Caveat emptor

Door een dom toeval ontdekte ik dat een van mijn planten slachtoffer is geworden van een bizarre vorm van plantenmishandeling. Caveat emptor, blijkt maar weer onverminderd waar: koper wees op uw hoede. Joris Luyendijk schreef al een bestseller over bankiers die je producten aansmeren die ze zelf niet zouden kopen. Maar de bloemist blijkt al net zo’n boef. Als consument heb je een onderzoeksplicht om je niet te laten belazeren. Maar dan moet je natuurlijk wel weten welke oplichting er zoal in het verschiet kan liggen. Vandaag meer over de cactusmaffia.

Ik kocht een klein cactusje (dacht ik!) bij een winkeltje in mijn straat. Dat winkeltje is er nu niet meer, anders zou ik de eigenaar om verantwoording roepen. En noem mij naïef dat ik geloofde dat het een cactus was, maar de plant leek stekels te hebben, en op zijn ge-3D-printe* plantenpotje stond zelfs een dromedaris, om het woestijngevoel compleet te maken.

Hoe dan ook, in mijn nieuwe Koubachi-app waarmee je planten kan determineren, ging ik op zoek naar mijn cactusje. Mijn andere kamerplanten had ik met de determinatietabel zo gevonden, maar het kleine cactusje was onvindbaar. Gek, want hij had nogal opvallende kenmerken zoals knalrode bloemen. Hij leek wat op de disocactus, maar hij was het duidelijk toch ook niet. Andere bloemen, rechtere takjes.

Ik sloeg aan het googelen en stuitte op een forum waar cactusliefhebbers vragen beantwoorden. Iemand had daar al precies mijn cactusje gefotografeerd en gevraagd welk type cactus het was. Het is geen cactus, schreef een kenner, maar een vetplant, die niet tot de cactusfamilie (cactaceae) behoort. En de bloemen die eraan zitten, zijn niet zijn eigen bloemen maar droogbloemen aan een ijzeren pin die met lijm in de plant zijn geschoten. Pardon?

IMG_5163Ik kon maar nauwelijks geloven dat iemand zoiets geks zou doen, maar ik googelde verder. “Cactus fake flowers”. Het blijkt een internationaal probleem. Plantenverkopers schieten bloemen in onschuldige planten. Het meest misleidende is nog dat het een bepaald type droogbloem is dat reageert op luchtvochtigheid. Bij hoge luchtvochtigheid strekken de bladeren zich uit. Bij droge lucht krullen ze zich weer op tot een bolletje. Zo lijkt het net of de nepbloemen leven, en denkt de consument dat hij goed voor zijn cactus zorgt.

En ja hoor, bij nadere bestudering bleken er inderdaad ijzeren pinnen in mijn cactus te zitten. Het advies was om die eruit te trekken. Ze belasten de plant namelijk in zijn natuurlijke groei. En erger: in zijn bloei. Schijnbaar maakt dit type vetplant, als hij tenminste door zijn baasje ontslagen wordt van zijn taak als cactus, schitterende gele bloemen.

Ik heb net de pinnen uit mijn toch-niet-cactusje getrokken. Daarbij is een van zijn armpjes helaas losgekomen. Verder is de plant redelijk intact gebleven. Ik moet zeggen dat ik hem er een beetje zielig bij vind staan nu, maar misschien is dat mijn schuldgevoel dat ik op de onschuldige vetplant projecteer. In elk geval mag hij vanaf heden zichzelf zijn.

IMG_5165

Ook erg: Jonathan Franzen overwoog ooit een Iraakse oorlogswees te adopteren om de jeugd van tegenwoordig beter te kunnen begrijpen. Althans, zo schreef the Guardian een aantal dagen terug. Twitter op hol. Walgelijk walgelijk, vinden de mensen, om zo licht te denken over adoptie. Om een onschuldige oorlogswees te slachtofferen voor de literatuur. Dat deed me eraan denken hoezeer ik me erop verheug dat Franzens nieuwe boek morgen uitkomt. Ik heb er meteen eentje besteld op Amazon. Of ben ik nu weer in een marketing-truc getrapt?

* of is het 3D-geprint?

Pitch

Vanochtend kwam ik er tijdens het invullen van mijn belastingopgave achter dat ik vorig jaar in totaal duizend euro heb verdiend met mijn schrijverij. Toch nog een hele prestatie, zeker gezien de voortschrijdende vergrijzing, de alarmerende toename van analfabetisme in Nederland en ons zeer beperkte taalgebied.

Gelukkig voel ik in de praktijk nauwelijks iets van mijn eigen financiële misère. Ik leid al jaren een comfortabel bestaan als kept man met twee huizen op twee continenten en een verrukkelijke kostwinner. In die zin pas ik naadloos in de traditie van Lord Byron, Baudelaire, Montaigne en Victor Hugo: ook zij hoefden niet te werken voor hun geld.

