[p. 208]
Ik schreef op de advertentie van die toren:
zijn klokken wilde ik wel eens horen.
Naast hem ben ik op het plein gaan staan.
Rond was de maan om zijn gouden haan.
Zilver het plein om mijn zwarte Ik.
Wit mijn horloge van ‘t ogenblik.
Onze schaduwen heb ik vergeleken,
groot was zijn romp en klein mijn teken.
Daar kwamen de middernachts-slagen aan-
gonzen over de stad onder de maan.
Op de laatste slag ben ik gesprongen
en met hem weggezongen.
Sinds ben ik niet meer vernomen.
Niemand vroeg: waar mag hij blijven?
Eerst nu ben ik teruggekomen
om dit in zijmvorm op te schrijven.

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief



