Getallengedoe

Op een bloedhete zomermiddag in 1978, in de tweede klas van basisschool De Poolster in Krommenie, werd ik voor het eerst geconfronteerd met mijn eigen cognitieve tekortkomingen toen ik Bart en Danny achterin de klas luidkeels en foutloos de tafel van zeven hoorde opdreunen. Dat ga ik nooit kunnen, dacht ik toen, en ik had gelijk.

Misschien kwam het door de rode gloed van het neergelaten zonnescherm; ze zagen er verhit uit. Opgewonden, alsof ze zojuist op een diep, alles verklarend inzicht waren gestuit. Danny bungelde driftig met zijn benen onder de tafel en Bart schoot af en toe in de lach, verbluft over hoe makkelijk dat getallengedoe hem afging.

Niet dat ik jaloers was, integendeel. Bart kon niet eens koprollen en Danny tekende nog altijd poppetjes met harkhanden, terwijl ik al een treffende Spiderman in de vingers had. Bovendien was het slechts een kwestie van tijd voordat hun geheime kennis zich ook aan mij zou openbaren en rekenen net zo makkelijk zou blijken als spelling, gym of begrijpend lezen.

Dat moment is niet gekomen. Erger nog, op het vwo moesten we behalve met cijfers ook met letters leren rekenen. Die provocatieve kolonisatie van het alfabet, aangevuld met mystieke symbolen als Σ, ∧, ∨, π en ∞, bewees voor mij dat wiskunde primair is bedacht om te verwarren, niet om te verhelderen.

Wat nou a2+b2=c2? Ik hield die dingen liever gescheiden.

Sinds ik met een informaticus vrij, is de wiskunde alsnog mijn huishouden binnengeslopen. Via het bed, waar ik op m’n kwetsbaarst ben. Al zestien jaar vind ik in al zijn broekzakken kladjes met formules, puntenwolken en zoekbomen. Bij elk papiertje vraag ik ‘Mag dit weg?’, want voor hetzelfde geld gooi ik een toekomstige Turing Award in de prullenbak.

Voor mij was hij altijd al de beste, maar deze week leerde ook de buitenwereld het genie van mijn echtgenoot kennen toen hij een wereldrecord vestigde: het grootste, meest omvangrijke wiskundige bewijs ooit geleverd. Met ruim 200 terabytes aan data, net zo veel als 160.000 illegale downloads van Batman vs Superman: Dawn of Justice, kraakte hij het Pythagoreïsche drietallenprobleem.*

Sindsdien zitten we middenin een internationale mediastorm. Nature publiceerde een artikel, gevolgd door Der Spiegel en een hausse aan andere nieuwsmedia van Mexico tot Rusland. De Volkskrant volgt aanstaande maandag met een uitgebreid interview op de wetenschapspagina.

Ik heb van heel veel dingen spijt in mijn leven, maar nog het meeste van mijn kortzichtige, irrationele afkeer van cijfers en formules. In plaats van sommen te maken, luisterde ik liever naar Sinéad O’Connor en mijmerde over mijn coming out met mijn bijlesjuf, de oudere zus van Danny, die behalve hoogbegaafd ook lesbisch was. Uiteindelijk scoorde ik een 4 voor wiskunde B op mijn eindlijst – genoeg om met de hakken over de sloot te slagen, maar veel te mager om ooit te doorgronden waarom ik zo trots op mijn man ben.

_____________________

* In de jaren ’80 loofde de Amerikaanse wiskundige Ronald Graham een cheque van 100 dollar uit voor een antwoord op de vraag: kun je alle gehele getallen rood of blauwkleuren zodanig dat er geen getallen a, b en c van dezelfde kleur zijn waarvoor de stelling van Pythagoras geldt: a2 + b2 = c2? Mijn echtgenoot heeft bewezen dat Grahams stelling opgaat voor alle gehele getallen tot 7824. Klik op de bovenstaande illustratie voor een schematische weergave van de oplossing.

De kleuren heb ik gekozen.

Arjen van Lith (1971) is freelance journalist en schrijver. Hij debuteerde bij De Harmonie met de verhalenbundel Mijn Snor. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin (Texas), waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Arjen van Lith

Arjen van Lith (1971) is journalist, schrijver en kunstenaar. Sinds acht jaar woont hij in de Verenigde Staten, eerst in Austin en nu in Pittsburgh, waar hij werkt aan zijn sleutelroman en andere projecten