De Parelduiker 2026/1

De Parelduiker 2026/1: het 150ste nummer!
In 1996 verscheen het eerste nummer. Vanaf het begin wordt de redactie gedreven door nieuwsgierigheid naar al wat er rust op de bodem van de literaire oceaan. De Parelduiker haalt vergeten schrijverslevens, onopgemerkte boeken, obscure tijdschriften en genootschappen en nooit openbaar gemaakte brieven boven water. Culturele geschiedschrijving in vier à vijf afleveringen per jaar. Nog steeds voert zij het idee van de vermetele Multatuli in haar blazoen: ‘Een parelduiker vreest de modder niet’.

In het 150ste nummer:

Brieven van Jeroen Brouwers aan Koos Hageraats
Nanne Tepper en zijn noordelijke vrienden Atte Jongstra en Max Niematz
Het archief van Thomas Heerma van Voss
Bacchus inspireert dichters in oorlogstijd
Peter Altenberg, de proza-poëet van het Weense fin de siècle
De zaak van schrijver Israël Querido versus criticus Cornelis Veth voor de Amsterdamse rechtbank
Astrid Roemer (1947-2026): een leven op de scherpe snede van het vel

Detlev van Heest over Lousje Voskuil

Deze week verscheen bij de Hof van Jan een bijzondere uitgave: Detlev van Heest, Het leven moe. Negen dialogen met Lousje Voskuil-Haspers (met foto’s in kleur van Michèle Baudet).

Detlev van Heest was jarenlang in vriendschap verbonden met Han en Lousje Voskuil. Na het overlijden van Han Voskuil in 2008 bleef deze vriendschap voortduren met de weduwe van de schrijver. De mensen worden ouder en dat heeft zo zijn gevolgen voor geest en lichaam. In negen dialogen geeft Detlev van Heest een beeld van de geestelijke slijtage bij Lousje Voskuil-Haspers (geboren 14 december 1926). Hij doet dat realistisch, en soms rauw, maar ook met humor en mededogen.

Michèle Baudet legde met haar camera de sfeer vast van het appartement aan de Amsterdamse Herengracht waarin Han en Lousje Voskuil vanaf 1969 woonden. Het boekje telt 88 bladzijden, werd vormgegeven door Sander Pinkse en is te bestellen via de website van de Hof van Jan.

In het oog

Op een dag krijgt Nicola geen geld meer voor haar bacterieonderzoek, terwijl ze iets groots op het spoor denkt te zijn.
Op diezelfde dag wordt ze volkomen onverwacht verlaten door haar geliefde. Deze twee verliezen brengen eerdere verliezen naar de oppervlakte, en brengen tevens verloren herinneringen bij haar terug. Op drift geraakt hervindt Nicola de vrijheid: ze onttrekt zich aan de blik van anderen. Ze ontmoet Louis, een man van wie ze volkomen in de ban raakt. Ze bespioneert hem en dringt buiten zijn medeweten zijn huis binnen – een relatie ontluikt. Zowel met Louis als met de Leptotrichia animalis in haar laboratorium gaat Nicola haar goddelijke gang en lapt ze regels en normen aan haar laars. In het oog van Marijke Schermer blinkt uit in compositie: er wordt gekeken en gezien, er is bedrog en macht, machteloosheid en verantwoordelijkheid.

In het oog is genomineerd voor de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2025. Deze uitgave betreft een paperback.

Het Zwarte Schip

Uit de donkere nacht doemt geruisloos een geheel zwart schip op: het is de allereerste scène van deze verhalenbundel van Nicola Pugliese. Is het een collectieve zinsbegoocheling, slecht omen of waarschuwing? De komst van dit mysterieuze schip zet een reeks verontrustende, kafkaëske verhalen in gang, waarin het dagelijks leven in de stad van de rails loopt.

Puglieses verhalen zijn getekend door onverwachte en vreemde gebeurtenissen die alles en iedereen in hun greep lijken te houden. Nieuwe agenda’s lopen niet langer synchroon, een steeds ontsnappende gevangene lijkt nooit echt vrij te kunnen komen en in tijden van crisis wordt uiteindelijk Kerstmis afgeschaft. De steevast sigaretten rokende Carlo Andreoli, het alter ego van Pugliese, duikt weer op en leest in de krant over zijn aanstaande dood. In de donkere en betoverende stijl van deze unieke schrijver tekenen zich lichtjes de contouren van Napels af.

Ik ben hier liever niet alleen – Over verbondenheid

Twee mensen konden niet meer van elkaar verschillen dan Marjoleine de Vos en haar jongste broer. Als volwassenen is hun contact dan ook niet heel innig. Maar wanneer hij terminaal ziek wordt, voelt ze een nabijheid die ze lang niet heeft ervaren. Wat weet je of begrijp je van je eigen gevoelens als die verbonden zijn met iemand die je zo slecht kende? En wat is die verbondenheid met een ander levend wezen, een ander mens, een broer? Medelijden, lichamelijkheid, de verhalen die je vertelt over hoe de dingen gegaan zijn, ze spelen allemaal een rol.

Net als in haar gelauwerde essays En steeds is alles er en Zo hevig in leven onderzoekt De Vos op persoonlijke wijze een heel menselijk raadsel. Door middel van onverwachte afslagen en gedichten die haar helpen een ander licht op de zaak te werpen, schrijft De Vos zich langs verlies, inleving, herinnering, oorzaak en gevolg. ‘Hoed je voor het verhaal.’