Cultureel schaatsen

Daar zaten we dan, in Marseille. Vijf vertalers die allemaal in of uit een taal van het Middellandsezeegebied vertaalden, voor een rondetafelgesprek over ‘The cultural skates in the translation in the Mediterranean pond’. Die ‘culturele schaatsen’ leken me een logische verklaring voor het feit dat ik als Nederlander het verzoek had gekregen het gesprek te leiden, maar toen ik de Franse titel zag werd me duidelijk dat er domweg sprake was van een verschrijving: ‘Les enjeux culturels’, dat moesten wel ‘cultural stakes’ zijn.

Martin de HaanRondetafelgesprekken hebben vaak iets geforceerds. Niet alleen omdat de sprekers in werkelijkheid bijna altijd op een rijtje aan een langwerpige tafel moeten zitten, waardoor de geplande kettingreactie van geniale invallen doorgaans uitblijft, maar ook omdat de zogeten ‘moderator’ (die voornoemde kettingreactie binnen de grenzen van het levendige, doch beschaafde gesprek moet zien te houden; in het Frans heet hij trouwens ook wel ‘animateur’, dat is eerder iemand die voortdurend moet zorgen dat het gesprek niet vastloopt) maar al te vaak in lange monologen vervalt, of erger nog: zijn lijstje met voorbereide vragen afwerkt zonder echt naar de antwoorden te luisteren.

Ook wij zaten aan een langwerpige tafel, maar als gespreksleider had ik nauwelijks iets voorbereid omdat ik van de organisatie geen informatie over de andere sprekers had gekregen en me bij het gesuggereerde thema ook niets concreets had kunnen voorstellen; het gesprek ging dus goed. Na een smakelijke anekdote uit eigen praktijk over de Franse vertaling van het woord ‘veerlieden’ (een traditioneel beeld voor vertalers, zeer toepasselijk in de Mediterrane context) met ‘gens de plume’ (= literatoren, wat vertalers óók zijn, en vroeger schreven ze inderdaad met een veer) kon ik lui achteroverleunen, het gesprek hoefde niet te worden gemodereerd en niet te worden geanimeerd, er werd gewoon anderhalf uur lang op hoog niveau gekeuveld.

Een van de onderwerpen waar we het langst bij bleven stilstaan, was de puntkomma. Voor wie zoals ik uit het Frans vertaalt is dat verreweg het interessantste leesteken, want in het Nederlands gebruiken we het maar mondjesmaat, terwijl Franse schrijvers er graag kwistig mee strooien. En ik weet nu misschien waarom: op het Franse toetsenbord, AZERTY genaamd (hier), zit de puntkomma op de plaats waar bij ons de punt zit; de punt zit onder dezelfde toets, maar vergt een extra handeling, namelijk het indrukken van de Shift-toets. Het is een klassieke kip-of-eisituatie: gebruiken Franse schrijvers zo veel puntkomma’s omdat dat de makkelijkste weg is, of is het toetsenbord zo ontworpen omdat de puntkomma zo vaak wordt gebruikt?

Het moge duidelijk zijn dat zulke verschillen in leestekengebruik, die veel zeggen over de verschillen in stijl, ritme, zinsbouw en denkwijze tussen twee talen en culturen, direct een zeer fundamenteel vertaalprobleem opleveren. De gebruikelijke, luie oplossing is die van de analogie: de vertaling moet zich verhouden tot de tradities en conventies van de doelcontext zoals de originele tekst zich verhoudt tot de tradities en conventies van de broncontext. Hup, alle puntkomma’s vervangen door punten of komma’s. Een tegenwoordig minder gebruikelijke, maar al even luie oplossing is die van het oneindige respect voor de tekst: de puntkomma’s staan er nu eenmaal, de auteur heeft ervoor gekozen, dus wie ben ik om ze te gaan vervangen door punten of komma’s?