Maar toch vreet het aan me. Wie schrijft wil ook gelezen worden. Mijn literaire debuut, verschenen in bovengenoemde fiscale periode, had het een heel stuk beter moeten doen. Voor een bescheiden bedrag werpt Mijn Snor (De Harmonie, 2014) nieuw licht op fundamentele levensvragen over gezichts- en lichaamsbeharing, dreigende kaalheid en hun invloed op de human condition. Dat zou in theorie een breed publiek moeten aanspreken, want bijna iedereen – man én vrouw – worstelt wel eens met deze kwesties. Bovendien is haar een tijdloos onderwerp, dus er is nog niets verloren. Ik hou nog altijd stille hoop op postume erkenning.

Bij mijn volgende boek (werktitel: Brieven aan mijn kapper) moet het roer radicaal om. Ik moet mijn aarzeling om mezelf te verkopen overboord gooien. De beuk erin. Om dat voor elkaar te krijgen, grijp ik terug op de klassieken en neem vol bewondering een voorbeeld aan de grote dode Gerard Reve, die ons op de ‘nationale verrekijk’* zonder schroom de koopzondag insleurde en zijn oeuvre op mistroostige toon uitventte over de rug van onschuldige kinderen. Kijk, daar kan iedere schrijver nog wat van leren.

Onderstaand fragment is afkomstig uit de documentaire De Volksschrijver en de verrekijk. De boekenpitch van Reve (vanaf 0:30) wordt voorafgegaan door een citaat uit Nader tot U en eindigt nogal abrupt, wellicht vanwege censuur door YouTube of de uploader. De hele documentaire is hier en hier te zien.

 

 

________________________________________________________________________________________________

portret-brief-gilles-02-15-maart-2014Arjen van Lith is freelance journalist en schrijver. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin (Texas), waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Arjen van Lith

Arjen van Lith (1971) is journalist, schrijver en kunstenaar. Sinds acht jaar woont hij in de Verenigde Staten, eerst in Austin en nu in Pittsburgh, waar hij werkt aan zijn sleutelroman en andere projecten

Wegkijken van de pijn van anderen

Los desastres de la guerra, n.º 33: «¿Qué hay que hacer más?». Francisco de Goya

‘Het is niet onze schuld dat we niet diep geschokt zijn, dat we niet genóeg lijden wanneer we die beelden zien. Ook verwacht niemand dat de foto iets verandert aan de onwetendheid over de geschiedenis en de oorzaken van het lijden dat hij vastlegt en omkadert.’

Voor Susan Sontag is schuld, of het ongemakkelijke gevoel over je zelf als je naar gruwelijke beelden kijkt, de aanleiding om goed en eigenlijk bijna meditatief na te denken over wat daar de oorzaak van is, in Kijken naar de pijn van anderen, een meesterwerk van essayistische contemplatie over lijden en beeld. Wat zo goed is aan het denken van Sontag is onder veel meer het ritme waarin ze dat doet, en in het geval van dit boekje is dat ook de kwaliteit van de vertaler, Heleen ten Holt.

Schuld als aanstichter van denken is niet alleen het fort van Sontag of van al dan niet afvallige calvinisten in de tweede helt van de vorige eeuw, een heel boeiende exercitie op dat vlak is Schuld. De eerste 5.000 jaar van David Graeber, een economisch-historische zoektocht naar de gedachte achter ‘schulden’  (hier een fragment). Graeber opent zijn boek vrijwel met de verfrissende en aanvankelijk bijkans bizarre suggestie dat schuld terugbetalen eigenlijk niet zo’n goed idee is. Met lange halen weet hij wel het absurde van de gedachte bij de lezer te doen postvatten, dat de westerse wereld verwacht dat Derde Wereldlanden schulden moeten terugbetalen die voortkomen uit opgedrongen leningen van dezelfde westerse wereld aan tirannen en dictators  in de jaren ’70. Die leningen die verstrekten we omdat er hier een overflow van geld was, die als lening verdween in zakken van de Idi Amins van die wereld. En de bevolking plukt daar de wrange vruchten van. Biedt dit niet ook inzichten in de huidige behandeling van Griekenland? Of op zijn minst enige ondersteuning van de gedachte dat er weinig intrinsieke logica zit in het adagium dat een schuld altijd moet worden vereffend. (Kan ik trouwens een tientje van je lenen?)

Geld is de representatie van de schuld die de samenleving aan je heeft. Tien euro op zak betekent dat elke willekeurige winkel verplicht is je waren te leveren voor die 10 euro, dat zijn ze je schuldig. Aan rijke mensen zijn we vanuit die definitie veel verschuldigd.

Sontags boek helpt op een helderder manier naar een plaatje over bootvluchtelingen te kijken. Wegkijken is de eerste impuls,die Sontag kent, beter kijken is het resultaat na lezing van dit boek.

 

(Zie ook eerder stukje over fotografie en Sontag en deze)

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot. Houdt van haring en herbaria.

 
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Mannen

Mijn vrouw Birre kan oprecht beledigd zijn wanneer een gezamenlijke vriend haar niet voor zijn verjaardag uitnodigt omdat het een ‘mannendag’ wordt. Tenslotte wil zij ook graag die halve varkenskop uitlepelen, een spies met kalfsnier en een glas Barolo.

We gaan ook niet echt met zijn allen naar de hoeren op dat soort dagen; ik ben één keer in een striptent geweest en wat me opviel – naast dat strippers in het echt hun onderbroekje niet aanhouden – was vooral hoe verschrikkelijk veel mannen er waren. Vlak die paaldanseres even uit en je waant je in een homotent ergens mid-jaren ’90.

