- Alfred Kossmann Een vanitas
- Willem Jan Otten Geef in eigen woorden weer
- Leo Vroman Ik vind graag een stervend kind
- [Klein’s having a bad day]
- Elisabeth Eybers
- Jan Kuyper
- Charlotte Mutsaers Ik sprak met dennenaalden, pijnappels en vissen 2 (een te laat geposte brief)
- Anton Ent
- Pieter A. Kuyk
- J. Hendrikx Oceaan van kou
- Herman Coenen
- Guus Middag Hardlopers en doodlopers
- Herlezen Tweede keer
- Poëziekroniek
[p. 243]
De bocht om, de singel op, het water spiegelt
natuurlijk spiegelt het water, diep in
de wolken ben ik dat vanzelf. Beschouw
de schubben van de vis, zwart zilver,
het rode wonder van de vinnen, kieuwen, staart.
Vreeswekkend waakt de groene snoek.
Ik spreek met vader op de troon. Beloof.
Zijn kale schedel glanst nu van emotie,
ik durf niet spuwen voor ik ga.
[p. 244]
De hoop neemt toe voor het ontbijt. Broodgeur.
Croissantjes in de oven. Grijpt hier gezelligheid
haar kans? Bij een dode die zondagsmorgens
zingend liefdegeuren door de kamer drijft?
Dreef. Dreef. Dreef. Gedreven heeft.
Ogen zonder toekomst staren het verleden in.
Woede. Goed zo. Wie bepaalt wat? Kanoën,
laten we in godsnaam driftig gaan varen.
In de binnenste wateren wankelen muren.
Het bruist boven mijn hoofd, in mijn oren.
Ik versta het niet goed: omkomen, ontkomen.
Wie ontkomen is, wordt genezen, maar waarvan?
[p. 245]
De naam valt weg. Dit is genot. Het heil is anoniem.
Ongenoemd is goed geprezen. Dag blad, dag media.
Brokkenmakers en moordenaars zijn tot initialen
gereduceerd. Zichtbaar is hun einde. Meer recht
op stilte hebben kunstenaars. Foto’s, vette koppen
en anekdotes plegen verraad. Herrie en telefoon.
Een uit de velen heeft dit vers geschreven.
Vergeet zijn hand zodra die op de uwe lijkt.
[p. 246]
Kroondomein. Herten grazen op grasland.
Zoals auguren eens vogels bekeken zie ik
hoe ze schrijven: rust, blijf op je hoede,
zelfs vroeg in de morgen, hier aan de bosrand.
Dit roodbruine schrijven is met stilte
verbonden, met adem en tijden.
Land wordt groen beeldscherm en herten
grazen de woorden uit lang vergeten teksten:
tellen, wegen, doorslaan naar de valse kant.
Ik zie de rug van een hand, speel nu voor koning.
Mijn vader vrat gras tot hij erkende:
stilte, adem en tijden gaan op in de leegte.

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief



