De sigarenkoker van dr. Kordt

De samenzwering van twee Duitse diplomaten tegen Hitler

Aan de hand van een toevallig in zijn bezit gekomen sigarenkoker vertelt historicus en oud-diplomaat Hans Glaubitz het verhaal van de broers Theodor en Erich Kordt, twee Duitse diplomaten die samen met hoge militairen actief betrokken zijn geweest bij een samenzwering tegen het nazibewind.

Theo werkte in 1938 op de Duitse ambassade in Londen. Zijn jongere broer Erich was van 1938 tot 1941 in Berlijn Kabinettschef van Joachim von Ribbentrop. Terwijl Hitler in 1938, tijdens de crisis om Sudetenland, aanstuurde op oorlog met Tsjechoslowakije, koersten de samenzweerders aan op een militaire staatsgreep. Erich heeft in 1939 zelfs nog een zelfmoordaanslag op Hitler beraamd, die door puur toeval op het laatste moment geen doorgang kon vinden. Beide broers bleven actief in de oppositie tegen de nazi’s en overleefden de oorlog.

Hans Glaubitz paart in dit wervelende boek wereldgeschiedenis aan de levens en persoonlijke belevenissen van de broers Kordt, en die van hemzelf. De geschiedenis wordt zo zeer invoelbaar.

De Parelduiker 2025/1

Op zoek naar W.G. Sebalds heimat

Tegen de Oostenrijkse grens ligt het Duitse Wertach, W.G. Sebalds geboorteplaats. Wat was dat voor een plek, die hij in zijn debuutroman beschreef? En wat betekende het om daar in 1944 als zoon van een Wehrmacht-officier geboren te worden? Reinjan Mulder bezocht Sebald vijf jaar voor zijn dood in Engeland en trok vorig jaar naar de Beierse Allgäu op zoek naar Sebalds geboortehuis, de scholen uit zijn jeugd en de oorsprong van zijn ongewone schrijverschap.

Anton Valens: ‘Stukjes van mezelf’

Schrijver en schilder Anton Valens (1964-2021), van wie eind vorig jaar het schilderboek Een kniebuiging voor de ezel verscheen, liet een bonte verzameling usb-sticks na waarop een overvloed aan nagelaten teksten staan, ‘stukjes van mezelf’ zoals hij ze noemde. Vriend en eindredacteur van Valens, Johannes van der Sluis, inventariseerde het materiaal. Het werd graven op een schateiland.

Nicolaas Beets en de leugen van een prinses

Schrijver, dichter en predikant Nicolaas Beets, een vurige verdediger van het Huis van Oranje, had een bijzondere relatie met prinses Marianne (dochter van Willem I). Ze schreven elkaar lange, vertrouwelijke brieven, die ook over een pikante kwestie gingen: een affaire van de prinses met haar koetsier van wie ze zelfs een kind kreeg. Al vertelde ze Beets niet alles. Beets-biograaf Rick Honings doet verslag.
Het zakje met zand uit de hof van Gethsemané dat Beets van de prinses kreeg, heeft hij zijn hele leven bewaard als een reliek van een bijzondere vriendschap.

Adriaan van Oordt komt weer boven water

Adriaan van Oordt (1865-1910) is tegenwoordig een grote onbekende maar in zijn tijd was dat anders. Hij gaf een nieuwe impuls aan de historische roman, gold als een baanbreker van de neoromantiek en was betrokken bij Frederik van Eedens kolonie Walden. Daar is ook de enige herinnering aan zijn persoon te vinden, vertelt Marco Daane in deze eerste aflevering in de nieuwe serie ‘Boven Water’.

Julien Ignacio wint J.M.A. Biesheuvelprijs 2025

Julien Ignacio wint de J.M.A. Biesheuvelprijs 2025 met zijn bundel Goudjakhals.

