Uitgebreid interview Pierre Michon in NRC

Waarde boekhandelaar,

Aanstaande vrijdag 25 mei verschijnt dan eindelijk een groot interview in NRC Handelsblad met de Franse auteur Pierre Michon. Margot Dijkgraaf sprak Michon toen hij in april in Nederland was voor de promotie van zijn nieuwe boek De Elf.

De Elf, de nieuwste korte roman van Pierre Michon, vertaald door Rokus Hofstede, werd eerder in Trouw een “briljant minipanorama van Frankrijk rond de Revolutie” genoemd. In De Standaard ‘een weerbarstig en wondermooi boek’. En in De Volkskrant (vijf sterren) “een intense literaire sensatie”.
Maarten van Buuren voegt daar in Vrij Nederland een uiterst lovende recensie aan toe. Hij noemt De Elf de nieuwste “parel aan een schitterend snoer van kleine uiterst compacte meesterwerkjes”.
De Elf werd bekroond met de Grote Romanprijs van de Académie Française

.
Ook u weet dat Michon voor fijnproevers is, gelukkig hebben we die nog wel in Nederland.

Bestel nu de boeken van Pierre Michon:

De Elf
9789028250888
paperback € 15,00

Roemloze levens
9789028250567
paperback € 12,50

De hengelaars van Castelnau
9789028250505
paperback € 12,00
idem gebonden € 18,00
(9789028250499)

Meesters en knechten; Het leven van Joseph Roulin
9789028250284
paperback € 16,00
idem gebonden € 22,50
(9789028250277)

Rimbaud, de zoon
9789028250543
paperback € 12,00
idem gebonden € 18,00
(9789028250536)

Vuur van Brigid en andere wintermythen
9789028250802
paperback € 16,00

Pierre Michon in Nederland

Maandag 23 april a.s. om 17.00 uur gaat in het Maison Descartes in Amsterdam Pierre Michon in gesprek met Isabelle Mallez ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling van zijn roman Les Onze (De Elf) Het boek werd – in de vertaling van Rokus Hofstede – zeer goed ontvangen in de Nederlandse pers:  Trouw: ‘briljant minipanorama van Frankrijk rond de Revolutie’. De Standaard vond het ‘een weerbarstig en wondermooi boek’. En De Volkskrant (vijf sterren) sprak van  ‘een intense literaire sensatie’.
Maarten van Buuren voegde daar in Vrij Nederland een uiterst lovende recensie aan toe. Hij noemt De Elf de nieuwste ‘parel aan een schitterend snoer van kleine uiterst compacte meesterwerkjes’.

Meer informatie alhier.

‘Een intense literaire sensatie’

De Elf, de nieuwste korte roman van Pierre Michon, vertaald door Rokus Hofstede, werd eerder in Trouw een “briljant minipanorama van Frankrijk rond de Revolutie” genoemd. In De Standaard ‘een weerbarstig en wondermooi boek’. En in De Volkskrant (vijf sterren) “een intense literaire sensatie”.
Maarten van Buuren voegt daar in Vrij Nederland een uiterst lovende recensie aan toe. Hij noemt De Elf de nieuwste “parel aan een schitterend snoer van kleine uiterst compacte meesterwerkjes”.
Eerder verschenen bij Van Oorschot de volgende Michon-titels: Roemloze levens, Vuur van Brigid, Rimbaud, de zoon, Meesters en knechten; het leven van Joseph Roulin en De hengelaars van Castelnau. Deze laatste titel noemt Van Buuren en passant “de beste vijftig bladzijden uit de Franse naoorlogse literatuur”.

De Elf
werd bekroond met de Grote Romanprijs van de Académie Française.

Oor draaft door

Dames en heren vrienden van het goede boek!

De keus is groot maar eenvoudig: alleen maar góede boeken cadeau doen aan je geliefde, vrienden, kinderen.
Maar ja…
Op dat ‘maar ja’, hoe begrijpelijk ook, antwoord ik met gepaste trots: de door mijn broer Geerteklaas opgerichte uitgeverij Van Oorschot is als een verfijnd restaurant. Bestel gewoon waar je zin in hebt want de hele kaart is goed. Wil mij daarom toestaan, de wonderschone kaart van 2011 nog eens in zijn geheel onder uw aandacht te brengen.
Vanaf 50 euro besteed in hun prachtige Oorshop ontvangt u de fraaie Rarewoordenboek kaartenset van Guus Middag cadeau!

