Karel van het Reve voor beginners en gevorderden

Er zijn maar weinigen die zo helder en scherp, zo tegendraads en geestig kunnen schrijven als Karel van het Reve (1921–1999). Hij schreef over de meest uiteenlopende onderwerpen, van de Russische literatuur (zijn vakgebied) tot de psychoanalyse, van de vraag of het Nederlands teloorgaat tot de Sonate facile van Mozart. Van het Reve kon zijn tijdgenoten soms choqueren, bijvoorbeeld met de Huizingalezing uit 1978 over literatuurwetenschap, maar stak ook lofzangen af over auteurs als Willem Elsschot en Thomas Mann, en liet uiteraard zijn licht schijnen op het uiteenvallen van het Sovjetrijk. Waar hij ook over schreef, het is altijd duidelijk, origineel, grappig – en leerzaam.

Karel van het Reve voor beginners en gevorderden is, met zowel korte stukken als langere essays, de ultieme introductie tot zijn werk, dat aan toegankelijkheid niets heeft ingeboet. Deze bundel is samengesteld door David Karelszoon van het Reve.

‘Karel is een van de grootste Nederlandse schrijvers. Zijn taal is kloek en helder, iedereen met een zekere belangstelling kan hem begrijpen. Wat hij geschreven heeft, is bovendien nog bijzonder actueel. Het Sovjetcommunisme, waarover hij zo indringend heeft bericht, is weliswaar verdwenen maar alleen al Poetins onderdrukking van zijn eigen Russische bevolking valt uitstekend te verklaren met de inzichten die Karel al meer dan vijftig jaar geleden op schrift heeft gesteld.’ – Max Pam in de Volkskrant

Karel van het Reve (1921–1999) was hoogleraar Slavische Letterkunde aan de universiteit van Leiden. Voor zijn vertalingen uit het Russisch ontving hij de Martinus Nijhoffprijs. Ook was hij correspondent in Moskou voor Het Parool. Hij publiceerde twee romans en talloze essaybundels, waaronder Rusland voor beginners, Uren met Henk Broekhuis en De ondergang van het morgenland. Zijn Geschiedenis van de Russische literatuur groeide uit tot een standaardwerk. In 1981 werd hem de P.C. Hooft-prijs toegekend. Tussen 2008 en 2011 verscheen Van het Reves Verzameld werk in zeven delen dundruk.

Bloemlezing Radnóti: ‘Nachthemel, waak’

Deze ruime bloemlezing uit het werk van de Hongaarse dichter Miklós Radnóti (1909–1944) wil de Nederlandse lezer bekendmaken met de rijkdom van zijn poëzie. In 2021 verscheen Het schriftje uit Bor, de laatste gedichten die de Hongaars-Joodse dichter als dwangarbeider noteerde in de weken voordat hij door zijn Hongaarse bewakers werd vermoord. Maar Radnóti’s poëzie bestaat niet alleen uit ongeëvenaarde meesterwerken van de universele Holocaustliteratuur. Het omvat ook uitbundige liefdesgedichten, natuurlyriek en polemische verzen, al blijft het altijd, bijna profetisch, doordrenkt van de dood. Radnóti’s reputatie als dichter was en is in Hongarije groot – zij het niet onomstreden: de huidige regering rangschikt hem onder de ‘minder belangrijke auteurs’. Ook politiek en maatschappelijk maakte hij in zijn korte leven een grote ontwikkeling door, van sensueel, paganistisch dichter werd hij, via christelijke invloeden, een ‘getuige van zijn tijd’. De dichter als ziener, als verantwoordelijke zonder enige vrijblijvendheid.

Arjaan van Nimwegen en Orsolya Réthelyi vertaalden samen een belangrijk deel van het werk van deze grote Europese dichter, maakten hieruit een ruime keuze voor deze bundel en voorzagen de gedichten van een helder nawoord.

Miklós Radnóti (1909–1944) werd geboren in Boedapest. Zijn eerste dichtbundel, Heidense groet, verscheen al op zijn eenentwintigste. In 1931 verbleef Radnóti twee maanden in Parijs, waar hij de Exposition Coloniale bezocht; daarna begon hij Afrikaanse gedichten en verhalen te vertalen. Met zijn bundel Loop maar, ter dood veroordeeld man! won hij in 1937 de toonaangevende Baumgartenprijs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog publiceerde hij vertalingen van Vergilius, Rimbaud, Mallarmé, Éluard, Apollinaire in de bloemlezing In de voetsporen van Orpheus. Hij is een van de belangrijkste Hongaarse dichters van de twintigste eeuw.

Schrijvers onderdak

Wonen in het Witsenhuis

Aan het Oosterpark in Amsterdam staat een legendarisch pand dat ooit het culturele middelpunt was van de Tachtigers. De schilders G.H. Breitner en Isaac Israëls hadden er hun atelier, de schrijvers Frans Erens, Jacobus van Looy en Willem Kloos kwamen er over de vloer. Hoofdbewoner van het huis was de schilder/etser/fotograaf Willem Witsen (1860–1923). Zijn oude atelier op de eerste verdieping is na zijn dood zorgvuldig intact gelaten. De andere drie verdiepingen van Oosterpark 82 zijn met hun tijd meegegaan. In haar testament bepaalde de weduwe van Willem Witsen, Marie Witsen-Schorr, dat die ruimtes gratis ter beschikking moesten worden gesteld aan jonge schrijvers. Vele literatoren hebben daarvan gebruikgemaakt, te beginnen met de dichter J.C. Bloem, de schrijfster Elisabeth Augustin en het echtpaar Marga Minco en Bert Voeten.

