Kapot

slaapmasker

Verkwikt opstaan, bestaat dat eigenlijk wel? De laatste tijd stel ik me die vraag steeds vaker. En vroeger, want uitslapen is er tegenwoordig ook al niet meer bij. Hoe laat ik ook naar bed ga; iedere ochtend klokslag half zeven word ik wakker, kapot van de dag die nog moet komen.

De Romeinse keizer Hadrianus (76-138) schreef – in de verbeelding van Marguerite Yourcenar* (1903-1987) – ontroerend over ouderdom, over het verval van zijn lichaam en de schoonheid van zijn tragisch vroeg gestorven lieveling Antonoös. Ik las het toen ik twintig was, veel te jong om het werkelijk te begrijpen. Nu ik de vijftig nader, zou ik er eigenlijk opnieuw in moeten beginnen, maar ik kan er de kracht niet meer voor opbrengen.

Waar Hadrianus op latere leeftijd steeds melancholieker werd en diep nadacht over zijn plek in de eeuwigheid, voel ik het vooral in mijn kuiten. Met evenwicht heeft het gelukkig (nog) niets te maken: ik sta niet zozeer wankel als wel onvast op m’n benen – het graduele verschil tussen omvallen en in elkaar zakken. Het is meer een gevoel van algehele slapte onder de knieën, grenzend aan gevoelloosheid.

Mijn vermoeidheid is tweeledig. Aan de ene kant verlang ik vanaf het moment dat de wekker gaat terug naar mijn bed; aan de andere kant word ik nooit helemaal wakker. Zelfs als ik zonder te knipperen recht in de douchekop staar, raak ik dat korsterige slaapvlies over mijn ogen de rest van de dag niet meer kwijt.

Al mijn hele leven heb ik moeite met opstaan, maar de laatste tijd vraag ik me hardop af of het ook echt noodzakelijk is, of het niet beter is om gewoon te blijven liggen. Sommige schrijvers hebben ontmoetingen nodig als grondstof voor hun verhalen, of ze doen een sociaal experiment als basis voor een nieuw boek. Weer anderen gaan naar de kroeg om gesprekken af te luisteren. Ik niet. Ik hoef niet zo nodig de straat op, ik heb een levendige binnenwereld.

Het mooie van het schrijverschap is dat je het ook liggend kunt doen.

_______________________

Disclaimer: De afgelopen week stond Austin op z’n kop vanwege het festival South by South West (SXSW), met meer dan een half miljoen bezoekers en duizenden artiesten. Dat kan ook te maken hebben met mijn vermoeidheid. De hele stad zit er doorheen. 

* Herinneringen van Hadrianus, vertaald door Jenny Tuin, Athenaeum – Polak & Van Gennip, 1998.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceert diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Arjen van Lith

Arjen van Lith (1971) is journalist, schrijver en kunstenaar. Sinds acht jaar woont hij in de Verenigde Staten, eerst in Austin en nu in Pittsburgh, waar hij werkt aan zijn sleutelroman en andere projecten