De J.M.A. Biesheuvelprijs is een literaire onderscheiding voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel van de afgelopen twee jaar. De prijs is vernoemd naar J.M.A. Biesheuvel (1939-2020), een van de grootmeesters van het genre.

De jury (bestaand uit Joost Baars, Yra van Dijk, Janita Monna en Daan Stoffelsen) over Goudjakhals:

‘Het is een overval. Wie de eerste pagina’s in Julien Ignacio’s tweede boek Goudjakhals leest, verbaast zich over de ongewone verteller – een algoritme, een programmaatje, een GPS-signaal? – die vertelt over een vernederde, strijdbare vluchteling in een kamp, een open detentiecentrum op een voormalige militaire basis. Dat alleen al is een indringend, urgent verhaal.

Even twijfel je als kritisch lezer: is dit niet simpelweg een roman? Want het is overrompelend: de mate waarin Ignacio vanaf pagina 1 allerlei thema’s aan elkaar verbindt, personages uitdiept, een wereld aan de grens van de beschaving geloofwaardig maakt, is meer dan je durft te verwachten van de korte vorm. En ook: de wanhoop die hij schetst, de hoop die hij durft te laten gloren. Maar middenin die roman in wording stopt het verhaal, en neemt hij je mee naar zeventiende-eeuws Amsterdam, naar een zwarte prostituee die tot ruim na haar terechtstelling in vloeiend mokums haar wereld looft en aanklaagt. Zij zingt, net als de Libanese taxichauffeur zingt, met elk hun eigen stem, van een wonderbaarlijke graffitikunstenaar die de waanzin niet ontvluchten kon, en, ten slotte, de rumverkoopster en schoonmaakster op Aruba.
Zij zingen Songs of freedom, zoals de ondertitel luidt van deze geweldige, hechte bundel.

Julien Ignacio bedient zich in het funky Goudjakhals van vele registers, allemaal even overtuigend, en ontvouwt in afzonderlijke verhalen een Groot Idee over ontworteling, vrijheid, uitbuiting en verzet dat niet alleen op talloze wijzen actueel is, maar zindert van de levenslust en creativiteit.

De resten van een mens

De resten van een mens gaat over twee vrouwen die het boek bijna ongemerkt binnenkomen: Emma Paulides en haar dochter Sandra van Raalten, het 21-jarige slachtoffer van de beestachtige Zaanse paskamermoord. Het beschrijft het onleefbaar geworden leven van de moeder, in haar pakhuis vol verdriet, maar ook de sprankelende Sandra, die in de woorden van Emma tot leven komt.

Hilversum en Het Gooi worden onder de loep gelegd, met hoofdrollen voor de legendarische nieuwslezer Ben Hummer en zijn vijfde vrouw, de oversekste Carmen, die de show stelen. Door dit alles heen weeft Detlev van Heest een sterk ironisch zelfportret. In werktijd jaagt hij in Hilversum in boa-uniform op automobilisten, en ligt onderwijl zo overhoop met zijn chefs dat hij de laan uit wordt gestuurd. Maar ook in privétijd weet hij een puinhoop van zijn bestaan te maken, met opgezegde vriendschappen, doorgesneden familiebanden en mislukte liefdes.

De resten van een mens is een boek vol bloedige ernst en snijdende humor, over wat er op de valreep van ons over zal zijn gebleven.

Ester Naomi Perquin genomineerd voor de Paul Snoekprijs

Ester Naomi Perquin is met de bundel Ongevraagd advies genomineerd voor de Paul Snoekprijs.

De Paul Snoekprijs is een blijvende hulde aan de befaamde dichter (geboren in 1933 als Edmond Schietekat in Sint-Niklaas, overleden in Egem in 1981). De prijs wordt sinds 1991 driejaarlijks uitgereikt door het stadsbestuur van Sint-Niklaas. Voor meer informatie klik hier.

