever Fortuijn, heb ik een aanzet tot memoires ter beschikking waarin Leopold een rol speelt. Ook van dat materiaal maak ik gebruik. Leopold nodigde kennelijk ook wel meisjes van zijn school uit naar de Van Oldenbarneveldtstraat. Ik weet dat er een leerlinge geweest is die hij op zijn manier het hof maakte en die hij herhaaldelijk dringend uitnodigde om hem thuis te komen opzoeken. Dat liet de vader van het meisje liever toch maar niet gebeuren. Of Ida Gerhardt, die \u2018met Leopold wandelde\u2019, Leopold ook thuis bezocht, weet ik niet. Leopold zal mededichters, letterkundigen en bewonderaars op bezoek hebben gehad op zijn kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat. Over zo&#8217;n bezoek aan Leopold schrijft A. Roland Holst in maart 1921, dat is al laat in Leopolds leven, aan zijn moeder. \u2018Zaterdagmiddag heb ik bijna 3 uur lang bij Leopold zitten praten en den heelen Zondagmiddag ben ik met hem uitgeweest. Ik zal er u wel eens alles van vertellen, want het heeft een onvergetelijken indruk op mij gemaakt, deze man, die zulk een groot dichter is en zulk een onzegbaar verlaten mensch en van zulk een niet te zeggen eenvoud en goedheid.\u2019 (Het bezoek resulteert erin dat Roland Holst Leopolds \u2018Bloemenalbumblad\u2019 binnenhaalt voor <i>De gids.<\/i>) Wie op het laatst van Leopolds leven, vanaf eind 1924, Leopold ook wel thuis opzocht en daarover geschreven heeft, is de letterkundige K.H. de Raaf. Ook \r\naan hem ontleen ik gegevens over de kamer van Leopold. Er zijn verder een broer en zuster Van Lennep, die Leopold regelmatig opzochten: de in 1894 geboren componiste en muziekcritica Henri\u00ebtte van Lennep, die bij Leopolds leven een paar van zijn gedichten op muziek heeft gezet, en haar jongere broer Daan (D.F.W.) van Lennep, later een bekende classicus. Tussen 1918 en 1921 hadden ze regelmatig contact met Leopold. Ze maakten lange wandelingen met hem op het terrein van de Heilige Landstichting in Nijmegen (Leopolds zuster woonde daar in de buurt en hij logeerde er vaak) en zochten hem zo&#8217;n twee keer per jaar op in de Van Oldenbarneveldt-<\/p><div class=\"pb\">[p. 17]<\/div><p>straat. Decennia geleden heb ik een paar keer met Daan van Lennep gesproken over Leopold. Aan deze estheet, want dat was hij ook, ontleen ik &#8211; behalve de ook door andere passanten in de Van Oldenbarneveldtstraat opgedane ervaring dat je Leopold nooit naar zijn gedichten moest vragen &#8211; een heel negatieve beschrijving van die kamer. Zo verzorgd als Leopolds kleding was, zo \u2018vreselijk\u2019 was zijn kamer, \u2018zonder enige fantasie ingericht\u2019. \u2018Bloemen stonden er nooit.\u2019 De allereerst in zijn gedichten wonende bewoner van deze kamer had kennelijk genoeg aan het \u2018helder glas\u2019 met bloemen dat de dichter van het in deze jaren en in deze kamer geschreven \u2018Bloemenalbumblad\u2019 daar aan het slot van zijn gedicht neerzet \u2018tegen den ruit in het kozijn \/ geheven in den daglichtschijn\u2019. Van Lennep vatte het voor mij aldus samen: \u2018De kamer ademde een verschrikkelijke eenzaamheid.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat is een waarneming die past bij Leopolds nadagen in de Van Oldenbarneveldtstraat, de tijd dat hij als dichter pijlsnel steeds maar beroemder werd (al die lof in de hoge sleutel makte hem achterdochtig en deed hem denken dat die druktemakers en literaten hem voor de gek hielden), terwijl niet zijn verbeeldingswereld &#8211; daar had hij zijn po\u00ebzie voor en daar hebben we die baaierd aan nagelaten gedichten en fragmenten aan te danken &#8211; maar wel zijn mensenwereld in hetzelfde tempo steeds onherbergzamer, vijandiger en leger werd. Onbelaste buitenstaanders als de jonge Van Lenneps konden daar voor zolang het duurde nog wel binnenkomen, maar Leopolds contacten van een wat substanti\u00ebler nabijheid waren zo langzamerhand allemaal in de vernieling geraakt. De legende die een kleine literaire elite de laatste jaren van zijn leven om hem heen begon te weven, die van Nederlands grootste levende dichter, die zich in een cocon van ontoegankelijkheid door Rotterdam bewoog en zich, als Cheops in zijn piramide, liefst maar terugtrok in zijn veilige kluis achter die ramen waarover Nijhoff het had, daarboven in de Van Oldenbarneveldtstraat: die legende is in alle duidelijkheid en nogal <i>plain<\/i> terug te vinden in een gedicht van Johan de Molenaar ter nagedachtenis van Leopold. Ik vond het afgedrukt in een uitgeknipt krantenstukje waarop iemand \u2018juni &#8217;35\u2019 geschreven heeft; dat hoeft niet de datering van het gedicht te zijn. Dit gedicht mag je wel zien als de bewoording bij uitstek van de mythe van Leopold en zijn kamer. Ik geef de eerste drie strofen, het aanhanklijk beest uit regel drie moeten we maar voor lief nemen:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Hoe mag zijn leven zijn geweest?