Vooral door het vertalen van Michel Houellebecq, wiens puntkomma’s vaak prachtige stijleffecten opleveren, heb ik langzamerhand afstand genomen van het sacrosancte analogiemodel. Puntkomma’s (of andere tekstelementen, van woordfrequentie tot zinsvolgorde) mogen dan taalgebonden zijn, ze vervullen ook een concrete functie binnen de individuele tekst. Vandaar dat ik me tegenwoordig niet zozeer meer de vraag stel ‘hoe wij het in het Nederlands doen’, maar hoe ik zo veel mogelijk ‘vreemdheid’ in mijn vertaling kan opnemen zonder dat de lezer kwaad wegloopt. ‘Om de taal te verdedigen moet je hem aanvallen,’ schrijft Proust ergens, en dat geldt voor vertalen misschien nog wel sterker dan voor oorspronkelijk werk.

Dat zou je cultureel schaatsen kunnen noemen, met alle mogelijke risico’s op uitglijders. En voor een publiek van hoofdzakelijk schrijvers was het vertalerspanel in Marseille het er roerend over eens dat daarin de belangrijkste ‘culturele inzet’ van literair vertalen in het Middellandsezeegebied (en waar dan ook ter wereld) ligt: in de fundamentele bewustwording dat vertalers niet zomaar veerlieden zijn die een aan zichzelf gelijk blijvende tekst over de rivier of zee van de taal zetten, maar dat ze vooral ook ‘gens de plume’ zijn, makers van een literair werk dat er voorheen niet was.

Martin de Haan



In de Oorshop
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de...
    Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er...
    Lees verder
  • Nr. 477, 2019
    De derde week van maart 2019 was ronduit schokkend. De white surpremacist Brenton Tarrant hield gruwelijk huis in twee moskeeën in Christchurch, Gökmen T. opende uit geloofsoverwegingen het vuur in een tram in Utrecht en de nationalistische partij van Thierry Baudet won de Provinciale Statenverkiezingen won. Onder het moto keep your friends close but your...
    Lees verder
  • Nr. 476, 2019
    ‘Boosheid kan een motor zijn voor veel dingen, net als bezorgdheid, fascinatie of angst (in dit nummer van Tirade is aan dat alles geen gebrek),’ schrijft Marko van der Wal in het redactioneel van Tirade 476. Het nummer bevat verhalen van Femke Van De Pontseele, Lotte Dondorp en Joep van Helden, een essay over de...
    Lees verder
  • Nr. 474, 2019
    Gucci lanceerde onlangs een zwarte trui met in de col een gat en daaromheen een rode mond. Een verwijzing naar de kunstenaar Leigh Bowery, zo stelde het modemerk. Een onversneden hedendaagse blackface, volgens social media. Bowery was – hij stierf aan aids in 1995 – een kunstenaar die het nachtleven van Londen opschudde met zijn...
    Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade...
    Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien...
    Lees verder
  • Nr. 471, 2018
    Na ons feestelijke blognummer nu weer een Tirade met de u vertrouwde samenstelling van bekende en onbekende namen. Maar liefst vier debuten staan er in dit nummer, dus als iemand nog durft te zeggen dat literaire tijdschriften hun functie als kweekvijver voor talent al lang geleden hebben verloren, lees dan vooral de bijdragen van Ine...
    Lees verder
  • Nr. 470, 2018
    Tirade bestaat zestig jaar, en dat is een mooie aanleiding om eens het beste van ons blog te verzamelen. De wens een selectie van de digitale evenknie over te hevelen naar een echt nummer bestond al een tijdje, maar nu is het dan zover: de kloeke bloemlezing van www.tirade.nu is eindelijk daar. In tegenstelling tot...
    Lees verder
  • Nr. 469, 2017
    Tirade 469 is een aflevering met extra veel poëzie uit het buitenland. Zo vertaalden Annemarie Estor en Ali Salim de Iraaks-Belgische vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Jente Rhebergen vertaalde werk van Andries Bezuidenhout en Daan Doesborgh vertaalde enkele gedichten uit de  bundel Crow van Ted Hughes. Helemaal wars van de waan van de dag zijn de...
    Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction...
    Lees verder
  • Nr. 467, 2017
    Achter ieder nummer van Tirade dat verschijnt, gaat de mogelijkheid van een veel omvangrijker nummer schuil, dat niet verschenen is:  het is het topje van de ijsberg. Onze keuze. Tiemen Hiemstra – zijn werk is nog niet uitgegeven of bekroond – schreef een origineel essay over terrorisme. De succesvolle debutant Marijn Sikken leverde een bijdrage...
    Lees verder
  • Nr. 466, 2017
    Dit nummer van Tirade opent met een blik naar het verleden. Redacteur Marko van der Wal bekeek ons eerste decennium, de jaargangen 1957-1967, en schreef over de plek die beeld toen innam – zoals nu de illustraties van Roos Pollmann als een slinger door het nummer hangen. In dit feestjaar, Tirade bestaat zestig jaar, zullen...
    Lees verder
  • Nr. 465, 2016
    Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een...
    Lees verder
  • Nr. 463, 2016
    Het zomernummer van Tirade is gevuld met bijdragen van grootheden zoals Hans Fallada, Ann Beattie en Alfred Schaffer. Er keren ook graaggeziene gasten terug: Pieter Kranenborg, Anne-Marieke Samson, Wieke van der Linden en Carel Peeters (over Lize Spit). Verder een verhaal van de Spaanse schrijver Marina Perezagua en poëzie van Estelle Boelsma. Onze nieuwe redacteur...
    Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië....
    Lees verder
  • Nr. 461, 2015
    De kerstbijdragen in Tirade 461 komen van Ivo Victoria, Henk van Straten, Anne-Marieke Samson, Sander Kollaard en Maurits de Bruijn. Wytske Versteeg en Gilles van der Loo hingen allebei een bal in de boom, en Marko van der Wal vertaalde voor de gelegenheid een verhaal van G.K. Chesterton. De lezer die het niet zo op...
    Lees verder
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each...
    Lees verder
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij...
    Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog...
    Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus...
    Lees verder
  • Nr. 450, 2013
    Ter gelegenheid van het 450ste nummer van Tirade schreven 45 auteurs een tirade van 450 woorden. Met bijdragen van: Joop Goudsblom P.F. Thomése Franca Treur A.H.J. Dautzenberg Gilles van der Loo Tomas Lieske Marita Mathijsen Frits Abrahams Detlev van Heest Henk Broekhuis Binnert de Beaufort Roos van Rijswijk Walter van den Berg Maria Barnas Marko...
    Lees verder
  • Nr. 449, 2013
    Met bijdragen van: Heather BellWalter van den BergWim BrandsNikki DekkerMatthew DickmanAuke HulstFlorian Illichmann-RajchlSander KollaardHalbo KoolDelphine LecompteEva MeijerAki OllikainenZośka PapużankaCarel PeetersStine PilgaardLiz RosenbergBrenda ShaughnessyRichard SikenLize SpitLeo VromanJoost Zwagerman
  • Nr. 448, 2013
    Met bijdragen van: Renate DorresteinRobert VerschurenHannah van BinsbergenA.H.J. DautzenbergPeter SwanbornMarte KaanFlannery O’ConnerAnneke ClausRenske van EnckevortIsaak BabelWouter van OorschotY.M. DangreCarel Peeters
  • Nr. 446, 2012
    Geen slechtere adressant voor de schrijversbrief dan de ambtenaar, de huisbaas of de proleterige bovenbuurman. Alle stilistische artillerie wordt in stelling gebracht, maar de geadresseerde is zelden bij machte om dat te kunnen waarderen. En dus vroegen wij schrijvers: bevindt zich in uw la nog een brief die wij aan de vergetelheid kunnen ontrukken?In dit...
    Lees verder

Vertalersliefde

Een vertaler valt niet samen met zijn auteur, schreef ik eergisteren. Over die stelling is niemand gevallen. Interessanter is dan ook de vraag die erop volgt: moeten we houden van de auteur die we vertalen?

