David Markson
Wittgensteins minnares
 22,50

Filosofische road novel vol pure verbeeldingskracht

Kate beweert dat zij de laatste mens op aarde is. Ze woont in de verlaten musea die ze op haar tochten aandoet en klampt zich vast aan haar passie voor beeldende kunst, haar laatste strohalm. Zo probeert ze de tergende eenzaamheid die ze ervaart te lijf te gaan. Over haar verleden is wel iets bekend maar niet veel, en wat ze erover prijsgeeft blijkt niet altijd even betrouwbaar. Kate wantrouwt de taal en ziet er de grote beperkingen van in, een gegeven dat David Markson weet uit te drukken in hypnotiserend prachtig proza.

Wittgensteins minnares bereikte in de jaren tachtig de status van cultboek en kan bogen op lovende kritieken van zowel literatuurminnaars als filosofen. Deze roman is een eindtijdfantasie, een experimenteel literair werk en een huiveringwekkend vervreemdend boek in één.

Lieke Marsman schreef speciaal voor deze uitgave een begeleidend nawoord: ‘Ik kan me de eerste keer dat ik Wittgensteins minnares opensloeg nog goed herinneren. “In het begin liet ik soms boodschappen achter op straat.” Dat is gedurfd, dacht ik, te beginnen op de wijze van het boek Genesis.’

David Merrill Markson (1927–2010) was een Amerikaans schrijver van een onconventioneel en experimenteel oeuvre. Behalve Wittgenstein’s Mistress schreef hij romans als Reader’s Block, Vanishing Point en The Last Novel

Wittgenstein’s Mistress werd vertaald door Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes (1962). Samen vertaalden zij onder meer James Joyce, The Beatles en Bob Dylan. In 2019 publiceerden zij het Des duivels woordenboek van Ambrose Bierce. Het boek kwam tot stand mede dankzij een Schwob-bijdrage van het Letterenfonds.