Babyboomavond

Op vrijdag 30 januari vindt in De Rode Hoed de publieksavond plaats rondom het nieuwe boek van historicus Ronald Havenaar Babyboomboek, wat ze lazen, wat hen vormde, wat ze dachten.

De auteur schetst de babyboomers aan de hand van zesendertig Nederlandse romans en non-fictieboeken als een generatie met een gespleten wereldbeeld.

Met: Ronald Havenaar, Christien Brinkgreve, Elma Drayer, Cornelis van den Berg, Maarten Doorman, Wytske Versteeg, Philip Huff en muziek van De Biet.

Een avond met een bonte mix van babyboomers en Generatie X’ers. Onder anderen hoogleraar Sociale Wetenschappen Christien Brinkgreve (1949) en Cornelis van den Berg (1975) zullen essays uitspreken over de kwesties die het boek en de babyboomers betreffen. Een panel bestaande uit schrijver Philip Huff, schrijfster Wytske Versteeg en dichter en filosoof Maarten Doorman reageren op dit essay.

Een muzikale bijdrage van de band De Biet die toepasselijke sixties hits spelen. De uitgesproken essays komen tot stand met steun van de Kousbroek-regeling van het Nederlands Letterenfonds.

Ronald Havenaar (1950) was als historicus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn boek Van Koude Oorlog naar nieuwe chaos (1939-1993) schetste een recente geschiedenis van Europa. In 2003 publiceerde hij Muizenhol, een studie over het werk van Willem Frederik Hermans en diens opvattingen over Nederland. Hij schrijft regelmatig stukken voor NRC Handelsblad.

Organisatie: Uitgeverij Van Oorschot, SLAA i.s.m. Rode Hoed

Bestel hier uw kaarten
Aanvang
20:00 uur

Wij zijn allen Fransen

door Wouter van Oorschot

Daags na ‘9/11’ kopte het Franse dagblad Le Monde over de volle breedte van de voorpagina ‘Nous sommes tous Américains’. ‘7/1’ in Parijs is voor mij het pendant van ‘9/11’. Weliswaar met veel minder doden dan bij de val van de Twin Towers, maar qua inbreuk ernstiger, want deze brutale moord op de satirici van het Franse weekblad Charlie Hebdo is een rechtstreekse aanslag op het democratisch kloppend hart van de open samenleving: de vrijheid van drukpers en meningsuiting is nu eenmaal iets anders dan een wereldhandelcentrum.
In Nederland zal, in reactie erop, geen krant of weekblad koppen met ‘Wij zijn allen Fransen’, dus doe ik dat maar, bij wijze van saluut aan dit opmerkelijke volk op een van de donkerste momenten uit zijn recente geschiedenis.
Wereldwijd zal het geruime tijd commentaren en analyses regenen. Wij zullen ongetwijfeld vaak te lezen en te horen krijgen dat dergelijke slachtpartijen ónmogelijk altijd door onze autoriteiten kunnen worden voorkomen en dat wij daarom zullen moeten wennen aan het besef ‘dat zij nu eenmaal de prijs zijn die wij voor onze open samenleving moeten betalen’. Hoe verschrikkelijk ook: het lijkt mij een onbetwistbare stelling want de enige kans om ze voorgoed uit te bannen lijkt het terug in het leven roepen van het type politiestaat dat we nog kennen van de heren Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot en anderen. Dat wil niemand, dús zullen wij ‘open’ samenleven, dús zullen wij kwetsbaar zijn. Sterker: we zijn principieel kwetsbaar of hébben geen open samenleving.

Wij kunnen de mankracht van onze geheime diensten uitbreiden om plannen voor aanslagen tijdig op te sporen en te verijdelen. Wij kunnen ‘meer blauw op straat’ brengen. Wij kunnen meer geld aan defensie uitgeven. Wij kunnen wie in vreemde krijgsdienst treedt zijn nationaliteit en paspoort ontnemen en tot ongewenste vreemdeling verklaren. Dat kunnen wij allemaal doen en nog veel meer. Maar relatief kleinschalige moordpartijen als die van ‘7/11’ kunnen wij nooit voorkomen. Ik voorspel dat wat het ‘poor men’s terrorism’ is genoemd onze open samenleving nog decennialang zal begeleiden en met grote regelmaat doen opschrikken.

