Die leeftijd

Het huis in Normandië waar we de afgelopen vakantie voor de tweede keer waren maakt deel uit van een klein boerendorp dat doorsneden wordt door een smalle landweg.

Vanaf het huis is het een minuutje lopen naar een weiland waar een zoet paard en een bejaarde ezel staan. Vorig jaar sloot Nadim vriendschap met de beide hoefdieren en hij was niet bij hun graslandje weg te slaan. In de aanloop naar deze vakantie had onze jongen het veel over zijn vrienden.

In de auto, op de heenweg, was Nadim gespannen. Hij hoopte vurig dat het paard en de ezel er nog zouden zijn. Het eerste wat hij bij aankomst deed was met zijn oma naar de dieren gaan. Ik laadde koffers uit en hield mijn hart vast. Tenslotte was dit boerenland, en nutteloze dieren werden hier als nutteloos gezien.

Na een minuut of tien klonken zijn laarzen op het grind.

‘Pap! Mam! Ze zijn er nog. Zwartje en Anubis, en ze herkenden me meteen.’

Zo gauw ik kon ging ik met hem mee om naar de vrienden te kijken, en inderdaad: ze liepen met hem op, drukten hun grote neuzen tegen dat dunne lijf onder die donsjas. Een paar keer per dag zou hij met appels op bezoek gaan.

De laatste dag kwam zoals laatste dagen komen, en voor we naar die lange snelweg terugkeerden, gingen we nog even langs.

Nadim was stil, bedrukt. Ik maakte een foto van de vrienden, laadde mijn jongen weer in. Na een paar meter begon het snikken achter me.

B. vroeg wat er was en Nadim antwoordde dat hij het zo erg vond niet zeker te weten of hij zijn vrienden nog zou zien.

De boer had ons verteld dat het paard negen was, de ezel drieëntwintig. Een van onze katten is onlangs overleden.

Hoewel hij eindigheid als concept al begreep, leek eindigheid als emotioneel verlies, als onomkeerbaar missen tot die dag niet tot Nadim doorgedrongen.

Bij thuiskomst liet het hem niet los. Hij riep ons bij zich in zijn bed en kon niet ophouden met huilen.

‘Je zult het zien,’ zeiden we. ‘Volgend jaar zijn ze er nog.’ Daarna zeiden we: ‘Maar als dat niet zo is dan hoort dat er ook bij. Je moet bedenken hoe fijn het is dat je ze hebt leren kennen.’

Het was geen leugen, maar we wisten wel hoe weinig het zou helpen als die dag er kwam. Wij kenden het verlies al, wilden er niet over liegen, maar moesten toch íéts zeggen omdat we zijn ouders zijn. Ouders moeten overal iets op te zeggen hebben.

Wij zijn de wereld en die wereld klopt.

Wanneer stoppen we met antwoord hebben? Wanneer kunnen we ons kind als gelijke zien en samen zwijgen omdat er geen antwoord ís?

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

Discorderen en coöpponeren

‘Waarom moet er altijd iemand dood?’ vraagt Leonard in de film The Hours (2002, regie Stephen Daldry, script David Hare). In jouw boeken, bedoelt hij. Virginia Woolf antwoordt: ‘Someone has to die in order that the rest of us should value life more. It’s contrast’.

William Butler Yeats schreef deze prachtige zin in Per Amica Silentia Lunae (1918, p29):

We make out of the quarrel with others, rhetoric,

but of the quarrel with ourselves, poetry

Yeats zou volgens Prof. Dr. Hedwig Schwall zelfs ooit gezegd hebben: ‘Conflict! We hebben nood aan conflict!’ Met die woorden zou hij vooral zijn verhouding met een veel jongere vrouw hebben willen rechtvaardigen, maar daar gaat het nu even niet om.

De Ierse Yeats (1865-1939) produceerde retorica uit onenigheid met anderen. Hij zette zijn schrijven nadrukkelijk in om zijn land te helpen bevrijden van de Britse overheersing. Maar toen er een dode viel bij een verzet dat mede door hem werd georganiseerd, trok hij zich terug. Onenigheid mocht wat hem betreft niet leiden tot een fysiek conflict. Dan liever een teruggetrokken bestaan vol eenzame gewetensnood, maar met poëzie. Wat zou Yeats van de huidige Ierse backstop hebben gevonden? Maar ook daar gaat het nu even niet over.

