Ajuinlei

Op de zondagse boekenmarkt, aan de Ajuinlei in Gent, vond ik een curieus boekje, daterend van 1896 en getiteld Nieuwe Vlaamsche en Fransche Samenspraken. Het bevat eenvoudige dialoogjes over alledaagse onderwerpen, met, in twee kolommen, broederlijk naast elkaar, het Vlaams en het Frans.

RH.IDZo ontspint zich bijvoorbeeld rond het noenmaal een gesprekje: ‘ – Wat zal ik u dienen? Wilt gij wat sop? – Ik bedank u. Ik zal u wat ossenvleesch vragen. Het ziet er zoo goed uit. – Wat stuk eet gij het liefst? Wilt gij wel gaar of weinig gaar? – Ik heb het niet geêrne te gaar. – Ik geloof dat dit stuk van uwen smaak is. – Het is kostelijk. […]’

Kostelijk zijn ook de samenspraken die worden gevoerd tijdens de ‘Reis langs den ijzerenweg’: ‘ – Wij gaan anderhalve mijl op eene minuut. Dat is gauw reizen. – Mij dunkt dat wij in dezen oogenblik met eene wonderlijke gauwheid voortgaan. Ik vrees dat het werktuig uit de sporen zal gaan. Wij worden schrikkelijk geschokt. – Zijt niet ontrust; de konvooien die komen, gaan altijd op de andere linie en de konvooien die gaan op deze. […]’ Zoveel is duidelijk, Piet Paaltjens (‘Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp’) is niet ver weg.

Onduidelijk is wie de doelgroep van deze samenspraken vormde. Was het ‘voor de Belgen overgezette’ boekje een instrument in het beschavingsoffensief van de Franstalige bourgeoisie, diende het om Vlaamse scholieren deftig Frans te leren spreken? In dat geval zal het gebezigde Nederlands die jongelui minstens zozeer hebben bevreemd als het Frans. Neem deze twee klasgenootjes, die te laat op school dreigen te komen en de voor- en nadelen van haast bespreken: ‘ – Men komt niet vroeg genoeg als men in tijds niet komt. – Wij hebben al den tijd. De klok luidde nog over eene minuut. – Het is juist daarom dat wij daar zouden moeten zijn. – Ten ergste, indien wij wat te laat komen, zullen wij het kwijt zijn met bekeven te worden. – Telt gij dat voor niets? Wat mij aangaat, ik word niet geêrne bekeven. – Ziet daar hoe gij altijd zijt. Gij wilt nooit doen gelijk de anderen. […]’’

De Vlaamse toonzetting is duidelijk, sommige van deze uitdrukkingen (‘in tijds’, ‘iets voor niets tellen’) hoor je ook nu nog in België. Opvallend is de galliciserende vertaalstijl, in veel zinnetjes klinkt het Frans nadrukkelijk door het Nederlands heen (‘nous en serons quitte pour être grondés’). Overigens was het boekje uit 1896 aan zijn twintigste, ‘overziene en verbeterde’ druk toe; het was al verouderd toen het verscheen. De lezer wordt zowaar getrakteerd op zeven pagina’s dialoog in en naast de postkoets; we komen te weten dat de reis van Brussel naar Parijs zeventig uren duurde en dat de paarden zevenendertig keer moesten worden ververst. De wegen waren toen dan ook algemeenlijk heel kwaad.

Nog iets wat opvalt: het nevenstaande Frans klinkt veel minder archaïsch. ‘Que vous servirai-je? Voulez-vous un peu de soupe? (…)’. Behalve een curiosum dat een beeld geeft van het twijfelachtige, gallicistische Nederlands dat eind negentiende-eeuw in Vlaanderen zo niet gesproken, dan toch geschreven werd, is het boekje ook een fraaie illustratie van het hoge verouderingstempo van het Nederlands ten opzichte van het Frans.