Hoewel ik niet in hun hoofd kan kijken, lijkt het erop dat de vrouwen van mijn mannelijke vrienden (voor zover die relaties met vrouwen hebben) het volkomen normaal vinden dat ze uitgesloten zijn van een groot deel van het leven van hun partner. Bij mij rijst de vraag of veel partners vrienden van elkaar zouden zijn als ze geen relatie hadden.IMG_0557

Nee, laat maar, ik weet het antwoord al. Nog iets wat ik niet begrijp: alsof een levenspartner aan veel minder eisen hoeft te voldoen dan een vriend.

Je bent er, we neuken af en toe en zorgen samen voor de kinderen, maar mijn echte plezier haal ik bij mannen. Want vrouwen – tja – da’s toch anders. De Islamitische wereld heeft het van geen vreemde.

Afgelopen zondag kookte, dronk en at ik – zoals elke maand – met vijf van mijn beste mannenvrienden. Locatie was dit keer het prachtige restaurantje Aan de Amstel. Aangezien de tent binnenkort zijn deuren sluit, had eigenaar en zoetgevooisde holenbeer Joris voorgesteld de Mannendag te hosten.

Ja, inderdaad: Mannendag. Ik dacht dat we het zo noemden om de draak met onszelf te steken, maar begin daaraan te twijfelen. In de zes jaar dat we dit ritueel nu hebben, was er maar één keer een vrouw te gast, en dat was iemand die – zacht uitgedrukt – haar mannetje in professionele keukens heeft gestaan.

IMG_0624Waarom toch? Hoe kan het zo acceptabel zijn om een versie van jezelf te hebben voor bij vrouw en kinderen, en een andere die je aan je vriendengroep laat zien?

Natuurlijk geldt dit allemaal ook andersom, maar omdat ik dit hele verhaal niet ook nog vanuit de vrouwelijke hoek wil hoeven belichten: laten we er – tegelijk oversteken, jongens en meisjes, ik tel tot drie – met zijn allen mee ophouden.

Het risico? Dat we de ander beter leren kennen, en in sommige gevallen minder leuk gaan vinden. Mocht dat zo zijn: accepteren of de stekker eruit.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

Bruin

Als ik de weg oversteek begint mijn hond te kwispelen naar iemand die ik niet ken, gaat op het asfalt zitten en blijft daar tot de vrouw vlakbij is.
Ze lacht. ‘Ik denk dat het komt omdat ik bruin ben’, zegt ze. ‘Hij dacht, moet ik aanvallen? Nee, het is een mens.’
Ooit had ik een hond die uitsluitend aan blanken gewend was. Dat had niet te maken met enige opzet van mijn kant, maar simpel met het feit dat er in het dorp waar ik opgroeide praktisch alleen blanken woonden. Die hond begon altijd te blaffen en te grommen wanneer hij – zeldzaam – iemand tegenkwam met een andere huidskleur. Honden zien geen kleur, maar wie denkt dat dieren niet racistisch zijn heeft een te rooskleurig beeld van de natuur.
Ik beaam wat de vrouw zegt, een beetje ongemakkelijk, maar blij dat mijn huidige hond het bij kwispelen houdt. ‘En door hem’, zegt de vrouw, wijzend op mijn hond. ‘Staan wij nu met elkaar te praten.’

We wensen elkaar een mooie dag.

 

Arjen van Lith & Annemarieke Samson op Tirade.nu

portret-brief-gilles-02-15-maart-2014

 

 

 

 

 

Goed nieuws. Met ingang van 29 augustus verschijnt hier elke zaterdag een blog van Arjen van Lith. Onze huidige zaterdagsblogster Anne-Marieke Samson zal de maandag voor haar rekening gaan nemen.

Van Lith kent u wellicht van zijn vorig jaar verschenen verhalenbundel Mijn Snor (De Harmonie), of van de briefwisseling die hij eerder op Tirade.nu voerde met redacteur Gilles van der Loo.

Arjen woont in Austin (Texas), waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

 

VOC-mentaliteit

Vijftien jaar geleden trad ik tijdens Sail in dienst van de VOC. Ik heb de papieren er nog eens bijgepakt en het staat er zowaar mijn naam  Marko Janszoon is: ingeschreven als matroos op 25 Oogstmaand 2000, door een zich Willem noemde rembrandteske doedelzak. Ik monsterde aan op de Amsterdam en het leek wel 17-zoveel. Mijn gagie bedraagt de schamele som van vier Guldens per maand voor een periode van tenminste vijf jaren. Na al die tijd trouw te hebben gezworen aan de schipper en het schip te hebben verdedigd tegen piraten en ander zeegespuis, heb ik nog geen stuiver gezien. Terwijl ik me niet eens gewaagd heb aan het dobbelen of kaarten, of ‘ploekharen’ met de andere matrozen – Joost mag weten wat dat betekent!  Komt er nog wat van? Is dit nou het over ‘grenzen heen kijken’, waar Balkenende het over had toen hij de ‘VOC-mentaliteit’ muntte?
 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds twee jaar blogt hij wekelijks voor tirade.nu. Hij ziet er overigens anders uit dan hij eruitziet.