De prijsuitreiking vindt plaats op zondag 6 april om 10u30, de Foyer in Sint-Niklaas

Over Ongevraagd advies

In haar vijfde bundel richt Ester Naomi Perquin haar blik op de waarheid die ons boven het hoofd hangt, de voorstellingen die we ons daarvan maken en de machten waartoe we ons moeten verhouden. Van de engerd in het park tot de dokter die ons slecht nieuws brengt, van het volk dat om een sterke leider vraagt, tot de dichter die iets zinvols probeert aan te vangen met een oorlog; Perquin zoekt naar wat ons nog in het zadel houdt als zowel het paard als de wankeling onder de eigen verantwoordelijkheid lijken weg te vallen.

Heldere, humorvolle en denkende poëzie van een dichter die de wereld in kijkt met evenveel scheppingsdrang als empathie. ‘Het gezochte woord lijkt altijd groter dan het woord / dat je ten slotte vindt: er paste, toen het er niet was, / meer en mooier zwijgen in.’

Tussen de mazen

Een broer die niet op maar ónder zijn bed ligt. Een begenadigd zakenman die in een ibis verandert. Een vrouw die midden in een rouwproces vriendschap sluit met de bewoner van een hospice. De tourguide die na een dag toeristen entertainen thuiskomt en zijn vrouw afsnauwt. Een eigenzinnige oude vrouw met een teckel die door zijn poten zakt. Een asielzoeker die helemaal de weg kwijtraakt.

Met groot mededogen en rauwe eerlijkheid beschrijft Mariska Kleinhoonte van Os de intense leefwerelden van degenen die tussen de mazen van het net en de mazen van de wet vallen. Door haar heldere stijl, oog voor detail en inlevingsvermogen staat Tussen de mazen vol hartverscheurende verhalen die na lezing nog lang resoneren.

‘Mooie, subtiele verhalen over verlies en veerkracht, met al het zachte en harde dat bij het leven hoort. Helder en onverbloemd, maar nooit zonder mededogen. De verhalen van Mariska Kleinhoonte van Os bezitten een kracht die nog lang nazindert.’ – Rob van Essen

‘Met compassie en bravoure stormt Mariska Kleinhoonte van Os de Nederlandse letteren in en geeft stem aan de verschoppelingen en de breekbaren.’ – Sanneke van Hassel

‘Met ogenschijnlijk gemak neemt zij je in dertien verhalen mee in evenzovele kwetsbare levens, en dat steeds in kraakheldere taal (…) Onder de indruk van haar debuut, lees dit.’ – Ruud Roodhorst, AD

Nachtschade

Wanneer iemand haar vraagt hoe het voelt, migraine, tekent de hoofdpersoon uit Nachtschade een grillige spiraal. Ze leeft in eindeloze cycli van tijd en tussentijd. Wanneer de migraine toeslaat brengt ze de tussentijd door in een schemerruimte, terwijl vormloze monsters door haar schedel slenteren. In de andere tijd probeert ze een leven op te bouwen ondanks de grilligheid van haar eigen lichaam. Als houvast verzamelt ze de stemmen van vrouwen die haar voorgingen, op zoek naar soelaas, naar een teken, naar magie. Maar deze obsessie veroorzaakt een crisis wanneer blijkt dat de zeventiende-eeuwse filosofe Anne Finch Conway zich niet laat vangen.

In het rijke en erudiete Nachtschade verkent Emma Laura Schouten het niemandsland tussen ziek en gezond. Ze laat de lezer afdalen naar een hallucinante wereld opgebouwd uit kristalheldere vignetten, scherpe observaties, verwondering, en verwantschap met vrouwelijke denkers en schrijvers.

Julien Ignacio genomineerd voor de J.M.A. Bieheuvelprijs

Julien Ignacio is met Goudjakhals genomineerd voor de J.M.A. Biesheuvelprijs.

‘Julien Ignacio bedient zich in het funky Goudjakhals van vele registers, allemaal even overtuigend, en ontvouwt in afzonderlijke verhalen een Groot Idee over ontworteling, vrijheid, uitbuiting en verzet dat niet alleen op talloze wijzen actueel is, maar zindert van de levenslust en creativiteit,’ aldus de jury. 

De J.M.A. Biesheuvelprijs is een tweejaarlijkse prijs voor de beste korteverhalenbundel in de Nederlandse taal. De prijs is vernoemd naar een van de meesters van het genre. Voor meer informatie: klik hier.

De uitreiking vindt plaats op donderdag 20 februari 17:00 uur bij SPUI25, gratis toegang, graag aanmelden.

Over Goudjakhals:

Iedere stem in deze roman vertolkt een persoonlijke zoektocht naar vrijheid en geeft een gezicht aan de mensen die een bestaan opbouwen in een land van vreemden. Goudjakhals speelt zich af op de fonkelnieuwe grachten van Amsterdam in de zeventiende eeuw, op de eilanden Aruba en Curaçao, in de kapotgeschoten straten van Beirut en Aleppo, in een vluchtelingenkamp op Lesbos onder erbarmelijke omstandigheden. Aan het woord komen onder anderen Zwarte Sjaan, een Amsterdamse sekswerker van kleur in de tijd van Rembrandt; Ma Mercedes, eigenaresse van een rumshop in Zeewijk; Tarek, een Palestijn met een gebroken en gespleten hart; en een Iraanse Koerd met detentienummer meg45, die in zijn onmogelijke situatie bevriend raakt met AI-software. Elk van hen laat op persoonlijke wijze zien hoe het is als je wortels en je verblijfplaats niet samenvallen.

Goudjakhals belicht politieke en sociale tegenstellingen, het kafkaëske lot van de illegaal en de bootvluchteling, maar vooral de zachte krachten die uiteindelijk zullen overwinnen.

Goudjakhals is een creatieve explosie van literaire zeggingskracht. Julien Ignacio laat, met zijn vrijheid in vorm en stijl, de verschillende vertellingen samensmelten tot een rapsodie: één verhaal met vele kanten, één lied uit vele kelen die, dwars door tijd en ruimte heen, hun gebroken stem laten zingen.

De Petrovs en de griep

Eerder dan gewoon een grappig en voor Russen uiterst herkenbaar boek is De Petrovs en de griep een hyperrealistische roman waarin de krankzinnigheid vlak aan het oppervlak ligt en voortdurend dreigt door te breken. Met zijn gedetailleerde, ironische beschrijving van een paar dagen uit het wat banale leven van de familie Petrov in Jekaterinburg, ergens in het begin van de jaren tweeduizend, brengt Salnikov terloops iets pijnlijks aan het licht over de mentaliteit van de post-Sovjetsamenleving. Door terugblikken naar de kindertijd van de hoofdpersoon in de jaren tachtig laat het boek zien hoe iedereen gedoemd is tot in de eeuwigheid dezelfde patronen te herhalen – hoe de homo sovieticus is verworden tot een murw gebeukte fatalist, bedreven in het afwentelen van alle schuld op de autoriteiten, het lot, de drank en de omstandigheden.

‘Salnikov schrijft zoals waarschijnlijk niemand anders tegenwoordig: fris als op de eerste scheppingsdag. Alsof hij zich speciaal tot taak gesteld heeft nergens, niet één keer een ook maar enigszins afgezaagde zinswending te gebruiken. Zulke spetterend vernieuwende boeken verschijnen hooguit eens in de vijf jaar in het Russisch.’ Meduza

Aardbeien

In 1933 viel de Gestapo uitgeverij Kiepenheuer in Berlijn binnen en nam de administratie en boeken in beslag, waaronder die van de Joodse Joseph Roth. Het archief kon deels worden gered en werd in de jaren zeventig herontdekt. Er kwam een mapje uit tevoorschijn met het onvoltooide manuscript van de roman Erdbeeren. Roth beschrijft hierin de jeugd van zijn alter ego Naphtali Kroj in een kleine stad in Galicië, waar hij na de dood van zijn vader (die dronken van zijn slee valt en doodvriest) eerst in dienst treedt van een barbier en een kleermaker, om vervolgens bij een doodgraver terecht te komen, met wie hij een lucratieve handel opzet in stukjes van de stroppen van zelfmoordenaars, omdat die geluk zouden brengen.