En dat is waar ik naartoe wilde, want met die kwestie van differentiële veroudering hangen interessante ‘vertaalstrategische’ kwesties samen. Bij het vertalen van oudere teksten wordt de vertaler namelijk voor een dilemma geplaatst: wat moet hij accentueren, de vitaliteit van de tekst of de historische afstand die ons van die tekst scheidt? Voor mij is het antwoord duidelijk: als ik moet kiezen tussen een anachronisme en een archaïsme, kies ik voor het eerste. Niet het optrekken van praalgraven, maar het inblazen van leven is wat een vertaler voor ogen zou moeten staan. Een vertaler die zich bij de vertaling van een Franse roman uit 1896 het gebruik van alle na 1896 ontstane Nederlandse woorden ontzegt, geeft blijk van een trouw die misplaatst is. Dat is misschien een open deur, maar sommige vertalers huldigen wel degelijk die stelregel.

Dat vergat ik nog, het boekje met Vlaamsche samenspraken kwam meteen van pas. Zo verliep mijn gesprekje met de boekverkoper op de Ajuinlei: ‘– Gij hebt onlangs eene soortering fransche boeken ontvangen. Ik zou ze wel geêrne zien. – Zeer geêrne, mijnheer. Zij zijn maar eerst ontplakt dezen morgend. Gij zult ze het eerst zien. – Zijn het al nieuwe boeken? – Néén, mijnheer. Daar zijn er nieuwe en oude. (…) Wel, mijnheer, hebt gij iets gevonden dat u passe?’

