Durf eens iets

Lachu!

‘Mensen willen alleen nog maar wat al bekend is, ’ wapperde onlangs een geslaagd theaterregisseuse mijn voorstel vriendelijk weg. Hoewel ik meestal wegzak halverwege een zin die begint met ‘Mensen willen…’ meende ik toch  dat ze een punt had. Een musical naar een boek, een toneelstuk naar een film, de televisie-non-persoon die een boek schrijft, althans daar een contract voor tekent. Uitgevers die stoer presteren met wat al bekend was.

Is dat nou waar? Wil men alleen maar herkauwen? Is de mens de culturele koe geworden? Herkauwen we grazend voor de tv, met glazige ogen in het theater het stuk naar de film, naar het boek?  En wat zegt dat dan over ons? Zijn we murw geslagen door teveel aanbod? Kiezen we voor veilig bekend omdat de keuze te groot is? Omdat de wereld onoverzichtelijk en gevaarlijk is? ‘Wil ik een bestseller uitgeven?, joeg ik mijzelf maar even schrik aan om niet in zelfvoldane borstklopperij te belanden? Ja, schoorvoette ik terug. Dat wil ik wel. Ik wil dus net als iedereen wel leveren aan de massamens, maar er niet een zijn.

Nee, ik vlei me liever met de gedachte dat ik een boek lees waarvan er maar 430 zijn gedrukt in 1986. En waarom is dat dan? Om mijn uniciteit te accentueren? Zitten dan niet in Nederland 17 miljoen mensen hun uniciteit voortdurend te accentueren? Sterker nog, is die geaccentueerde uniciteit — liefst op tv — niet de bron van het kwaad van de zompige uniformiteit?

Een wereld waarin iedereen uitzonderlijk wil zijn, en dat uit door naar dezelfde dingen toe te gaan, dezelfde dingen te zien. Hoe kan dat? We kijken dus eigenlijk graag naar wie het gelukt is zich te onderscheiden. En dat dat gelukt is, willen we bevestigd zien door veel mensen die dat vinden. En dus is talent soms tot armoede geboren.

‘And Folly (Doctor-like) controlling skill…’

Daar aanbeland haal ik graag een sonnet van Shakespeare aan (in vertaling van Peter Verstegen):

66

Moe van dit al roep ’k om de rust des doods:
Talent zie ik tot armoede geboren,
En pover niets opgetuigd als iets groots,
En ’t puurst geloof jammerlijk afgezworen,
En gulden ereambten zwaar misbruikt,
En maagdelijke eer rauw geschoffeerd,
En kracht door kreupele overmacht gefnuikt,
En wat volmaakt is smadelijk onteerd,
En kunst door hogerhand monddood gemaakt,
En zotheid die verstand pedant bepraat,
En simpele trouw als simpelheid gewraakt,
En goed als knecht van oppermachtig kwaad:
Moe van dit al ging ik het liefste heen,
Maar als ik sterf, laat ik mijn lief alleen.

 

Lekker meemekkeren met de meester! (Bezoek ook vooral het Shakespeare sonnettenfestival in Felix op 23 april.) Maar dit zoekende trof ik ook een ander sonnet aan, minder aansprekend mopperend, maar misschien in dezen juister:

59

Als er niets nieuws is, al wat is op aard
Reeds eerder was, hoe wordt dan ’t brein misleid
Dat, zwoegend op iets nieuws, een miskraam baart:
Na nieuwe dracht een kind uit vroeger tijd!
O als historie achteruit kon zien,
Tot in vijfhonderd zonsreizen gerekend,
Zag ik jouw beeld in een oud boek misschien,
Toen denken pas in schrift werd opgetekend.
Dan wist ik wat de oude wereld zei
Over wat ons zo wonderlijk bekoort,
En of zij beter schreven dan wel wij,
of brengt een kringloop steeds hetzelfde voort?
Vaststaat dat het vernuft van vroeger jaren
De lof zong van wie jou niet evenaren.

Er zijn vermoedelijk veel mensen die kiezen voor iets nieuws, (Shakespeare (1564-1616), om deze argumentatie kracht bij te zetten!) Want kijk, dat is een mooie omdraaiing van de kwestie: ‘Vaststaat dat het vernuft van vroeger jaren / De lof zong van wie jou niet evenaren.’

Dat is de hoogmis van het nu! Het bewijs van de kracht van contemporaine kunst. Van het nieuwe en niet het bekende. (Wel wat jammer dat het in een sonnet van eeuwen her gevonden moest worden.)

Ik bedoel maar, je hoeft toch alleen maar naar de poster van Intouchable met Huub Stapel en Cyriel Guds te kijken om zéker te weten dat die opvoering  niet alleen lichtjaren minder leuk is dan de film, maar ook om te vermoeden dat deze twee auteurs het geweldig zouden kunnen doen in een moderne toneelbewerking van iets dat heel goed is maar minder toffe verkoopcijfers als bewijs opvoert. Kortom waarvan minder  mensen bewezen hebben dat het goed is. Makers en producenten van kunst maken toch vanouds die gedurfde keuze? En niet de makkelijke keuze? Wat is hun kwaliteit dan? Hoe knap ben je als theaterproducent als je bedenkt dat een filmhit een goed idee is? Als je alleen maar geld wilt verdienen en niets te zeggen hebt, kun je toch ook verpakkingsmaterialen gaan verkopen?

Maar dan moeten wij wel naar iets onbekends durven toegaan. En soms je neus stoten. Want zonder een avontuurlijk publiek dat zoek naar iets wat precies haar raakt lukt het niet. Leve de niet gegarandeerd succesvolle poging!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.