Een echte schrijver

Ik tik dit in de late avond omdat mijn wekker straks om zes uur gaat. In het donker zal ik douchen, koffie drinken en mijn weekendtas dichtritsen. Ik zal mijn huis uit sluipen alsof ik iets van mijn gezin gestolen heb.

Door een verlaten straat zal ik naar de auto lopen; ik zal mijn tas achterin gooien, de motor starten en het ijs van de ruiten krabben. Dan rijd ik naar de Overtoom en haal daar Roos en Sun. Van Oud-West zetten we koers naar Frankrijk, waar we de komende dagen op een stille plek aan onze boeken zullen werken.

Hoewel ik al ruim voor de zomer een goed plan had, staat er van mijn volgende roman nog geen letter overeind. De afgelopen tijd werd ik overspoeld door klussen die ik leuk vond, maar die veel meer uit me trokken dan ze me geld opleverden. Ruimte voor eigen werk was er niet. Leek er niet. Maakte ik niet.

Vijftien jaar lang schreef ik voortdurend fictie, tot ik in april 2021 de laatste versie van Dorp inleverde. De maanden daarna waren de langste van mijn leven, maar daar is de corona-situatie ook wel debet aan.

Ik verheug me op onze reis, die waarschijnlijk niet voorspoedig zal verlopen. Ik ga met kinderlozen op pad, ze zien geen schot in voor zeven uur vertrekken. Nu zullen we exact op tijd zijn voor de Antwerpse ochtendspits. Gelukkig is er al een playlist. Veel Mariah Carey; ik ken al haar nummers uit mijn hoofd, dus we komen er vanzelf wel.

We zullen lunchen in een fijn zaakje in Reims, misschien wel met een glaasje van het een of ander. Daarna doen we inkopen en rijden we door naar het grote huis waar we tot zondag drie kamers hebben.

Op donderdagochtend zal ik vroeg wakker worden. Ik zal koffie maken, mijn bureautje naar de juiste plek slepen en staren naar de tuin terwijl mijn laptop start. Ik zal de juiste muziek opzetten en mijn oordopjes diep in mijn oren drukken. Dan zal ik een document aanmaken, de juiste letter in de juiste grootte kiezen en voor de ideale regelafstand gaan.

Ik zal de functie inschakelen die het scherm achter mijn documenten zwart maakt, mijn vingertoppen op de toetsen zetten en die cursor met precies de juiste woorden voor me uit gaan duwen, blijven duwen, tot het stopt.

Als we terugkomen in Amsterdam, zal alles er anders uitzien. Ik zal me weer schrijver voelen. Een echte schrijver met een nieuw begin.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

recent

Mijn favoriete chaos

Mijn lief ligt ziek in bed. Vandaag zou zijn testresultaat binnen moeten komen, maar ik wil hem niet wakker maken met de vraag zijn mail te checken. Ik testte zelf drie dagen geleden positief. Aangezien ik goed ben geworden in het praktisch plannen van dat soort dingen, hebben wij beiden, een dag nadat de Belgische regering de wachtperiode ingekort had, onze boosterprik laten zetten. Enkele weken geleden gingen we tijdens mijn lunchpauze naar het vaccinatiecentrum aan de overkant van de winkelstraat waar ik werk en twintig minuten later liepen we weer naar buiten. We hadden allebei geen last van noemenswaardige bijwerkingen. Ik had wel een paniekaanval, maar dat viel te verwachten. Ook bij mijn eerste twee shots was dat het geval geweest. Het resultaat is wel dat de symptomen van onze besmetting nu meevallen – na drie dagen hevige koorts kan ik vandaag alweer schrijven.

Toen ik bericht kreeg dat ik positief getest had, woonden wij net een maand samen. De dokter vroeg aan de telefoon of mijn lief samen met mij in quarantaine zou gaan, of dat ik mezelf in één kamer van ons appartement zou isoleren. Hij zou dan na vijf dagen weer naar buiten mogen. Ik zou mij tien dagen opsluiten in mijn schrijfkamer, waar de futon die ik in mijn vorige woonst om te slapen had gebruikt tegen de muur stond opgeborgen. Hoewel het me niet verbaasde dat hij ervoor koos om samen met mij in quarantaine te gaan, verbaasde het mij misschien wel dat hij hier geen seconde over hoefde na te denken. Blijkbaar vind ik het nog altijd niet vanzelfsprekend dat iemand bepaalde opofferingen wil maken om bij me te zijn.

In de praktijk blijkt samenwonen – het is voor ons beiden de eerste keer dat we dit met een geliefde doen – een kwestie van opofferingen maken, al noemt men dit in minder romantische termen veelal ‘compromissen sluiten’. In bepaalde opzichten kunnen wij niet harder van elkaar verschillen en dit blijkt zich vooral te uiten in, met de woorden van Marguerite Duras, la vie materiélle. Dat wij twee mannen zijn heeft in dezen zijn specifieke voor- en nadelen. Het grootste voordeel is dat geen van ons beiden vasthangt aan een stereotiepe rolverdeling die afgeleerd moet worden. Geen van ons is door zijn opvoeding aangespoord de ander als ware het van nature uit te vezorgen, of zich deze verzorging te laten aanleunen. Het nadeel is dan echter wel dat er geen enkele richtlijn is waarnaar we ons kunnen oriënteren. We moeten het allemaal zelf uitzoeken. En dat brengt af en toe spanningen met zich mee. Geen van ons kan bij het beargumenteren van de juiste manier om de was op te hangen immers op iets anders terugvallen dan dat deze manier de juiste is, omdat hij het altijd zo gedaan heeft. You cannot derive an ought from an is.

