Bajani’s bestseller ‘Het boek van de huizen’

Het boek van de huizen vertelt het levensverhaal van een man aan de hand van de huizen waar hij gewoond heeft. Zijn verhaal springt van huis naar huis, van boven naar beneden, van noord naar zuid en door de jaren heen. Elk huis vormt een stukje van de puzzel van een halve eeuw Italiaanse geschiedenis.

De verteller, ‘Ik’, is de jonge minnaar van een getrouwde de vrouw in een flat in de provincie, een baby die achter een schildpad aan kruipt in een Romeins souterrain, een echtgenoot in een appartement in Turijn, een bohémien op een Parijse zolder, een tiener die in een vakantiehuisje door zijn vader wordt geslagen en een jonge student die op een morsig matras slaapt. En soms is hij iemand die de deur van een lege woning achter zich dichttrekt. Welke huizen bewaren stukjes van onszelf? Welke geschiedenis vertellen zij? Bewaren zij een herinnering aan ons en aan degenen die er vóór ons leefden? Bajani’s virtuoze roman toont alle verhalen die in de ogenschijnlijke stilte van de dingen besloten liggen.

‘Andrea Bajani verkent, zoals niemand eerder heeft gedaan, die plek in de wereld waar we het meest hebben ontdekt en het vaakst hebben liefgehad, waar we het meest zijn gekwetst en waar we, ten slotte, onszelf zijn geworden.’ Sandro Veronesi

‘Een van de beste hedendaagse Italiaanse auteurs.’ Jhumpa Lahiri

Nieuwe verhalenbundel van Osipov

De stad Taroesa ligt 101 kilometer buiten Moskou, net ver genoeg om in de Sovjettijd te dienen als een plaats waar voormalige politieke gevangenen en andere ‘ongewensten’ zich mochten vestigen. Gelegen tussen het machtscentrum en de provincie, is Taroesa de perfecte plek om een Rusland te observeren dat, in de woorden van Maxim Osipov, ‘veel veranderd is in de loop van vijf jaar, maar in twee eeuwen eigenlijk helemaal niet’.

Deze nieuwe verzameling korte verhalen en schetsen van de Russische meester van de bitterzoete humor, dramatische ironie en aangrijpende inzichten in het hedendaagse leven, wint in dit tijdsgewricht nog dagelijks aan urgentie. Osipov lezen is het diep peilen van de condition humaine. Bedrog, politieke druk, discriminatie, armoede en drank, alomtegenwoordige corruptie, de toenemende noodzaak om te emigreren en de angst om je huis te verlaten, evenals generatieconflicten, zijn net zo verweven in dit werk als in het leven van Osipovs mede-Russen.

Maxim Osipov (Moskou, 1963) won in Rusland Osipov verscheidene literaire prijzen en zijn proza is inmiddels in vele talen vertaald. Bij Van Oorschot verscheen eerder de bundel De wereld is niet stuk te krijgen. In maart 2022 ontvluchtte Osipov met zijn familie Rusland. In 2022-2023 is hij aangesteld als gastdocent aan de universiteit van Leiden.

‘Wanneer je je in de verhalen van Osipov verdiept, zie je dat ze bedrieglijk eenvoudig zijn, net als die van Shalamov: achter deze haast kinderlijke alledaagsheid gaat een verborgen afgrond schuil. Het werk doet je voortdurend inzien hoe moeilijk het is om van de mensheid te houden – zo prachtig, weerzinwekkend en angstaanjagend als die is – maar om mens te blijven, is dat precies wat je moet doen: je moet van de mens houden… Zulke gedachten bij je oproepen – dat is iets wat alleen echte literatuur kan.’ – Svetlana Alexijevitsj 

Kees Stip in dundruk: Puntgaaf

Kees Stip is de puntdichter bij uitstek. Uit zijn duizenden gedichten maakte liefhebber en kenner Ivo de Wijs, bijgestaan door Jaap Bakker, een ruime selectie. Deze bundel Puntgaaf telt veel verzen van topkwaliteit die niet eerder in boekvorm verschenen zijn.

Kees Stip (1913–2001) studeerde klassieke letteren en debuteerde als onderduiker in 1943 met ‘Dieuwertje Diekema’, een persiflage op ‘Mária Lécina’ van J.W.F. Werumeus Buning, die anoniem en illegaal verspreid werd. Het was het begin van een grote carrière als puntdichter, met talloze virtuoze korte gedichten, waarin vaak dieren en plaatsnamen figureren. Na de oorlog was hij werkzaam voor onder meer de Volkskrant en NRC Handelsblad, en was hij redacteur van het Polygoonjournaal. Bovendien was Stip actief als scenarioschrijver van films voor de Rijksvoorlichtingsdienst en schreef hij teksten voor de radio en de reclame. In 1952 begon hij voor de Volkskrant nonsensicale dierenverzen te schrijven onder het aan Multatuli ontleende pseudoniem Trijntje Fop. Deze gedichten werden samengebracht in De dierkundige dichtoefeningen van Trijntje Fop (1955). In de decennia daarna publiceerde Stip nog acht van dergelijke bundels. Hij schreef daarnaast nogal wat maatschappijkritische sonnetten, onder andere gebundeld in Een kind met kikkerpoten (1987). Zijn verzamelde gedichten werden in 1993 uitgebracht onder de titel Lachen in een leeuw.

Interview met Andrea Bajani

Op maandag 31 oktober zal Andrea Bajani te gast zijn bij Boekhandel Martyrium in Amsterdam en geïnterviewd worden door Frederike Doppenberg over Het boek van de huizen dat 28 oktober in de vertaling van Manon Smits bij Van Oorschot verschijnt. En u kunt daar bij zijn!

Andrea Bajani (1975) is een van de meest vooraanstaande en bekroonde romanschrijvers van Italië. Eerder verschenen van hem in het Nederlands Wie houdt dan stand?, De belofte, Het hoogste goed en Het leven is niet alfabetisch, die op veel lof konden rekenen. Zijn werk is ook gepubliceerd in het Frans, Engels, Duits, Kroatisch, Spaans en Roemeens. Het boek van de huizen werd genomineerd voor de prestigieuze Premio Campiello en de Premio Strega, en stond wekenlang in de bestsellerlijsten in Italië.

Het boek van de huizen vertelt het levensverhaal van een man aan de hand van de huizen waar hij gewoond heeft. Zijn verhaal springt van huis naar huis, van boven naar beneden, van noord naar zuid en door de jaren heen. Elk huis vormt een stukje van de puzzel van een halve eeuw Italiaanse geschiedenis. Welke huizen bewaren stukjes van onszelf? Welke geschiedenis vertellen zij? Bewaren zij een herinnering aan ons en aan degenen die er vóór ons leefden? Bajani’s virtuoze roman toont alle verhalen die in de ogenschijnlijke stilte van de dingen besloten liggen.

‘Andrea Bajani verkent, zoals niemand eerder heeft gedaan, die plek in de wereld waar we het meest hebben ontdekt en het vaakst hebben liefgehad, waar we het meest zijn gekwetst en waar we, tenslotte, onszelf zijn geworden.’ Sandro Veronesi

‘Een van de beste hedendaagse Italiaanse auteurs.’ Jhumpa Lahiri

Datum: 31 oktober

Aanvang: 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur

Adres: Boekhandel Martyrium, Van Baerlestraat 170-172, Amsterdam

Toegang is gratis, aanmelden via contact@vanoorschot.nl

Wil je mij poëzie leren?

Vijftig jaar na de publicatie van zijn eerste poëzie gaat Willem Jan Otten (1951) op zoek naar het gedicht waarin staat wat hij wil zeggen. Hij heeft het eens gelezen, dat staat vast. Hij herinnert het zich nauwelijks. Zo gaat hij op zoek, in het oeuvre van een van zijn dierbaarste dichters. Het gedicht, weet hij, ‘zal iets zeggen over het verlies van alles, dat hoe dan ook onder ogen gekomen moet’.

De tocht leidt langs andere oeuvres, en langs zijn eigen werk. Vragen beginnen te branden: wat is poëzie? Van wie heeft hij poëzie geleerd? Welk gedicht heeft hem wakker gekust? Denkt een dichter anders dan logisch? Weet een dichter wat hij denkt? Kun je poëzie willen? Is zij van nut? Is haar zoeken een vorm van geloven? En welk antwoord kreeg Fanny Brawne, het buurmeisje van Johnn Keats dat hem de vraag ‘Wil je me poëzie leren?’ stelde?

Wil je mij poëzie leren? verschijnt gelijktijdig, in een tweeling-uitgave, met Diepe eb, Ottens keuze uit zijn halve eeuw poëzie.

Diebe eb

Willem Jan Otten (1951) is een halve eeuw dichter, zeshonderd gedichten, elf bundels. Hij viert dit met de compositie van een nieuwe bundel op basis van vijftig dierbare gedichten uit eigen werk. In Diepe eb wordt een weg afgelegd, van geboorte tot geboorte. Halfweegs wordt een eind bereikt, of is het een wak, of een kattenluik, een portaal.

Otten laat de volgorde waarin de gedichten zijn ontstaan links liggen. In Diepe eb verstrijkt de tijd als in een droom, terwijl elk gedicht afzonderlijk klaarwakker is, zintuiglijk, beeldend. Er ontstaat een ‘denkend landschap’, eilandduinen, onbeschaatste Ankeveense Plassen, Friese meren, Ierse kusten, een Sloterpark. Er worden mensen gekend, er gaan dierbaren verloren; er wordt liefde verklaard, God gemist. De dichter wordt man van, vader, raakt op leeftijd. Hij zwemt kamer voor kamer de palingfuik van de poëzie in.

Diepe eb verschijnt gelijktijdig, in een tweeling-uitgave, met Wil je mij poëzie leren?, een essay ‘op zoek naar het gedicht waarin staat wat ik wil zeggen’.

Monsieur le Coloriste: Jac. van Looy, dubbeltalent

Hij werd beroemd met de klassieker ‘Jaapje’ (1917). Decennialang wisten lezers daarvan niet of nauwelijks dat deze schrijver eigenlijk schilder was. Van Looy was een bijzonder dubbeltalent. Tegenwoordig geldt zijn iconische schilderij De tuin (1893) als pronkstuk van de laatnegentiende-eeuwse schilderkunst. En is juist zijn schrijverschap op de achtergrond geraakt.

Jac. van Looy groeide op in een Haarlems weeshuis, maar kreeg dankzij weldoeners een kunstopleiding. Hij won de Prix de Rome en maakte vervolgens een boeiende ‘Grand Tour’ door Italië, Spanje en Marokko. Met Tachtigers als Kloos, Verwey, Witsen, Breitner onderhield hij waardevolle maar gevaarlijke vriendschappen. Zijn moderne proza schudde de roestige Nederlandse literatuur dooreen: realistische beschrijvingen van stierengevechten, intense verhalen, surrealistische droomscènes en het bizarre, vroeg-modernistische ‘Wonderlijke avonturen van Zebedeus’ (1910/1925).

Deze biografie volgt Van Looys wording en ontwikkeling als kunstenaar via talloze brieven en documenten. Onbekende feiten werpen nieuw licht op zijn latere schildersloopbaan, toen hij ontgoocheld alleen nog privé zou hebben geschilderd. Van Looy was een begenadigd brievenschrijver, fervent spotvogel en omstreden Shakespeare-vertaler. Zijn grote bloemenschilderijen zouden onder invloed van Monet en Van Gogh zijn ontstaan, maar brieven en persoonlijke aantekeningen ontvouwen een andere werkelijkheid. Het is tekenend voor deze betekenisvolle figuur.

Marco Daane is neerlandicus en schrijver. Zijn biografie van de Vlaamse dichter en journalist Richard Minne, De vrijheid nog veroveren (2001), en zijn biografisch portret annex reisboek Het spoor van Orwell (2008) stonden op de longlist voor de AKO Literatuurprijs. Marco Daane is sinds 2000 lid van de redactie van het literair-historisch tijdschrift De Parelduiker.

Waarom een schilderij werkt

In Waarom een schilderij werkt onderzoekt Jurriaan Benschop de veelvormige schilderkunst van onze tijd. Hij introduceert het werk van tientallen schilders, bespreekt de thema’s die zij aankaarten en stelt daarbij steeds de vraag: waarom werkt dit schilderij? Dit brengt hem zowel bij zichtbare aspecten, zoals beeldmotief en de manier van schilderen, als bij wat er onzichtbaar achter het doek ligt: de drijfveren, het wereldbeeld en de culturele achtergrond van de kunstenaar.

Waarom een schilderij werkt gaat ook over de vraag hoe we over kunst spreken en schrijven. In een heldere, betrokken en beschouwende stijl roept Benschop het diverse palet van de schilderkunst op, koppelt daaraan de thema’s van onze tijd en helpt hedendaagse kunst te doorgronden. Hij verklaart en passant waarom museum- of atelierbezoek zo vervullend kan zijn.

Over, en met kleurenreproducties van, o.a. Lara de Moor, Helmut Federle, Kerry James Marshall, Nikos Aslanidis, Anna Tuori, Daniel Richter, Paula Rego, Peter Doig, Louise Bonnet, Beatrice Dreux, Martha Jungwirth, Fiona Rae, Gerlind Zeilner, Veronika Hilger, Paula Zarina-Zemane, Rezi van Lankveld, Matthias Weischer, Kaido Ole, Elisabeth Frieberg, Marc Mulders, Michael Markwick, David Benforado, Maria Capelo, Mark Lammert, Jessica Stockholder, Beverly Fishman, Marc Trujillo, Andreas Ragnar Kassapis & Victoria Gitman.

Jurriaan Benschop werkt als schrijver en tentoonstellingsmaker in Berlijn. Hij publiceert in boeken, tentoonstellingscatalogi en tijdschriften over hedendaagse kunst. In 2016  verscheen bij Van Oorschot de essaybundel Zout in de wond. Kunstenaars in Europa. Recente tentoonstellingen van zijn hand zijn A Grammar of Gestures (Athene 2020-21), A Matter of Touch (Berlijn, 2020) en Content is a Glimpse (Berlijn2019)

De idioot, halflinnen band

De vierde druk van één van de mooiste klassiekers uit onze Russische Bibliotheek nu met €5,- korting

Na lange afwezigheid wordt vorst Mysjkin in Petersburg geconfronteerd met de hoofdstedelijke hartstocht van mensen voor wie carrière, rang en geld allesbepalend zijn. Hij krijgt de bijnaam ‘idioot’ omdat hij naïef en al te goed van vertrouwen is. Ongewild wordt hij de spil van twee driehoeksverhoudingen tegelijk. Het lukt hem niet te kiezen tussen de onberekenbare femme fatale Nastasja Filippovna (die op haar beurt niet kan kiezen tussen hem en de exuberante Rogozjin), en de beeldschone, intelligente, aristocratische en ‘reine’ Aglaja Jepantsjina. Dit dilemma leidt uiteindelijk tot een bloedstollende en aangrijpende ontknoping.

Arthur Langeveld maakte de vertaling en schreef het nawoord en de aantekeningen.

‘Een overweldigende soaproman. Heel Dostojevski’s schrijverschap zit in dit boek vervat. Zijn extreme besef van tragiek van het menselijk leven is uniek in de Russische literatuur.’ NRC Handelsblad

De actie ‘de mooiste klassiekers met € 5,- korting’ loopt van 1-10 t/m 31-12 ’22

Schrijversdiner met Maxim Osipov

Op woensdag 2 november vindt ons derde Schrijversdiner plaats in samenwerking met de Roode Bioscoop. Deze keer zit u aan tafel met schrijver Maxim Osipov.

Maxim Osipov kwam als een komeet de literaire dampkring binnen met zijn verhalenbundel De wereld is niet stuk te krijgen. Nu verschijnt zijn even sterke Kilometer 101. Osipov lezen is de getroebleerde ziel van Rusland leren kennen. Een avond met de gevluchte Rus in de Roode Bioscoop, sprankelende muziek en zalig lekker eten en drinken.

U komt toch ook?

Kaarten bestelt u via de Roode Bioscoop

Datum: woensdag 2 november

Adres: Haarlemmerplein 7, Amsterdam

Aanvang: 19.00 uur (inloop 18.30 uur)

Dinerkaart: €45,- inclusief welkomstdrankje

Tsjak!

‘Bedwantsen niet welkom’ hing er op een plakkaat boven het bed van de Russische absurdist Daniil Charms. Dit toont meteen hoe vol vertrouwen hij was in de kracht van het woord. Een vertrouwen dat hij heeft moeten bekopen met de dood, maar dat de lezer achterlaat met een wereld waarin de lach en het absurde het opnemen tegen het geweld.

‘Charms is kunst,’ schreef een vriend over hem. Met zijn opvallende verschijning, zijn excentriciteit en creatieve tegendraadsheid was hij een fenomeen en hij groeide na zijn dood uit tot een wereldwijd bekende cultschrijver. ‘Mij interesseert alleen “onzin”,’ schreef hij ooit, ‘alleen dat wat geen enkele praktische zin heeft.’

Charms lezen is ‘actief niet begrijpen’ en gevrijwaard worden van de plicht tot interpretatie.

Tsjak! is een scherpe keuze uit zijn verhalen en gedichten, gekozen en van een nawoord voorzien door Joep Hendrikx en Jos Nargy, De Poezieboys.