Judicus Verstegen De toren van meneer Capucci

[p. 296] Judicus Verstegen De toren van meneer Capucci Het rijtuig met meneer en mevrouw Capucci als passagiers was die morgen al vroeg uit Florence vertrokken. Een keer of vier had de koetsier, een norse man, zijn paarden te eten en te drinken gegeven en op het kruispunt San Caselano had hij verse dieren ingespannen,…

Lees verder op

Maarten ’t Hart De eerste lichting

[p. 244] Maarten ’t Hart De eerste lichting Vrolijk fluitend, de linkerhand in de broekzak, de rechterhand geklemd om de twee enveloppen, legde hij de honderd meter van zijn huis tot aan de brievenbus af. ‘Toch nog op tijd klaar gekregen,’ dacht hij, ‘de artikelen zullen daar morgenochtend vroeg arriveren zodat zij nog opgenomen kunnen…

Lees verder op

Jaap Goedegebuure Marsmans naleven

[p. 228] Jaap Goedegebuure Marsmans naleven Er valt een merkwaardige discrepantie te constateren tussen de rol die H. Marsman bij leven in de Nederlandse literatuur speelde, en de invloed die zijn werk daarna uitgeoefend heeft. Waar hij met Ter Braak en Du Perron hoort tot de leiders van een generatie, valt hij als voorbeeld voor…

Lees verder op

E. Kummer Mort à crédit

[p. 138] E. Kummer Mort à crédit Mort à Crédit, de tweede grote roman van Céline, verschijnt in 1936; vier jaar na Voyage au bout de la nuit, één jaar voor zijn eerste twee pamfletten: Mea Culpa en Bagatelles pour un Massacre. In 1938 komt L’Ecole des Cadavres uit, zo mogelijk nog rascistischer dan Bagatelles…

Lees verder op

Judicus Verstegen Bruine eieren

[p. 697] Judicus Verstegen Bruine eieren ‘Ik wil wedden,’ had Vera geroepen, ‘dat je, geblinddoekt, geen verschil proeft tussen een wit en een bruin ei.’ Ze begreep er niets van. Ik zou zelfs het verschil zónder blinddoek niet hebben geproefd. Ik proef toch niet met mijn ogen? Nee, het nuttigen van bruine eieren is eerder…

Lees verder op

Kees Verheul Negen gedichten van Achmatova met een inleiding

[p. 626] Kees Verheul Negen gedichten van Achmatova met een inleiding I Anna Achmatova, de Russische dichteres die op 23 juni 1889, tijdens de regering van de voorlaatste tsaar, werd geboren en op 5 maart 1966, precies dertien jaar na Stalin, overleed, schreef op oudere leeftijd in een van haar cahiers het volgende versje:  …

Lees verder op

C.C. Goslinga De trinitaria

[p. 493] C.C. Goslinga De trinitaria Het was al laat in de avond, toen ik Sharons telegram kreeg: ‘Sjon Boeli ernstig ziek. Overkomst dringend gewenst.’ Ik reserveerde onmiddellijk een vlucht en begon mijn spullen te pakken. Ik dankte de hemel dat Marion niet bij me was, die avond. Ze kon wel eens hinderlijk in de…

Lees verder op

Herkenning en misverstand

[p. 429] Herkenning en misverstand Een nabeschouwing bij de briefwisseling tussen J.H.F. Grönloh (Nescio) en Agnes Maas-van der Moer. Enno Endt Wat deed Grönloh zijn ‘rare vraag’ stellen, in zijn brief van 18 juli 1919: ‘Vertelt U me eens, is U geheel zeker dat U volkomen eerlijk tegenover U zelf is?’ Zo afzonderlijk geciteerd klinkt…

Lees verder op

Gesignaleerd

[p. 57] Gesignaleerd Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. ‘Het leven heeft me veel geleerd’, zegt de oue sok. Nescio Lange tijd is er niets te signaleren geweest in de Nederlandse literatuur. Niets dat de moeite van het signaleren waard was. Natuurlijk, er waren weer debutanten. Voor ik ze noem, geef ik ter…

Lees verder op

Rob Nieuwenhuys Een beetje oorlog

[p. 588] Rob Nieuwenhuys Een beetje oorlog Java 8 december 1941-8 maart 1942 Batavia 8 december 1942 Het begon alles heel vroeg in de ochtend met de plechtig en somber klinkende stem van de Gouverneur-Generaal Tjarda van Starkenborch Stachouwer, uit de radio van onze overburen. Ik kon maar enkele woorden verstaan: ‘Medeburgers’… ‘onverhoedse aanval’… ‘goederen…

Lees verder op

H. van den Bergh De heilige eenvoud van J.A. dèr Mouw

[p. 398] H. van den Bergh De heilige eenvoud van J.A. dèr Mouw Zijn plaats binnen de poetica van zijn tijd ‘natuurbeschrijvingen’ (vreeselijk woord!) J.A. dèr Mouw Van de dichter Dèr Mouw (Adwaita) is bekend dat hij ‘in spreektaal’ schreef, en toch zou hij moeilijk toegankelijk zijn; hij wilde niets weten van het literaire leven…

Lees verder op

Lloyd Haft ‘Of beechen green, and shadows numberless…’

[p. 239] Lloyd Haft ‘Of beechen green, and shadows numberless…’ Hsu Chih-Mo en de Engelse romantici Hoewel niet uitgesloten, is het toch zeer onwaarschijnlijk dat bovenstaande titel voor de gemiddelde lezer van dit blad (of van enig ander blad) begrijpelijk zou zijn. Om toch met zoveel mogelijk lezers iets te kunnen delen van het plezier…

Lees verder op