De Amerikaanse Tsjechov in een meesterlijke nieuwe vertaling: Sherwood AndersonWinesburg, Ohio
Tweetalig reuzenproject, biografisch toegelicht, van Peter Verstegen: Emily DickinsonVerzamelde gedichten
Schrijverschap op stoom. Unaniem bejubeld als bewijs dat er nog diepzinnige romans bestaan: Stephan EnterGrip
Meest besproken debutant van 2010 keerde in 2011 terug naar Japan: Detlev van Heest Het verdronken land
Voor of tegen de Librisprijswinnares? Wie voor is, heeft geluk!: D. HooijerDe wanden van Oeverhorst
Aangrijpend egodocument terecht aan de vergetelheid ontrukt:  Levie de LangeHet verhaal van mijn leven
Vriendschap, muziek en overspel in Amsterdam, 1914: Erik MenkveldHet grote zwijgen
Een rijk dichtersleven, vol nooit eerder verschenen poëzie én proza: Maaike MeijerM. Vasalis, een biografie
Beste Nederlandse dichteres zonder belangrijke oeuvreprijs: schande! Hanny MichaelisVerzamelde gedichten
De zwarte diamant van de belangrijkste hedendaagse Franse schrijver: Pierre MichonDe Elf
Het mooiste en taligste boek van de leukste poëzieminnaar te lande:  Guus MiddagRarewoordenboek
De dichter is afgeduwd en komt uw lezen ingedreven:  Willem Jan OttenGerichte gedichten | Nominatie VSB Poëzieprijs
Zó moet het, spreken als dichter en prozaschrijver tegelijk! Willem Jan OttenDe vlek, een vertelling | mét luister-cd
Onze beste essayist, voorbeeldig uitgegeven: Karel van het ReveVerzameld werk deel 6
Met een cumulatief register op alle delen om van te smullen ! Karel van het ReveVerzameld werk deel 7
Alle 7 delen tegelijk, wat je noemt een ‘pakt u maar in’ cadeau: Karel van het ReveVerzameld werk
De beste interviews uit een lang en rijk leven, je hoort hem spreken! Karel van het ReveU mag alles over mij schrijven
Karel van het Reve in beeld, met passende citaten uit zijn werk: Knip dan, toe dan! | Fotoboek
Schokkend verslag over het Wildersproces van een hoofdpersoon: Tom SchalkenHet eetcomplot
Sprakeloos makende nieuwe bundel van gevierde Amerikaanse dichter: Mark StrandBijna onzichtbaar / Almost invisible | tweetalige uitgave
Zó jong zijn en dan al zó fenomenaal en luchtig kunnen schrijven o! Anton TsjechovOp kamers (Verhalen 1880 – 1885)
Het negende deel van een verbazend zelfonderzoek: Frida VogelsDagboek 1970- 1971

En als u het wérkelijk niet meer mocht weten, is er altijd nog onze onvolprezen Russische Bibliotheek!
Dus ja: de keus moge groot zijn, eenvoudig is hij toch. Want fijner dan je naasten met een Van Oorschotboek écht aan het lezen te krijgen, bestaat bijna niet. A ja! Dat daarbinnen toch weer keus genoeg is, die tóch aan u blijft: beter kan feitelijk niet.

Negeer de tinnef – schenk Van Oorschot boeken!

En mocht u geen eind aan mijn Sintgedichten kunnen breien, gebruik dan mijn stokschimmelpaard:

‘Kijk nu maar goed naar dit present
en zie hoe de Sint je weer verwent!’

