Doireann Ní Ghríofa

Doireann Ní Ghríofa (1981) is dichteres en essayiste. Haar poëzie werd veelvuldig bekroond. Een geest in de keel is haar prozadebuut en werd verkozen tot Boek van het Jaar door zowel de Irish Book Awards als door Foyles (non-fictie). Het boek werd alom bejubeld in de pers en stond wekenlang in de bestsellerlijsten.

Maarten Pieterson

Maarten Pieterson (1945) studeerde wiskunde en filosofie. Hij doceerde cultuurgeschiedenis van de techniek, richtte een post-hbo-opleiding Nieuwe Media op en was bij de TU Eindhoven directeur van het Studium Generale. Tijdens een voettocht naar Rome ontdekte hij in het schrijven van columns dat er nog een heel andere weg openligt. De voorslag is zijn eerste roman.

Lex ter Braak

Lex ter Braak (1950) is kunstenaar, schrijver en voormalig directeur van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daarvoor was hij directeur van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst in Amsterdam en de Vleeshal in Middelburg. Hij exposeerde begin 2020 met zijn tentoonstelling The Alphabet of Lost Order in Nieuw Dakota. Ter Braak schrijft regelmatig over literatuur en beeldende kunst.

Marieke Oprel

Marieke Oprel (1990) promoveerde in 2020 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op haar onderzoek naar het Nederlandse naoorlogse beleid met betrekking tot Duitse onderdanen. Momenteel is ze werkzaam als universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Afrekenen met de vijand is haar eerste publieksboek.

Milo van Bokkum

Milo van Bokkum (1994) is redacteur economie bij NRC Handelsblad. Van Bokkum studeerde aan University College in Utrecht en St. Petersburg State University in Rusland. Aan de Universiteit van Amsterdam behaalde hij zijn master Journalistiek en Media. Hij deed onderzoek en vertaalwerk voor The Financial Times en debuteerde in Tirade.

Stephan Sanders

Stephan Sanders (1961) is publicist en journalist, en was redacteur van De Groene Amsterdammer. Van zijn hand verschenen essay- en verhalenbundels, reisverhalen, een roman en memoires ter herinnering aan Anil Ramdas. Sanders schrijft voor de Volkskrant, Vrij Nederland, NRC Handelsblad en Trouw.

Kenko

Kenko (1284-1350) was de schrijver van de Tsurezuregusa, die postuum verscheen en uitgroeide tot een klassieker van de Japanse literatuur. Daarnaast schreef hij verzen, onder meer voor keizerlijke poëziewedstrijden. Zijn betrekking aan het keizerlijke hof gaf hij op om te leven als dichter en kluizenaar.

Alexander Lernet-Holenia

Alexander Lernet-Holenia (1897–1976) bezweert, net als Zweig en Roth, de vergane glorie van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, met alle nostalgie van dien. Hij was een aristocraat die in beide wereldoorlogen aan het front vocht. Een grandseigneur der letteren, die nu internationaal als een van de belangrijkste auteurs van Oostenrijk wordt beschouwd. Onder zijn schare fans onder anderen Jorge Luis Borges en Marcel Reich-Ranicki.

Jaap Visser

Jaap Visser (1973) werkt als adviseur in de media- en cultuursector en woonde geruime tijd in Berlijn.

Erik Timmermans

Erik Timmermans (1970) is beeldend kunstenaar en tekstschrijver.

Miklós Radnóti

De Hongaarse dichter Miklós Radnóti (1909–1944) werd geboren in Boedapest. Zijn eerste dichtbundel, Heidense groet verscheen al op zijn eenentwintigste. In 1931 verbleef Radnóti twee maanden in Parijs, waar hij de Exposition Coloniale bezocht; daarna begon hij Afrikaanse gedichten en verhalen te vertalen. Met zijn bundel Voort, terdoodveroordeelde! won hij in 1937 de toonaangevende Baumgarten Prize. Tijdens de Tweede Wereldoorlog publiceerde hij vertalingen van Vergilius, Rimbaud, Mallarmé, Éluard, Apollinaire en Blaise Cendrars In de voetsporen van Orpheus.

Begin veertiger jaren moest hij, omdat hij Jood was, in de arbeidsdienst. Hij werd met een ongewapend ondersteuningsbataljon naar het Oekraïense front gestuurd. In mei 1944 trokken de verslagen Hongaren zich terug en werd Radnóti’s werkbataljon tewerkgesteld in de kopermijn van Bor, in Servië. In augustus 1944 zorgde de opmars van Tito ervoor dat Radnóti’s groep van 3200 Hongaarse Joden per geforceerde mars naar Centraal Hongarije werd gedreven, waar slechts weinigen levend aankwamen. Ook Radnóti overleefde deze mars niet. Gedurende deze laatste maanden van zijn leven bleef hij gedichten schrijven in een klein notitieboekje dat hij bij zich droeg. Volgens getuigen werd hij begin november 1944 door een dronken militieman ernstig mishandeld met een ‘abroncs’ (de metalen strip waarmee een houten wiel wordt beschermd), wegens ‘gekrabbel’. Te zwak om verder te lopen werd hij neergeschoten. Zijn lichaam verdween in een massagraf in het dorpje Abda in Noordwest Hongarije. Na 18 maanden werd zijn lichaam opgegraven. In de zak van zijn jas vond zijn vrouw het notitieboekje met daarin zijn laatste gedichten. Deze gedichten zijn lyrisch en poignant en vertegenwoordigen die paar werken die gemaakt werden tijdens de Holocaust en overgeleverd werden.

Soetan Sjahrir

Soetan Sjahrir (1909–1966) was een invloedrijk en bevlogen Indonesisch nationalist. Hij speelde een belangrijke rol in de onafhankelijkheidsstrijd en was de eerste premier van het land.