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.

Het beste leven

De mooiste sterrenhemels zag de Indiër  Aaditya in de 6e eeuw na Chr.

Toen Adriaan Geuze in Zomergasten wees op de stuitende lelijkheid van het uitzicht vanaf de A4 kreeg ik medelijden met mezelf. Ik leef immers niet als Candide in ‘de beste aller mogelijke werelden’. Maar in een zeer lelijke. Ik lijd geen honger en heb geen builenpest, maar de voorzienigheid heeft mij in een tijdsgewricht en op coördinaten geplaatst die resulteren in een regelmatig over de A4 rijden. O horror! Dit overdenkend greep mij het bewustzijn aan van het volgende. In de 17e eeuw bestond er zoiets als ‘de kleine ijstijd’ een aantal zeer koude decennia die je bijvoorbeeld goed terugziet op de vrolijke schaatsgezichtjes op Leiden en Amsterdam van bijvoorbeeld Aert van der Neer. Maar als je een koukleum was, dan had je in die jaren toevallig een naar leven. Dit doorvoerend en specifiek op zoek naar wat je in een bepaald leven mee of tegen kan zitten, denk ik dus dat je in de optelsom van alle mensenlevens er 1 hebt die in zijn aards bestaan de meest fenomenale sterrenhemels heeft gezien, zeg een Onaanraakbare in een woestijnstad in wat nu Noord India is, in de 6e eeuw. Geen mens zag zoveel prachtige sterrenhemels als hij, we noemen hem bijvoorbeeld Aaditya.

Zo is er ook een man die de meest uitgelezen spijzen heeft genuttigd gedurende zijn bestaan, een bemiddeld Venetiaans handelaar in de 15e eeuw misschien. Je kunt jaloers zijn op het automobielleven van een Amerikaanse in 1952, lange lege wegen, mooie auto’s.

Een Perzisch heerser in 300 v. Chr heeft de meest afwisselende seks binnen 1 mensenleven genoten. De andere kant van het verhaal is dat bepaalde levens een ontstellende opeenstapeling van ellende hebben gekend. Er is ongetwijfeld iemand te vinden die de beurskrach van ’29 in Amerika heeft meegemaakt die hem zijn fortuin ontnam, waarna hij terug naar zijn Joodse ouders in Duitsland moest, een concentratiekamp overleefde en vervolgens in de Goelag belandde. Ik verlang naar Alfred Russell Wallace zijn voortdurende Maleisische Archipelreizen. Is er iemand te bedenken die meer diersoorten leerde kennen in zijn bestaan? In het Griekenland van de 4e eeuw v. Chr. heeft iemand geleefd die onder de blauwe hemel de spannendste en geestigste conversaties gevoerd heeft die binnen het bestek van een mensenleven maar denkbaar zijn. De mooiste opeenvolging van bloeiende meimaanden werd aanschouwd door een vrolijke domineesdochter in Zweden tussen 1753-1814. We kunnen het niet makkelijk nagaan maar objectief zijn deze superlatieve levens te verwachten. Ze zijn er.

En het is dan heel moeilijk verteerbaar dat wij misschien levens hebben  met de afgrijselijkste uitzichten vanaf de wegen. En dan ook nog een zomergast die 376 keer ‘zeg maar’ zegt.

‘Wat zou ik niet geven voor de herinnering
aan een zandweg met lemen muren
en een rijzige ruiter die de dageraad vult
(lang en sjofel de poncho)
op een van de dagen van de vlakte,
op een datumloze dag.

[…]

(Jorge Luis Borges, ‘Klaagzang van de onmogelijke herinnering’, vertaling Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer)

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot. Houdt van Borges en zandwegen met lemen muren.

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Het parallelle Brabant

Afgelopen zondag nam ik deze foto vanuit de auto waarin ik vijf Amsterdammers naar huis reed. We kwamen van een feestje in Limburg, en waren bij Vught van de snelweg gegaan zodat ik kon proberen om op gevoel mijn oude huis terug te vinden.

Het lukte meteen, ook al zijn alle velden inmiddels volgebouwd en de bosjes nu hoge bomen. Achter het raam op de eerste verdieping was van 1977 tot 1983 mijn kinderkamer.

Birre, die naast me zat, vroeg wat er door me heen ging. Het is maar goed dat ik geen sportman ben, want interviews met mij zouden verschrikkelijk saai zijn. Doorgaans weet ik pas na dagen wat ik ergens bij voel en denk.

Uit de stilte op de achterbank maakte ik op dat men geschokt was over de onaantrekkelijkheid van mijn herkomst. Ter vergelijking: mijn vrouw, zwager en schoonzus zijn op het Prinseneiland geboren, vriendin Noor op de hoek van de Nieuwe Herengracht en de Weesperzijde. De enige die geen echt oordeel leek te hebben over het Vughtse was Nadim, die op schoot zat bij zijn oom en stug doorlas in zijn Donald Duck.

We reden langs mijn lagere school De Baarzen. Ik remde niet.

‘Dus hier kreeg je LTS-advies?’ zei Birre.

‘Nee,’ zei ik. ‘Dat denk jij steeds. Wat ze zeiden is dat ik de LTS misschien aan zou kunnen áls ik handig genoeg zou blijken. Het voorlopige advies werd IVO-MAVO.’

‘Wat is een Ivomavo?’ vroeg mijn schoonzus Sterre, die tussen de voorstoelen door leunde. Ze krabde aan haar nieuwe tattoeage (een zwaluw) en schoof haar zonnebril op haar voorhoofd.

‘Mavo, maar dan met kleinere klassen. Veel persoonlijke aandacht.’

Ik parkeerde voor de snackbar waar ik vroeger met mijn buurjongens friet (niet patat) haalde. Bij het bestellen kregen Birre en Noor de slappe lach omdat hen de keus werd geboden tussen dikke en dunne frietjes. De mevrouw achter de toonbank was geduldig en liet op verzoek van mijn zwager zien wat het verschil precies was.

Omdat de snackbar geen Spa Rood schonk, ging ik naar de Lidl ernaast (in mijn tijd een Spar), om een fles water van het merk Saskia te kopen. Ik kocht ook: een hele metworst, drie fraaie venkelknollen, een komkommer, een bos radijzen zo groot als pruimen en een liter melk. Bij de kassa werd me hiervoor 4,03 euro gerekend, terwijl ik al een briefje van 10 en een van 5 klaar had.

We aten onze friet. Sterre leek op iets meer dan alleen gefrituurde aardappel te kauwen. Even later, in de auto, zei ze: ‘Ik vraag me af hoe je eruit gezien had als je was gebleven.’

We reden langs een gezette man van mijn leeftijd die een handmaaier over het gras van zijn voortuin dwong door er in een hoek van 45 graden op te hangen. Op zijn poloshirt zaten van die stukken waarvan ik helaas weet dat ze appliqués heten. Achter me werd gegrinnikt.

‘Ik ook,’ zei ik. ‘Soms denk ik aan mijn parallelle Brabander-zelf, de automonteur.’

Bij terugkomst in Amsterdam vond ik op het internet een foto van de klas waar ik in gezeten zou hebben als ik naar de IVO-MAVO in Den Bosch was gegaan. Ik ga er voorlopig vanuit dat ik de tweede van rechts op de onderste rij zou zijn geweest, die in de rode Nike-trui. Zo te zien ben ik daar best gelukkig. photo.17

Nu is het woensdag, en terwijl ik dit opschrijf begin ik pas in beeld te krijgen wat er zondag door me heen ging.

Misschien moet ik maar nooit meer langs mijn oude huis rijden.

Zo’n bezoek benauwt me (voel ik) omdat ik ermee geconfronteerd word dat ik in Vught opgroeiend met geen mogelijkheid op mijn huidige zelf had kunnen gaan lijken (denk ik). Wat ik er ook uit kan opmaken: kennelijk ben ik blij met mijn Amsterdamse versie, met wat mijn leven hier geworden is.

Ik wens mijn parallelle zelf het beste. Misschien sta ik ooit nog met panne ter hoogte van Den Bosch en komt hij me in zijn sleepwagen halen. We zullen elkaar niet meer herkennen, maar terwijl ik daar in zijn cabine zit en hij ons naar zijn kleine opgeruimde werkplaats begint te rijden, zal ik de vreemde aandrang voelen deze Brabander te zeggen dat ik hem heb gemist.

________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

 

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

Vlak na de foto

Menno schreef hier onlangs over het selfie, over hoe kwetsbaar we ons tonen juist wanneer we zoeken naar dat ideale beeld waarmee we onszelf aan de wereld kunnen presenteren. Deze foto’s zijn genomen op het moment vlak na het selfie – op het beeld de lach, de vrolijkheid en de perfectie, maar wat op de gezichten achterblijft, wat heel even te zien is, is weemoed of melancholie. Voordat de twijfel weer verdwijnt, voordat we haastig opstaan om een nieuwe foto van onszelf te maken.

 

copyright Wytske Versteeg

 

 

IMG_0499

Wytske Versteeg schrijft en fotografeert. Haar nieuwe roman, Quarantaine, verschijnt in oktober.

Prachtgoal

Laat ik voorop stellen dat ik niets heb met voetbal en voetbal kijken. Toch werd ik een paar dagen terug ineens gegrepen door een incidenteel stukje voetbal, dat tot mij kwam via het achtuurjournaal. De scorende ‘hakbal’ van de keeper van ADO Den Haag. Er is de afgelopen dagen meer dan genoeg over geschreven en rondgegaan. Terecht ook wel, want zelfs bij mij zorgden de beelden voor een spontaan gevalletje kippenvel.

Voor ADO zag het er niet florissant uit, met 2-1 achter tegen PSV breekt de blessuretijd aan. Iedereen mee naar voren voor de vrije trap, dus ook doelman Martin Hansen. Hij komt op zijn gemak aanzetten en oogt wat mij betreft nog fris zo aan het eind van de wedstrijd. De vrije trap wordt genomen, de bal komt mooi laag aan maar niet zuiver voor en dan dient Hansen zich aan. Alsof het niets is laat hij de bal door zijn benen gaan om hem vervolgens precies het tikje uit te delen dat nodig is voor de gelijkmaker. De bal passeert de verdedigingslinie en de keeper van PSV gaat er maar bij liggen zodra de bal in de hoek rolt.

Het speelt zich allemaal af in zo’n kort bestek dat het voor de hand ligt als het geluk zou zijn. Hansen zegt na afloop zelf dat het geen geluk is. Het is een geijkte actie, volgens hemzelf althans. Ik ben geneigd hem te geloven, niet alleen op zijn woord maar ook op basis van de beelden. Natuurlijk, van voetbal heb ik geen verstand, maar volgens mij is het duidelijk te zien dat hij trefzeker handelt, goed kijkt en exact beweegt zoals hij het zich had voorgesteld. (En dat alles door een keeper.)

Het is ook daardoor dat zoveel mensen – liefhebbers of niet – geraakt zijn door dit doelpunt. Vergelijkbaar is de extase die de duikvluchtgoal van Van Persie tijdens het afgelopen WK opriep. In de zegetocht van Oranje mocht die de schoonheidsprijs ontvangen voor precisie en uitvoering. Net als destijds heb ik ook nu weer de woorden ‘het is pure poëzie’ horen vallen, al zou ik zelf zo ver niet durven gaan. De actie van Hansen is prachtig, absoluut, maar ik ben blij dat hij voetballer is in plaats van dichter.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds twee jaar blogt hij wekelijks voor tirade.nu. Hij ziet er overigens anders uit dan hij eruitziet.

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.

Economie en wat schrijvers daarvan vinden

De boekhandelaar die ik gisteren bezocht zegt dat het iets beter gaat met de economie. Iets. Mensen die drie boeken kochten, kopen er nu soms vier en iemand kocht een boek met de mededeling dat dat handig was voor als de ereader uitviel. Wat de boekhandelaar vooral opviel was dat het even-mee-grijp-boekje makkelijker gaat. De boekenkoper is weer even iets minder voorzichtig. Boekhandelaars hebben verstand van de economie, naar mijn idee iets meer dan groenteboeren of handelaars in koffie.

En schrijvers? In de briefwisseling Een manier van vriendschap  tussen J.M. Coetzee en Paul Auster,  schrijvers die ik graag lees, krijg je niet die indruk. Ze zijn in de briefwisseling aan het begin nog wat op zoek naar onderwerpen als de mondiale crisis uitbreekt, 2008. In een post scriptum  na een brief schrijft Coetzee dan dit:

‘Ps. Ik ben me er niet onbewust van dat ik, door voor te stellen een nieuwe ‘goede’ reeks getallen te verzinnen om de oude ‘slechte’ te vervangen en die nieuwe getallen in alle computers op de wereld te installeren, niets minder voorstel dan het oude, slechte economische systeem af te schaffen en te vervangen door een nieuw, goed systeem – met andere worden de intrede van universele economische gerechtigheid. Voor de uitvoering van dit plan ontbreekt het onze huidige leiders aan zowel de geschiktheid als de wil, en zelfs het verlangen. ‘

Het is maar goed dat ze daarna overgaan op sport, waar de beide heren wél wat over te melden hebben. Wat mij opvalt in de korte correspondentie over economie, is niet eens zozeer te totale onnozelheid, als wel de schaamteloosheid ervan. Het is alsof kokette gelaktenageldames hun vrouwelijkheid onderstrepen door bij een open motorkap kirrend over ‘die grote buis daar’ en dat vettige slangetje hier’ te gaan staan praten.

Verder lezend en bekend met hun werk zie je dat ze over zoveel zaken zoveel origineels te melden hebben dat hun afkeer van economie voor mij onbegrijpelijk wordt. Ook Coetzee leest vandaag in de krant dat de centrale bank van China de yuan gedevalueerd heeft en dat daardoor de Chinese economie een impuls krijgt.

Nee, dan de episodes over de guilty pleasure van sport kijken op tv en Austers en Coetzees inzichten in de correspondentie van Beckett. Lang leve de auteurscorrespondentie! Zolang de schrijvers maar geen economische onwetendheid etaleren.

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot. Houdt van economie en correspondenties.

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Stukkie SU

Een aantal Nederlandse Surinamers complimenteerde me met de stukjes die ik tijdens ons verblijf in Paramaribo schreef. Ik schijn de sfeer van het land goed te hebben weergegeven.

Fijn om te horen natuurlijk, maar het schrijven van mijn blog kostte me daar in de Marijkestraat heel weinig moeite. Hoewel ik niet zo veel gereisd heb, zou het me verbazen als ik ooit nog in een land kom waar de sfeer zich sterker doet voelen.

Gisteren begonnen Birre en ik (onafhankelijk van elkaar) Suriname te missen. Aan mezelf merkte ik het toen ik wat dromerig boodschappen deed en bij de kassa aangekomen zoutvlees, masoesa en selderij in mijn wagentje zag liggen.

Toen Birre een paar uur later uit haar werk kwam begon ze al halverwege de trap over De Gadri, het fijnste eetzaakje aan de Waterkant van Paramaribo, met een terras in de schaduw van een enorme boom. Ik hoefde alleen maar de deksel van mijn pan te tillen en haar op mijn borrelende moksi alesi te wijzen.