Of misschien wel. Polarisatie, daar ging mijn gedachte over. Het is moeilijk om het op een wellevende manier met elkaar oneens te zijn. In het Britse Lagerhuis doen ze een dappere poging. Ik heb wel eens gedacht dat in Nederland de nuance uit de (politieke) retoriek is gesloopt sinds de slogan ‘Normaal Doen’. We hebben taal nodig om het met elkaar oneens te zijn. Ligt er taalkundig nog iets tussen ‘normaal’ en ‘niet normaal’?

Terwijl ik door Yeats’ werk blader bedenk ik me dat destijds niet de strijd minder fel was, maar misschien waren wel de woorden zachter en zoekender. Heeft inmiddels het woord ‘conflict’ simpelweg de plaats ingenomen van het woord ‘contrast’? Dan slaan we gewoon de aanloopfase van een conflict over. Dan is een contrast of onenigheid meteen een conflict, meteen vlam in de pan. Wat we niet kunnen benoemen, bestaat niet.

Kunnen we uit onenigheid weer retorica, nee poëzie maken? Het lijkt me een goede tijd om woorden als ‘twisten’ en ‘discorderen’ te herwaarderen. Of we verzinnen nieuwe woorden voor het actief en constructief uitwisselen van verschillen. Copolariseren? Tegenhangen, tweedrachten, coöpponeren? Mijn spellingscontrole slaat meteen op hol. Jammer.

Suggesties welkom.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto: Bas de Brouwer
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

Een extreem tevreden hond

Met flink wat familie zijn we in Normandië, en mijn enige leesvoer is een mooie editie van de korte verhalen van Hemingway. Ik heb niets anders te lezen omdat de meneer van de telefoonwinkel op de Haarlemmerstraat mijn ereader nét niet op tijd gerepareerd kreeg.

Elizabeth Strout heeft een nieuw boek over Olive Kitteridge uit, maar zoals ik al zei: technische problemen.

Andere technische problemen zorgen ervoor dat ik dit blog in Word tik om het later, bij het minste flikkerende flardje netwerk online te kunnen zetten. Mijn werktelefoon staat doorgeschakeld naar mijn mobiel, die nooit overgaat vanwege datzelfde gebrek aan netwerk. Ik zou vloeken als falende techniek niet zo voorspelbaar was.

Louis C.K. zei over vliegen: ‘We whine when our flight is delayed by half an hour, but we get to be in a chair moving through the air. What’s half an hour, when you can fly?’

Niet aan mij om te besluiten, maar kunnen we Louis C.K. gratie verlenen? In mijn jeugd wist iedereen wie de vieze man in de straat was; bij hem mocht je ongestraft belletje trekken en hondenkak over de schutting gooien, maar verbannen werd hij niet. Als er op je neergekeken wordt, word je nog steeds gezien.

Ik hoor dat Louis weer stand up doet. Wat een lef. We kunnen die man ten goede gebruiken, écht.

Gisteren groef Otis de Hond een kuil op het strand. Omdat er geen reden was om door te lopen kregen we te zien hoe diep hij gaan kan.

Na een kwartiertje tilden we een extreem tevreden hond terug het daglicht in.

Tevreden lijken ook mijn huisgenoten, al slaapt vrijwel niemand goed vanwege hun of andermans leeftijd, onrustige honden of de kwaliteit van de matrassen hier. Over uitrusten op een vakantie met kinderen maak ik me ook geen illusies meer.

Vakantie is tegenwoordig weinig anders dan een periode waarin de leden van mijn gezin tegelijkertijd vrij zijn.

Servigny is niet het mooiste dorp van Frankrijk, maar het heeft een stokoud kerkje van gestapeld steen en een aantal even oude huizen. Het ligt op een heuvel met grasland rondom; de aanhoudende westenwind draagt zeezout aan.

Door de uitstraling van de nabije zee is het licht soms pijnlijk fel, wat het moeilijk maakt je ochtendwrevel vast te houden. Maar dat geldt pas als de zon op is, en zoals je misschien geraden hebt, duurt dat nog wel even.

Van Hemingway heb ik nog geen bladzijde gelezen.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

Omdat het mooi herfstweer was

besloot ik een wandeling te maken. Een van mijn favoriete routes voert over een kerkhof.  Dit keer nam ik de buitenring, langs het crematorium via de strooilanen en het kinderhof. Achteraan is braakliggend terrein. Stapels stenen van geruimde graven liggen daar naast een tamelijk lelijke sloot. Het begon te regenen. Ik schuilde onder een enorme boom en dacht aan Virginia Woolf.

Dat kwam door die sloot, maar ook omdat ik de avond ervoor een Russische kunstenares tegen het lijf was gelopen die een poos werkte aan ‘bodily memory’. Ik begreep dat dit het fysiek zichtbaar maken van emotionele herinneringen is. Ten overstaan van het publiek werd een actrice in een soort trance gebracht, waarbij ze zich kon inleven hoe Virginia Woolf zich moet hebben gevoeld op het moment dat ze die koude, lelijke rivier in liep.

Zou een dergelijke inleving mogelijk zijn? Toen de film The Hours uitkwam (in 2002) vroeg Hermione Lee zich iets soortgelijks af: was Virginia Woolf niet veel te gecompliceerd om een film over te maken?

Lee is de biograaf van Woolf. Natuurlijk vindt zij dat alles gecompliceerder en genuanceerder is dan een film kan waarmaken. Fictie gaat ver buiten haar comfortzone. Zelf noemde ze het ‘de terughoudendheid van een biograaf om een ​​echt persoon te achtervolgen in het territorium van de fictie met verzonnen gedachten en uitspraken’. Ik zie meteen voor me: een getormenteerde Schrijver wordt achternagezeten door horzel-achtige Gedachten. Samen rennen ze over een sprookjesachtig kerkhof en spelen verstoppertje tot diep in het rijk der Fictie.

Maar Lee heeft wel een punt. Natuurlijk is Woolf te gecompliceerd om in te koken tot anderhalf uur. Ik vermoed dat de filmmakers ook geen allesomvattendheid pretendeerden. En natuurlijk is fictie niet hetzelfde als de werkelijkheid. Fictie interpreteert de werkelijkheid. Het vindt daar iets van.

Als ik het essay van Lee lees, denk ik: Nicole Kidman als Woolf iets horen zeggen is kennelijk heel anders dan deze woorden lezen. Woolf zien verdrinken is per definitie romantiseren. Want ineens is er een getuige en dat maakt de dood veel minder eenzaam.

Eigenlijk lijkt Hermione Lee zich af te vragen of fictie iets ’betrouwbaars’ kan zeggen over de werkelijkheid. En ze stelt meteen een tweede retorische vraag: ‘Can a few outstanding moments provide consolation against the long beat of “the hours”? Do writing (and reading) make life bearable?’ Beide vragen hebben vermoedelijk evenveel antwoorden als er mensen zijn.

Via seance-kunst, literatuur of film kunnen wij ons Virginia Woolf voorstellen. En dan kan ze zomaar opeens zeggen: ‘to look life in the face and to know it for what it is, to love it for what it is, and then to put it away.’ Daar hebben we dus fictie voor.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto: Bas de Brouwer
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

Zoete broodjes

Opstaan en besluiten midden in de nacht een dag te beginnen, wanneer de stad nog slaapt, haar inwoners ook, wanneer het donker is en fris. Gauw je sokken aan voor de paar meter van bed naar badkamer, douche aan, kleding uit onder licht protest van een slaperig lijf.

Als eerste buiten, als enige op het fietspad, iedere dag dezelfde route, een weg die je langzamerhand kan dromen en dat moet ook wel, want wakker ben je nog niet. Aangekomen op bestemming gaat het beter, de wind heeft je goed gedaan. De deur protesteert ondanks dat je er je gewicht tegenaan gooit en toch kom je iedere keer weer binnen. De geur van zoet overheerst, wat je niet zou zeggen in een winkel met zoveel brood. Maar het zijn appeltaarten die winnen, gevulde koeken, vruchtentaartjes met een laag gelei. Het schort hangt op dezelfde plek als gisteren, twee keer uitkloppen voor het idee, de dag begint met een strik.
Wanneer het meel in de bak landt registreer je de cijfers op de weegschaal niet eens meer, het gaat op gevoel en ook boter, gist, water, je weet precies tot welke rand, ook al staat er geen streep aangegeven. De machine mengt en jij schenkt een kop koffie uit de kan waarboven de filter net is uitgedruppeld. Het deeg kan de rijskast in, iedere klomp een eigen hangmat, veertig minuten op de klok. Iedereen zou dit kunnen, denk je, terwijl de stukken door de opmaakmachine glijden. Na de rijskast en de oven kunnen ze in het schap, dan mag de winkel open en komen de mensen voor jouw brood.

Ik stond in een woonkamer die niet de mijne was. Moskou, de kat, wrong zijn dikke lijf tussen mijn benen door, waardoor ik bijna mijn evenwicht verloor. De dochter des huizes trok een pizza uit de oven terwijl het publiek binnenstroomde en op gammele stoeltjes plaatsnam. Op de paar vierkante meter uitgelicht door twee felle lampen stond een lessenaar me op te wachten. Aan de muur hing een poster met daarop in grote letters ‘huiskamerfestival’. Daaronder, in een bescheidener lettertype, stond mijn naam en een foto van jaren geleden waarop ik loenste. Mijn keel was droog, er stond geen water. Het papier zoog het vocht van mijn handpalmen op, kreukte, de letters vervaagden, letters van mijn gedichten die ik diende voor te lezen. En ik dacht: bakker, dat lijkt me wel wat.

Jente Jong

Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.

Tiny houses

In Tiny House Nation maken John Weisbarth en Zack Giffin iedere aflevering een Tiny House voor een Amerikaans stel. Een Tiny House onderscheidt zich van het typisch Amerikaanse ‘Mobile Home’ vooral door de vormgeving en het ingenieuze interieur. Maar nog steeds moet het ding op een trailer passen en over de weg worden vervoerd. Het is een aanstekelijke serie die doet verlangen naar ook zo’n huisje.

Sinds de Western Trails, de expedities vanuit het gekoloniseerde Oosten naar het Wilde Westen van de VS in de 19e eeuw – de befaamde Lewis and Clark  Expedition van Pittsburgh naar de Pacific was bijvoorbeeld van 1804-1806 – is de huifkar niet weg te denken uit het Amerikaanse landschap. Amerika is een continent, de afstanden zijn gigantisch, maar je hebt je huis altijd in de buurt. Niemand zegt je wat te doen, de ruimte om je heen is van iedereen, en je eigen huis, huifkar, mobile home, tiny house is van jou. Sinds de kolonisten is het mobiele huis een typisch Amerikaans fenomeen.

In Gent, in het Paleis van De Schone Kunsten is een expositie van de Vlaamse kunstenaar Patrick Van Caeckenbergh. Een van de tentoongestelde kunstwerken is een tiny house, ‘het sigarenkistje’ is een kunstenaarsatelier vormgegeven zoals Weisbarth en Giffin dat doen: exact naar de wensen van de gebruiker. Van Caeckenbergh is een onderzoeker, een studerende kunstenaar, zijn tiny house is daardoor een bibliotheek annex atelier.

‘Maar het onderzoek gebeurt niet systematisch. De attitude van de kunstenaar is niet deze van de wetenschapper maar van de bricoleur. In plaats van de wereld in kaart te brengen schept hij nieuwe werelden waarin hij als een kamergeleerde in constante verwondering op ontdekkingsreis gaat.’

Het is een prachtige wereld, die van deze kunstenaar. Ik had er zo kunnen gaan wonen in dat tiny house en had me de komende maanden niet verveeld. Het mooie van een een ruimte die precies aangepast is aan je behoeften is dat het huis past als een tweede huid. Het lijkt wel alsof de dertig centimeter naast een boekenkast ontworpen zijn voor bijvoorbeeld The Histomap.  Een vormgegeven geschiedenis dat, zowel kunstwerk als encyclopedie is, een wereld op handzaam formaat, een erg Caeckenbergeaans ding.

‘Et puis, pourquois sommes-nous faits en viande?’  hangt er boven zijn bed, als een van de duizend betekenisvolle toevoegingen aan dit huis. Ja, waarom zijn we eigenlijk van vlees gemaakt?

Dit huis is huid, verblijf, denkraam en hoofd ineen.

IMG_6285

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

 

 

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Erbij horen

Een tijdje terug was ik voor het Parool bezig met een stuk over het einde van een lief restaurant waar ik als twintiger werkte.

Terwijl ik met de eigenaren sprak, maakte mijn fotograaf alvast wat beeld. In de kelder kwam hij een grofgestucte muur tegen met streepjes, namen en data erop die door de volgende uitbater zeker weggeschilderd zouden worden.

Jakob drukte op zijn knopje en maakte zo de laatste foto van een muur waarnaast ik op hete zomeravonden de kassa telde terwijl mijn collega’s indronken aan de bar boven mijn hoofd.

Waar ik met klamme vingers getallen invoerde op een rekenmachientje; mijn dagtotalen op een strookje papier schreef voor het allemaal de kluis in ging.

Ik denk dat we naar de Kring zouden. Er zouden meisjes mee, maar ik wilde meer dan alles dansen. De meisjes waren belangrijk voor de vaart, het doorgaan.

Met zijn allen in de rij, dan langs een lachende uitsmijter, de trap op en binnenvallen alsof het je eigen surprisefeest is.

De zaal optillen met bakken goed humeur. Alle lichten leken feller in die tijd, toch werden we nooit verblind.

The future’s so bright, I gotta wear shades, zong Timbuk3 al in 1983.

Timbuk had zijn Wayfarers af moeten laten toen er het meest te zien was. Hij heeft vast spijt.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

Zelfs de dood is geen opluchting (maar demonstreren wel, misschien)

Vorige week maandag fietste ik door de stad. Het was nog vroeg. In het halfduister stuitte ik op een wegblokkade. Het waren klimaatactivisten. Toen ik later terugfietste waren ze er nog, de politie was juist begonnen aan een charge. Op het Museumplein mocht wel gedemonstreerd worden en daar verzamelden zich ook steeds meer mensen. Er werden liederen gezongen, op het reclamebord van de toeristenwinkel stond een aandoenlijk kartonnetje. ‘Ik ben depressief’ stond er. En op de achterkant: ‘en dat zou u ook moeten zijn’.

Ik dacht: depressie is inmiddels een collectieve staat van zijn. Want de wereld is kapot en de zwaarte van het bestaan is alom tegenwoordig.

Toch klonken de liederen eerder strijdbaar dan depressief. Ik dwaalde rond en dacht: waarom zijn hedendaagse personages (in literatuur en theater) zo vaak antihelden? Verrassend veel literaire helden willen niks, doen niks en zijn niks. Ze zijn zwarte gaten waar alles in verdwijnt.

Op het protestbord van een man die er uit zag als midden twintig stond ‘Ik sta hier voor mijn dochter’. Zijn nagels waren zwart en blauw gelakt, op zijn buik hing een baby in een draagzak.

Vanaf de rand van de fontein dacht ik: natuurlijk is een depressie op individuele basis nog steeds heel akelig, dat is niet veranderd. Wel anders is de manier waarop erover wordt gesproken en geschreven. Deze generatie klimaatactivisten duikt vol in de depressie.

Of nee, dat gebeurde altijd al. Ook in de kunst. Maar nu duiken we overal vol in. Vol er in en dan verzuipen. Want de wereld is stuk en er is geen zicht op een betere toekomst. De horizon is verdwenen achter bosbranden en smog.

Of nee, het is volledig verzuipen én volledig relativeren. Zwelgen zonder zelfspot is zo passé. Kijk bijvoorbeeld naar de theatrale concerten van theatermaker Naomi Velissariou. Onder de veelzeggende titel Permanent Destruction maakte ze The SK-concert (naar Sarah Kane) en The HM-concert (naar Heiner Müller). Het is schitterende doodsdrift zonder begin en einde. Zonder horizon en aangrijpend mooi. De Volkskrant schreef: ‘doodsdrift als uiting van ultieme levenslust’.

Dus zelfs doodsdrift en levenslust kunnen hand in hand gaan. Maar wat als zelfs de dood niet langer een opluchting is? Ik hing rond de saamhorig zingende klimaatactivisten en voelde tegelijk hoop en wanhoop voor de toekomst. Misschien is de nieuwe stip aan de horizon tweeledig.

Uit deze depressieve niksigheid wordt namelijk iets opgebouwd. Een nieuwe poging. Dat hopeloze, zware zwart lijkt gebieden aan elkaar te plakken die ooit elkaars tegenpolen waren. Het is niet langer ‘handelen versus niet-handelen’, of ‘man versus vrouw’ maar ‘en’. Depressie én humor, zwartgalligheid én zelfrelativering. ‘To be or not to be’ is inmiddels ‘to be and not to be’ geworden. Deze activisten schrijven samen, meerstemmig, een nieuwe monoloog voor Hamlet, voor de antihelden van deze tijd.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

Tussen de regen door

Het schrijverschap is eenzaam. Overdag kom ik hoofdzakelijk buiten vanwege Otis de Hond.

Meestal gaan we naar het Stenen Hoofd, een stuk braakland dat het IJ in steekt. Man en hond kunnen er verlatenheid ervaren, en Oot is dol op zijn landje. Als we gaan wandelen blijft hij die kant op trekken.

Zo nu en dan mis ik het om deel uit te maken van een klein hardwerkend team. In de horeca had ik dat vier dagen per week, en aan het einde van zo’n lange dienst togen we ook nog de nacht in, om ons daar met méér volk te omringen. Ik stond in die jaren altijd aan, en had ik mijn leven een cijfer moeten geven, dan zweefde dat zo rond de 8,5.

Wie me van toen kent, vindt de Gil van nu beter. Ik luister meer, lul minder, er is meer van me te zien.

Maar de behoefte aan anderen lijkt een spier die bij gebrek aan beweging afsterft. Na een paar uur in mijn eentje ervaar ik whatsappberichten als verschrikkelijk storend, en mijd ik buren en bekenden alsof ze met bergen achterstallig werk over straat gaan, zoekend naar iemand om het op af te schuiven.

Wat ik zeggen wil: we hebben elkaar nodig, maar moeten regelmatig contact maken om goed te blijven in contact. Het eerste wat ik na een ochtend thuiswerken tegen een ander zeg lijkt altijd verkeerd te vallen.

Er moeten ettelijke caissières zijn die mij een vreemde man vinden. Vanochtend slalomde ik tussen de buien door met Otis naar de winkel, om daar raar over te komen op een vakkenvuller en een dame met een hondje in een tas. Ik rekende contactloos af en moest daar om grinniken; de baliemedewerker zette me bovenaan zijn lijstje In de gaten houden.

Op de terugweg viel de zon prachtig door een van de lelijkste stegen van de stad. Ik bleef te lang staan kijken en maakte een foto zodat ik minder vreemd zou lijken, al was er verder niemand op straat.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

De beelden waarmee we de wereld aankleden (seks op toneel)

Ivo Dimchev FEST Foto Maximilian Pramatarov

Seks op het toneel is misschien nog onmogelijker dan in de literatuur. Want het is ofwel gruwelijk echt, ofwel gruwelijk onecht. Voor nu  laat ik fake sex even buiten beschouwing. Een neppiemel op toneel is vooral lachwekkend, niet erotiserend. Praten over seks in het theater kan spannend zijn, maar is natuurlijk niet het echte werk.

Nee, dan moeten we bij de Oostenrijkse Florentina Holzinger zijn. In Apollon Musagète (2017) gooien zes blote vrouwen al hun virtuositeit in de strijd om de neoliberale lichaamscultus te tackelen.

Holzinger bouwt contrasten. Prachtige, verheven dans staat volkomen gelijkwaardig naast live on stage poepen. Ik vond het bevrijdend om te zien hoe de vrouwen zonder voorbehoud, ongeschoren en al, het podium in bezit namen. Maar het was ook afstotelijk. Holzinger schudt registers als mooi/lelijk, privé/publiek, geaccepteerd/afwijkend grondig door elkaar. En ze toont nogal genadeloos hoe vanzelfsprekend de voorgevormde formats (van bijvoorbeeld Hollywood, porno of reclame) zijn geworden.