Met vriendelijke groet,
Sinterklaas

De Elf

De Elf is de schitterende nieuwe roman van de Franse schrijver Pierre Michon, en het is misschien wel grappig om te vermelden: het Nederlands is de enige taal ter wereld waarin alle (zeven) hoofdwerken van de schrijver beschikbaar zijn én: alle in de meesterlijke vertalershand van Rokus Hofstede.
In De Elf – een ‘zwarte diamant’ in Michons oeuvre – lijkt de taal gehouwen uit graniet. Zijn schepping, een verrassende mengeling van feit en fictie, is zó fenomenaal, dat zij eenvoudig niet onvertaald mocht blijven. Les Onze is in oktober 2009 bekroond met de Grand Prix de l’Académie Française. Er zijn in Frankrijk meer dan 60.000 exemplaren van verkocht. Van Pierre Michon verschenen eerder bij ons Roemloze levens, De hengelaars van Castelnau, Rimbaud de zoon, Meesters en knechten & Het leven van Joseph Roulin en Vuur van Brigid en andere wintermythen. Al deze boeken zijn nog steeds beschikbaar.

Rokus Hofstede is Michon-vertaler bij uitnemendheid. ‘Bij deze bevlogen worsteling met de taal is een glansrol weggelegd voor de vertaler,’ schreef nrc Handelsblad over een eerdere herschepping van zijn hand. Hij heeft De Elf ontsloten met een verhelderend nawoord. Op de website Hof/Haan essayeert Hofstede over Michon en De Elf.

‘Pierre Michon heeft de (terechte) reputatie veel van zijn lezer te eisen, en men houdt hem voor saai (wat hij niet is).’ – Michel Houellebecq

Aanbieding najaar 2011

Pierre Michon | De Elf
J.M.A. Biesheuvel | Alleen in de nacht. Een keuze uit eigen werk (hardcover)
Willem Frederik Hermans | De tranen der acacia’s (hardcover)
D. Hooijer | De wanden van Oeverhorst
Hanny Michaelis | Verzamelde gedichten
Willem Jan Otten | De vlek. Een vertelling
Mark Strand | Bijna onzichtbaar / Almost Invisible
J.J. Voskuil | Binnen de huid (hardcover)
Stephan Enter | Grip
Detlev van Heest | Het verdronken land. Terug naar Japan
Guus Middag | Rarewoordenboek. Van bereshit tot zeeajuin
Karel van het Reve | Verzameld werk deel 7
Jozien van het Reve-Driessen en Hella Rottenberg (red.) | Knip dan, toe dan! Karel van het
Reve in beeld

In de kantlijn: Germaine Chastan (1914-2009)

Door Wouter van Oorschot

Germaine Chastan is dan eindelijk gestorven. In april 2009 maar de buren vertelden het me pas een jaar later, nu ik weer bij hen terug ben. Germaine Chastan, geboren in 1914, werd 95 jaar oud. Zij is de heldin van Gerard Reve in de epiloog van diens onvolprezen roman Oud en Eenzaam. Dat haar naam aldus voor het nageslacht dat weten wil bewaard blijft, is een vorm van gerechtigheid. In de Franse literatuur komt zij niet voor, en heeft zij een van die vele ‘roemloze levens’ geleid, waarvan Pierre Michon er in zijn gelijknamige roman enkele aan de vergetelheid ontrukte. Germaine Chastan, in dit Franse buurtschapje ook mijn heldin, had, voor alle Fransen toegankelijk, in Michons boek moeten staan. Nu moeten zij wachten op een vertaling van de epiloog van Oud en Eenzaam; naar te vrezen valt een lange zit. Maar in Reve’s ene omschrijving: ‘Het gezicht van Germaine, die in haar gehele leven nooit anders gekend had dan werken, beginnen met werken en nooit ophouden met werken…’, daarin treedt onze voor de Fransen vooralsnog roemloos blijvende heldin naar voren zoals zij was. Beter: hoe haar leven is geweest. In dat gezicht, hoe ouder en doorgroefder ik het de afgelopen ruim veertig jaar ook heb zien worden, was altijd de beeldschone jonge vrouw zichtbaar die zij eens was, lang voordat ik zelfs maar bestond. Haar blik: zacht maar altijd twinkelend, haar spraak: welluidend maar terloops, alsof het voor God niet uitmaakte wat zij zei, haar hoofd: fier als het moest maar meestal iets schuingehouden, als keek zij je vanonder een zonnehoed aan, haar lichaam: tamelijk klein van stuk maar niet gedrongen, haar gehele voorkomen: zelfbewust, bescheiden, proper en zinnelijk. En: keihard als het moest. Laatstgenoemde eigenschap heeft zij gedurende haar lange leven nogal eens moeten aanspreken, vooral omdat zij van God niet dood kon.

Germaine Chastan werd geboren als tweede kind van vier in een familie waarvan alle leden al honderden jaren op dezelfde plaats ter wereld kwamen, woonden en werkten, aten, dronken en (soms) vrijden, en stierven. Voor haar kwam Marie en na haar kwamen Erneste en Marthe. Hunne ouders leefden in 1965 nog toen Hillie, mijn moeder, me verplichtte mee te gaan om kennis te maken. Ik was krap dertien, fris gewassen en in schoon goed gestoken, toen ik binnentrad in de wegens de hitte verduisterde woonkamer. Mijn kennis van de taal ontsteeg het niveau van ‘Papa fume une pipe’ nauwelijks, maar dat gaf niet want van mij werd niet verwacht te spreken. Alle tijd om rond te kijken dus. De oude mensen zaten tegen de achterwand, naast elkaar in wat fauteuils leken, alsof zij die verdiend hadden in plaats van de hardhouten rechte keukenstoelen waar de rest van het vertrek mee gevuld was. Ze zaten onbeweeglijk en het scheen mij toe alsof zij, in het gezicht van de anderen, tegen de wand geplakt zaten te wachten op hun beider dood, die slechts een lade hoefde open te kiepen waarin zij plots ruggelings zouden verdwijnen en waarna het leven verder zou gaan alsof er niets bijzonders gebeurd was. Het tableau en die voorstelling beklemden me en waarschijnlijk hierdoor kan ik mij behalve het glas grenadine dat mij werd aangereikt verder niets herinneren. Ik heb beide echtelieden daarna ook niet meer gezien.

Wel zag ik hun kinderen nog lange tijd. Dat wil zeggen de oudste drie want dochter Marthe was bij haar trouwen in het dorp gaan wonen, beneden in het dal. Marie en Erneste trouwden nooit. Marie is haar hele leven lang niet verder weg geweest dan het dorp beneden. Erneste wél: hij heeft het vaderland helpen verdedigen in de tweede grote oorlog, waar hij als mutilé de guerre’ uit terugkwam. Ook hij kwam daarna de buurtschap vrijwel niet meer uit, behalve soms voor een reünie van oudstrijders. Zuster Marie raakte niet aan de man, of wilde niet. Erneste raakte niet aan de vrouw, of kon dat als oorlogsslachtoffer niet meer. Germaine had een kortstondige verhouding met een tijdelijk bij de familie ondergedoken verzetsstrijder, die mooie liefdesspreuken in de steunbalk van de schuur kerfde, haar zwanger maakte en al snel met de noorderzon vertrok om nooit meer iets van zich te laten horen. In 1942 kreeg de tweede dochter een gezonde zoon, zij noemde hem Alain en daarmee was het voortbestaan van de familienaam gelukkig ook verzekerd.

En alles zou gaan zoals het eeuwenlang gegaan is: Alain zou opgroeien, vrijer worden van een meisje uit de buurt, geen seks voor het huwelijk – althans niet wat anti-religieuze mensen zich daarbij voorstellen -, met haar trouwen, voor nageslacht zorgen en dus voor een paar extra stel handen die op termijn het vele werk op de boerderij zouden helpen verlichten. En zo, tegen de tijd dat Germaine’s kleinkinders voldoende groot geworden waren, zouden er ook voldoende handen zijn om haarzelf, haar ongetrouwde zuster en broer naar het graf te helpen dragen wanneer God hen bij zich ontboden had.

Zo ging het al eeuwen, en hoewel Germaine zich geen enkele illusie maakte, dat de God in wie zij te geloven had gekregen het allemaal zo voorbeschikt had, je leefde nu eenmaal, moest dus werken tot de nieuwe generatie het overnam en met een beetje geluk beleefde je dan een redelijk onbezorgde oude dag, daar kwam leven immers op neer.