Rokus Hofstede

In de Oorshop
  • Nr. 481, 2020
    Tirade stuurt haar afgezonderde lezers met nummer 481 een pak brieven toe, zoals altijd in de vorm van nieuw en bijzonder literair werk. De onlangs gedebuteerde Jack de Boer beschrijft in een indrukwekkend essay hoe het coronavirus zijn werk als schoolmeester in de war schopte. Redacteur Anja Sicking herlas Mary Shelley’s Frankenstein en reflecteert op...
    Lees verder
  • Nr. 480, 2020
    In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig...
    Lees verder
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de...
    Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er...
    Lees verder
  • Nr. 477, 2019
    De derde week van maart 2019 was ronduit schokkend. De white surpremacist Brenton Tarrant hield gruwelijk huis in twee moskeeën in Christchurch, Gökmen T. opende uit geloofsoverwegingen het vuur in een tram in Utrecht en de nationalistische partij van Thierry Baudet won de Provinciale Statenverkiezingen won. Onder het moto keep your friends close but your...
    Lees verder
  • Nr. 476, 2019
    ‘Boosheid kan een motor zijn voor veel dingen, net als bezorgdheid, fascinatie of angst (in dit nummer van Tirade is aan dat alles geen gebrek),’ schrijft Marko van der Wal in het redactioneel van Tirade 476. Het nummer bevat verhalen van Femke Van De Pontseele, Lotte Dondorp en Joep van Helden, een essay over de...
    Lees verder
  • Nr. 474, 2019
    Gucci lanceerde onlangs een zwarte trui met in de col een gat en daaromheen een rode mond. Een verwijzing naar de kunstenaar Leigh Bowery, zo stelde het modemerk. Een onversneden hedendaagse blackface, volgens social media. Bowery was – hij stierf aan aids in 1995 – een kunstenaar die het nachtleven van Londen opschudde met zijn...
    Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade...
    Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien...
    Lees verder
  • Nr. 471, 2018
    Na ons feestelijke blognummer nu weer een Tirade met de u vertrouwde samenstelling van bekende en onbekende namen. Maar liefst vier debuten staan er in dit nummer, dus als iemand nog durft te zeggen dat literaire tijdschriften hun functie als kweekvijver voor talent al lang geleden hebben verloren, lees dan vooral de bijdragen van Ine...
    Lees verder
  • Nr. 470, 2018
    Tirade bestaat zestig jaar, en dat is een mooie aanleiding om eens het beste van ons blog te verzamelen. De wens een selectie van de digitale evenknie over te hevelen naar een echt nummer bestond al een tijdje, maar nu is het dan zover: de kloeke bloemlezing van www.tirade.nu is eindelijk daar. In tegenstelling tot...
    Lees verder
  • Nr. 469, 2017
    Tirade 469 is een aflevering met extra veel poëzie uit het buitenland. Zo vertaalden Annemarie Estor en Ali Salim de Iraaks-Belgische vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Jente Rhebergen vertaalde werk van Andries Bezuidenhout en Daan Doesborgh vertaalde enkele gedichten uit de  bundel Crow van Ted Hughes. Helemaal wars van de waan van de dag zijn de...
    Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction...
    Lees verder
  • Nr. 467, 2017
    Achter ieder nummer van Tirade dat verschijnt, gaat de mogelijkheid van een veel omvangrijker nummer schuil, dat niet verschenen is:  het is het topje van de ijsberg. Onze keuze. Tiemen Hiemstra – zijn werk is nog niet uitgegeven of bekroond – schreef een origineel essay over terrorisme. De succesvolle debutant Marijn Sikken leverde een bijdrage...
    Lees verder
  • Nr. 466, 2017
    Dit nummer van Tirade opent met een blik naar het verleden. Redacteur Marko van der Wal bekeek ons eerste decennium, de jaargangen 1957-1967, en schreef over de plek die beeld toen innam – zoals nu de illustraties van Roos Pollmann als een slinger door het nummer hangen. In dit feestjaar, Tirade bestaat zestig jaar, zullen...
    Lees verder
  • Nr. 465, 2016
    Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een...
    Lees verder
  • Nr. 463, 2016
    Het zomernummer van Tirade is gevuld met bijdragen van grootheden zoals Hans Fallada, Ann Beattie en Alfred Schaffer. Er keren ook graaggeziene gasten terug: Pieter Kranenborg, Anne-Marieke Samson, Wieke van der Linden en Carel Peeters (over Lize Spit). Verder een verhaal van de Spaanse schrijver Marina Perezagua en poëzie van Estelle Boelsma. Onze nieuwe redacteur...
    Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië....
    Lees verder
  • Nr. 461, 2015
    De kerstbijdragen in Tirade 461 komen van Ivo Victoria, Henk van Straten, Anne-Marieke Samson, Sander Kollaard en Maurits de Bruijn. Wytske Versteeg en Gilles van der Loo hingen allebei een bal in de boom, en Marko van der Wal vertaalde voor de gelegenheid een verhaal van G.K. Chesterton. De lezer die het niet zo op...
    Lees verder
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each...
    Lees verder
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij...
    Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog...
    Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus...
    Lees verder
  • Nr. 450, 2013
    Ter gelegenheid van het 450ste nummer van Tirade schreven 45 auteurs een tirade van 450 woorden. Met bijdragen van: Joop Goudsblom P.F. Thomése Franca Treur A.H.J. Dautzenberg Gilles van der Loo Tomas Lieske Marita Mathijsen Frits Abrahams Detlev van Heest Henk Broekhuis Binnert de Beaufort Roos van Rijswijk Walter van den Berg Maria Barnas Marko...
    Lees verder
  • Nr. 449, 2013
    Met bijdragen van: Heather BellWalter van den BergWim BrandsNikki DekkerMatthew DickmanAuke HulstFlorian Illichmann-RajchlSander KollaardHalbo KoolDelphine LecompteEva MeijerAki OllikainenZośka PapużankaCarel PeetersStine PilgaardLiz RosenbergBrenda ShaughnessyRichard SikenLize SpitLeo VromanJoost Zwagerman

Procedures voor de introductie

Met enige regelmaat krijg ik mails van mensen die informatie willen over het vertaalprogramma Tovertaal™. In het vertaaltijdschrift Filter heb ik namelijk ooit een reeks tests van dat programma gepubliceerd, die nu op internet staan (hier), en het contactadres leidt naar mij.

Martin de HaanEen paar dagen geleden was het weer zover: ‘Kunt u mij vertellen hoe ik aan een (bèta?-)versie van tovertaal kan komen. Als taalfreak ben ik daar wel benieuwd naar. Omdat ik mijn blog in het engels voer moet ik nogal eens een stuk tekst vertalen voor dat doel, en dat kost me eigenlijk wat teveel tijd naar mijn zin.’