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Altijd alleen, zonder een vrouw,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">een vriend of een aanhanklijk beest;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">alleen met zijn gedachten en zijn trouw<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">aan &#8216;t Wonder, dat zijn stille geest<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">steeds schuwer te benaadren zocht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 18]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Te wonen in hetzelfde huis,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dezelfde kamer, jaar na jaar;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">te hooren dag en nacht &#8216;t geruisch<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">der heesters onder &#8216;t raam. En &#8216;t wonderbaar<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">geprevel, teeder, trotsch en kuisch,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">van liedren, die hij vinden mocht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Maar dan, waarom die bitterheid,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">die walging en dat wee verdriet<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">om alles? De wanhopigheid<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">om Eene, immer wijkend naar &#8216;t verschiet<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">der droomen. En de klacht altijd:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">&#8216;k Weet mij verraden en verkocht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">[&#8230;]<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De deze richting uit gestileerde, late Leopold lijkt maar weinig raakvlak meer te hebben met de bloeiende Leopold uit de vroege jaren in de Van Oldenbarneveldtstraat, zoals bijvoorbeeld Schmidt-Degener die van 1897 tot 1903 had meegemaakt. Als Schmidt-Degener in 1927 zijn \u2018Herinnering aan Leopold\u2019 schrijft, weet hij precies wat er met de grote held en mentor uit zijn vormingsjaren inmiddels was misgegaan. En dat dat heel pijnlijk was. Hij zal zich misschien ook gerealiseerd hebben dat wat er op den duur met Leopold was misgegaan toch vooral een steeds sterkere uitvergroting en kromgroeiing was van iets dat er eerder ook al wel was. Niettemin richt hij in zijn stuk over Leopold een monument op voor iemand die voor hem van levensbelang geweest is en gebleven is. Uit de door Schmidt-Degener en anderen gepubliceerde herinneringen aan Leopold kun je opmaken dat er in die gesprekken op Leopolds kamer een grote rijkdom aan onderwerpen langskwam: een sonnet dat net in de krant had gestaan, Rusland, de grote politiek, een schilderij dat daar en daar te zien was, een Franse dichter, en &#8211; vooral &#8211; muziek. Schubert, C\u00e9sar Franck, Bach, Beethoven, Tsjaikowski. Voor zover je onder die diversiteit van onderwerpen een dieper <i>fond<\/i> kunt vinden, moet de onuitwisbare indruk die Leopold op een aantal van zijn leerlingen gemaakt heeft, gezocht worden in dat <i>fond.<\/i> Ik denk dat op zo&#8217;n avond op Leopolds kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat soms een bewustzijnsintimiteit tussen Leopold en zijn bezoeker tot stand kon komen waarin voor de bezoeker allerlei zaken opeens en als vanzelf helder leken te worden. En waarin Leopold totaal onschoolse vormen van inzicht en zelfs waarheid aan zijn bezoeker overdroeg buiten elke samenvatbaarheid van het gesprek zelf om. Daar\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 19]<\/div><p>moet de grootste kracht van Leopold als pedagoog &#8211; want dat was hij bij uitstek, ook als hij thuis in de Van Oldenbarneveldtstraat ontving &#8211; gelegen hebben. Dat vermogen moet het zijn geweest dat het meest indruk op zijn leerlingen heeft gemaakt, niet de rijke scope aan zaken uit geschiedenis, kunst en cultuur die op zo&#8217;n avond langsparadeerden. Ik denk dat juist daarom het gesprek ook weer zo gemakkelijk kon overvloeien in de heldere ongrijpbaarheid van het samen muziek maken. Het sluit aan bij dat \u2018flu\u00efdum\u2019 dat Jacobsen Leopold als lezer van klassieke teksten toedenkt: \u2018Het was, alsof er van hem een flu\u00efdum uitging, dat, min of meer buiten het grammaticale om, de zin van een text te voorschijn wist te toveren. Over dit intu\u00eftieve, dat a.h.w. door direkt contact het doel vindt, heb ik later dikwijls met hem gesproken, de divinatio, zoals hij het noemde, de ingeving.