Remember september

Het waait hoog door de bomen
september heeft zijn zachte zon aan.
Alles goed, sust hij, alles ver, zie
mijn rozenbottels, mijn meisjes
in hoge laarzen, zware bloemen.
Het is laat, jawel, maar hoe goed.
Alsof je niet hoort het harde
knallen van kastanjes

Uit: Marjoleine de Vos, Het waait

Oponthoud

We zijn modern. Het is de juiste eeuw voor liefde niet
en nergens staan nog vrouwen op de torens,
uit te kijken. De laatste ridder
stierf aan syfilis.

We zijn de wapperende vlaggen verleerd,
het fluisteren tussen de stenen,
gezang en bloemennamen.

We werpen elkaar in het passeren
haastig lichaamsdelen toe.
Alles gaat goed.

Vergrendel deze deuren als het
donker wordt. Blijf bij me.
Zet je paard op slot

Uit: Ester Naomi Perquin, Celinspecties

Winst in kort geding om deel 3

Op 23 oktober 2012 heeft de voorzieningenrechter in Amsterdam in het door de heer Schafthuizen tegen Nop Maas en uitgeverij Van Oorschot aangespannen kort geding over Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Deel 3: De late jaren (1975-2006), dat diende op 22 oktober 2012, de vorderingen van de eiser afgewezen. Deze behelsden onder meer een verbod op verdere verspreiding van het boek en een ‘recall’ bij de boekhandel van de reeds verspreide exemplaren. Eiser is tevens veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de gedaagden. (zie Rechtbank Amsterdam: zaaknummer/rolnummer 528207 / KG ZA 12-1436 SP/JWR).

De afgelopen dagen is het boek op verschillende plaatsen uitverkocht geraakt en kon het, hangende de procedure, niet worden aangevuld. Vanaf vrijdag 26 oktober zal het weer verkrijgbaar zijn bij alle boekhandelaren die exemplaren hebben bijbesteld.
De heer Schafthuizen heeft intussen aangekondigd dat hij de door hem ingestelde bodemprocedure zal voortzetten, omdat de uitspraak van de voorzieningenrechter ‘niet deugt’ Als voorheen zien auteur en uitgever, gezien de grote zorgvuldigheid waarmee het oordeel van het Gerechtshof te Amsterdam in hoger beroep na het eerste kort geding, als nu ook het oordeel van de voorzieningenrechter in het tweede kort geding tot stand is gekomen, de uitkomst van de bodemprocedure vol vertrouwen tegemoet.

Oorspronkelijk zou deel drie van de biografie van Gerard Reve in 2010 verschijnen. Nadat de erfgenaam van Reve, de heer J. Schafthuizen, de tekst van dit deel van tevoren ter inzage had gekregen en hierin alles kon schrappen wat naar zijn zin te zeer privé was, en nadat de tekst was gezet, maakte de heer Schafthuizen echter plotseling bezwaar tegen de uitgave. Uiteindelijk leidde dat tot een kort geding, waarin de voorzieningenrechter publicatie verbood. In hoger beroep werd deze uitspraak vernietigd door het Amsterdamse gerechtshof, dat de bezwaren van de heer Schafthuizen verwierp. Voor wie daar belang in stelt zijn de uitspraken van de voorzieningenrechter en het gerechtshof te vinden op www.rechtspraak.nl, LJN BQ8190 en BW9334.

Na deze uitspraak stond de verschijning van deel drie gepland voor november 2012. Dat de productie sneller verliep dan voorzien heeft als voornaamste oorzaak dat wij al sinds november 2010 over een gave drukproef beschikten. Om die reden kon het boek wat eerder verschijnen.

Porno

Voor het nieuwe Tirade-nummer, dat in het geheel in teken staat van porno, hebben achttien schrijvers een essay geschreven naar aanleiding van een stuk van Rudy Kousbroek uit 1984: ‘De troost der pornografie’. Kousbroek schreef daarin onder meer dat hij nog wel eens een brochure zou willen maken met daarin ‘twintig nieuwe ideeën voor de eerste drie minuten van een pornografische film’.
In dit nummer doen de achttien schrijvers, onder wie Tijs Goldschmidt, Manon Uphoff, Heleen Mees, Marcel Möring en Christiaan Weijts, suggesties voor die eerste drie minuten. Daarnaast gaan ze in op de beweringen van Kousbroek over pornofilms en schrijven ze over hun eigen ervaringen met porno.
Het nummer, dat inmiddels in de boekhandel ligt en bovendien hier is te bestellen, kwam tot stand mede dankzij een bijdrage van de Kousbroek Essayopdrachtregeling van het Nederlands Letterenfonds.

ACH, ICH BIN JA SO GEIL…

In samenwerking met de SLAA organiseert Tirade een broeierige avond over porno in de literatuur.

Voordrachten van Bianca Stigter, Marja Pruis, Marcel Möring, Andreas Vonder, Marjoleine de Vos en Christiaan Weijts, om 18 uur in de  Laranjazaal, Horus Botanicus, Amsterdam.

In zijn befaamde en veelkantige essay ‘De troost der pornografie’ uit Rudy Kousbroek zijn verbazing over het feit dat pornografie altijd op zoveel morele afkeuring stuit. Tegelijkertijd erkent hij dat er op het kunstzinnige vlak nog weinig eervols bereikt is binnen het genre. Hij besluit zijn betoog als volgt: ‘Ik schrijf nog wel eens een brochure met “De tien meest gemaakte elementaire fouten en hoe ze te vermijden”, gevolgd door “Twintig nieuwe ideeën voor de eerste drie minuten van een pornografische film”.’

‘Het feit dat het mogelijk is,’ vervolgt Kousbroek dan, ‘– in zestig seconden als het moet – een situatie te scheppen die maakt dat je de daaropvolgende handelingen ervaart als een vervulling, dat je alles, zowel die handelingen als de deelnemers, dan met heel andere ogen bekijkt, zelfs dit hoogst eenvoudige principe hebben die mensen nog altijd niet ontdekt.’

Kousbroek_EssayTirade pakt – nu Kousbroek ons helaas ontvallen is – de handschoen graag op en maakte een nummer waarin twintig schrijvers (m/v) zich buigen over Kousbroeks opvattingen over pornografie. Ze doen daarnaast een voorstel voor de eerste drie minuten van een pornofilm. Een aantal van de verhalen en essays worden door de auteurs voorgelezen op een hoogstwaarschijnlijk broeierige SLAA-avond in de Oranjerie van de Amsterdamse Hortus.

Het nummer kwam tot stand mede dankzij een bijdrage van Kousbroek Essayopdrachtregeling van het Nederlands Letterenfonds.

Bestel hier het nummer.

Blogger op www.tirade.nu

De nieuwe blogger op www.tirade.nu is de eerder dit jaar met zijn verhalenbundel Hier sneeuw het nooit gedebuteerde schrijver Gilles van der Loo. Hij vervangt Sander Kollaard, de andere Van Oorschot-debutant, wiens stukken van de afgelopen drie maanden zijn na te lezen op de website.

Over Hier sneeuwt het nooit schreef Sonja de Jong in het Noordhollands Dagblad: ‘Zijn verhalen verrassen steeds opnieuw, zijn taal zindert en leeft. Kortom, debutant Gilles van der Loo zet zichzelf met deze verhalenbundel in een klap op de kaart van het Nederlandse literatuurlandschap. De vijftien verhalen zijn stuk voor stuk overtuigend. […] Een feest om te lezen.’

Eerder was Janet Luis in NRC Handelsblad onder de indruk van Van der Loos trefzekere toon, de internationale allure en de diversiteit van zijn verhaalfiguren.

Tom Eekman (1923-2012)

door Wouter van Oorschot

Dat zijn tweede voornaam Adam was, heeft de zojuist gestorven slavist en vertaler Tom Eekman, vader ook van mijn te jong gestorven jeugdboezem-vriend Roeland, mij nooit verteld. Anderen evenmin. Wat Tom zelf betreft zal dat geen kwestie van zorgvuldig verborgen houden zijn geweest want daar was hij de man niet naar. Hij heette Tom, niet anders want dat hij die tweede voornaam wél ‘een beetje overdreven’ vond, sluit ik niet uit. Het bericht van zijn dood bereikte me terwijl ik ver weg met vakantie ben. Zijn uitvaart kan ik niet bijwonen, zijn nagedachtenis zij op deze plaats geëerd.

Tom Eekman was een wonderbaarlijk mens. Hoeveel talen hij actief en passief beheerste weet ik niet precies maar het zullen er minstens tien zijn geweest. Voor zijn vertalingen uit het Russisch, deels verschenen in de Russische Bibliotheek, werd hem in 1981 rijkelijk laat de Martinus Nijhoffprijs toegekend.
Na de dood van Charles B. Timmer in 1991 vroeg ik Tom diens plaats als ‘redacteur en chef’ van de Russische Bibliotheek te willen overnemen. We wilden de reeks uitbreiden met werk van nieuwe schrijvers. Echter net als Geert destijds, hadden we een kwaliteitsbewaker nodig die wél Russisch spreken, schrijven en lezen kon, die wél een echte kenner van de Russische literatuur was en die dus zou kunnen fungeren als klankbord voor de vertalers van de nieuw te verschijnen delen. Tom verklaarde zich akkoord, als het ware zonder morren. Dit moge een vreemde omschrijving zijn, toch voelde het zo: de vraag of hij die rol op zich wilde nemen zou nooit in hem zijn opgekomen, maar het kwam evenmin in hem op ons verzoek af te wijzen. De reden daarvoor zal zijn verantwoordelijkheidsgevoel zijn geweest. Nu beide initiatiefnemers van de Russische Bibliotheek dood waren (mijn vader stierf vier jaar voor Timmer), zal hij gemeend hebben ons verzoek niet te mogen afwijzen. Stellig zal hij verwacht hebben ook zelf nieuwe vertalingen te kunnen bijdragen, want Tom vertaalde als het even kon altijd, en intussen hád hij die tijd ook.
Legendarisch werd zijn op ons verzoek opgestelde lijstje van schrijvers die mogelijk met hun verzamelde (!) werken voor opname in de reeks in aanmerking kwamen, en dat minstens dertig namen bevatte. Je zou het de opsomming van een huiskamergeleerde hebben kunnen noemen, ware het niet dat er een wezenlijker karaktertrek van Tom uit sprak, namelijk dat hij ruimhartig stond tegenover waarachtig talent. Want men mocht sommige talenten dan wel minder reusachtig vinden dan de zeer zéér groten die de Russische Bibliotheek al gehááld hadden, het waren niettemin talenten en dús het vertalen waard. Helaas moest zijn ruimhartigheid het om redenen van praktische en financiële aard afleggen tegen de barse werkelijkheid. Tom schikte zich daar blijmoedig in. Zijn lijstje lág er tenminste, voor wanneer de werkelijkheid zich eens ten goede mocht keren. Desgewenst vonden de vertalers van Boenin, Boelgakov, Majakovski en Tsvetajeva in hem altijd een respectvol luisterend oor en adviseur. Tussen 2005 en 2010 werkte hij nauw samen met Aai Prins en Anne Stoffel aan de nieuwe vertaling van de verhalen van Tsjechov: voor hem zijn laatste wapenfeit.

Als vader van mijn jeugdboezemvriend Roeland maakte Tom grote indruk op mij. Hetzelfde gold voor zijn moeder, Tineke, die ik hier graag mét Tom gedenk als waren zij een hedendaagse Philemon en Baucis, zo innig verbonden met elkaar als zij in mijn ogen leken. Roeland en ik kwamen in september 1964 terecht op het Spinoza Lyceum, waar we niet bij elkaar in de klas zaten. Onze ontmoeting vond pas een jaar later plaats op een vrijdagmiddag in de open fietsenstalling terzijde van de school. Hij had al lang haar, wat ik ook begeerde te hebben maar me nog door mijn vader liet verbieden, maar, belangrijker, ik sprak hem aan omdat op zijn schooltas in kapitale letters animals prijkte, de naam van mijn destijds favoriete popgroep. We hadden geen flauw idee dat onze ouders elkaar allang kenden via de Russische Bibliotheek, maar ik was benieuwd wat voor ouders hij had, en vooral: wat voor een vader als die lang haar prima vond. Via The Animals bleek onze vriendschap direct gesloten want ik aanvaardde ter plekke zijn half gegrinnikte uitnodiging ‘kom maar kijken’ en fietste mee naar zijn huis in Buitenveldert. Zijn moeder deed open, stelde zodra zij begreep wie ik was voor dat ik bleef eten en logeren (ik woonde toen buiten de stad) en belde mijn moeder op om dit voor ons te regelen. En zo zat ik tegen etenstijd met ma en pa Eekman, drie broers en een zusje, zes mensen die ik tot voor een paar uur geleden nog nooit gezien had, aan tafel alsof ik er kind aan huis was. Ik was van huis uit het nodige gewend, mijn ouders konden heel gastvrij zijn, maar een zó vanzelfsprekende ontvangst was nieuw voor mij. En inderdaad: Tom zei niets over dat lange haar van mijn splinternieuwe vriendje. Sterker hij leek het zelfs nooit te hebben opgemerkt. Wow, wát een pa!
Het bleek exemplarisch voor hoe Tom Eekman in het leven stond, met een diep doorvoelde menselijkheid en ruimhartig (ik gebruikte het woord al) begrip voor alle variaties in en dito grote tolerantie voor de menselijke soort. Ik heb dat als een weldaad ervaren. Dankbaar ook voor al hetgeen hij voor de uitgeverij heeft betekend, breng ik zijn nagedachtenis hier mijn saluut.

Wederom prachtige kritieken voor ‘Bericht uit Berlijn’

In de boekenbijlage van 15 juni 2012 in NRC-Handelsblad vergelijkt Yra van Dijk Otto de Kats roman Bericht uit Berlijn met Giorgio Bassani’s De tuin van de Fitzi-Contini’s: ‘Zo geeft De Kat een mooie, weemoedige indruk van tuinen, zomerse briesjes en pianospel, tennisballen in de verte. We bewegen mee door een dromerig Europa waar vrijwel  niemand zich lijkt te beseffen dat er in het oosten van Duitsland 3 miljoen mannen in gereedheid worden gebracht om Rusland binnen te vallen. En dat is wat bijblijft van Bericht uit Berlijn: de onomkeerbare stormloop van de geschiedenis die zich niet door die paar individuen laat tegenhouden, en die hen zal vermorzelen.’

Marc Schaevers vindt het boek in HUMO: ‘ een liefdesverhaal waar je niet meer uit weg wil: zo dwingend is het sobere, efficiënte proza van Otto de Kat  wel. […] Wie zijn vakantiekoffer pakt kan er rekening mee houden: weinig Nederlandstalige romans van dit voorjaar overtreffen zijn Bericht uit Berlijn.

Wim Brands bloemleest mooi spul

‘Hun verhouding is nu zo ingewikkeld geworden dat een huwelijk onvermijdelijk moet worden geacht.’ Schrijver van deze legendarische regel is Jan Emmens, een van onze grootste naoorlogse dichters. Wim Brands maakte in de bloemlezingenreeks van Van Oorschot een fraaie keuze uit dit boeiend werk en leidde dat in met een aantal gesprekken over Emmens.

Joep van Ruiten is er in het Dagblad van het Noorden echt Emmensiaans enthousiast over: ‘Sommige gedichten zijn nogal particulier, maar er zit mooi spul tussen.’

Overkomst dringend gewenst is te koop bij elke goede boekhandel.

Cees Nooteboom spreekt zich uit

In een brief aan de uitgever heeft de schrijver Cees Nooteboom laten weten zeer enthousiast te zijn over het debuut van Sander Kollaard. ‘Ik vind het mooi, helder, bedachtzaam proza, misschien niet zozeer fictie alswel meditatief, zeer nauwkeurig, beeldend werk.’
De verhalenbundel Onmiddelijke terugkeer van uw geliefde kreeg zeer veel goede recensies. Klik hier voor een overzicht op de website van Sander Kollaard.