Ook de Bulgaarse Ivo Dimchev zoekt bewust de grenzen van het betamelijke op. Net als Holzinger en Ilja Leonard Pfeijffer in Grand Hotel Europa (zie vorig blog) zet ook hij seks in om te laten zien hoe relaties in het algemeen en lichamelijkheid in het bijzonder gecorrumpeerd zijn.

In P project (2102) kreeg het publiek betaald voor het vrijwillig verrichten van (seksuele) handelingen op toneel. Het publiek ging best ver. Google de titel van de voorstelling en er verschijnt onder meer een foto  van copulerende toeschouwers. In 2013 zag ik in Fest (2013) hoe Dimchev op het toneel een Deense programmeur bevredigde teneinde zijn voorstelling op haar festival geprogrammeerd te krijgen. Misschien was zij een actrice, maar de seks kwam op mij behoorlijk echt over.

Wie volgt wie in het tonen, het herhalen van welke beelden? Kunnen kiezen welke beelden er te zien zijn is een vorm van macht. Wie verzint nieuwe beelden of verandert de context van de bestaande? Elke kunstenaar kan in dat veld een positie kiezen. Hoe ver wil zij gaan? En hoe ver gaat de toeschouwer mee?

Net als in de literatuur gaat seks op het toneel in de eerste plaats over macht. En hoe dit de wereld structureert. In de wereld van Holzinger en Dimchev is kunst een vorm van handel net als politiek en porno. En daarom gooien zij kunst, politiek en seks flink door elkaar. Bij hen is het één pot nat. Lichaamseigen nat.

Holzinger en Dimchev roeren flink in dat soepje van clichébeelden en toveren er nieuwe beelden, nieuwe betekenissen uit tevoorschijn. Deze kunstenaars voelen een verantwoordelijkheid voor de beelden waarmee we onze wereld aankleden.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

 

 

 

 

 

Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

Stukkie warmte

Afgelopen maandagavond barstte het tweede seizoen van onze gezellig-literaire avond De Vertellers van Helmers los.

Het concept is overzichtelijk: schrijvers, boekenvakkers, acteurs of regisseurs lezen passages voor uit werk van hun eigen literaire helden. Ze doen dat vanaf een piepklein roodvelours bankje, gesandwicht tussen Jan van Mersbergen en mij.

Wij zijn geen kleine mannen, en toch past het altijd. Best apart om zonder opbouw (drankje, small talk) full-contact te zitten met iemand die geen nabije vriend is, maar vrijwel niemand lijkt er een probleem mee te hebben.

De sfeer die hierdoor ontstaat is warm, geborgen. Zo sandwichten we dit keer Joost Baars, Femke van der Laan, Arie Boomsma, Chris Polanen en Anne Eekhout. Natuurlijk was Arie het ruimste beleg, maar ook hij paste dus.

Mijn gebruikelijke zorg of er wel genoeg volk zou komen bleek zoals gebruikelijk ongegrond, en zo stond ook het publiek lijf aan lijf. Het podium is klein, de afstand tot ons verwaarloosbaar. Ik mocht afsluiten en las voor uit Shaun Tans schitterend geïllustreerde boek Verhalen uit de binnenstad (vertaald door Eva Gerlach).

Ik las een ultrakort verhaal over een mysterieuze vlinderwolk die het leven in een drukke stad voor even stillegt, de mensen als één entiteit omhoog laat kijken, verwonderd, weerloos.

Maar nu, dit ene, allerkortste ogenblik, vroegen we niet waarom. We dachten enkel aan vlinders, de vlinders die op ons hoofd gingen zitten, op de hoofden van vrienden en familieleden, op iedereen die we kenden en iedereen die we niet kenden, op de hele stad tegelijk, en we wensten dat het altijd zou duren. Niet bewegen, fluisterden we. Sta stil! Sta stil! Sta stil!

En zoals dat met geweldige literatuur gaat, stond heel Helmers stil, daar in die grote stad, en keek verwonderd omhoog.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.