RH.ID

Ontegenzeglijk is houden-van de gelukkigste formule, hoewel die ook zijn voetangels en klemmen heeft. Als de liefde onderdanig wordt, zingt een vertaling zich moeilijker los van letterlijkheid en laat de hang naar mimicry zich lastiger tegengaan. Soms weigert een schrijver domweg zich te laten temmen en lijkt de taal zelf obstakels op te werpen voor de liefde – te retorisch, te duister of juist te kaal om zich soepel te onderwerpen aan de stilistische normen van het Nederlands – en dan kan vertalersliefde ook een tragi-komisch trekje krijgen.

Bovendien zijn ze relatief schaars, de vertalers die zich erop kunnen laten voorstaan alleen geliefde auteurs te vertalen. Wie voor zijn broodwinning niet exclusief van het vertalen afhankelijk is, heeft hier duidelijk een pre. Gebruikelijker is de situatie van de vertaler die niet altijd even kieskeurig kan zijn, bijvoorbeeld omdat de schoorsteen moet roken. Hoe zet je je beste beentje voor bij een auteur met wie je je a priori niet verbonden voelt, op wie je niet zou willen lijken, wiens wereld je niet doorgrondt? Laat ik in dit kader een toepasselijke opmerking van Anne Stoffel citeren, uit Tirades vertalersnummer: ‘…zo vraagt er weleens iemand of je [als vertaler] in de huid van de dichter moet kruipen. Nee, ik doe dat niet. En me verbonden voelen in de zin van op hem of haar lijken, dat heb ik ook niet. Als ik Tsvetajeva, Nabokov of Ryzji persoonlijk had gekend, dan weet ik niet hoe dat geweest zou zijn. Wat ik wel weet, is wat ze met hun taal hebben gedaan. En dat probeer ik ook met het Nederlands te doen.’

Geconfronteerd met een auteur die me vreemd blijft, is dat wat ik kennelijk ook zelf probeer te doen: me concentreren op ‘wat ze met hun taal hebben gedaan’, oftewel de vertaling herdefiniëren als een zuiver stilistische, zelfs technische uitdaging. Tegen het nihilisme van Cioran kon ik me wapenen door me blind te staren op een zo bondig en bijtend mogelijke stijl. Bij Lévy richtte ik me minder op het doorgronden van zijn literair-filosofische bric-à-brac dan op het doseren van zijn retoriek. Zo zei mijn stilistische zintuig dat Lévy’s frequente uitroeptekens in vertaling soms grensden aan het potsierlijke. Het vervangen van uitroeptekens door punten was daarvoor een simpele maar doeltreffende oplossing.

Rokus Hofstede

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Klaroenstoot

Recensie in NRC (28 juni, hier) van de ‘Grassiaanse, nieuwe vertaling van het labyrintische epos Die Blechtrommel’. Anneriek de Jong laat haar licht schijnen over de vertaalprestatie van Jan Gielkens, die het meesterwerk van Günter Grass vijftig jaar na de verschijning van het origineel en vijfenveertig jaar na de vertaling van Koos Schuur opnieuw in het Nederlands heeft omgezet.

Martin de HaanHet gebeurt niet vaak dat dagbladrecensenten uitgebreid op een vertaling ingaan, maar als het dan een keer gebeurt weet je bijna zeker dat er harde noten worden gekraakt: negatieve kritiek is veel makkelijker te geven dan positieve, en zoals al eerder geconstateerd (zie de eerste post van Rokus en de reacties daarop) hebben goede vertalingen de neiging onzichtbaar te zijn – overigens met uitzondering van hervertalingen, want door de vergelijking met de eerdere vertaling worden de keuzes van de vertalers zichtbaar.