Het echte missen begint kennelijk pas wanneer de afstand groot genoeg geworden is. Hiermee doel ik niet op de duizenden kilometers zee die sinds januari tussen mij en de monding van de Surinamerivier liggen, maar op de tijd. Hunkeren naar een plek is alleen maar mogelijk als je dat speciale ‘ergens’ kunt romantiseren; als je positieve herinneringen de negatieve hebben verdrongen.

Waar ik vorige week schreef over de neiging van mijn geheugen om een hele vakantie tot een enkele dag samen te brengen, moet ik vandaag toegeven dat het ook nog de eigenschap heeft een periode van maanden met daarin zowel positieve als negatieve ervaringen over één kam te scheren. In het geval van ons verblijf in Suriname kan ik eigenlijk geen negatieve gebeurtenis meer noemen, waardoor het mogelijk wordt een lekker ongecompliceerd romantisch missen met me mee te dragen, dat met de dag sterker lijkt te worden.

Nooit eerder op Tirade.nu: een recept (voor moksi alesi)

Twee ons geweekt, kleingesneden zoutvlees en een kip (in stukken) in porties bruin bakken en apart houden. In het achtergebleven vet fruiten: een halve gerookte makreel, een gesnipperde ui, twee gehakte tenen knoflook, drie theelepels masoesapoeder, een theelepel tomatenconcentraat, vijf pimentkorrels, een maggiblokje en drie gele pepers (heel laten en oppassen dat ze niet stuk gaan tijdens het koken). Dan twee mokken gewassen witte rijst toevoegen, een halve mok kokosmelk, en water tot het vocht een vingerkootje (van een kleine oma-vinger, eventueel lenen) boven de rijst staat. Alle vlees terug in de pan, samen met twee handen geweekte en gekookte boontjes (bijvoorbeeld black eye peas). Vocht proeven en op smaak brengen met (palm)suiker en zout. Rijst zonder te roeren gaar laten worden met de deksel op de pan, dan doorscheppen en nog vijf minuten zonder deksel laten staan. Serveren met zuurwaar, peper (verse sambal), gestoofde bladgroente zoals tayerblad of daguwiri (waterkastanje), gebakken banaan en gesnipperde selderij.

________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

 

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

Simone van Saarloos als Zomergast

De gemiddelde Nederlander kijkt drie uur per dag naar de tv. Dat is genoeg om zondagavond het hele interview met Simone van Saarloos bij Zomergasten te gaan zien. Volgens het rapport Media: tijd in beeld wint het klassieke kijken, voor het toestel op het moment van de uitzending, nog steeds van andere kijkvormen. Ik had zelf de indruk dat het ouderwetse tv-kijken tanende was, zekere onder jongeren, maar niets blijkt minder waar. Zelf bezit ik geen tv, en als ik al iets zie dan is dat – weinig spontaan – online.

Laatst had ik het al borrelend over Zomergasten maar niemand van mijn kringetje leeftijdsgenoten had een goed idee van wat hij/zij zelf wilde laten zien. We hadden simpelweg te weinig tv gekeken in de laatste jaren. Simone van Saarloos is even oud als ik, en kijkt helemaal geen tv. Zou zij een net als ik (stel dat) een tv-avond samenstellen uit Villa Achterwerk en andere kinderprogramma’s? Vermoedelijk niet, want behalve dat ze tv onprettig vindt, heeft het voor haar ook geen nostalgische waarde: ‘Ik merk dat mijn oudere vrienden, 35 plus, nog een soort idyllische jeugdherinneringen hebben met betrekking tot televisie – ofwel over het gezamenlijke eraan met het gezin, ofwel over de programma’s die ze keken. De tv was er gewoon.’

Die constante aanwezigheid van het toestel is nog altijd aan de gang, al is er wel veel veranderd in wat er te zien valt. Volgens Van Saarloos is tv ook een medium geworden waarop mensen zich belachelijk wilden maken. Het omslagpunt ligt voor haar wellicht bij MTV-programma’s zoals Jackass (2000), of de talentenjacht Idols (2002). Toen kreeg het leedvermaak zwaar de overhand, toen zijn veel kijkers waarschijnlijk afgehaakt en uitgeweken. Ongeveer in de tijd dat MTV stopte met het uitzenden van muziek, stopte ik met televisiekijken; ik ging toen uit huis. Ik verwacht dan ook niet dat er snel iets in Zomergasten zal komen uit zo’n typisch jaren-nulprogramma, tenzij om discussie uit te lokken.

Televisie is zo langzamerhand een medium dat zorgt voor aangename verdoving. Van Saarloos noemt het ook wel: je kunt er gemakkelijk doorheen praten. ‘Bij theater bijvoorbeeld kan dat niet; je stelt je oordeel uit, wordt in een beleving gezogen. Een film tracht dat eveneens te doen. Volgens mij gaat dat over de intentie: een film ga je zien, in zijn gehele lengte – dat is althans meestal de opzet – terwijl het lijkt alsof televisie niet intentioneel wordt bekeken.’ Ook uit onderzoek blijkt dat tv-kijken in de eerste plaats een vrijtijdsbesteding is, en dat is het misschien wel vanaf het begin. Actief kijken doen we allang niet meer, zegt Van Saarloos. We gaan ‘nog even tv kijken’ om ons te bevrijden van zorgen en gedachten.

