31

IMG_2046Mijn broer Pim was jarig, en we voeren op het bootje van kapitein Sven door de grachten.

Pim had mijn zoontje wijsgemaakt dat er niks cooler is dan een knaloranje zwemvest, en daarom droeg Nadim het zonder mokken, ook al werd het een heel warme dag. Hij hield het zelfs aan toen we die avond aan wal kwamen om te barbecuen. Oom Pim is ook voor hem een held.

Dit is misschien een goed moment om te melden dat Pim eigenlijk mijn zwager is, en dat ik hem altijd mijn broer noem. Niet omdat hij dat had kunnen zijn, maar omdat ik het graag had gewild.

Pims verjaardagen zijn – in ieder geval voor mij – onvergetelijk omdat hij uitblinkt in het vieren van zijn eigen feestjes. Hij is de eerste die danst, de laatste die naar huis gaat en is voor alle grappen in. Mijn broer is het soort jonge man dat we allemaal een tijdje denken te zijn, alleen is hij het écht.

Wat hij haat, haat hij op een fysiek niveau. Degenen van wie hij houdt zullen nooit aan zijn liefde of aandacht twijfelen. Natuurlijk schuilt er in de jonge man die we allemaal ooit wilden zijn tragiek, anders zou hij geen volledig personage worden en zouden zijn verhalen niet zo tot de verbeelding spreken.

We waren opgestapt bij café Roest aan de Wittenburgervaart, een plek waar Nadim nog nooit geweest was. Na de eerste lage bruggen verkasten hij en ik naar de boeg van Svens stalen schuitje en lieten de stad aan ons voorbijglijden. Toen we de bibliotheek op het Oosterdok passeerden gebeurde er iets met mijn jongen.

Nadim stond op, werd door mij weer neergetrokken en stond wijzend weer op; met geen mogelijkheid kreeg ik hem naar beneden.

‘De Diebelotheek!’ riep hij met bijna ontwrichte verbazing. ‘Ik kén dat! Dat is de Diebelotheek!’

Om ons heen werd er gelachen. Vanachter zijn roer riep Sven dat het wel weer fokking typisch was dat die kleine van de énige schrijver aan boord…

Ik had me niet gerealiseerd dat Nadim de stad niet vanaf het water kende, en dat er dus bij het zien van de bibliotheek – waar we inderdaad, Sven, wekelijks zijn – twee werelden samenkwamen. Waar we met het bootje voeren, dat bleek hij te kénnen. Dat was Amsterdam.

De rest van de tocht lagen hij en ik op onze buik op de voorplecht, elkaar wijzend op plekken waar we samen vaak komen, en zo werd het voor ons misschien wel Pims meest memorabele verjaardag.

Er is een fase in je leven dat je een Pim denkt te zijn, totdat je de echte Pim leert kennen. Dan volgt er een hele tijd niks, tot je opeens weet dat je eigenlijk Nadim wilt zijn, die op een zomermiddag voor het eerst zijn stad vanaf het water ziet.

________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Foto van Gilles van der Loo
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, schrijfdocent en journalist. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in de bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs). Nu in de winkel: de roman Café Dorian.