Na te hebben gedecreteerd dat de herziene titel, De blikken trom, slecht bekt en gezocht is (‘in de speelgoedwinkel vraag je om een trommel en niet om een trom’), richt de NRC-recensente haar pijlen vooral op de beginzin van het boek. ‘Zugegeben, ich bin Insasse einer Heil- und Pflegeanstalt’, luidt die in het Duits. In de nieuwe vertaling van Jan Gielkens is dat geworden: ‘Zeker, ik zit in een inrichting.’ In de oude vertaling van Koos Schuur was het: ‘Ik geef toe: ik ben patiënt in een psychiatrische inrichting.’ Maar volgens Anneriek de Jong zijn beide vertalingen zouteloos, de nieuwste nog het meest, en hoort er te staan (categorische imperatief): ‘Toegegeven, ik ben ingezetene van een inrichting.’ Een ‘klaroenstoot’, noemt de recensente die oplossing van eigen makelij.

In het Nederlands kun je heel goed in een inrichting zitten, zoals Gielkens de ik-persoon laat zeggen (met een snel, hyperkort zinnetje dat volgens De Jong ‘de vaart er helemaal uit’ haalt), maar dat maakt je nog geen ingezetene van die inrichting. Een ingezetene is bij ons een inwoner van een land, een gebied of een plaats, terwijl het Duitse Insasse probleemloos kan worden gebruikt voor de bewoners (aha!) van een inrichting: ‘die Insassen eines Altersheims’, geeft de Duitse Van Dale als voorbeeld, ‘de bewoners van een bejaardentehuis’. Kortom, we zijn hier getuige van het welbekende verschijnsel dat in vertalersjargon ‘valse vriend’ heet: woorden in verwante talen die op elkaar lijken, maar niet hetzelfde betekenen en daardoor een gevaarlijke valkuil voor de vertaler vormen. Overigens betekent Insasse ook inzittende, maar dan hebben we het over voer- of vaartuigen en niet over klinieken. Van de drie beginzinnen is die van de recensente dus verreweg de slechtste, al heeft ze misschien wel gelijk dat de andere twee niet ideaal zijn. (Andere opties, die het iets formelere register van Insasse misschien wat meer recht doen: ‘ik verblijf in een psychiatrische kliniek’, of ‘ik ben opgenomen in een inrichting’.)

Maar De Jong revancheert zich door in het vervolg lovend te spreken over de ‘grotere risico’s’ die Gielkens heeft genomen in vergelijking met de ‘wat omzichtige en uitleggerige’ Schuur. Risico’s nemen, dat is iets wat veel literair vertalers te weinig doen, terwijl het juist een vereiste is om los te komen van de brontaal en de tekst opnieuw op te bouwen met de middelen van je eigen taal. Dus ik denk dat ik die nieuwe vertaling maar eens ga kopen. De mooie titel maakt me benieuwd.

Tot slot nog iets over het kommagebruik van onze kwaliteitskrant. Twee opeenvolgende bijvoeglijke naamwoorden worden daar steevast van elkaar gescheiden door zo’n punt met een staartje. Prijsvraag: wat is het betekenisverschil tussen een ‘Grassiaanse, nieuwe vertaling’ en een ‘Grassiaanse nieuwe vertaling’? Over de uitslag wordt niet geblogd.

Martin de Haan

Meer blogs

  • De buurman

    Mijn buurman, meneer Braaksma, woont op de begane grond. Het is een jolige oude baas met een geruite pet op, die voorover gebukt achter zijn rollator naar voren schuifelt. Op warme dagen gebruikt hij het ding als een stoel en overziet hij de buurt. Alles aan hem is rond; zijn bolle lijf, zijn hoofd in...
    Lees verder
  • Vakantie

    Ik neem een paar weken vakantie. Ergens in augustus kom ik terug bij Tirade.nu! Een warme zomer, Gilles
  • Gewichtloos

    ‘What will you miss the most on Earth? I will miss swimming the most.’ Dit fragment uit een interview met een potentiële Marskolonist komt uit Weather (2020), die nieuwe roman van Jenny Offill (1968). Deze minuscule inkijk in het gevoelsleven van een geharde, rücksichtslose avonturier ontroerde me: dat iemand die bereid is om vrienden, familie,...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

  • Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • Jan Lodewijckx

    Jan Lodewijckx (1990) had het wel even gehad op kantoor. Hij kocht een zware fiets en een kleine tent en zegde zijn werk op en zijn appartement.