Naar ik hoop is dat zondag bij Zomergasten anders en is de avond van Van Saarloos gevuld met fragmenten die zij zelf bewust gekeken heeft. Ik verwacht dan ook een, waarschijnlijk op vele vlakken, leerzame avond. Net als bij het lezen van een boek wil ik er iets van opsteken, in die zin zijn beeld en papier vergelijkbaar. Hopelijk is de kijker straks bereid zich ook over te geven aan het interview, al dan niet in groepsverband aan de buis gekluisterd en in gesprek met anderen, als je je maar wilt laten leiden door een jonge geest.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds twee jaar blogt hij wekelijks voor tirade.nu. Hij ziet er overigens anders uit dan hij eruitziet.

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.

Van de zelfblik tot het schuldig buikje

In het landschap van de stad is er een opvallende blik bijgekomen, de zelfblik of de zelflach van de toerist in zijn op zichzelf gerichte camera. Dat is een andere blik dan de gelaatsuitdrukkingen die we kenden en het is een hele mooie, maar misschien ook een weinig oprechte, of tenminste een weinig echte. Het is het tegendeel van ‘zich onbespied wanen’het is zich bespied weten door zichzelf.
Wat zien we als we iemand naar zijn eigen camera zien lachen? We zien hoe diegene zichzelf wenst te zien in zijn of haar foto-album, we zien hoe zij gezien wenst te worden door wie haar lief zijn. We kijken daarmee langs de camera heen in de ziel van de gefotografeerde, we zien hoe zij zich toont aan zichzelf. Uniek. Nieuw. En vaak heel mooi, onverwacht veel mooier dan de blik kort voor of kort erna is. De zelfblik helpt de toevallige aanschouwer meteen meer sympathie op te brengen voor de ander.
Daarom zou een reeks gefotografeerde selfies, foto’s van mensen die naar zich zelf lachen een welkome tentoonstelling in een gerenommeerd fotomuseum opleveren.

Dit is iets anders: maar ook hierin zijn we iets in de gefotografeerden dat we niet eerder zagen: Annie Leibovitz maakte en reeks Updated Hitchcock stills. Deze vind ik het mooist.

We zien Seth Rogen in de still van de film Nort by Northwest waar we Cary Grant verwachten, het is een van de bekendste stills uit de filmgeschiedenis. Maar nu met een extra laag. De mooist gesneden filmacteur Grant vervangen door een jongeman met wat we nu maar een ‘schuldig buikje’ zullen noemen. Wat zien we dus door deze transparant gemaakte personage heen? We zien Rogen die zich bewust is van de muffin top die zijn postuur onderscheidt van dat van zijn iconische voorganger, we zien dat hij het weet, en dat zien we aan zijn blik zoals we bij de zelfblik zien hoe men zichzelf gezien wenst. Bent u er nog? Dit is tweemaal het bewustzijn van het opgeleverde beeld. Eenmaal voor zichzelf en eenmaal voor de ander.

 

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot. Houdt van Hitchcock en van fotografie.

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Op deze dag

Mijn geheugen, en vermoedelijk ook dat van vele anderen, werkt zo dat het met het verstrijken van de tijd gebeurtenissen die over meerdere dagen indruk op me hebben gemaakt samenbrengt in een enkele dag. Alsof het automatisch columns genereert.

In een column is de werkelijkheid je leidraad, maar ben je vrij om te manipuleren in tijd en plaats; breng je momenten en personen bijeen, waardoor het gebeurde dramatischer wordt. Wie ooit een opgenomen gesprek heeft moeten uitschrijven weet dat tachtig procent van het gezegde kan worden weggelaten zonder verlies van inhoud.

Er is zoveel wat ik me niet herinner. Mijn geheugen is nooit heel goed geweest, en het helpt niet als je dagelijks – al is het met enige mate – drinkt. Toch vertrouw ik erop dat wat me echt geraakt heeft zal blijven, en zo werkt een slecht geheugen als een filter: de interne lens stelt scherp op de informatie die beklijft. Hoewel ik met mijn gezin drie weken in Italië heb doorgebracht, zal daar met het verstrijken van de tijd waarschijnlijk één dag van overblijven:

In de ochtend: sporen van een lichte regen in het stof op de motorkap van de geleende BMW, die met panne stilstond voor de Italiaanse grens. Met mijn arm om de smalle schouders van Otis de Hond bood ik hem mijn excuus aan voor de emotionele verwaarlozing die hij in de voorgaande maanden had moeten doorstaan, terwijl Nadim Cinderella keek op Birre’s Ipad en droge hondenbrokken at alsof het borrelnootjes waren (de Touring Club Suisse liet lang op zich wachten en het snoep was op).

Na de lunch: B in de tuin van het huisje dat we huurden vlakbij San Donato, met losse haren en een bruine huid. Vlak onder mijn hart leek iets vrij te komen waarvan ik niet wist dat het was vastgeraakt.

Tijdens onze avondwandeling met Otis de hond: een verse witte streep op traag afkoelend asfalt, met een platgereden slak net naast het midden van die streep.

Bij het naar bed brengen van Nadim: bijna huilen door het besef dat hij op school zal leren om vandaag en morgen te zeggen in plaats van op deze dag en na deze dag.

________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

 

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.