"A happy vicar I might have been Two hundred years ago To preach upon eternal doom And watch my walnuts grow" ... mijmert Orwell in zijn essay Why I write. In plaats van een happy vicar werd hij schrijver, zoals hij altijd al had geweten dat hij zou worden, zelfs toen hij zich tegen dat idee verzette. Alle schrijvers zijn verwaand, egocentrisch en lui, schreef Orwell, en het is een mysterie waarom ze eigenlijk schrijven. Het schrijven van een boek is een 'verschrikkelijke, uitputtende strijd', en niemand zou daaraan beginnen die niet door de een of andere demoon bezeten was. Wat voor demoon dat is? Misschien niet zoveel anders dan wat een baby bezielt die om aandacht schreeuwt. En tegelijkertijd vereist het schrijven van iets leesbaars het bijna volledig uitwissen van de persoonlijkheid; een goed boek is een venster op de wereld.

Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder
Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Zoeken
’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
Lees verder
Blog archief


