In een bundel opstellen van W. Jos de Gruyter verscheen in 1964 het verder nooit gebundelde gedicht ‘Nostalgique’ van M. Vasalis. Het is een gelegenheidsgedicht, maar wel een dat aan de gelegenheid ontstijgt, want het is vooral een prachtige ode aan de zee.
Dit gedicht is nu aan de vergetelheid ontrukt. Het is gezet uit de Folio en in 125 exemplaren op Zerkall gedrukt onder de Korenmaat. Op het omslag is een schilderij van Helmuth van Galen afgebeeld. Het drukwerkje kost € 10 en is te bestellen via www.hofvanjan.nl.
Feestelijke avond Rode Hoed
Het is nog niet zover, maar bijna… Op vrijdag 13 november wordt de biografie door Arjen Fortuin Geert van Oorschot, uitgever gepresenteerd in de Rode Hoed. Daar worden veel mensen verwacht. Graag aanmelden dus! (zie onder).
Geert van Oorschot (1909-1987) was een van de succesvolste en spraakmakendste uitgevers van de vorige eeuw. Hij was de uitgever en dikwijls ook ontdekker van tal van belangrijke Nederlandse schrijvers, onder wie Gerard Reve, W.F. Hermans, Jan Hanlo, M. Vasalis, Rutger Kopland, Hanny Michaelis en J.J. Voskuil. Uit gezocht geld, deskundige vertalers en een klassieke boekverzorging smeedde Van Oorschot de Russische Bibliotheek. Deze reeks vestigde de reputatie van zijn bedrijf en liet Nederland kennismaken met het Rusland van de negentiende eeuw. Van Oorschot had een haast bovenmenselijke energie: naast het bestieren van zijn uitgeverij onderhield hij tal van contacten en correspondenties met schrijvers en kunstenaars (óók uit zakelijk belang) én hij vond tijd om zelf te schrijven. (onder zijn pseudoniem R.J. Peskens.)
Arjen Fortuin schreef een meeslepend boek over Geert van Oorschot, waarin de anekdotes en citaten kleur geven aan het grotere verhaal. Geert van Oorschot, uitgever is niet slechts een biografie, maar ook een boek over de naoorlogse literatuur, de politiek, het literaire leven. En uiteindelijk een boek over Nederland in de tweede helft van de 20e eeuw.
Natuurlijk zal de biograaf zelf tijdens deze avond aan het woord komen, daarnaast zullen dichters Willem Jan Otten en Mathijs Gomperts voordragen, is er muziek van Bartók, leest actrice Linda van Dyck (o.v.) voor uit Mijn Tante Coleta en zullen Carel Alphenaar en Cas Enklaar fragmenten uit Van Oorschots roemruchte correspondentie lezen. Ook zullen er filmfragmenten van Geert van Oorschot vertoond worden. De presentatie is in handen van Ester Naomi Perquin.
De Uitgeverij heeft kaarten gereserveerd voor auteurs, vertalers, boekhandelaars en andere vrienden. Voor contact over deze kaarten mail ons. De Rode Hoed verkoopt kaarten via deze link.
Wacht niet te lang, het wordt druk…
Feestelijke uitgave twee Verzamelde gedichten
Ter gelegenheid van het 70-jarig bestaan van de uitgeverij worden twee uitgaven die al sinds jaar en dag op de lijst van bestverkopende titels van deze uitgeverij staan, eenmalig voor een lagere prijs aangeboden.
Het gaat om Rutger Kopland – Verzamelde gedichten, (voor €19,95 ) en M. Vasalis – Verzamelde gedichten, (nu voor €17,50).
Nu in de winkel!
Najaarsaanbieding 2015
Op volgorde van verschijnen:
Marc Jansen – Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne (midprice)
Twintig ansichtkaarten met Van Oorschot-omslagen
Menno Hartman en Janita Monna (red.) – Poëziekalender 2016 (al aangeboden)
Plato – Symposium en Phaedrus (al aangeboden)
Fjodor Dostojevski – De idioot (midprice)
Erik Menkveld – Verzamelde gedichten
David van het Reve (samenst.) – Karel van het Reve voor beginners
Marga Minco – Na de sterren
Homeros – Ilias
J.W. Bezemer en Marc Jansen – Een geschiedenis van Rusland (herzien)
Max de Jong – Dagboek
Leo Tolstoj – Hadzji Moerat
L.N. Tolstoj – Verhalen en novellen 2 (Russische Bibliotheek-deel)
Thornton Wilder – De brug van San Luis Rey
Arjen Fortuin – Geert van Oorschot, uitgever
Rutger Kopland – Verzamelde gedichten (midprice)
R.J. Peskens – Verzameld proza
M. Vasalis – Verzamelde gedichten (midprice)
Blader hier door de aanbiedingsfolder.
Maaike Meijer op Wintertuinfestival
Literair productiehuis De Wintertuin organiseert in november het Wintertuinfestival, het grootste literatuurfestival van Nederland. Tijdens de Nijmeegse Nacht, op zaterdag 24 november in het Lindenberg Theater, zal Maaike Meijer spreken over de dilemma’s, valkuilen en het plezier van de biograaf. Meijer publiceerde bij Van Oorschot de biografie van dichteres M. Vasalis.
Ook toont Literair Productiehuis Wintertuin op dit veertiende Wintertuinfestival vele producties op het snijvlak van literatuur en andere kunsten. Het festival vindt plaats op uiteenlopende locaties in Nijmegen zoals het Lindenberg Theater, de Radboud Universiteit, LUX en poppodium Doornroosje.
Voor meer informatie en het programma, volg deze link.
[zonder titel]
In de oudste lagen van mijn ziel,
waar hij van stenen is gemaakt,
bloeit als een gaaf, ontkleurd fossiel
de stenen bloem van uw gelaat.
Ik kan mij niet van u bevrijden,
er bloeit niets in mijn steen dan gij.
De oude weelden zijn voorbij
maar niets kan mij meer van u scheiden.
Uit: M. Vasalis, Vergezichten en gezichten
Sotto Voce
Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.
Nog is het mooi, ’t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.
Uit: M. Vasalis, Vergezichten en gezichten
[zonder titel]
De wind is het al begonnen
je profiel te slijpen, je haar te fronsen
je ogen donker aan te blazen
de wind is het al begonnen
het papier om mij los te maken
mij uit te pakken, om te woelen.
Er is iets groots, iets wilds en rustigs gaande
in ons, aan de kant van het water staande
als stemvorken staan onze hoge benen
en zoemen op de zoemende grond,
het is te horen als we even
stilstaan, luistrend, mond op mond.
Uit: M. Vasalis, Verzamelde gedichten
Tijd
Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op. schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen…
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
– De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd…
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?
Uit: M. Vasalis, Verzamelde gedichten
Angst
Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor ’t donker, voor figuren op het kleed,
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw.
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij ’s morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterd licht en dat ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.
Uit: M. Vasalis, Verzamelde gedichten
Zachter
Het strand is wel mijn vaderland,
de zee synchroniseert nog monotoon
stromen van tegenstrijdigheden.
Toch droom ik soms, dat er een hoge boom
zou staan waaronder ik mij neer kon leggen,
een boom, die breed geloverd in terrassen
van takken vogels bergen zou.
Vogels, die zingen een voor een,
niet tegelijk, en luistrend naar elkaar.
Soms droom ik dat: wanneer ik bang
ben voor de nimmer bange meeuwen
die vrij zijn, maar nooit blij
en die niet zingen, maar òf zwijgen
òf schreeuwen.
Uit: M. Vasalis, Verzamelde gedichten
Wachten in de ochtend
Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
en alle bleke kelners wachtten mee…
Zij spraken weinig, met gedempte stem:
ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…
Er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.
De rode bomen brandden in het park omhoog
en het geblaarte rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
voor mij op tafel, mager, en die soms bewoog
op ’t rode kleed – de voorhang van een tabernakel.
Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
die blindlings strekte, één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakeloze, open mond,
gestrekt en zoekend tussen duizend mensen
en afgeleid door geen – één dringend wensen
totdat hij enkel maar die ene vond,
die ’t oog kon zien, het oor kon horen
en die de mond had uitverkoren
en die de roep daaruit verstond.
Tot hij daar was, tot hij daar stond
en ik, nog ganselijk verloren,
hem nauw kon zien, hem nauw kon horen.
Uit: M. Vasalis, Verzamelde gedichten