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik ga hier nog even op door, want wat die avonden op Leopolds kamer nu zo indrukwekkend en uniek maakte, is voor mij een hoofdvraag. Voor Leopold was elke vorm van gewichtigheid, van schoolsheid en van bij de macht willen horen een gruwel &#8211; ook in bijvoorbeeld de georganiseerde literatuur. Zozeer dat hij op de lange duur dat kwaad bij zo ongeveer iedereen zag opduiken, ook bij wie tot zonet zijn vrienden geweest waren. De intimi onder Leopolds leerlingen &#8211; en ook heel veel leerlingen die niet bij die kleine groep intimi hoorden &#8211; moeten in de bewegingen van Leopolds brein en taal de werkzaamheid hebben gezien van een extreem sensitieve individuele kern. Een bewustzijn dat bewust onbeschermd, want onaangepast, probeerde te blijven en met een ongewapende en dus kwetsbare authenticiteit de wereld probeerde te blijven aftasten. Zo kun je &#8211; misschien &#8211; iets wezenlijks sonderen waar je anders niet in doordringt. Daar ergens zullen die leerlingen en vrienden ook het gegeven van Leopolds dichterschap geplaatst hebben, ook als ze die gedichten zelf soms nogal onbegrijpelijk vonden. Dit is, denk ik, te verbinden met de \u2018eenvoud en goedheid\u2019 die A. Roland Holst in 1921 voelde in deze \u2018onzegbaar verlaten mensch\u2019, het heeft ook met een bepaald soort waarheid te maken, met het soort eenvoud en goedheid dat soms haaks staat op de bereidheid om maatschappelijk te functioneren zoals dat van een mens verwacht wordt. Leopold wilde zeker geen rebel zijn, hij voegde zich min of meer in alle gangbare conventies. Maar binnen die conventies ontwikkelde hij steeds meer antistoffen en dat maakte hem steeds onhanteerbaarder. Toen Schmidt-Degener en Jacobsen eenmaal de wereld van de belangrijke mensen waren binnengegaan, waren ze voor Leopold afgeschreven. En zal Leopold zich, in de argwaan van zijn gevoeligheid, ook door hen beschuldigd hebben gevoeld en bij wijze van verweer zijn klauwen maar vast hebben uitgeslagen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 20]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">De kamer<\/h4>\r\n\r\n<p>De intieme afgeslotenheid van Leopolds kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat met zijn drie ramen hoog aan de straat, met &#8216;s avonds gedempt licht, veel boeken, de piano altijd open, op die piano altijd muziek opengeslagen &#8211; die combinatie vormt een vast gegeven in wat bezoekers als Schmidt-Degener, Jacobsen, Brouwer, maar ook bijvoorbeeld Bernard Droogleever Fortuijn op papier hebben gezet over hun bezoeken aan Leopold. \u2018Mijn herinnering aan die avonden is nu nog levend; ik zou de kamer kunnen uitteekenen: de piano, zijn schrijftafel met, daarop, een gaslamp met groene kap, zijn draaiende boekenkast en de Moezelwijn, welke hij dan schonk.\u2019 De gaslamp met groene kap en de boekenmolen komen in bijna elk verhaal terug. De Moezelwijn ook geregeld. Op de foto van Leopolds kamer ontbreekt de gaslamp op het bureau; misschien is die weggesmolten in de lichtvlek links. Maar de piano staat er goed op. Na Leopolds dood moesten zijn erfgenamen naast de rekening van de dokter, die van de crematie op Driehuis-Westerveld en die van de inkomstenbelasting 1925-1926 nog fl. 8,18 betalen aan de firma Rijken en de Lange voor \u2018huur piano tot en met den dag van overlijden\u2019. Dat kan natuurlijk een andere piano geweest zijn dan die van twintig jaar eerder op de foto.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In vrijwel alle verslagen van bezoeken aan Leopold speelt de piano een hoofdrol. Het citaat dat ik zonet gaf is van Droogleever Fortuijn. Die had van 1902 tot 1906 les van Leopold en behoorde, zoals hij zelf zegt, niet tot de \u2018bevoorrechte leerlingen\u2019 aan wie Leopold wel eens een afschrift van een gedicht gaf. Met po\u00ebzie had hij niets, met Grieks en Latijn ook alleen maar in zoverre je dan, als je geluk had, les van Leopold kreeg. Daar zat het hem dus niet in. Het was de muziek, voor Leopold het contactmiddel bij uitstek, die Leopold en Droogleever Fortuijn bij elkaar bracht. Droogleever Fortuijn speelde piano &#8211; hij had les van de al genoemde Louis Schnitzler -, maar hij w\u00ecst vooral veel van muziek en daar praatte hij graag over met gelijkgezinden. Hij kwam zijn leraar geregeld tegen bij concerten &#8211; zoals Brouwer tien jaar later -, vaak kwam Louis Schnitzler er ook nog bij staan en dan namen ze met zijn drie\u00ebn het gehoorde nog eens grondig door. Dat liep op termijn uit op een uitnodiging van Leopold om hem in de Van Oldenbarneveldtstraat op te komen zoeken. \u2018Wij speelden dan quatre-mains en, hoffelijk als hij was, verzuimde hij nooit mij te vragen hem ook iets voor te spelen.\u2019 Tussen de muziek door had hij het met Leopold over andere dingen. Vooral over de Stoa, het was de tijd waarin net Leopolds <i>Sto\u00efsche Wijsheid<\/i> was verschenen. Aan dat boekje hield Droogleever Fortuijn een grote liefde voor de Stoa over, waaraan hij de rest van zijn leven trouw is gebleven. Naast de muziek, die de ingangsvoorwaarde was voor deze omgang, en de Stoa, die voor Droogleever Fortuijn het substan-<\/p><div class=\"pb\">[p. 21]<\/div><p>tieelste gespreksonderwerp vormde, noemt Droogleever in zijn herinneringen nog een derde, misschien wel het interessantste, punt waaruit hij zijn band met Leopold verklaart. Dat speelt op een ander niveau: \u2018[ik] voelde instinctief, dat hij in fijnheid en eruditie, maar vooral in zijn \r\nhyper-gevoeligheid, verre boven anderen uitstak. En, waar ik zelf een gevoelige jongen was, kon daardoor een band ontstaan.\u2019 De verbinding van die beiden met de Stoa is niet zo gek: dat is de filosofie bij uitstek die de overgevoeligen een remedie biedt. Net als Schmidt-Degener en bijvoorbeeld ook Ida Gerhardt heeft Droogleever Fortuijn het contact met Leopold gevoeld als bepalend voor zijn leven. Ik denk dat de extreme sensitiviteit van Leopold &#8211; die ik ook verbind met wat Jacobsen Leopolds \u2018flu\u00efdum\u2019 noemde &#8211; in al die gevallen een grote rol heeft gespeeld. Droogleever Fortuijn besluit zijn herinneringen aan Leopold zo: \u2018Onze band heeft eigenlijk maar twee, hoogstens drie jaren bestaan. Na 1907 ontmoette ik hem niet meer en in 1925 is hij gestorven. Maar hij heeft op mijn verdere leven een stempel gedrukt, meer nog dan mijn ouders of wie anders ook dat gedaan hebben. Door zijn persoonlijkheid en door zijn voorbeeld: als een zuiver, fijn mens en als Sto\u00efcijn.\u2019 Dit soort uitspraken gaat ver, maar ze zijn, als het gaat om hoe Leopold op anderen heeft ingewerkt, niet zeldzaam.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\u2018Die samenkomsten waren het beste wat een mensenleven ondervinden kan,\u2019 schrijft Schmidt-Degener &#8211; ook hij &#8211; over zijn bezoeken aan de Van Oldenbarneveldtstraat. Hij beschrijft hoe hij daar in 1897 als vijftienjarige bijlesleerling de steile trap opklimt nadat \u2018een onzichtbare hand\u2019 aan een touw de deur heeft opengetrokken. Dat moet een Wolffershand geweest zijn: Leopold speelt piano en hij speelt nog even door tot de leerling bij hem op de deur klopt. \u2018Dan zweeg de piano en een zware stem zei \u201cja\u201d.\u2019 Die bijlessen op de Van Oldenbarneveldtstraat waren nogal onorthodox: \u2018Er van opgestoken wat de grammatica betreft, heb ik niets, want de ongewone rust die in dit vertrek de dingen met een waas omving, maakte onzeker, en de eigenaardige wijze van doceren leidde af. Hij leefde in dit bovenhuis, in die lampeschijn-stemming, jaren en jaren lang; was er binnen stilte, de straat buiten was destijds op en top Rotterdams, vol gelui en rook van een hortende stoomtram.\u2019 Er zijn in deze dimensie van herinneren eigenlijk tw\u00e8\u00e8 kamers van Leopold. De ene is de kamer zoals die was, de grammaticale kamer om zo te zeggen, een \u2018burgerlijke kamer &#8211; een donkere alcoof, de piano naast de schrijftafel, een boekenmolen en een groene lamp\u2019, zoals Schmidt-Degener het beschrijft. Daar begon de les: \u2018Met een bijna traag gebaar ging een grote hand naar een zonderlinge leren tabakszak en de les was begonnen. In die lage voorkamer met drie vensters leek de figuur zelf vervaarlijk groot en lang, te lang naar\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 22]<\/div><p>menselijke proporties. De handen waren als uitgerekt, maar ook neus en kaken en voortanden waren lang. Zijn stem had iets plechtigs, praatte niet maar sprak, en het kijken der ogen was eerder een soort gadeslaan. Al dat bijzondere hoorde er zo bij en verwonderde weinig, omdat op school iedereen wist dat Leopold dichter was.\u2019 In Schmidt-Degeners herinnering aan die avonden met Leopold (die in bovenstaande beschrijving iets van een wezen uit de sprookjes van Grimm krijgt), verandert deze \u2018schatkamer der soberheid\u2019 gaandeweg in een wazige koepel van gedempt lamplicht in een verder duistere kamer. En in die onstoffelijker kamer-binnen-de-kamer worden in het contact tussen leerling en leraar verzonken werelden tevoorschijn geroepen door woorden, stembuigingen en gebaren van de leraar en gastheer. <i>As if by magic.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aan Schmidt-Degeners latere bezoeken aan Leopold ontbreken de bijlessen en de daarbij behorende rituelen zoals het na de les nog even napraten over een Franse dichtbundel. Nu begint het, \u2018na een los praatje bij de thee\u2019, direct met die po\u00ebzie, vaak naar aanleiding van een boek dat Leopold aan Schmidt-Degener heeft uitgeleend. Het gesprek zwenkt van de po\u00ebzie naar de beeldende kunst (\u2018het eindigde met een lofspraak op Rodins Balzac\u2019) naar de muziek. Dat is het moment dat Leopold zich aan de piano zet en iets gaat spelen \u2018uit Bach&#8217;s Wohltemperiertes Klavier of van een piano-partituur koren uit de Iphigenie van Gluck, of een Adagio van Beethoven. Eens, terwijl zijn vingers nog op de toetsen rustten, zeide hij op zijn onverwacht-langzame wijze hoe bombastisch hij Klinger&#8217;s Beethoven vond. Van Gluck&#8217;s Orpheus was zijn wezen geheel vervuld, over Wagner sprak hij een enkele maal met hartgrondige afkeer.