A major girl crush

Het was donker, er zat een slag in mijn achterwiel en het regende ijsnaalden. Voor de derde keer deze week vervloekte ik mijn gewoonte om vlak voor de ergste kou mijn handschoenen kwijt te raken. In mijn regenschaduw fietsten Birre en Caroline, die ondanks het feit dat Caroline oorspronkelijk mijn vriendin is, altijd meer met elkaar praten dan met mij als we samen ergens heen gaan. 

Doel van onze barre tocht was de presentatie van Liekes nieuwe bundel De eerste letter in Perdu. Zoals altijd als ik niet weet waar iets precies is, ging ik er vanuit dat ik Perdu wel zou herkennen als ik er langreed, maar dat was niet zo. Bij aankomst wist ik vrij zeker dat ik er nog nooit was geweest. 

Zowel de bar als de koffie sleurden me meteen terug naar mijn middelbare-schooltijd, maar er was meer wat daaraan deed denken: de holgesleten zwartstenen drempel onder de zware deuren van de ingang, de geur van oud stof tussen de kieren van een hardhouten vloer; verduisterende gordijnen van een zware kwaliteit, die nog nooit gewassen zijn.

De smaak van goedkope gevulde koek (die met bonenspijs in plaats van amandel) vulde mijn mond. Ik proefde glacé, trekdrop en Raider. 

Opeens kreeg ik vreselijke zin om een Bastos op te steken. Of een hash-jointje, nog beter. 

Lieke las voor uit haar bundel.

Liekes vrienden lazen voor uit Liekes bundel.

Het waren mooie gedichten. Ik had niet anders verwacht, vind het zo knap hoe de humor en het duister in haar werk elkaar in evenwicht houden en versterken.  

Al met al was de avond ook heel erg nu. De lichte onhandigheid en wat onzekere presentatie van de schrijfster, waarbij Caroline zich afvroeg of ze altijd zo was en ik na enig denken toch echt ‘ja’ moest zeggen. De ongeschorenheid van de vrienden van de schrijfster. Veel wilde krullen en dikke wenkbrauwen. Meisjes met Girls-achtige jurkjes. 

Wat nu heel nu is, is eigenlijk ook een soort anti-nu.

Daar zat ik, al een tijdje niet meer heel nu, op een avond van mensen die nu heel nu zijn, terwijl de geuren en smaken van mijn verleden nu door mijn hoofd kolkten.

Na het voorlezen kocht Caroline De eerste letter. Op mijn aandringen – omdat ik wist dat ze het stiekem wilde – ging ze in de rij staan om hem te laten signeren.

‘Jawel,’ zei ik. ‘Dat vindt een schrijver leuk.’

‘Weet je zeker dat ze het niet vervelend vindt?’

‘Doe nou.’

Lieke schreef iets liefs op de eerste bladzijde. Caroline werd er een beetje verlegen van. 

Toen we even later Perdu uitliepen om in een café dat ik wél kende een whisky te drinken (wat anders, na de presentatie van een poëziebundel?), bedacht ik dat ik (als ik nu nu was en ook nog een meisje) een major girl crush op Lieke zou hebben. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.