Hanny Michaelis Mirakuleuze herrijzenissen

[p. 724] Hanny Michaelis Mirakuleuze herrijzenissen Een boek wordt naar men mag aannemen, niet geschreven en uitgegeven in de verwachting dat het binnen afzienbare tijd in het zand van de vergetelheid wegzakt. Toch treft dat lot een groot aantal van de boeken die in omloop komen. Overwegend negatieve of – nog erger – uitblijvende recensies…

Lees verder op

Jaap Goedegebuure Dan moet hij er toch zijn als ik hem zoek

[p. 704] Jaap Goedegebuure Dan moet hij er toch zijn als ik hem zoek 1 Hoe komt het toch dat het merendeel van de mensheid nu eens volgens dit patroon denkt en dan weer volgens een ander, wat bepaalt de lengte van de rokken en de breedte van de revers, waarom laten mannen jarenlang hun…

Lees verder op

Carel Peeters Ter Braak en de Renaissance

[p. 614] Carel Peeters Ter Braak en de Renaissance Voor de confidenties die ik over mijn persoonlijke verhouding tot Menno ter Braaks werk te doen heb moet u terug naar het jaar 1964 en naar een plaats waarvan u niet had kunnen vermoeden dat hij bij deze gelegenheid zou worden genoemd: de legerplaats Steenwijkerwold. Stelt…

Lees verder op

Herman de Coninck Over de troost van pessimisme

[p. 549] Herman de Coninck Over de troost van pessimisme Een voordracht met vijftien lichtbeelden Toen ik ooit lesgaf, poëzie, aan jongens die daar helemaal niet om gevraagd hadden, was de eerste vraag: moeten we dat kennen voor het examen? Nee, voor het leven, zei ik. En de tweede vraag was: waartoe dient dat dan?…

Lees verder op

Jaap Goedegebuure Marsmans naleven

[p. 228] Jaap Goedegebuure Marsmans naleven Er valt een merkwaardige discrepantie te constateren tussen de rol die H. Marsman bij leven in de Nederlandse literatuur speelde, en de invloed die zijn werk daarna uitgeoefend heeft. Waar hij met Ter Braak en Du Perron hoort tot de leiders van een generatie, valt hij als voorbeeld voor…

Lees verder op

Willem Frederik Hermans Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner

[p. 607] Willem Frederik Hermans Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner Zo ongeveer in de maand maart van het jaar 1951 moet Van Oudshoorns toenmalige uitgever, die een grote hekel had aan bestsellers, me verteld hebben dat de bijna vergeten schrijver van Willem Mertens’ Levensspiegel en andere boeken, een eenzame oude man was…

Lees verder op

Documenten Vier brieven van Is. Querido en A.M. De jong over ‘nu’

[p. 361] Documenten Vier brieven van Is. Querido en A.M. De jong over ‘nu’ ‘Jij bent een prachtig karakteriseerder, maar criticus ben je niet’. Het literaire leven aan het eind van de twintiger jaren is met de term rumoerig helemaal niet slecht gekwalificeerd. Naast velerlei letterkundige kwesties die in die tijd een rol speelden, zorgde…

Lees verder op

Menno ter Braaks engelse sympathieën Paul Vincent

[p. 29] Menno ter Braaks engelse sympathieën* Paul Vincent Op het eerste gezicht lijken het werk en de figuur van Menno ter Braak de engelse resp. amerikaanse lezer tal van aanknopingspunten aan te bieden – al blijven er overigens vraagtekens genoeg. Veel meer aanknopingspunten in ieder geval dan de hartstochtelijk beleden francofilie van een Du…

Lees verder op

De jonge Ter Braak Kultuur, politiek en Propria Cures Carel Peeters

[p. 12] De jonge Ter Braak Kultuur, politiek en Propria Cures Carel Peeters Toen Ter Braak in 1921 in Amsterdam ging studeren kwam hij van het sudderende provinciestadje Eibergen naar de ‘grote stad’, het ‘volle leven’, gekenmerkt door tegenstellingen van allerlei aard. Binnen de studentenwereld waren de tegenstellingen niet zo groot of werden niet zo…

Lees verder op

Du Perron en Greshoff, een vriendschap vol misverstand J.H.W Veenstra

[p. 609] Du Perron en Greshoff, een vriendschap vol misverstand J.H.W Veenstra Dertien jaar lang hebben Du Perron en Greshoff intensief met elkaar verkeerd; mondeling als ze in en schriftelijk als ze uit elkaars buurt woonden. Van het schriftelijke verkeer is een deel van de stukken van neerslag bewaard gebleven, namelijk de meeste brieven die…

Lees verder op

Sympatie voor een hemelvaarder Ronald Spoor

[p. 164] Sympatie voor een hemelvaarder Ronald Spoor E. du Perron waarschuwde op 29 januari 1931 Menno ter Braak, schrijvend over Jan Engelman: ‘Ik correspondeer óók met dien meneer!’1. Niet alleen Ter Braak, ook de lezers van de Briefwisseling Ter Braak-Du Perron zullen verbaasd geweest zijn, toen ze dit lazen. Du Perron en Engelman stonden…

Lees verder op