Toen de val van Iraida Martha Ooft en Tot alles in beweging komt van Ester Naomi Perquin zijn genomineerd voor de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2026!
De Boekenbon Literatuurprijs bekroont het beste Nederlandstalige literaire boek van het jaar. Zowel fictie als non-fictie komt in aanmerking. Deze literatuurprijs wordt jaarlijks toegekend door een jury van beroepslezers – recensenten, boekverkopers en docenten – uit Nederland en Vlaanderen. De auteur van het bekroonde boek ontvangt een bedrag van 50.000 euro. Op 21 oktober volgt de shortlist van vijf geselecteerde boeken. Op 25 november 2026 wordt de winnaar van de Boekenbon Literatuurprijs bekendgemaakt.
Over Toen de val
Toen de val speelt zich af rondom en aan boord van vlucht py 764, die uit Nederland vertrok en op 7 juni 1989 in Zanderij, Suriname verongelukte. Het toestel kwam in de savanne achter de landingsbaan neer en bij deze ramp stierven 176 mensen. De gronden waarop de luchthaven werd gebouwd behoorden ooit toe aan Inheemsen, die wegtrokken met een voorspelling van slechte tijden in gedachten. Iraida Martha Ooft volgt in deze intrigerende roman de uiterst persoonlijke processen die door de dood van geliefden in gang worden gezet. Afwisselend stelt ze de levens van degenen die achterbleven en degenen die het leven lieten centraal. Ze toont de verbintenissen tussen hen – de ouders die wachten op hun kind, een vader en een dochter, de piloot en zijn geliefde, de pyjai en zijn zoektocht – en geeft daarbij woorden aan het mysterie van de onverbrekelijke band tussen mens en natuur.
Toen de val is een fijnzinnig en invoelend onderzoek naar het Suriname van eind jaren tachtig, maar gaat nog dieper terug in de tijd, speurend naar de wortels van deze natie. Waar komen deze mensen vandaan en hoe zijn zij in hun bestaan met elkaar vervlochten? En hoe moet wie achterblijft het leven ooit weer omarmen?
Over Tot alles in beweging komt
‘Achteraf weet ik dat we het over de stilte hadden moeten hebben; hoe die precies verdeeld werd over de leden van dit gezin, over de familie, mensen die we niet eens kennen, die generaties eerder al keuzes maakten. Nooit hebben we het over de macht van de zwijger; praten over stilte is alsof je een zaklamp op een donker hoekje richt om de schaduw aan te wijzen.’
Aan voormalig gevangenisbewaarder Ela dringt zich, na jaren van vertellen over andermans leven achter tralies, een persoonlijker verhaal op. Over een vader en twee broers, de werkelijke omvang van een familiegeheim en haar neiging de werkelijkheid te vervormen. Het blijkt al snel ondoenlijk om het daarbij niet over daderschap te hebben – en wat mag ze eigenlijk ‘persoonlijk’ noemen? ‘Niet alles is van jou,’ zoals haar oudste broer zegt. ‘Dit gaat mij ook aan.’