Het ging niet zo. Ja, Alain vond zijn boerendochter, Marise, een spichtige jonge vrouw met een strakke mond en een loensend oog, en zeker: getrouwd zou er worden. Maar waar zou het paar wonen? Harde onderhandelingen volgden. De moeder van de bruidegom kon haar zoon op de boerderij niet missen. De vader van de bruid, die geen zonen had, kon op zijn eigen boerderij een sterke jonge schoonzoon goed gebruiken. En Marise verdomde het om behalve met haar man en nog te produceren kinderen ook nog eens te moeten samenwonen met – lees: tot hun dood zorgen voor – schoonmama, haar wereldvreemde zuster en door de oorlog eenzelvig geworden broer. Resultaat: Alain zou een nieuw appartement aan de oude boerderij bouwen, daarna werd er getrouwd en trok Marise bij hem in, en hij zou zijn werkkracht verdelen tussen de twee boerderijen: boven en beneden, in het dal.

Het nieuwe appartement bijna gereed, werd er inderdaad getrouwd, er was een kind op komst, een dochter. En toen het gereed wás, verdomde Marise het alsnog om boven te komen leven. Sindsdien verdeelde Alain niet slechts zijn werkkracht maar ook zijn leven tussen boven en beneden: hij verdomde het zijn moeder in de steek te laten. Onmin groeide tussen de jonge echtelieden, maar voordat zij uit elkaar gingen kwam er nog wel een tweede dochter. Toen stierf, omstreeks haar tiende, het oudste dochtertje onder nooit geheel opgehelderde omstandigheden. De buren zeiden het mij raadselachtig zo: ‘de natuur verstaat heel goed wanneer zij niet gewenst wordt’ en deden er het zwijgen toe.

Vanaf dat moment, zo omstreeks 1980, voltrok zich in Alain Chastan binnen enkele jaren de metamorfose van man in de kracht van zijn leven die hem wel eens raken kon, in die van een rabiate alcoholist. Hij bleef zijn moeder trouw, en werkte nog wel, maar nergens anders nog vreugde in zoekend dan, vergeefs, in vele liters pastis en nog meer liters rode wijn. En andere handen op de boerderij die altijd het vrouwenwerk hadden gedaan, zoals van de nu naar de 70 lopende Germaine, waren er niet want Marie voerde nooit iets uit, mogelijk uit misplaatste jaloezie jegens haar zusje die tenminste nog één keer in haar leven wél gevrijd had. Halverwege de jaren negentig stierf Erneste, ruim 80. En Alain dronk door. Totdat hij, na eens op het erf dronken op zijn tractor tegen een muur tot stilstand gekomen en eraf gevallen te zijn, om pas na geruime tijd te worden gevonden omdat men afkwam op het ongebruikelijk regelmatig geronk van de motor, van de artsen te horen kreeg dat zijn lever onherstelbaar beschadigd was en hij binnen enkele maanden sterven zou indien hij ook nog maar één glas dronk. Dat hielp; hij was een wrak geworden maar herwon iets van zijn oude kracht – wat zijn intussen ruim 80-jarige moeder behoorlijk te stade kwam. Hij leefde nog eens jaar of zeven, voordat hij in november 2007 stierf in zijn slaap, 66 jaar oud.

Marie was toen alweer ruim vijf jaar dood, 98 geworden en nu moest Germaine, zelf 93, ook haar zoon wegbrengen. Vanaf toen leefde zij alleen, in de immense boerderij die nog geen halve eeuw tevoren een hele familie had gehuisvest, en met 80 hectare bos en bergweideland eromheen. Hoewel zij daarvóór zelden of nooit haar gezicht had laten zien, kwam nu de overgebleven kleindochter twee maal per week haar grootmoeder een uurtje bezoeken, en vragen of zij nog iets uit het dorp nodig had. De buren werd te verstaan gegeven dat hun hulp en zelfs toekijkend oogje niet nodig, ja ongewenst was. ‘Zij kan nauwelijks wachten’, zeiden de buren, minder raadselachtig dan vroeger. En ja, de resterende 166 uur van de week was Germaine Chastan op zichzelf aangewezen.

