Wat spraken wij

                                        

I.M. Gerard Rasch

 

Wat spraken wij vanzelf nog allebei

in onze weldoorbloede goedlachse

schutterige lichamen Gerard toen

we samen de grote van het roken

rolstoelbehoevende roker Zbigniew

Herbert de grote dichter ook

hier in jouw woorden rondreden

door het Scheepvaartmuseum –

wat spraken wij vanzelf nog toen

naast deze amechtige broze al bijna

dode olijke dwingeland en toen moest

hij tegen sluitingstijd ook nog

boeken over de scheepsbouw

in de Republiek der Vereenigde

Nederlanden kopen en duwden

wij hem lachend krachtig

de museumshop door die sloot

maar hij had alle tijd en wij

ook en hij laadde of zijn leven

ervan afhing alles wat zijn

hart begeerde in zijn schoot

en wij verontschuldigden hem

overtuigend: deze Meneer

moet morgenochtend weer

naar Polen en we schoten hem

voor want wat hij onder het

ongeduldig oog van de kassadame

Uit: Erik Menkveld, Primetime