Deel 4 Voskuil-dagboeken: ‘Uitzicht op geluk’

In Uitzicht op geluk biedt J.J. Voskuil een onbekende kant van zichzelf. Centraal in het boek staat de verhouding tot
zijn naaste familie, als zijn vader stervende is en het huwelijk van zijn jongste broer op klappen staat. Waar in zijn andere boeken zijn familie grotendeels buiten beeld blijft, zoomt Voskuil hier genadeloos in op zijn vader, broers en schoonzusters in verhouding tot hem en Lousje. Met grote precisie portretteert hij een gezin dat de centrifugale krachten niet meer de baas is. Hierdoor krijgt het boek trekken van een familietragedie. Ook de beroerte van Piet Meertens komt uitgebreid aan bod, naast vertrouwde thema’s als Voskuils onmacht bij het leed van dier en mens, zijn dagenlange conflicten met Lousje, verpieterende vriendschappen, Bureau-ergernissen en zijn onvrede over de ontoereikendheid van zijn schrijven. Van de weeromstuit hunkert hij naar een overzichtelijk burgermansbestaan zonder verandering, een leven alleen waarin hij met rust wordt gelaten.

Uitgebreid beschrijft Voskuil hoe hij zich in de wc aan de stortbak gaat ophangen, een plan waar hij op het laatst om praktische redenen van afziet. Toch zijn er voor hem momenten van voldoening en van, wat hij noemt, uitzicht op geluk, meestal onverwacht en in kleine dingen.

Iteko: het leven van Margaretha Jacoba de Neufville

Margaretha Jacoba ‘Iteko’ de Neufville zou een van de populairste schrijfsters van de eerste helft van de negentiende eeuw worden, maar in 1803 was haar hart vooral vol van haar liefde voor Henri Smissaert. Een ongelukkige liefde, want van haar vader mocht de welgestelde Iteko niet met hem trouwen.

Ze schreef erover in dagboeken, waarin ze ook kritisch keek naar de gebeurtenissen en de maatschappij van haar tijd. De verwachtingen die die maatschappij had van vrouwen en ook van mannen – waaronder een geschikt huwelijk – en De Neufvilles eigen ideeën, en soms ongemak, lopen als een rode draad door haar dagboeken, en later ook door de romans en geschiedenissen die ze publiceerde.

Schrijfster en historica Mariëlle Hageman reconstrueert op sprankelende wijze een bewogen periode uit het leven van Margaretha Jacoba de Neufville, en gaat op zoek naar hoe het haar verder verging. Ze biedt daarmee een ongekend intieme inkijk in een negentiende-eeuws vrouwenleven.

Najaarsaanbieding 2024

Rokus Hofstede genomineerd voor Filter Vertaalprijs 2024

Rokus Hofstede is voor zijn vertaling van Schoonheid op aarde van C.F. Ramuz genomineerd voor de Filter Vertaalprijs 2024! De winnaar wordt op 1 oktober live bekendgemaakt tijdens het ILFU-festival in de Bibliotheek in Utrecht.

Over Schoonheid op aarde zei de jury onder andere: ‘Rokus Hofstede is erin geslaagd om het universum van Schoonheid op aarde over te hevelen naar het Nederlands zonder dat er ook maar enige onttovering plaatsvindt. (…) Het boek springt ook in het Nederlands tussen speelsheid en nuchterheid, afstand en nabijheid.’

Het volledige juryrapport kunt u hier lezen.

Het stroomdal van de Beune

In Het stroomdal van de Beune gaat het Pierre Michon om de rauwe oerdrift die man en vrouw naar elkaar drijft, om een primitief protocol van verleiding en lust. Het wordt in scène gezet in een haast tijdloos, premodern decor: het fictieve dorp Castelnau in de Dordogne, in de vroege jaren zestig.

Prehistorische grotten, een dorpscafé, een opgezette vos, hengelaars: Michons behandeling van de fatale aantrekkingskracht tussen de dorpsonderwijzer en de sigarettenverkoopster heeft iets schaamteloos oneigentijds. Het stroomdal van de Beune vormt een archetypisch visioen van seksuele begeerte, maar de roman is vooral andermaal het bewijs van Michons weergaloos beeldende stijl.

Pierre Michon (1945) wordt in Frankrijk beschouwd als een van de grootste stilisten onder de hedendaagse prozaschrijvers. Hij ontving tal van prestigieuze literaire prijzen, waaronder de Prix de la Ville de Paris in 1996 en de Marguerite Yourcenarprijs (2016).

Strangwater

Gijs Wilbrink groeide op in de Achterhoek – dat dacht hij althans, tot iemand hem er fijntjes op wijst dat de plek waar zijn ouderlijk huis staat bij de Liemers hoort. Wat is dit nu, denkt hij, moet ik mijn afkomst heroverwegen? Wie ben ik eigenlijk?
Wilbrink neemt zich één ding voor tijdens zijn lange wandeltocht langs de Oude IJssel, de rivier die in deze kwestie als gewraakte regiogrens optreedt: hij wil vlak langs het water blijven lopen. Maar op zijn weg vindt hij, naast muskusratten, buizerds en prachtmooie ijsvogels, ook talloze hindernissen. Prikkeldraad, bordjes, verboden en geboden scheiden het ene eigendom van het andere.

Waar komt toch dat verlangen naar afbakening vandaan, waarom zet iedereen zo graag een hek rond zijn tuin? Wilbrink bevraagt deze voorliefde voor het stellen van grenzen en staat stil bij zijn eigen persoonlijke en lichamelijke grenzen. Strangwater is een even geestige als gelaagde verkenning van de eeuwige drang om paaltjes te slaan.

Heen en weer

Jarenlang bezoekt Rob van Essen elke week zijn bejaarde moeder in Huizen. Vanuit Amsterdam neemt hij eerst de trein en dan de bus. Altijd weer een hele expeditie die hem net iets meer tijd kost dan hij heeft. Een opmerking van zijn leraar zenmeditatie zet hem op het juiste spoor, en voortaan loopt Van Essen het laatste stuk, van station Naarden-Bussum naar Huizen, een wandeling van zo’n zeven kilometer, en aan het eind van de middag weer terug.

Van Essen loopt een vaste route, langs de bebouwde kom, de half bebouwde kom, het Eerste Bos en het Tweede Bos. Onderweg sluit hij vriendschap met een roodborsttapuit, overdenkt hij hoe licht wordt vormgegeven en welk ritme er zit in stilstand en beweging. Heen en weer is een zoektocht naar de ware vorm, en tegelijk een klein monument voor een moeder – en voor de onbekende die aan de rand van een dennenbosje werd herdacht.