\u2019 Dan kwam de wijn op tafel, het gesprek kwam op de filosofie &#8211; dit zijn de jaren dat Leopold het dichten bijna helemaal verruild lijkt te hebben voor de studie van de filosofie &#8211; en dan gaan gastheer en bezoeker samen de steile trappen af, Rotterdam in. Zonder verder nog veel te praten lopen ze een stuk door de stad en Schmidt-Degener zet zijn vriend en leermeester af bij het caf\u00e9 waar Leopold &#8211; dan nog wel &#8211; &#8216;s avonds een biertje pleegt te drinken met een paar collega&#8217;s. Dat ongeveer was het schema van een avond op de Van Oldenbarneveldtstraat 121 aan het begin van de twintigste eeuw.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Vergeleken met die van Schmidt-Degener zijn de herinneringen van Jacobsen aan zijn bezoeken aan de Van Oldenbarneveldtstraat summier. Het gaat maar om een paar maanden in 1903 waarin Jacobsen Leopold thuis opzocht. Jacobsen beschrijft Leopolds kamer als een \u2018burgerhuurkamer\u2019 zonder eigen meubelen, \u2018waaraan toch zijn schrijftafel, zijn boekenkasten, zijn piano, zijn etsen en foto&#8217;s aan de wand een eigen cachet gaven: hoog boven het lawaai van de rommelige straat de kluizenarij van de geleerde, de denker, de aestheet.\u2019 Afgezien van de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 23]<\/div><p>boekenkasten is dit wel precies de uitsnede waarop Leopold de lens richtte toen hij die foto van zijn kamer maakte: piano, bureau, het Japanse masker, de prenten daarboven: D\u00fcrers <i>Melencolia,<\/i> een reproductie van Anton Mauves aquarel \u2018Retour au bercail\u2019, een reproductie van de Stele van Hegeso. Deze opsomming van Jacobsen versterkt bij mij het vermoeden dat de olieverven rechtsboven op de foto, met zware lijsten en aan dikke koorden, bij het meubilair hoorden en niet bij Leopold. Ze waren bij de huur inbegrepen en Leopold liet het maar zo, vermoedelijk al die jaren. Ook Jacobsen memoreert weer \u2018het schemerlicht van de groene lampekap op de schrijftafel\u2019 en hoe Leopolds \u2018als in brons geciseleerde, lang belijnde kop\u2019 zichtbaar was in dat licht. Leopold kon in die gesprekken enorm lachen, dat is iets dat Jacobsen benadrukt en dat in andere verslagen niet zo aan de orde komt. Het lijkt erop dat Jacobsen, anders dan Schmidt-Degener in die tijd, na het bezoek niet ook nog een stuk met Leopold mee op mocht lopen door de stad. \u2018Als de klok tegen elf liep, liet hij hiaten in het gesprek vallen, ten teken, dat het bezoek lang genoeg geduurd had, want dan moest hij naar het caf\u00e9, om zijn vriend en collega Kronenberg te ontmoeten.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Dat mocht Brouwer veel later weer wel. Uren lang samen pianospelen op maandagavond vanaf zeven uur, tussen de quatre-mains door over alles praten en daarna om half elf samen de stad in. Wat die quatre-mains betreft: een flink deel van Leopolds bladmuziek betrof orkestmuziek in een zetting voor piano. Zo speelde Leopold met Brouwer niet alleen de ook echt als quatre-mains bedoelde quatre-mains van Schubert, maar net zo goed de derde en de vierde symfonie van Bruckner (\u2018de laatste vooral maakte diepe indruk op hem\u2019). Ook van het muziekstuk dat op de foto van Leopolds kamer opengeslagen staat op de piano, is te zien dat het eigenlijk een \u2018Quatuor\u2019 is. Dat woord is nog net te lezen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Brouwers herinneringen aan Leopold zijn voor onze kennis van Leopold een bron van de eerste orde. Hij voert Leopold vaak sprekend in &#8211; ongetwijfeld met alle kleine vervormingen van dien &#8211; en vertelt veel over Leopolds muzikale voorkeuren. Maar Leopolds kamer als zodanig komt er bekaaid af en moet het doen met \u2018stille, hooge, eenzame kamer\u2019. Ik houd het wat Brouwer betreft dus kort. Als Leopold \u2018op een stillen winteravond in 1916\u2019 in de Van Oldenbarneveldtstraat Brouwer uit het handschrift gedichten voorleest die hij later gebundeld heeft in <i>Oostersch<\/i>, ziet Brouwer aan het handschrift hoe eindeloos Leopold op die gedichten heeft gewerkt. \u2018Elk woord was doorgehaald en nog eens veranderd en weer veranderd. Die gedichten zijn gevijld en geschaafd, uren en uren, avonden en avonden, op zijn stille, hooge, eenzame kamer. Ik stond ontzet van de schoonheid. Hij lachte, toen hij het merkte. \u201cGoed jongen, dat heb je begrepen. Hier heb ik\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 24]<\/div><p>nog iets voor je.\u201d En hij gaf mij een overdrukje van zijn \u201cCheops\u201d. Dat is een van de grootste avonden van mijn leven geweest.\u2019 Van het meubilair is de piano het enige rekwisiet dat door Brouwer genoemd wordt. \u2018C\u00e9sar Franck stond altijd op zijn piano, vaak ook Bach en Chopin.\u2019 En: \u2018Ik vond hem, op een avond, aan de piano zitten, met Tschaikowsky&#8217;s Kinderalbum op. 39 voor zich. Hij speelde mij voor de zieke pop, de daarop volgende marcia-fun\u00e8bre, de wals, en de nieuwe pop; tranen stonden in zijn oogen. \u201cWat moet dat toch een geest geweest zijn, Brouwers; als een kinderverdriet z\u00f3\u00f3&#8217;n betekenis voor je kan hebben, dan ben je te benijden.