Het parallelle Brabant

Afgelopen zondag nam ik deze foto vanuit de auto waarin ik vijf Amsterdammers naar huis reed. We kwamen van een feestje in Limburg, en waren bij Vught van de snelweg gegaan zodat ik kon proberen om op gevoel mijn oude huis terug te vinden.

Het lukte meteen, ook al zijn alle velden inmiddels volgebouwd en de bosjes nu hoge bomen. Achter het raam op de eerste verdieping was van 1977 tot 1983 mijn kinderkamer.

Birre, die naast me zat, vroeg wat er door me heen ging. Het is maar goed dat ik geen sportman ben, want interviews met mij zouden verschrikkelijk saai zijn. Doorgaans weet ik pas na dagen wat ik ergens bij voel en denk.

Uit de stilte op de achterbank maakte ik op dat men geschokt was over de onaantrekkelijkheid van mijn herkomst. Ter vergelijking: mijn vrouw, zwager en schoonzus zijn op het Prinseneiland geboren, vriendin Noor op de hoek van de Nieuwe Herengracht en de Weesperzijde. De enige die geen echt oordeel leek te hebben over het Vughtse was Nadim, die op schoot zat bij zijn oom en stug doorlas in zijn Donald Duck.

We reden langs mijn lagere school De Baarzen. Ik remde niet.

‘Dus hier kreeg je LTS-advies?’ zei Birre.

‘Nee,’ zei ik. ‘Dat denk jij steeds. Wat ze zeiden is dat ik de LTS misschien aan zou kunnen áls ik handig genoeg zou blijken. Het voorlopige advies werd IVO-MAVO.’

‘Wat is een Ivomavo?’ vroeg mijn schoonzus Sterre, die tussen de voorstoelen door leunde. Ze krabde aan haar nieuwe tattoeage (een zwaluw) en schoof haar zonnebril op haar voorhoofd.

‘Mavo, maar dan met kleinere klassen. Veel persoonlijke aandacht.’

Ik parkeerde voor de snackbar waar ik vroeger met mijn buurjongens friet (niet patat) haalde. Bij het bestellen kregen Birre en Noor de slappe lach omdat hen de keus werd geboden tussen dikke en dunne frietjes. De mevrouw achter de toonbank was geduldig en liet op verzoek van mijn zwager zien wat het verschil precies was.

Omdat de snackbar geen Spa Rood schonk, ging ik naar de Lidl ernaast (in mijn tijd een Spar), om een fles water van het merk Saskia te kopen. Ik kocht ook: een hele metworst, drie fraaie venkelknollen, een komkommer, een bos radijzen zo groot als pruimen en een liter melk. Bij de kassa werd me hiervoor 4,03 euro gerekend, terwijl ik al een briefje van 10 en een van 5 klaar had.

We aten onze friet. Sterre leek op iets meer dan alleen gefrituurde aardappel te kauwen. Even later, in de auto, zei ze: ‘Ik vraag me af hoe je eruit gezien had als je was gebleven.’

We reden langs een gezette man van mijn leeftijd die een handmaaier over het gras van zijn voortuin dwong door er in een hoek van 45 graden op te hangen. Op zijn poloshirt zaten van die stukken waarvan ik helaas weet dat ze appliqués heten. Achter me werd gegrinnikt.

‘Ik ook,’ zei ik. ‘Soms denk ik aan mijn parallelle Brabander-zelf, de automonteur.’

Bij terugkomst in Amsterdam vond ik op het internet een foto van de klas waar ik in gezeten zou hebben als ik naar de IVO-MAVO in Den Bosch was gegaan. Ik ga er voorlopig vanuit dat ik de tweede van rechts op de onderste rij zou zijn geweest, die in de rode Nike-trui. Zo te zien ben ik daar best gelukkig. photo.17

Nu is het woensdag, en terwijl ik dit opschrijf begin ik pas in beeld te krijgen wat er zondag door me heen ging.

Misschien moet ik maar nooit meer langs mijn oude huis rijden.

Zo’n bezoek benauwt me (voel ik) omdat ik ermee geconfronteerd word dat ik in Vught opgroeiend met geen mogelijkheid op mijn huidige zelf had kunnen gaan lijken (denk ik). Wat ik er ook uit kan opmaken: kennelijk ben ik blij met mijn Amsterdamse versie, met wat mijn leven hier geworden is.

Ik wens mijn parallelle zelf het beste. Misschien sta ik ooit nog met panne ter hoogte van Den Bosch en komt hij me in zijn sleepwagen halen. We zullen elkaar niet meer herkennen, maar terwijl ik daar in zijn cabine zit en hij ons naar zijn kleine opgeruimde werkplaats begint te rijden, zal ik de vreemde aandrang voelen deze Brabander te zeggen dat ik hem heb gemist.

________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.