- Alfred Kossmann Een vanitas
- Willem Jan Otten Geef in eigen woorden weer
- Leo Vroman Ik vind graag een stervend kind
- [Klein’s having a bad day]
- Elisabeth Eybers
- Jan Kuyper
- Charlotte Mutsaers Ik sprak met dennenaalden, pijnappels en vissen 2 (een te laat geposte brief)
- Anton Ent
- Pieter A. Kuyk
- J. Hendrikx Oceaan van kou
- Herman Coenen
- Guus Middag Hardlopers en doodlopers
- Herlezen Tweede keer
- Poëziekroniek
[p. 261]
Het is, wanneer je het oog aan de kijker
overgeeft, alsof je plots in een ver
verleden voorover valt – hef nooit het glas
zonder reden, of, als het je overkomt,
zonder te geloven in wat je ziet -,
meeuwen in tientallen rijen stuiven op je af,
je hoort ze niet, oorlogsbodems, kleine
scheepjes, driemasters schuiven door het beeld
en je eigen hand glijdt daar doorheen
schrijvend, lieve ouders ik ben op weg
en weet niet waarheen, maar nu al
heb ik mijn gewicht verloren. Op het eiland
wacht de weegschaal, en het eerste bord
havermout. Stuur mij geen eten, stuur
mij een kaart van jullie hand. Er is
een toren die vuur geeft om ‘s avonds
bij te lezen. Stuur mij ook een kijker
om later, als dit lang voorbij is,
weer doorheen te zien, de vogels,
de zeehonden, de branding en jullie handen
zwaaiend boven het eenzaam, eenzaam zand.
[p. 262]
We hadden daar een kajuit, het verblijf
van een oude kapitein in rust, het eiland
als een schip om ons heen. Door het kleine raam
de waaiende grashalmen langs de helling
van het duin. Zon, gele brem, je wist
mei, en daarbuiten op de kale zandvlakte
die kolom van rook waarin alles opging
wat er nog aan resten lag verspreid.
Het eerste schaap over de dijk, haar lammeren
geroosterd, in de verte tussen het blinkend
gras jonge paarden, kalm, van niets
bewust dat op hol moest gaan.
‘s Middags, als de zon naar binnen
scheen, spreidden wij de deken over
ons heen, zag je het ademen in haar
schouderbladen, de licht uiteen waaiende
haren onder aan haar schedel, leven
dat als een scheepshoorn loeide,
en alles deinde, wanhopig omdat iets
vlot moest gaan wat nog in de trossen
lag vastgeknoopt en riep en riep, hoog
gierend met een stem van sirene, ketsend,
kermend in het trillende kwadraat
van het dunne raam.

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief



