Tomas Lieske Hier lijken de onderdanen bezeten

[p. 423] Tomas Lieske Hier lijken de onderdanen bezeten Hier aan de rand van het keizerrijk, met zijn tiara in de aanbieding, zijn hermelijnen mantel gekeerd, lijken de onderdanen bezeten. Misschien omdat zij de keizer nooit hebben gezien bouwen zij aan de oever van het meer hun ten hemel tergende monumenten. J. Bernlef. Uit: Niemand…

Lees verder op

Ad Zuiderent

[p. 378] Ad Zuiderent Oud liedje   Troost troost,   de pannetjes nat,   landschap achter ’t raam,   iemand op d’r gat;   kleuren van de regenboog   doen ’t slapend schaapje kleuren,   dat zij met de ogen heen   naar ’t gebergt’ gaat zeuren:   ook op mij, ook op mij;  …

Lees verder op

Anton Ent Studiereis

[p. 234] Anton Ent Studiereis   De Fiat slaat niet aan. Is dit magie?   Het magisch denken blijkt een modegril:   er woont geen boze geest in een bougie.   De voorgenomen reis wordt lieveling.   Ik ga per trein en stuur mijn vreemdeling,   gekleed in regenjas, met zonnebril,   een zwarte tas…

Lees verder op

Willem Jan Otten Twee verschrikkelijke machines

[p. 396] Willem Jan Otten Twee verschrikkelijke machines* I: Oidipoes Onderweg naar Den Haag, waar ik een lezing zal houden over tragedie, film en Pasolini’s Edipo Re, komt er een blinde, zwerverachtige man tegenover me zitten in de trein. Waarom weet ik niet, maar ik geloof hem wanneer hij mij suggereert dat hij een ziener…

Lees verder op

Willem Jan Otten Ons mankeert niets

[p. 308] Willem Jan Otten Ons mankeert niets Het ideale consult is een strenge orde, een droom van afstand en aanraking, bedoeld om klaarheid te scheppen, hoe chaotisch de klacht van de patiënt ook is. Het begint met een vraag. Ik heb hem twaalfduizend keer gesteld in de drie jaar dat ik gevestigd arts was….

Lees verder op

Toine Moerbeek Vrouwenkitsch III. De koningin van Sheba.

[p. 497] Toine Moerbeek Vrouwenkitsch III. De koningin van Sheba.   ‘Haar armen glad en blank in ’t lome   van donker tule, veel parfum en lippen   van karmijnrood – ik zie de tippen   van haar borsten gaan en komen.’ Dit gedicht zou een beschrijving kunnen zijn van Edward Hoppers schilderij ‘Summertime’ uit…

Lees verder op

Tomas Lieske Gedichten

[p. 319] Tomas Lieske Gedichten Heer van lak   en grondverf, meester van dit schildersbedrijf,   van liefdevol strijken over de posten van de deuren   als waren het houten dijen, van blozend kleuren   met zachte kwasten van roofdierharen,   branden, schaven en met de vingertoppen schuren,   van glad als tot kunststof trekken…

Lees verder op

Leo Vroman Brief

[p. 30] Leo Vroman Brief Sunday, December 27, 1992, 5:59 pm   Beste Tom,   Hoe lang al heb ik je niet geschreven! En de laatste keer dat ik je zag en je allang beschadigd was, toen wist ik niet zeker wat ik met je aan het doen was – waarschijnlijk een soort serie proefjes…

Lees verder op

Paul Meeuws

[p. 386] [Tirade september & oktober 1992] Paul Meeuws Biologie Het is een wonder dat deze erg lange jongen nog nergens geknakt is. Kennelijk is hij niet ‘uit zijn krachten gegroeid’, zoals men wel zegt, maar verzamelt hij stuwenderwijs, als een waterstraal die omhoogschiet, maar met het tempo van bloemstelen, alle kracht die nodig is…

Lees verder op

Nicolaas Matsier Leeg huis

[p. 250] Nicolaas Matsier Leeg huis Iemand moest het doen, en toevallig was ik het: ik wachtte, in het nu nagenoeg geheel ontruimde huis, op de komst van de makelaar.   Ik ben uit Amsterdam komen aanrijden, per auto. En heb voor de laatste keer koers gezet naar het huis. Straks, als ik de Mispelstraat…

Lees verder op

K. Schippers Patrijspoorten

[p. 241] K. Schippers Patrijspoorten Op een morgen in het vroege voorjaar rinkelt de telefoon zo hard dat het lijkt of iemand een zeer belangrijke mededeling wil doen. En dat nog wel om drie minuten voor twaalf, een krachteloos tijdstip waarop anders niet veel te verwachten valt. Maakt de Palermo altijd zoveel lawaai? Misschien ben…

Lees verder op

K. Schippers De trap naar het park

[p. 61] K. Schippers De trap naar het park In 1956 wijdde Willem Sandberg in het Stedelijk Museum voor het eerst een grote tentoonstelling aan de fotografie. Toen ik erheen ging was ik negentien jaar. Een foto was voor mij nog niet veel meer dan een plaatje in een krant of het bewijs dat iemand…

Lees verder op