Deel 2 van de dagboeken van J.J. Voskuil is uit: ‘Capitulatie’

In Capitulatie vlucht Voskuil na het opgeven van zijn kweekschoolbaan in Groningen terug naar Amsterdam in de overtuiging afzijdig van de maatschappij te kunnen leven. Weldra ziet hij onder ogen dat zijn onmaatschappelijkheid uit trots kinderspel en lafheid is. Hij accepteert een pretentieloze baan bij het Bureau. Naast het stompzinnige werk op het Bureau blijft hij onvermoeibaar schrijven, niet alleen dagboek, maar ook aan de manuscripten van Bij nader inzien en Binnen de huid. Ondertussen kotst hij van het Bureau, figuurlijk en letterlijk, overweegt ontslag te nemen, maar uiteindelijk ziet hij geen alternatief. In Capitulatie sleept Voskuil de lezer mee met ontluisterende anekdotes, academische gossip en steeds hardere en langer durende echtelijke botsingen, uitmondend in een zelfontmanteling zonder weerga en een niets en niemand ontziend portret van de culturele en intellectuele naoorlogse hoofdstedelijke elite.

Was Bijna een man, het eerste dagboekdeel, nog incompleet als gevolg van de door Voskuil toegepaste zelfcensuur en door de schaar van Lousje Voskuil-Haspers, die alles wat haar niet zinde uit het typoscript van haar man knipte. Capitulatie daarentegen volgt Voskuils tekst op de voet. Alle ruzies en anderszins netelige passages zijn hersteld met behulp van de hiervoor door Voskuil bewaarde dagboekschriften.

De dagboekenavond van J.J. Voskuil

Wie dacht dat J.J. Voskuil (1926–2008) na zijn overlijden zou zwijgen, kwam bedrogen uit. Binnen de huid, De buurman, Mensenkinderen en Ik ben ik niet – ze verschenen na zijn dood met een bijna ijzeren regelmaat. Maar verreweg het grootste werk moest nog komen: zeven delen dagboeken. Op woensdag 21 september presenteren we u het eerste deel, Bijna een man. Dagboeken 1939-1955, tijdens een literaire avond met Voskuilkenners- en liefhebbers, waaronder Mirjam van Hengel, Hanneke Groenteman en Elsbeth Etty.

Locatie Aula Lutherse Kerk
Ticketprijs 5 euro. Koop je ticket hier: https://www.athenaeum.nl/voskuil

Van 1939, het jaar waarin Voskuil dertien werd, tot 2006, het jaar dat hij tachtig werd, hield Voskuil dagboeken bij – meer dan 160 schriften vol. Deze schriften vormen de basis voor het typoscript van zijn levensbeschrijving.

De dagboeken zijn een zeer persoonlijke kroniek van een tijdvak, ruwweg twee derde van de twintigste eeuw. De naoorlogse intellectuele elite wordt door zijn fijnschildershand geportretteerd en gefileerd, waarbij er maar weinig heel blijft van de broodschrijvers en andere kunstbroeders en -zusters. Ook de wetenschapsbeoefenaars mogen op een demasqué rekenen, geheel in lijn met en stijl van Het Bureau. Waar in zijn boeken de monologue intérieur vrijwel steeds ontbreekt, bevatten de dagboeken een rijke gedachtewereld. Voskuil ontleedt zichzelf genadeloos. Het levert een zelfportret op dat, zoals hij dit zelf uitdrukt, niet altijd sympathiek is. De bijeenkomst van deze feestelijke avond is het eerste moment waarop het boek kan worden gekocht.

Lees hier meer over het programma en de sprekers.