Ter gelegenheid van het Witsenjaar 2023, als de honderdste sterfdag van Willem Witsen herdacht wordt, is de nog levende (oud-)bewoners gevraagd hun ervaringen als bewoners van het huis op te schrijven. Wat heeft vijf jaar onderdak en werken in het Witsenhuis voor hen betekend? Met bijdragen van Simone Atangana Bekono, Conny Braam, Anneke Brassinga, Aron Friedman, Jacob Groot, Roman Helinski, Erik Lindner, K. Michel, Hagar Peeters, Ineke Roberta Riem, Thomas Rosenboom, Daniël Rovers, Alfred Schaffer, Franca Treur, Jessica Voeten, Niña Weijers, Han van Wieringen en Olivier Willemsen. De bundel werd samengesteld en ingeleid door Saskia de Bodt en Leo Jansen.

Vergeet je naam

Verhalen van Joodse onderduikkinderen

Het bekendste verhaal is dat van Anne Frank. Maar er zijn veel meer onderduikverhalen, die we nauwelijks kennen. Hoe ging dat onderduiken, waar kon je naartoe? Hoe is het om niet de vrijheid te hebben om te zijn wie je bent, te geloven wat je wilt, te kunnen zeggen wat je wilt? De onderduik was een ‘snelkookpan’ voor emoties en ervaringen, voor angst, haat, liefde, verraad, onbaatzuchtigheid.

Na hun bijzonder succesvolle boeken Andere Achterhuizen en Ondergedoken als Anne Frank, verzamelden Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis nieuwe getuigenissen van mensen die in hun kindertijd moesten onderduiken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze verhalen geven een indringend beeld van een periode waarin vele duizenden kinderen gescheiden werden van hun ouders, door vervolging en oorlogsgeweld, wat helaas voor velen nog immer dagelijkse realiteit is.

Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis publiceerden eerder samen Andere Achterhuizen en Ondergedoken als Anne Frank, dat verscheen in Duitsland, Engeland, Spanje en de VS en alom werd bejubeld. Van de Amerikaanse editie werden meer dan 150.000 exemplaren verkocht. In 2023 verschijnt de Tsjechische vertaling van Andere Achterhuizen. Bij de boeken hoort ook een prachtige website: www.vergeetjenaam.nl

Over Ondergedoken als Anne Frank:

‘Deze stemmen springen eruit. Ze staan voor de miljoenen mensen wier verhalen onuitgesproken blijven. (…) Deze toegankelijke verhalen, vol harde waarheid, zijn afwisselend ontroerend, spannend en pijnlijk.’New York Times Book Review

‘Bloedstollend, beklemmend en krachtig.’ Kirkus

Over Andere achterhuizen:

‘Een schitterende manier om het vergeten te voorkomen.’ Vrij Nederland

‘Het is zo vers. De tijd schuift in elkaar. Alsof het gister was.’ Vincent Bijlo

‘Onthullend en ontroerend.’ Jeroen Krabbé

Tirade over verboden stemmen

Het lijkt erop dat de censuur wereldwijd in allerlei vormen toeneemt en dat heeft vaak desastreuze gevolgen voor schrijvers en lezers. Dit vindt plaats in een tijd waarin er steeds oppervlakkiger wordt gelezen, waardoor de nuance, de diepgang ontbreekt in de discussies over wat wel en niet in een boek gezegd kan worden. Want hoeveel mensen kennen het literaire werk dat ze willen verbieden nu werkelijk?

Dit themanummer van Tirade (491) over ‘verboden stemmen’ gaat over censuur, verbod, bedreiging en het verlies van autonomie in de literatuur. Op dit thema wordt gereflecteerd in essays van Ted van Lieshout, Ken Mangroelal, Thomas Heij en Emma Ringelding. PEN Nederland verzorgt een introductie tot ‘bedreigde dichters’ Serhiy Zhadan, Liu Xiaobo, Nedim Türfent en Vera Pavlova. Verder zijn er bijdragen van Sasja Janssen, Erik Rozing, Dmitri Bykov, Roelof ten Napel, Kerim Göçmen, een pleidooi voor het vrije woord en de illustraties van Loes Faber.

Een wandeling met Thomas Heerma van Voss door de Ardennen in ‘Omwegen’

Voor een wandelvakantie in de Ardennen koopt Thomas Heerma van Voss twee dingen: een opschrijfboekje en stevige schoenen. Hij is de enige onervaren loper van het gezelschap. Terwijl Heerma van Voss langs de Semois loopt over kleine wegen en open velden, langs dorpen zonder winkels, weet hij nog niet dat dit de laatste keer is dat hij in deze familie de rol heeft van schoonzoon, zwager en geliefde.

Hij komt aardig mee, al zondert hij zich soms af om aantekeningen te maken. Levendig roept hij het beeld op van een schrijver die zichzelf moet verhouden tot een hecht gezin, tot de natuur, tot de peddels op het water tijdens de kanotocht die hij samen met zijn vriendin onderneemt. Maar de naam van het prachtige landhuis waar zich de apotheose voltrekt van deze familieweek wil hem bij terugkomst maar niet te binnen schieten.

Wat blijft en wat verdwijnt? Heerma van Voss toont zich in Omwegen een scherpzinnig observator van een familiedynamiek die niet de zijne is, en een zorgvuldig chroniqueur van een feilbaar geheugen.

Thomas Heerma van Voss (1990) is schrijver van onder andere de romans Stern en Condities. Zijn werk belandde op de longlist van de Libris Literatuurprijs en de Boekenbon Literatuurprijs. Zijn verhalenbundel Passagiers/achterblijvers (2022) werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en de Biesheuvelprijs. Hij schrijft voor onder meer De Groene Amsterdammer.

Nieuw in onze Terloops-reeks: ‘Koude soep’ van Annelies Verbeke

In Koude soep wandelt Annelies Verbeke zoals ze schrijft: van links naar rechts. Vanuit de behoefte te vluchten van de hectiek van het werkend bestaan, plant ze twee opeenvolgende zaterdagen in haar agenda: van de Panne naar Oostende, van Oostende naar Knokke.

In een tijd dat branding vooral gebruikt wordt in de marketing, loopt Verbeke langs een klotsende branding, die iedere dag van kleur verandert. Er is de dreiging van het stijgende water, er is de overbevissing, en op de dijk ziet ze de bronzen getuigen van koloniale plundering en een architectuur die vaak geen streling voor het oog is. Tegelijk laaft ze zich aan de uitgestrektheid, aan blije honden en kleurrijke schelpen. In de ruimte tussen dijk en zee, mijmert Verbeke over haar eigen herinneringen aan zee vakanties, de rol van de zee in haar werk, het verzonken Doggerland en Testerep, over Belgische kunstenaars die aan de kust woonden, en de onkenbare wereld onder het wateroppervlak.

Annelies Verbeke (1976) debuteerde met de internationale bestseller Slaap! (2003). Haar werk verschijnt in zesentwintig landen. Met haar roman Dertig dagen won Verbeke de F. Bordewijk-prijs, de NRC Lezersprijs en de Opzij Literatuurprijs; voor de verhalenbundel Halleluja ontving ze de J.M.A. Biesheuvelprijs en de Cutting Edge Award. Beide boeken haalden de shortlist voor de ECI Literatuurprijs. Twee van de toneelstukken die ze voor Wunderbaum schreef, werden gekozen voor het Theaterfestival. In 2022 ontving Verbeke twee oeuvreprijzen: de Ultima voor de Letteren (Vlaamse Cultuurprijs) en de Jana Beranováprijs.

Arkadia

‘Als uit de hemel neergedaald loopt een jongeman op een zomerse morgen door het Friese landschap op weg naar Woudsend.’ De vijfentwintigjarige Ko is op weg naar zijn ouders, die er de vakantie doorbrengen. Het is juli 1967, de summer of love, en de vriend met wie hij net een aantal eindeloze weken in Cornwall heeft doorgebracht maakt zijn opwachting. Hij zal hem bij zijn ouders introduceren, zo vanzelfsprekend mogelijk.

De zomerdagen, midden jaren vijftig: op een landgoed bij Putten waant de dertienjarige Ko zich in een idylle. Het liefst
sluipt hij bij het grote gezelschap dat uit twee families bestaat vandaan. Samen met zijn oudere broer ontmoet hij leeftijdsgenootjes, maar eenmaal alleen trekt hij zich terug met het boek Het drama van Putten. Dat boek verandert zijn vakantie in een speurtocht.

Ko is negen als hij op het punt staat afscheid te nemen van zijn eerste schoolvriendje, omdat hij gaat verhuizen. Het is een
gedenkwaardige dag, 20 juni 1950, de dag dat Eleanor Roosevelt een bezoek brengt aan Oud-Vossemeer op het eiland Tholen. De beide jongens besluiten de feestelijkheden te ontvluchten om te gaan zwemmen in de Eendracht, wat hun bijna fataal wordt.

Op intieme en gevoelige wijze weet Sipko Melissen de lezer deelgenoot te maken van de jeugdjaren van Ko. In Arkadia volgt hij het spoor terug van de Amsterdamse student tot het knulletje in Zeeland.

Sipko Melissen (1944) won met Jongemannen aan zee (1997) de Anton Wachterprijs voor beste debuutroman. Een kamer in Rome (2012) was zijn eerste boek dat bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen. De roman werd verscheidene malen herdrukt, genomineerd voor zowel de AKO als de Libris Literatuurprijs en kreeg lovende kritieken. Vervolgens schreef hij nog Oud-Loosdrecht, Kafka op Norderney en De vierde mei.

Zomeraanbieding 2023