Op ontroerend mooie en vaak humoristische wijze tekent Roth de wederwaardigheden op van de inwoners, onder wie een advocaat die een enorm hotel laat bouwen in Amerikaanse stijl. Als het eindelijk af is blijft het leegstaan, behalve als de rijke handelaar Britz er in de winter terugkeert ‘als een boodschapper van God’. De inwoners leven dan voor even op, er wordt met geld gestrooid: ‘En toen hij vertrok liet hij gelukkige mensen achter, maar hij zag er niet meer zo fris uit als bij zijn aankomst. Hij was moe en gebroken, zijn huid was bleek, zijn vriendelijke ogen straalden niet meer. Zo vermoeiend is liefdadigheid.’

De bodem van het bestaan, Dagboeken 1976-1980

In dit vijfde deel van de dagboeken van J.J. Voskuil, De bodem van het bestaan, krijgt de schrijver zijn jeugdige élan terug. Eind 1976 raakt hij in de ban van Mirjam Lucassen, een nieuwe ondergeschikte van amper 21 jaar. Zijn gevoelens voor haar vergelijkt hij met die voor Lousje Haspers en Suze Wiardi Beckman, zijn twee grote liefdes. Hij weet echter niet meer wat hij denken moet als Mirjam wordt gearresteerd in verband met een explosief bij een showroom van de Duitse auto-importeur Autopon in Amsterdam, dat daar is geplaatst direct na de dood van Ulrike Meinhof. Als Voskuil beseft dat hij Mirjam ‘niet houden kan’ raakt hij zwaar gedeprimeerd.

Thuis nemen de spanningen toe. De ruzies met Lousje ontsporen. Voskuil voelt zich een hond die telkens in zijn hok wordt getrapt als hij daar voorzichtig uit probeert te kruipen. In deze ellende, op de bodem van zijn leven, ziet hij de zin van zijn dagboek niet meer. Van eind 1977 tot begin 1980 schrijft hij geen letter meer, om uiteindelijk de pen toch weer op te nemen. Want een leven zonder schrijven is voor hem nog verschrikkelijker dan geboekstaafde rotzooi. ‘Schrijven, dat is het, een kleine wereld, geheel voor jezelf.’

Einde verhaal

Aan het begin van de Eindtijd valt de engel Astoreth naar de aarde. Tijdens de val verliest hij zijn beste vriend en daarmee zijn laatste restje geloof. Hij wordt opgevangen door een groepje mensen dat in de apocalyptische omstandigheden op drift raakt en van een verdrinkend Amsterdam naar het onder sneeu bedolven Zweedse platteland reist.

Terwijl Astoreth beetje bij beetje zijn engelengestalte verliest en mens wordt, vertelt hij zijn verhaal over de Eindtijd, over een onmogelijke reis en de uitgesproken individuen die door een gril van het lot bijeen zijn gebracht. De reisgenoten (en een zeer bijzonder varken) weten elkaar ondanks alle onderlinge verschillen toch te vinden. Er ontstaat een kleine, hechte gemeenschap, niet op basis van een gedeeld lot of verhaal, maar door een gedeeld besef van wie en wat we zijn: onbeholpen wezens levend tussen hoop en vrees, die het beste proberen te maken van onbegrijpelijke omstandigheden.

Einde verhaal is een aanstekelijke, geestige en warme roman die – alle onwaarschijnlijkheid ten spijt – dicht bij onze eigen werkelijkheid staat.