In het rumoer van de feestdagen hadden we beiden geen kans gezien naar de wasserette te gaan, en nu we niet naar buiten mogen moeten we toekijken hoe ook onze laatste propere kledingstukken een voor een in koortszweet gedrenkt op de stapels naast ons bed belanden. De discussie over wat de beste manier zou zijn ze weer op te hangen, is voorlopig naar de achtergrond verdreven en in plaats daarvan is er iets belangrijkers naar voren gekomen. Ik, die zo snel ‘koorts maak’, heb, zoals dat mijn gewoonte is, de afgelopen dagen ijlend tussen slapen en waken in bed doorgebracht. Maar ik was niet alleen. Er was iemand bij me die mijn bad liet vollopen en mij voedzaam eten voorschotelde. En ondanks mijn genante gebrek aan kookkunsten ga ik, nu het zijn beurt is in bed te blijven, hetzelfde voor hem proberen te doen. Want ondanks de verschillen in hoe we ons dagelijkse leven ingericht willen zien, hebben we er beiden voor gekozen elkaar bij die inrichting te betrekken. En in deze periode van tedere crisis zien we voor het eerst heel openlijk blootgelegd wat hier de voordelen van zijn.

Wij hebben er nooit een probleem mee gehad alleen te leven. In de volksmond beweert men dat hoe langer je alleen bent geweest, hoe moeilijker het nog wordt om met iemand samen te leven. Dit lijkt me waar, maar ik beschouw dit als iets positiefs. Wij zullen ervoor moeten werken om de ruimte te creëren waarbinnen wij samen kunnen zijn. Goed wetende dat dit allesbehalve vanzelfsprekend is. En juist omdat het niet vanzelfsprekend is, omdat het bevochten moet worden op twee levens die op zich al de moeite waard waren, zal het resultaat minder idyllisch maar des te bestendiger zijn. We wisten immers niet waar we aan begonnen, maar wel heel goed waarom we eraan wilde beginnen. Omdat onze levens nog rijker zouden worden wanneer we ze grotendeels zouden vervlechten.

Ik heb een enorme hang naar controle. Mijn lief is de chaos zelve. Maar hij is mijn favoriete chaos. Het nieuwe jaar is ietwat moeilijk begonnen, maar het belooft fantastisch te worden.

"Foto van Michaël Van Remoortere"
Michaël Van Remoortere

Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Foto Martijn Grootendorst

In Memoriam Jan Fontijn (1936-2022)

Aan wat decennialang een vertrouwd beeld was in de binnenstad van Amsterdam: een zekere man een vrouw met rokje en een hondje, is een einde gekomen: Jan Fontijn overleed 6 januari jl. en laat Charlotte Mutsaers en het hondje achter. Fontijn was universitair docent geweest, verwierf bekendheid met zijn voorbeeldige schrijversbiografie over Frederik van Eeden in twee delen: Tweespalt: het leven van Frederik van Eeden tot 1901 (1990) en Trots verbrijzeld: het leven van Frederik van Eeden vanaf 1901, (1996). Een prestatie waarmee hij de lat voor nakomende schrijversbiografen bepaald hoog heeft gelegd. Bij uitgeverij Van Oorschot verschenen achtereenvolgens zijn roman Biefstuk en benzine, waar hij fier op was, maar die naar zijn smaak te weinig weerklank vond en een boeiende lezersautobiografie onder de naam Kijk naar de vis. Een heel interessant allegaartje van vrijzinnige en bevlogen literatuurwaarnemingen is dat. Aforistisch bij tijd en wijle, of in korte notities: ‘De ontroering bij het zien van een stoel naast de tafel. Dat willen vastleggen in woorden of in beeld. Zo nauwkeurig mogelijk. Niets meer en niets minder.’ Een dialogue intérieur staat er in, herinneringen en beschouwingen. Het is divers, luchtig, verrassend veelvormig, je blijft er in lezen. Fontijn was naar mijn smaak vooral een bevlogen lezer.

In februari 2020 vroeg uitgeverij Van Oorschot hem deel te nemen aan een ‘schrijversdiner’ in de Roode Bioscoop in Amsterdam, een lange rij tafels met damast gedekt en gasten die dineerden terwijl een uitgelezen selectie schrijvers boeiende causerieën hielden. Het thema was de leeftijd van uitgeverij Van Oorschot: 75 jaar. Jan Fontijn had een hoop te vertellen vanuit zijn geschiedenis met Geert en Hillie van Oorschot, bij wie hij vaak te gast was op Donkervliet in Loenersloot. Het werd een heel mooie avond. Voorafgaand had Jan gemaild: ‘Charlotte wil graag mee, zet stoeltje maar klaar.’ In een bij tijd en wijle ook emotioneel relaas, speciaal over Hillie, voor de inhoud waarvan ik verwijs naar de passage in Arjen Fortuins mooie biografie van Geert van Oorschot (v.a. p. 356) vertelde Jan over zijn geschiedenis en waar die gelijk op liep met de uitgeverij.

De foto hiernaast toont Jan in de eigenaardige jongensachtige charme die hij altijd had. In het eerste decennium van deze eeuw droeg Fontijn nog een aantal keer heel mooie stukken bij aan Tirade, waarvan dit over Pierre Loti en Couperus voor mij het mooiste is. Het laat zien hoe gul Fontijn kon bewonderen en hoe breed zijn kennis en interesse was.

Daags na het diner meldde Fontijn nog hoe leuk ze de avond hadden gevonden. ‘Ik wilde je zeggen dat ik geen geld wil. Wel een lekkere fles rode Bourgogne.’ Onze gedachten zijn bij Charlotte en het hondje.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.