\u201d\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Mijn laatste passant in de Van Oldenbarneveldtstraat is K.H. de Raaf. De Raaf bezoekt Leopold in de maand voor hij naar de Samuel Mullerstraat zal verhuizen, december 1924, om te proberen de tekening die Herman Mees van Leopold gemaakt had in bruikleen te krijgen voor een tentoonstelling van \u2018Rotterdamsche letterkundigen, van Erasmus tot den nieuwsten tijd\u2019. Leopold (die, denk ik, niet veel op had met gewichtige activiteiten van literaire organisatoren) zou op die tentoonstelling de belangrijkste nieuwe dichter van Rotterdam zijn en J.C. Bloem zou een lezing over hem houden. \u2018Op een van de eerste dagen van December 1924 beklom ik de twee steile trappen van zijn woning in de Oldenbarneveldstraat en ontving hij mij in de sobere kamer, waar door de drie breede ramen de ijle kruinen van boomen en een stuk van den blanken hemel zichtbaar waren. Het kostte mij eenige moeite v\u00f3\u00f3r ik hem de belofte kon afpersen, het portret, dat van zeer groote afmeting is, in gereedheid te brengen; hij had het ergens weggestopt, moest het nog voor de dag halen en kon het mij niet toonen. Hij liep naar zijn schrijftafel. \u201cZie\u201d, zei hij, en hij wierp mij een paar fotopapiertjes toe. \u201cDat is het, u kunt er wel een houden.\u201d\u2019 Stuur later maar even iemand, zegt Leopold vervolgens, dan zal ik het intussen klaarzetten. Maar als de bode het portret op het afgesproken moment komt halen, staat er niets klaar, is Leopold er niet en weet mevrouw Wolffers van niets. \u2018Toen, den 13den December, ging ik er weer op af. Een gemelijke trek plooide zijn mond. Hij wou van expositie van zijn portret en van zijn werk liever niet hooren. \u201cHet verveelt me\u201d, zei hij. \u201cHet hangt me de keel uit. Bovendien, ik vind onze heele Nederlandsche litteratuur niet veel bizonders.\u201d\u2019 Als De Raaf dan ter sprake brengt \u2018dat dezelfde kring van jongeren die Leopold vereert, tegelijkertijd Verwey als een \r\nvoorganger en meester erkent\u2019, reageert Leopold verwonderd: \u2018Verwey??\u2019 [&#8230;] De hoog opgetrokken wenkbrauwen dreven rimpels in het voorhoofd, de mond zakte open. \u2018En dat in \u00e9\u00e9n adem met mij? Een vreemde combinatie! Hij is een stoere werker, heeft veel werkkracht, maar&#8230; u noemde zoo even <i>Gorter.<\/i> Ja, d\u00e0t is wel een dichter!\u2019 De Raaf nodigt Leopold dan uit om zondagavond bij hem thuis te komen om muziek te maken. Maar Leo-<\/p><div class=\"pb\">[p. 25]<\/div><p>pold wil eerst de drukte van de verhuizing volgende maand achter de rug hebben. De Raaf probeert het nog eens: \u2018Komt u Zondag theedrinken?\u2019 Hij krijgt weer net zo&#8217;n antwoord: \u2018Graag; maar wacht. Laat ik het liever uitstellen. Ik ga eerstdaags verhuizen naar de Samuel Mullerstraat. Dat is in uw buurt. Dan zien we mekaar nog wel eens. Mijn zitkamer is daar kleiner, maar de slaapkamer even groot. Ik kom bij andere menschen. Ik moet nog allerlei regelen. Dus liever tot later.\u2019 Of Leopold nog bij De Raaf is geweest weet ik niet, De Raaf is wel nog bij Leopold in de Samuel Mullerstraat geweest om een feuilleton uit het <i>Berliner Tageblatt<\/i> terug te brengen dat Leopold hem in december geleend had. Daar signaleert hij een \u2018ladenkastje van licht eikenhout\u2019 waar Leopold een \u2018blauw schrift\u2019 uit haalt. Het is een van die blauwe schriften die een hoofdrol hebben gespeeld in de ordening van Leopolds dichterlijke nalatenschap na zijn dood.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Mijn kamer kleenverlicht<\/h4>\r\n\r\n<p>De teloorgang van Leopold als deelnemer aan het sociale verkeer, zijn desillusie over de mogelijkheid om ergens iets als een bevredigend verband te vinden en de toenemende eenzaamheid van en op die kamer hoog in dat bovenhuis in de Van Oldenbarneveldtstraat, dat alles spiegelt zich in sommige dichterlijke notities uit Leopolds laatste jaren. De volgende aantekeningen sluiten aan bij wat we van Leopolds kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat weten &#8211; de boeken, het raam hoog aan de straat, de lamp &#8211; en ook bij Leopolds levenslange pogen om in zijn boeken een waarheid te vinden die het leven leefbaar, zinvol en draaglijk zou kunnen maken:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de tijd<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat ik geloofde, dat de verklaring<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en het wezen van alles te vinden was<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat ik God zocht<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en nu zijn het de ruggen slechts<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en die gesloten blijven<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">pittoresque\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0droog de ruggen | de lamp<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de maan schijnt op mijn<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 1tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">(verdroogde) boeken<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de lamp er bij\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0op die, op die<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 2tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-2\">droog en wezenlijk\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0geleefd<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">blauw\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0geel\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0en niet bedacht\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0gevoeld<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">lamp\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0maan?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n<div class=\"pb\">[p. 26]<\/div>\r\n<p>En een andere aantekening, in een Siha-blocnote waarop Leopold \u2018Paschen &#8217;24\u2019 geschreven heeft:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Mijn huis donker<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">mijn kamer kleenverlicht<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het dak waarop vloeit de maan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 2tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-2\">enz[?]<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 1tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">mijn dichterlijk bestaan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat vezelen maar dat geen wortels heeft<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de zolder van herinneringen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">gesloten de kamer van ontvangst<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Dat is een uitzonderlijk tragische zelfbeschouwing, waarin de realiteit van Leopolds kamer hoog in de Van Oldenbarneveldtstraat metafoor wordt voor een hele levenssituatie. Ze sluit aan bij een notitie even verder in dezelfde blocnote waarin een gevoel van wrok tegenover de school zichtbaar wordt, die in Leopolds voorstelling de plichtsbetrachting miskent die hij altijd aan de dag heeft gelegd (\u2018hoe honderde, honderde morgens \/ met ijver opgestaan\u2019). Met sommigen van de leerlingen heeft hij daar nog wel contact, maar met geen van de leraren meer. In de pauze staat hij alleen en onbenaderbaar op het schoolplein, terwijl de andere leraren in de leraarskamer zitten. De dichterlijke notities in \u2018Paschen &#8217;24\u2019 bevatten sporen van de balans die Leopold opmaakt van zijn bestaan nu hij binnenkort na ruim drie\u00ebndertig jaar de school gaat verlaten. En, wat later, ook zijn kamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat zal verlaten, maar ik weet niet of hij dat dan al weet. Die balans is niet goed.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Samuel Mullerstraat 5B<\/h4>\r\n\r\n<p>Mijn laatste bezoek speelt zich niet meer af in de Van Oldenbarneveldtstraat, maar in de Samuel Mullerstraat. Het is in zekere zin de echec-variant van het muziekscenario dat bij bezoekers als Droogleever Fortuijn en Brouwer zo&#8217;n rijk resultaat had gehad. De latere hoogleraar Grieks Coen (J.C.) Kamerbeek, op school al bewonderaar van Leopold, legde op school nader contact met Leopold via de muziek. Ook hij. Kamerbeek had een pianoleraar die ook aan moderne muziek deed. Leopold had het ook wel eens over moderne muziek, Kamerbeek speelde op zijn pianoles werk van de moderne Spaanse componist Turina \u2018en toen had ik de ijdelheid of ja de eerzucht om aan Leopold te vragen: wilt u dit eens spelen? Toen heb ik hem die bundel van Turina gegeven.\u2019 Leopold geeft de muziek een paar weken later terug en zegt: \u2018nou als ik jong was dan stond ik voorop hoor\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 27]<\/div><p>met deze muziek\u2019. Dit schiep een band en als Leopold op 11 mei 1924 jarig is &#8211; het is vlak voor zijn vertrek van de school en vlak na \u2018Paschen &#8217;24\u2019 &#8211; organiseert Kamerbeek dat er &#8216;s ochtends vroeg bij Leopold op de Van Oldenbarneveldtstraat namens de vijfde klas rode rozen worden bezorgd. (\u2018Hij kwam in de klas en zei, ik was nog in mijn neglig\u00e9 en dan kreeg ik een prachtig boeket rode rozen\u2019.) In februari 1925 &#8211; Leopold is begin juli 1924 van school vertrokken zonder van iemand afscheid te nemen en is onlangs ook verhuisd; Kamerbeek heeft besloten na het eindexamen klassieke talen te gaan studeren &#8211; gaat Kamerbeek op goed geluk bij Leopold langs in zijn nieuwe huis. Hij vindt het naar dat er op geen enkele manier afscheid van Leopold is genomen en wil toch ook wel graag eens bij Leopold op bezoek zijn geweest. Hij heeft muziek van Chopin in zijn tas waarop hij flink geoefend heeft, in de hoop dat het gesprek zich zo ontwikkelt dat Leopold hem vraagt hem wat voor te spelen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Kamerbeek mag binnenkomen \u2018en toen kwam in de eerste plaats ter sprake dat ik oude talen zou gaan studeren, dat was natuurlijk wel een schild dat ik voor me hield, maar het was de waarheid, dus wat dat betreft had ik geen gewetensbezwaren daartegen.\u2019 Dan komen Horatius en Ovidius ter sprake. \u2018Ik zei, ja, we hebben van Ovidius ook die <i>Fasti<\/i> gelezen bij u. O ja, zei hij, daar heb ik heel veel werk van gemaakt. En toen was ik zo stom, maar het was wel eerlijk, om te zeggen, ja maar, en toch las ik liever de <i>Metamorphosen.<\/i> Dat stelde hem bitter teleur, want hij had er hard op gewerkt, zei hij, om dat begrijpelijk te maken voor ons.\u2019 Na een uur denkt Kamerbeek, \u2018nu is het afgelopen, nu moet ik weggaan, anders duurt het te lang.\u2019 \u2018Hij zei niet, nu moet je gaan, maar ik ging weg en toen zei hij en dat is me altijd bijgebleven: \u201cNou Kamerbeek je hebt de weg gevonden en ik hoop tot ziens.\u201d Dat is er nooit meer van gekomen en vier maanden later is hij gecremeerd.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Chopin was Kamerbeeks tas niet uitgekomen. Over muziek hadden ze het wel gehad, maar de piano kwam er niet aan te pas en Kamerbeek had toch maar niet zelf durven vragen of hij wat mocht voorspelen. Wel was er de volgende dag een klasgenoot die jaloers was en kwaad dat hij niet mee had gemogen naar Leopold. Onder het eindexamen, in juni, kwam het bericht dat Leopold dood was.<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=hals021\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Dick van Halsema<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=leop004\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">J.H. Leopold<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-027\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#027T\" name=\"027\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zie ook de website www.dekamervanLeopold.nl<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 7] Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 Bezoekers op de kamer van Leopold Kamers, huizen, ramen: ze zijn overal in de po\u00ebzie van Jan Hendrik Leopold (1865-1925) te vinden en ze spelen er een strategische rol. Ze horen bij de beelden waarmee hij de verhouding tussen binnen en buiten, ik en&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-304750","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Dick van Halsema  \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Dick van Halsema  \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 7] Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 Bezoekers op de kamer van Leopold Kamers, huizen, ramen: ze zijn overal in de po\u00ebzie van Jan Hendrik Leopold (1865-1925) te vinden en ze spelen er een strategische rol. Ze horen bij de beelden waarmee hij de verhouding tussen binnen en buiten, ik en... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-07-08T13:13:30+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"47 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/\",\"name\":\"Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif\",\"datePublished\":\"2010-12-31T23:00:54+00:00\",\"dateModified\":\"2021-07-08T13:13:30+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif\",\"contentUrl\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif\"},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Dick van Halsema  \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Dick van Halsema  \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 7] Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 Bezoekers op de kamer van Leopold Kamers, huizen, ramen: ze zijn overal in de po\u00ebzie van Jan Hendrik Leopold (1865-1925) te vinden en ze spelen er een strategische rol. Ze horen bij de beelden waarmee hij de verhouding tussen binnen en buiten, ik en... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-07-08T13:13:30+00:00","og_image":[{"url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif","type":"","width":"","height":""}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"47 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/","name":"Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif","datePublished":"2010-12-31T23:00:54+00:00","dateModified":"2021-07-08T13:13:30+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif","contentUrl":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/2011\/01\/_tir001201101ill0088-150x32.gif"},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dick-van-halsemawaar-hij-zoo-lang-heeft-gewoond\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Dick van Halsema \u2018Waar hij zoo lang heeft gewoond\u2019"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/304750","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=304750"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=304750"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}