Ik schreef terug wat ik altijd terugschrijf, namelijk dat alle informatie in de tests zelf staat, met name in de laatste, maar dit keer was dat niet voldoende, blijkens het antwoord: ‘Erg interessante en leuke stukjes die u geschreven heeft in uw tests van Tovertaal. Maar onderstaand antwoord begrijp ik niet. Ik heb nu inderdaad alle tests van a tot z gelezen (ik geef toe, de eerste keer was ik halverwege test 3 gestopt), maar de informatie die ik zoek kan ik toch echt niet vinden. Voor de goede orde: ik kijk op http://www.tovertaal.nl en de laatste alinea van test 4 luidt:

“Dit is de laatste van de vier tests. Het is mijn gewoonte geworden om elke aflevering te besluiten met een uitsmijter, en dat wil ik ook dit keer graag doen. Tovertaal™ heeft namelijk nog één prachtige mogelijkheid die totnogtoe niet ter sprake is gekomen: het programma kan ook zelf schrijven. Voer het onderwerp, het genre, de toon, de stijl, de lengte en eventueel een of meer details in, en binnen enkele minuten verschijnt er in perfect Nederlands (of Frans, of Chinees, afhankelijk van de geïnstalleerde taalmodules) een al even perfecte (of desgewenst gebrekkige) tekst in beeld. Ik hoef geen voorbeelden te geven, want die hebt u al gelezen: deze vier tests zijn door het programma zelf geschreven. Ik ben Tovertaal™.”’

Waarna de brievenschrijver besluit met de haast wanhopige vraag: ‘Kan ik daarin vinden wat ik zoek???’

De informatie in kwestie is natuurlijk dat het programma niet bestaat en dat het allemaal een verzinsel was, maar kennelijk hebben sommige lezers zulke hoge verwachtingen dat de waarheid domweg niet tot ze wil doordringen, zelfs niet na het lezen van de slotzin. Aanvankelijk was ik daar zeer verbaasd over, maar inmiddels ben ik eraan gewend. Het vertrouwen van de moderne mens in de techniek kent geen grenzen, en zelfs ‘taalfreaks’ nemen voor zoete koek aan dat het mogelijk is om een computerprogramma te maken dat alle mogelijke teksten, zelfs metrische en rijmende gedichten (zie test 4), niet alleen in perfect Nederlands omzet, maar ook in een esthetische vorm die het origineel volledig recht doet.

En dat terwijl ik aanvankelijk gewoon wat leuke stijlexperimenten wilde bedrijven, in een vorm waarvan ik dacht dat iedereen meteen zou snappen dat die fictief was. Niet dus. Na de eerste test kreeg ik direct een aantal mails van collega’s (professionele literair vertalers!) die zich bedreigd voelden in hun beroepstoekomst, en het aantal reacties (allemaal in dezelfde trant) nam alleen nog maar toe na de volgende tests, hoe grotesk ik die ook had proberen te maken. En hoewel je op internet goed moet zoeken om de site te vinden, levert die me dus nog regelmatig vragen op (o.a. van een lagereschoolvriend die ik al bijna dertig jaar niet meer had gezien, en die gewoon op zoek was naar een… perfect vertaalprogramma).

Volgens mij zullen vertaalprogramma’s de mens nooit kunnen vervangen. Woordenboeken en grammaticale regeltjes kun je (met moeite) in een machine stoppen, maar kennis van de context niet, en daarvoor zal dus altijd een menselijke vertaler nodig blijven – die natuurlijk wel gebruik kan maken van vertaalprogramma’s. Initiatieven zoals van het Franse ministerie van Cultuur, dat vorig jaar een openbare aanbesteding uitschreef voor vertaalsoftware die de anderstalige correspondentie kon verzorgen, zijn dan ook tot mislukken gedoemd (om nog maar te zwijgen van de vertaalmachines die de Amerikanen hebben gebruikt bij hun inval in Irak, naast het vizier gemonteerd op het geweer).

De beste manier om op dat soort waanideeën te reageren is ongetwijfeld die van de Franse vertalersvereniging ATLF: een protestbrief schrijven en die twee keer (heen en terug) door een vertaalmachine halen om te laten zien wat dat concreet oplevert. Zoiets bijvoorbeeld, de beginalinea van deze blog, ‘vertaald’ door Google Translate (Nederlands > Chinees > Nederlands):

‘Ik heb een aantal gewone mensen willen e-mail dialoogtaal vertaling procedures Magic™. Filter magazine in de vertaling heb ik in een reeks van proeven, de procedures voor de introductie, en nu op het internet (hier), en leiden tot contact met mij op.’