We moeten nu even wachten met het debat en rouwen met de Fransen. Wie het daar moeilijk mee heeft stelle zich maar even voor dat op dezelfde dag twaalf van de meeste vooraanstaande Nederlandse grappenmakers worden vermoord. Maar als het rouwen officieel gedaan is, en we alle draden van onze onherstelbaar ingewikkeld geworden open samenleving gezamenlijk weer oppakken, dan zullen wij in ons debat enkele overwegiognen moeten toelaten.

Zonder twijfel wordt dit soort ‘poor men’s terrorism’ gevoed door religieus fanatisme, dat bovendien in toenemende mate wordt gefinancierd door een steenrijke Arabische elite met een verziekte politieke cultuur. Hier wil mee gezegd zijn dat de bron van dit kwaad niet uitsluitend in armoede ligt. Toch is het óók zo, dat op een planeet waar 1/3 van de bevolking beslag legt op 2/3 van alle grondstoffen een dwingend verband moet bestaan tussen armemensen-terrorisme en rijkemensen-welvaart die niet te rijmen valt met de universeel verklaarde Rechten van de Mens die nu juist door 1/3 van de bevolking om het hardst worden gepropageerd. Wie daar al is het maar het kleinste zweem van hypocrisie ervaart, zal zijn eigen regering en volksvertegenwoordiging dan ook op zijn minst moeten opdragen om binnen vijf jaar een wetenschappelijk verantwoord lange termijn beleid te presenteren dat ultimo het jaar 2100 moet voorzien in een samenleving die in grote lijnen slechts naar rato beslag legt op de planeet op basis van haar inwonertal.
Dit betekent zonder twijfel, dat onze open samenleving in vandaag nog onvoorstelbare mate welvaart zal moeten prijsgeven. Het betekent ook, dat als wij daartoe niet bereid zijn ‘poor men’s terrorism’ ons zal blijven begeleiden en waar mogelijk in slagkracht toenemen. Tellen wij dus vooral onze zegeningen in die leuke wereld met onze o zo fraaie idealen!

Trouw zeer lovend over Rode kornoeljes

Rob Schouten van Trouw heeft zich buitengemeen lovend uitgelaten over de debuutroman van Kerim Göçmen, Rode kornoeljes. ‘Een onverwacht juweeltje,’ noemt Schouten het boek, ‘geschreven met een weldadig gevoel voor nuance. Rode kornoeljes is liefdevol geschreven  met een fijn oog voor de kleine zwakheden van  de mens en de ongewisheid van politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Het doet soms eerder denken aan romans van Theodor Fontane of Italo Svevo dan aan (post-)moderne literatuur, maar juist dat ouderwetse patina geeft  deze roman misschien z’n eigen, weldadige karakter. In alle opzichten is Rode kornoeljes een aangenaam anachronisme.’

Göçmen debuteerde in 2013 met de verhalenbundel Het geheim van de kromme neuzen. Jaap Goedegebuure schreef erover in Trouw: ‘Het zorgvuldig aangebrachte patina van een voorbije wereld doet buitengewoon plezierig aan, net als de ingehouden en goed gedoseerde verteltrant, die herinnert aan negentiende-eeuwse grootmeesters als Tsjechov en Maupassant. Een origineel debuut met subtiele verhalen.’

Göçmen (1957) groeide op in Izmit, een stad ten oosten van Istanbul. Hij verhuisde in 1977 naar Nederland. Luister hier naar een interview van Maarten Westerveen met Göçmen.

J.M.A. Biesheuvelprijs

P.C. Hooft, F. Bordewijk, C.C.S. Crone, Constantijn Huygens, J.M.A. Biesheuvel. Wat is hun overeenkomst? Zij gaven hun naam aan een literaire prijs. De eerste vier van deze grootheden zal men niet snel tegenkomen op een prijsuitreiking. De laatste wel, want Biesheuvel leeft!

Op 14 februari as. is de uitreiking van de J.M.A. Biesheuvelprijs voor het korte verhaal. Op diezelfde avond houdt de meester zijn jongste boek ten doop: Brief aan Vader. Een keuze uit eigen werk.

Overigens is de J.M.A. Biesheuvelprijs een recent initiatief dat in handen is van de SLAA, maar dat financieel gedragen moet worden door crowd funding, dat wil zeggen, iedereen mag een stukje van de prijs bijdragen.

Doe dat ook! Het kan hier. De schenker van de hoogste particuliere donatie van af heden (5 januari), ontvangt bovendien het verzameld werk van Biesheuvel in cassette als dank!