Voorbeeld

In één dag kun je alles doen: verliefd worden op een man,

jezelf meerdere malen toe- en uitlachen, nadenken over

de witheid van je gebit, je gezicht bestuderen

alsof je hem bent en opkijkt en jou ziet.

 

Je kunt je lelijk vinden of niet en mee uit vragen

(ergens kussen, tegelijkertijd nuchter blijven),

vergeeflijk zijn naar rondjes die je uitdenkt

– waar hij woont, werkt, waar hij drinkt –

jezelf toespreken omtrent mogelijke,

nog te vormen onverschilligheid.

 

Je kunt spijt krijgen van de dag van de man

van de spijt waar je verliefd op werd.

 

Je kunt bedenken: er zit niets anders op

dan deze tot één dag teruggebrachte,

vals afgelegde eeuwigheid.

Uit: Ester Naomi Perquin, Namens de ander