Lichaam

In het najaar van 2001 vond er op de doorgaans zo praktische e-maillijst van de Werkgroep Vertalers van de VvL een heuse intellectuele discussie plaats. Inzet was de vraag hoe het werk van een literair vertaler moet worden gezien: als ambacht, of als uitvoerende kunst?

Martin de HaanDe hele vraag kan op het eerste gezicht tamelijk onzinnig lijken, omdat de twee mogelijkheden elkaar niet echt uitsluiten, maar het achterliggende meningsverschil is dat allerminst: de ‘ambacht’-optie werd verdedigd door mensen die de identiteit tussen brontekst en vertaling wilden benadrukken, de ‘uitvoerende kunst’-optie door mensen (om precies te zijn vooral ikzelf) die het vooral het verschil tussen brontekst en vertaling interessant vonden. Ambacht staat voor vaardigheid, techniek, herhaalbaarheid, uitvoerende kunst staat voor interpretatie, visie, eenmaligheid; de keuze tussen die twee hangt uiteraard nauw samen met de vraag hoe je je als vertaler tot je vak wenst te verhouden.

De discussie leek mij interessant genoeg voor een minder terloopse voortzetting op een openbaar podium, dus schreef ik een polemische ‘Stelling’ voor het vertaaltijdschrift Filter (8:4), in de hoop dat andersdenkende vertalers erop zouden reageren. Die stelling luidde kortweg: ‘Literair vertalen is een uitvoerende kunst,’ en ik betoogde dat elke goede vertaling een ‘subjectieve maar volledig dienstbare visie’ op de brontekst veronderstelt, die uiteindelijk is geworteld in het lichaam van de vertaler, ‘het filter dat een vertaling tot een eenmalige, niet-herhaalbare taalhandeling maakt’.

En inderdaad kwam er meteen in hetzelfde nummer van Filter al een reactie, zij het uit geheel onverwachte hoek: ik werd links ingehaald door het duo Winibert Segers en Henri Bloemen, dat mijn stelling pareerde met de tegen-stelling dat vertalen ‘géén overeenkomst, géén gelijkenis, géén afbeelding, wel verschil’ is, ‘eerder metonymie dan metafoor’, kortom ‘vrouw’. Die nadruk op het verschil in plaats van op de overeenkomst vertoonde een opvallende gelijkenis met mijn eigen standpunt op de e-maillijst, maar dit keer was ik zelf de gebeten essentialistische hond, want ‘de vergelijking van het vertalen met het uitvoeren van een muziekstuk is een uitgewerkte metafoor’ die uiteindelijk toch ‘haar beperkend, mannelijk karakter’ toont, aldus mijn nieuwe opponenten. Immers: ‘Wie vertalen metaforisch definieert, wil grijpen, beheersen, binnendringen, toe-eigenen, vervangen, zich in de plaats stellen: man zijn. Het metonymische daarentegen is het contigue, het ontsnappende, het zich onttrekkende, het anders en elders zijn.’

In mijn ietwat ludiek getoonzette weerwoord (in Filter 9:1) ging ik in op het bijzonder mannelijke beeld van het vertalen als vrouw, met name door te stellen dat je het metaforische (de overeenkomst, de gelijkenis, de afbeelding) nooit kunt wegstrepen zonder tegelijk het vertalen zelf kwijt te raken, ‘net als die onhandige vader die zijn kind samen met het badwater door het raam gooide’. En ik citeerde een zin van de Amerikaanse literatuurwetenschapper Paul de Man (what’s in a name?) die me de situatie goed leek samen te vatten: ‘The relationship between the literal and the figural sense of a metaphor is always metonymic, though motivated by a constitutive tendency to pretend the opposite.’ Vertaald naar het vertalen: de relatie tussen brontekst en vertaling mag dan uiteindelijk altijd metonymisch zijn omdat verschuiving (een kernbegrip in de vertaalwetenschap: vertaalfouten heten daar ‘ongemotiveerde semantische verschuivingen’) onontkoombaar is, toch gaat van een vertaling altijd een metaforische aanspraak uit, de illusie van (of hoop op) een overeenkomst met de brontekst. Het een is niet denkbaar zonder het ander.