Martin de Haan



Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Het broeden

Het moet voor de Tirade-redactie geen geringe klus zijn geweest om de schriftelijke reacties van vierentwintig vertalers op tweeëndertig vragen te componeren tot een doorlopende tekst. Uiteraard hebben niet alle antwoorden het gehaald tot de gedrukte versie van het tijdschrift of tot het supplement op deze website (hier en hier, voor wie het is ontgaan).

RH.IDVandaar, exclusief voor de lezers van deze blog (of is het dit blog?), mijn apocriefe antwoord op de vraag: Op welk woord of op welke zin heeft u het langst moeten broeden?

De zinnen waar je het langs op broedt zijn niet noodzakelijkerwijs de moeilijkste, langste, ingewikkeldste. De kunst van het weglaten is van alle vaardigheden waarover een vertaler moet beschikken misschien wel de minst zichtbare. Een bondige, heldere zin bondig en helder vertalen is lastiger dan het lijkt.

Het langst heb ik gebroed op zinnen waarvan ik wist dat ik ze onder geen beding mocht verknoeien. Lang heb ik zitten broeden op de openingszin van Pierre Michons ‘Je veux me divertir’, een tekst uit Maîtres et serviteurs (vertaald als Meesters en knechten). ‘Je veux me divertir’ beschrijft de nadagen van de schilder Watteau, juister gezegd, de erotische en pornografische obsessies die hem door Michon worden toegedicht. De openingszin is wat dat aangaat meteen bijzonder expliciet: ‘Dans sa jeunesse, ne pas avoir toutes les femmes lui avait paru un intolérable scandale.’

De zin frappeert door de discrepantie tussen het prachtige, evenwichtige ritme en de ongehoorde aanmatiging die erin tot uiting komt. Om evenveel frappe in de vertaling te krijgen heb ik, na het terzijde schuiven van een eindeloze reeks varianten, gekozen voor een staande uitdrukking. ‘Dat hij niet alle vrouwen kon krijgen had hem, in zijn jeugd, getroffen als een grof schandaal.’

Jean-Antoine Watteau werd geboren in 1684 in Valenciennes en stierf in 1721 in Nogent-sur-Marne. Het Noord-Franse Valenciennes, ooit Valencijn, was in de zestiende eeuw een bolwerk van calvinisme. Het is niet onmogelijk dat Watteau in zijn jeugd Nederlands sprak. Het zou mij een lief ding waard zijn geweest om te weten hoe hij dat met zijn eigen woorden zou hebben gezegd, ‘un intolérable scandale’.

Rokus Hofstede




Meer blogs

  • Roze

    Ondanks vele uren Pippi Langkous en een zekere volharding van B en mij in het niet vrouwelijk stereotyperen van onze dochter is Ada gek op roze. Op goede dagen trekt ze alles wat ze aan roze kleding heeft tegelijk aan en tolt dan pirouetten in de woonkamer. Ik wil graag melden dat ze daar vaak...
    Lees verder
  • Nr. 45: nog een week

    ‘Trump?’ vraagt mijn vriendin. Het is zes uur ’s ochtends en de stem van de 45e president van de Verenigde Staten verstoort de stilte, ook al staat het volume op mijn smartphone op zijn laagst. Ze weet het antwoord al. Het nieuws rond nr. 45 is als een wekker, die niet alleen het begin van...
    Lees verder
  • Hond worden (over Goethe en Canetti)

    Het is zondagmiddag in coronatijd en ik maak een herfstwandeling door park Meyendel bij Wassenaar. In brede kolonnes marcheren we als één organische mensenmassa over paden langs berken, kinderkliminstallaties en duindoornstruiken. Waxjassen kraken en piepen, wollige laarzen vertrappen het mos, lauwwarme aardappelen dansen in kelen. Twee nogal gedrongen, dikkige boxers aan een lijn komen hijgend...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Gilles van der Loo

    Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

  • Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • Julien Ignacio

    Julien Ignacio (1969) is schrijver en blogger. Hij is redacteur van Tirade en publiceerde theaterstukken en korte verhalen. Bij Van Oorschot verscheen in september zijn debuutroman Kus.