De laatste keer dat ik haar ontmoette was op 10 september 2008. Ik was op weg naar de buren. Zij zat op een verhoginkje langs de rand van de weg bij een bergweide, nogal ver van haar huis, uit te rusten van de wandeling voordat zij weer terugging. Stok erbij. Klein hoedje op. Een klein blauw-wit vlindertje vloog er af en toe even van op maar ging telkens weer zitten op de rand. Ik stopte, al was het maar om te zien dat haar niets mankeerde. Haar mankeerde niets. Zij herinnerde zich mij als de zoon van ‘Hillechêne’ met wie zij het altijd zo goed had kunnen vinden. ‘Gaat het u goed?’ vroeg ik. ‘O ja. Men moet wat wandelen en het is mooi weer. Mijn jongste zuster die bewoog nauwelijks meer en die is dit voorjaar doodgegaan.’ ‘Ja en uw zoon ook nog, vorig jaar, mijn condo…’ ‘We gaan wanneer we gaan, maar sommigen gaan te vroeg, dat is jammer’, zei ze. ‘Wandelt u zometeen dat hele stuk weer naar boven?’ ‘O ja hoor, een beetje wandelen is goed, je kunt toch niet de hele dag thuisblijven? Dan kom je nergens meer.’ Enzovoort, en telkens dat van haar hoedje opfladderende vlindertje. En nog altijd die prachtige, zachte, twinkelende ogen.

En nu is Germaine Chastan dus alweer een jaar dood. ‘Op het laatst liep ze overal rond en riep om Alain’, vertelden de buren. Ik voelde hun verdriet, en woede om die kleindochter, die hun het contact met haar grootmoeder had verboden.

De 80 hectare bos en bergweideland is intussen verhuurd aan een boer in de buurt. De directe omgeving van de boerderij wordt momenteel opgekalefaterd en zij zal spoedig te koop gezet worden. Voor een veel te hoog bedrag, dat wel, maar voor rijke patsers, het foute type zeg maar, nog altijd voor een schijntje. En maar goed dat die 80 hectare tenminste hun zorg niet is.

Zij heeft niet vergeefs geleefd, het liep alleen maar anders dan in alle voorafgaande eeuwen: sta me toe in liefde te gedenken: Germaine Chastan.

1990 – 2000

In deze periode debuteerden Patrick Dassen, Nico Dros, Stephan Enter, Carl Friedman, D. Hooijer, Otto de Kat, Toine Moerbeek, L.F. Rosen, Frida Vogels en Marjoleine de Vos in boekvorm. Jan Fontijn, Guus Middag en Willem Jan Otten vertrokken bij hun respectieve uitgeverijen en brachten hun werk hier onder. Ook Adriaan Morriën keerde terug bij de uitgeverij en publiceerde in korte tijd zes nieuwe titels.
In 1991 werd met uitgeverij Athenaeum een begin gemaakt met de Franse Bibliotheek. Besloten werd haar zelf voort te zetten.  In de loop der jaren verschenen 36 titels, van klassieken als Balzac, Baudelaire, Céline, Verlaine en Zola tot en met hedendaagse schrijvers als Pierre Bergounioux, François Bon, Michèle Desbordes, Pierre Michon en Jean Rouaud.

Met de verschijning, tussen 1996 en 2000, van zijn zevendelige, ruim 5000 bladzijden tellende roman Het Bureau kreeg J.J. Voskuil vele tienduizenden lezers in zijn greep, waardoor het tot een bestseller uitgroeide.

Door een bijzondere samenloop van omstandigheden kruisten zich ook onze wegen met die van de inmiddels wereldberoemde, Brits-Indiase schrijver Vikram Seth. Achtereenvolgens verschenen van hem de romans A Suitable Boy (1993, in het Engels) en in vertaling The Golden Gate, De Golden Gate (1995) en An Equal Music, Verwante stemmen (1999).

De Russische Bibliotheek werd uitgebreid met de verzamelde werken van intussen klassiek geworden twintigste-eeuwse schrijvers als Michail Boelgakov (3 delen), Ivan Boenin (4), Vladimir Majakovski (1) en Marina Tsvetajeva (1).

Omdat het nog enige tijd leek te duren voordat zich een biograaf van Geert van Oorschot zou aandienen, verscheen ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de uitgeverij in 1995 – naast een jubileumeditie van de Vlissingse verhalen van R.J. Peskens – een voorproefje uit zijn epistolaire nalatenschap onder de titel Brieven van een uitgever.

Een kenner spreekt

Over de Franse Bibliotheek schreef kenner van de Franse literatuur Rudy Kousbroek enkele jaren geleden onder meer:’Veel van de mooiste dingen op de wereld zijn ontstaan uit een gemis, op de manier van Ravels pianoconcert voor de linkerhand. Als Kafka niet aan paranoia had geleden zouden de boeken waar hij nu beroemd om is niet zijn geschreven. Iets dergelijks geldt voor Van Oorschots Franse Bibliotheek: deze collectie zou niet bestaan als er in Nederland nog Frans werd gelezen. Maar dat doet bijna niemand meer, en als gevolg van dit gemis is deze schitterende reeks vertalingen ontstaan. (…) Het blijkt niet moeilijk uit de klassieke Franse literatuur nog steeds nieuwe en onverwachte keuzes te maken, zoals hier met de Portugese brieven van Guilleragues (1669), De verliefde duivel van Jacques Cazotte (1772) en vooral een werkelijk prachtig boek als Dominique van Eugène Fromentin (1862). Nog afgezien van klassieken als Zola (die bij elke herlezing indrukwekkender wordt), Baudelaire’s Les Fleurs du mal in de vertaling van Peter Verstegen, hors concours net als Céline’s Voyage in die van Kummer. Maar ook uit de romanproductie van de laatste tien jaar kunnen opvallende selecties worden gemaakt – bijvoorbeeld de werken van jonge schrijvers als Jean Rouaud, François Bon, Pierre Michon en Pierre Bergounioux. De Hoorn des Overvloeds waar zij uit komen omvat verder vertalingen van Tous les matins du monde (bekend door de verfilming) van Pascal Quignard, het curieuze Le long séjour (Het lange verblijf) van Régine Detambel en het niet minder merkwaardige Lac (Meer) van Jean Echenoz.’

Opzet

De Franse Bibliotheek, van start gegaan in 1991, presenteert voornamelijk romans en bij uitzondering ook poëzie, die dan tweetalig wordt uitgegeven. In Nederland verscheen Franse literatuur in het verleden verspreid over verschillende uitgevershuizen; veel klassieke werken zijn nooit vertaald, terwijl sommige bestaande vertalingen gaandeweg verouderden. Begin jaren negentig leek de tijd rijp voor zowel een goed overzicht van klassieke werken uit de 16e tot de 20e eeuw als voor het onder de aandacht brengen van belangrijke hedendaagse schrijvers. Inmiddels bestaat de Franse Bibliotheek van Van Oorschot uit 32 delen, en er zullen er meer volgen. Elk deel verschijnt zowel in een gebonden als in een ingenaaide uitgave.Het optimistische plan was, jaarlijks zes à acht delen te presenteren. Dat bleek niet haalbaar, vanwege onvoldoende vertaalsubsidie uit het land van herkomst. De frequentie werd daarom teruggebracht tot twee à drie delen per jaar. Bovendien werd gekozen voor nadruk op de hedendaagse letterkunde.

De Franse Bibliotheek staat onder redactie van Manet van Montfrans. Zij promoveerde op het werk van Georges Perec en is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij Franse taal- en letterkunde doceert. Vertalingen worden onder meer verzorgd door Rokus Hofstede, Marianne Kaas, Peter Verstegen, Jan Versteeg en Frans van Woerden.

‘In de nerveuze jacht op bestsellers die het hedendaagse literaire klimaat kenmerkt, worden nogal wat Franse eendagsvliegen zonder veel decorum op de Nederlandse markt gegooid. Gelukkig zijn er nog altijd dappere uitgevers die zich daar deels of zelfs volledig aan onttrekken en hun aandacht op erkende oeuvreschrijvers blijven richten. Een aantal van hen (Pierre Bergounioux, Francois Bon, Michèle Desbordes, Pierre Michon, Jean Rouaud) heeft een plaats gevonden in de Franse Bibliotheek van Van Oorschot.’ Martin de Haan en Rokus Hofstede in de Volkskrant, 5 maart 2004