Wat ik in mijn weerwoord destijds niet schreef, maar misschien wel had moeten schrijven, is dat mijn stelling ‘literair vertalen is een uitvoerende kunst’ helemaal geen metafoor of vergelijking was: het was eenvoudigweg een definitie, naar keurig taxonomisch model. Literair vertalen is niet als een uitvoerende kunst, literair vertalen is een uitvoerende kunst, omdat het op zoekende, niet-mechanische wijze een bestaand taalkunstwerk omzet in een nieuw taalkunstwerk. Het enige wat aan mijn definitie ontbrak was wat in de aristotelische taxonomie differentia specifica wordt genoemd, het onderscheidende kenmerk van een species binnen een genus. Vul zelf maar in: literair vertalen is een uitvoerende kunst… die een bestaand literair werk probeert te herscheppen in een andere taal. Waarbij ‘bestaand’ overigens niet moet worden gelezen als ‘voor eeuwig vastliggend’, want de uitvoering concretiseert, actualiseert, creëert het origineel. Zoals de befaamde vertaler Dolf Verspoor ooit schreef: ‘Het kunstwerk bestaat niet objectief. Kunst komt alleen over in de vorm van interpretatie, van vertaling. Het kunstwerk is essentieel mobiel, al naar gelang van degenen die het in zich opnemen, al naar gelang van de tijd.’

Dat vind ik nog steeds een overtuigende benadering. Toch zit een aantal dingen in mijn oude formulering me nu niet lekker meer, met name de combinatie van begrippen als ‘subjectief’ en ‘visie’ (die uitgaan van beheersing en onderwerping aan een bewuste intentie) met een begrip als ‘lichaam’ (dat eerder staat voor het onbeheersbare, de driften). Rokus heeft al aangekondigd dat hij na zijn thuiskomst een lofrede op de subjectiviteit zal houden aan de hand van de onlangs overleden vertaler en theoreticus Henri Meschonnic. Zelf kies ik nu voor het lichaam: het lichaam van de vertaler, dat als ruis ingebakken zit in de vertaling en er de eigenheid van uitmaakt.

Martin de Haan


In de Oorshop
  • Nr. 482, 2020
    Op de plank. 75 jaar Uitgeverij Van Oorschot Tirade, in 1957 opgericht als het ‘blaadje’ van Uitgeverij Van Oorschot en nog altijd onderdeel van de uitgeverij, viert met dit nummer het 75-jarig bestaan van de uitgeverij. We gaven een batterij schrijvers de opdracht om te kijken welke boeken van Van Oorschot zij op de plank...
    Lees verder
  • Nr. 481, 2020
    Tirade stuurt haar afgezonderde lezers met nummer 481 een pak brieven toe, zoals altijd in de vorm van nieuw en bijzonder literair werk. De onlangs gedebuteerde Jack de Boer beschrijft in een indrukwekkend essay hoe het coronavirus zijn werk als schoolmeester in de war schopte. Redacteur Anja Sicking herlas Mary Shelley’s Frankenstein en reflecteert op...
    Lees verder
  • Nr. 480, 2020
    In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig...
    Lees verder
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de...
    Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er...
    Lees verder
  • Nr. 477, 2019
    De derde week van maart 2019 was ronduit schokkend. De white surpremacist Brenton Tarrant hield gruwelijk huis in twee moskeeën in Christchurch, Gökmen T. opende uit geloofsoverwegingen het vuur in een tram in Utrecht en de nationalistische partij van Thierry Baudet won de Provinciale Statenverkiezingen won. Onder het moto keep your friends close but your...
    Lees verder
  • Nr. 476, 2019
    ‘Boosheid kan een motor zijn voor veel dingen, net als bezorgdheid, fascinatie of angst (in dit nummer van Tirade is aan dat alles geen gebrek),’ schrijft Marko van der Wal in het redactioneel van Tirade 476. Het nummer bevat verhalen van Femke Van De Pontseele, Lotte Dondorp en Joep van Helden, een essay over de...
    Lees verder
  • Nr. 474, 2019
    Gucci lanceerde onlangs een zwarte trui met in de col een gat en daaromheen een rode mond. Een verwijzing naar de kunstenaar Leigh Bowery, zo stelde het modemerk. Een onversneden hedendaagse blackface, volgens social media. Bowery was – hij stierf aan aids in 1995 – een kunstenaar die het nachtleven van Londen opschudde met zijn...
    Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade...
    Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien...
    Lees verder
  • Nr. 471, 2018
    Na ons feestelijke blognummer nu weer een Tirade met de u vertrouwde samenstelling van bekende en onbekende namen. Maar liefst vier debuten staan er in dit nummer, dus als iemand nog durft te zeggen dat literaire tijdschriften hun functie als kweekvijver voor talent al lang geleden hebben verloren, lees dan vooral de bijdragen van Ine...
    Lees verder
  • Nr. 470, 2018
    Tirade bestaat zestig jaar, en dat is een mooie aanleiding om eens het beste van ons blog te verzamelen. De wens een selectie van de digitale evenknie over te hevelen naar een echt nummer bestond al een tijdje, maar nu is het dan zover: de kloeke bloemlezing van www.tirade.nu is eindelijk daar. In tegenstelling tot...
    Lees verder
  • Nr. 469, 2017
    Tirade 469 is een aflevering met extra veel poëzie uit het buitenland. Zo vertaalden Annemarie Estor en Ali Salim de Iraaks-Belgische vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Jente Rhebergen vertaalde werk van Andries Bezuidenhout en Daan Doesborgh vertaalde enkele gedichten uit de  bundel Crow van Ted Hughes. Helemaal wars van de waan van de dag zijn de...
    Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction...
    Lees verder
  • Nr. 467, 2017
    Achter ieder nummer van Tirade dat verschijnt, gaat de mogelijkheid van een veel omvangrijker nummer schuil, dat niet verschenen is:  het is het topje van de ijsberg. Onze keuze. Tiemen Hiemstra – zijn werk is nog niet uitgegeven of bekroond – schreef een origineel essay over terrorisme. De succesvolle debutant Marijn Sikken leverde een bijdrage...
    Lees verder
  • Nr. 466, 2017
    Dit nummer van Tirade opent met een blik naar het verleden. Redacteur Marko van der Wal bekeek ons eerste decennium, de jaargangen 1957-1967, en schreef over de plek die beeld toen innam – zoals nu de illustraties van Roos Pollmann als een slinger door het nummer hangen. In dit feestjaar, Tirade bestaat zestig jaar, zullen...
    Lees verder
  • Nr. 465, 2016
    Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een...
    Lees verder
  • Nr. 463, 2016
    Het zomernummer van Tirade is gevuld met bijdragen van grootheden zoals Hans Fallada, Ann Beattie en Alfred Schaffer. Er keren ook graaggeziene gasten terug: Pieter Kranenborg, Anne-Marieke Samson, Wieke van der Linden en Carel Peeters (over Lize Spit). Verder een verhaal van de Spaanse schrijver Marina Perezagua en poëzie van Estelle Boelsma. Onze nieuwe redacteur...
    Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië....
    Lees verder
  • Nr. 461, 2015
    De kerstbijdragen in Tirade 461 komen van Ivo Victoria, Henk van Straten, Anne-Marieke Samson, Sander Kollaard en Maurits de Bruijn. Wytske Versteeg en Gilles van der Loo hingen allebei een bal in de boom, en Marko van der Wal vertaalde voor de gelegenheid een verhaal van G.K. Chesterton. De lezer die het niet zo op...
    Lees verder
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each...
    Lees verder
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij...
    Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog...
    Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus...
    Lees verder
  • Nr. 450, 2013
    Ter gelegenheid van het 450ste nummer van Tirade schreven 45 auteurs een tirade van 450 woorden. Met bijdragen van: Joop Goudsblom P.F. Thomése Franca Treur A.H.J. Dautzenberg Gilles van der Loo Tomas Lieske Marita Mathijsen Frits Abrahams Detlev van Heest Henk Broekhuis Binnert de Beaufort Roos van Rijswijk Walter van den Berg Maria Barnas Marko...
    Lees verder

Zichtbaar!

In vorige posts klaagden Rokus en ik steen en been over onze onzichtbaarheid, we vertelden hoe we ondanks herhaald psychiaterbezoek en verregaande experimenten met psychedelische drugs maar niet tevreden konden zijn met het lot dat ons als ondergewaardeerde vertalers ten deel viel, en we kondigden al een spectaculaire job shift naar de popmuziek aan (we zijn een stuk jonger dan de Rolling Stones, dus dat moet kunnen).

Martin de HaanDe smalende reacties waren niet van de lucht. Wat zeuren jullie toch over onzichtbaarheid, jullie hebben nu toch een blog? Ja, dat is waar, daar hadden we nog niet bij stilgestaan. Maar dan is de vraag natuurlijk meteen: hoe zichtbaar is het Tiradeblog? De voltallige staf van de site is net als Rokus op vakantie dus ik heb geen harde statistieken, maar ik heb wel een indicatie op grond van het aantal computers waarop de filmpjes van 14 juli zijn bekeken – namelijk 31, als ik mijzelf niet meereken. Natuurlijk zijn mensen die vertalersblogs lezen niet visueel ingesteld, sommigen van hen hebben vast geen zin om filmpjes te bekijken en beperken zich liever tot de essentie, dus laten we zeggen dat het blog wordt gelezen door 50 mensen.

Is dat veel of weinig? Gans Nederland vertoeft momenteel weer in het buitenland en je kunt van al die mensen niet verwachten dat ze in Thailand of Egypte op het strand hun iPhone pakken om te lezen wat Hofstede en De Haan nu weer hebben geschreven. Toch lijkt 50 mensen me niet veel, vooral omdat bijna alle reacties tot nu toe van beroepsvertalers komen: kennelijk schrijven wij voor een publiek van ingewijden, en dan mag het trouwens nog een wonder heten dat we de 50 lezers halen, want veel nieuws vertellen we niet, iedereen kent onze verhalen uit eigen praktijk.

Maar voordat we de lier definitief aan de wilgen hangen is het misschien toch slim om een laatste offensief in te zetten, een frontale aanval op alle fronten. Actieplan:

1) om geld binnen te krijgen: een benefietconcert van U2 in de Amsterdam Arena, gepresenteerd door Umberto Eco (werktitel: ‘Translator Aid’);

2) met dat geld: ludieke publieksacties (‘Adopteer een vertaler’), reclameposters, educatieve tv-spotjes, fluorescerende stickers op alle vertaalde boeken, 5% korting op het vertaalhonorarium aan uitgevers die de naam van de vertaler prominent vermelden, enz.

3) als dat allemaal niet helpt: staken tot er een nijpend gebrek aan boeken dreigt te ontstaan (immers, 67% van alle in het Nederlands uitgebrachte fictie is vertaald).

Nu ik dit zo opschrijf, krijg ik er direct zin in. Misschien is nog niet alles verloren. Vandaar tot slot nog maar eens een heel positief filmpje, een willekeurige collectie boekomslagen van Europese uitgeverijen waaruit blijkt dat de naam van de vertaler heel goed kan worden vermeld zonder dat het omslag er onaantrekkelijk van wordt:

Martin de Haan

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Beheersbaarheid

Het boek waar ik momenteel aan werk heet Une rencontre en is geschreven door Milan Kundera. Ik ben zijn vaste vertaler, dit is mijn vierde boek van hem na de romans Identiteit en Onwetendheid en het essay Het doek. Voor wie het nog niet wist: de in Tsjechoslowakije geboren Kundera woont sinds 1975 in Frankrijk en heeft inmiddels acht boeken in het Frans geschreven, twee meer dan de zes Tsjechische titels die hij tot zijn officiële oeuvre rekent (zijn jeugdwerk, met name drie toneelstukken en drie poëziebundels, heeft hij afgezworen). Hij is dus geen Tsjechische schrijver meer en wil ook geen Franse schrijver zijn, maar een Europese schrijver die toevallig het Frans hanteert.

Martin de Haan

Kundera heeft de reputatie vertaleronvriendelijk te zijn, wat hij te danken heeft aan de bezetenheid waarmee hij na zijn emigratie de vertalingen van zijn werk is gaan herzien. Op een gegeven moment was hij daar haast meer tijd aan kwijt dan aan het schrijven zelf, zegt hij met gevoel voor zelfspot in het nawoord bij de derde, definitieve Franse versie van De grap.

De reden is eenvoudig: toen hij zich in Frankrijk had gevestigd, ontdekte hij dat de vertaler van zijn eersteling de kale, nauwkeurige stijl had opgesmukt met bloemrijke beelden (want dat zou de Franse traditie vereisen). Voorbeeld: de zin uit De grap die door Jana Beranová in het Nederlands is vertaald als: ‘De hemel was blauw en het was een schitterende oktobermaand’, luidde in de eerste Franse vertaling: ‘Onder een helblauwe lucht hees oktober zijn weelderige vlag.’ In andere vertalingen stuitte de argwanend geworden auteur op vergelijkbare of nog ergere aanpassingen (de eerste Engelse vertaler van De grap had het boek zelfs ingekort en de volgorde van de hoofdstukken veranderd), en hij besloot nieuwe vertalingen in het vervolg zoveel mogelijk te controleren.

De componist Ligeti verbood Ronald Brautigam zijn pianoconcert te spelen omdat hij zich niet herkende in de uitvoering. De romancier Kundera wees diverse vertalingen af omdat ze zijn esthetiek geen recht deden. Waar ligt de grens tussen terecht ingrijpen en misplaatste bemoeizucht?

Het antwoord op die vraag valt niet in algemene termen te geven. Of liever gezegd, er zijn meerdere antwoorden mogelijk, die afhangen van de manier waarop je aankijkt tegen literatuur, taal en werkelijkheid. Zelf geloof ik niet in de volledige beheersbaarheid van taal: als de woorden eenmaal op schrift staan, gaan ze hun eigen leven leiden. Overigens is dat een van de hoofdthema’s uit Kundera’s romans: de onvoorziene en ongewilde gevolgen die onze woorden of daden kunnen hebben (en de vergeefse pogingen die we doen om de geest weer in de fles te krijgen). Het is misschien wel zijn persoonlijke paradox dat hij, die dit proces scherper beschrijft dan wie ook, zozeer een illustratie van zijn eigen these is geworden.

Ik mag hem graag, we zijn inmiddels vrij goed bevriend. Met mijn vertaalkeuzes bemoeit hij zich nooit, op mijn vragen geeft hij altijd voorbeeldig helder antwoord. Soms betrap ik hem op een foutje of een inconsequentie. Dan verzucht hij: ‘Waarom zijn niet meer vertalers zo kritisch?’

Martin de Haan

Meer blogs

  • Joseph Roth - Leviathan - slot

    (Lees vanaf het begin) Acht dagen later stierf ze, voorzeker als gevolg van de hersenschudding! En niet geheel ten onterecht meende Nissen Piczenik dat zijn vrouw niet alleen aan een hersenschudding was overleden, maar ook omdat haar leven van geen enkel ander leven van wie ook maar op de wereld afgehangen had. Niemand had gewild...
    Lees verder
  • De dood van Misha Meijer

    Sinds de scholen dicht zijn, fietst Nadim op maandagochtenden mee op mijn hardlooprondje door het Westerpark. Hij doet het met plezier, wat ik niet had verwacht omdat mijn jongen een geboren bankhanger is. Onder het rennen doen we rekensommen of praten we Engels, wat hij veel leuker vindt. Toen we eergisteren langs het oude Sloterdijk...
    Lees verder
  • Joseph Roth - Leviathan 9

    (hier lezen vanaf het begin) 7 En zo bracht de duivel koraalhandelaar Nissen Piczenik voor de eerste maal in verzoeking, en de duivel heette Jenö Lakatos en kwam uit Boedapest, en hij introduceerde nepkoralen in Rusland, de celluloïdkoralen die als je ze aansteekt blauwachtig branden, als de kringen van de hel. Toen Nissen Piczenik thuiskwam,...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Julien Ignacio

    Julien Ignacio (1969) is schrijver en blogger. Hij is redacteur van Tirade en publiceerde theaterstukken en korte verhalen. Bij Van Oorschot verscheen in september zijn debuutroman Kus.

  • Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.

  • Eline Helmer

    Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.