Allememachies! – waarin mijn moeder blijkt te hebben gebeld… met Parijs

The Pale KingBen je in een Nederlands grotemensenboek ooit het woord allememachies tegengekomen? Ik wel. Dankzij Daniël Rovers en Iannis Goerlandt die hun bewondering voor/ kennis van/ schatplichtigheid aan David Foster Wallace (1962-2008) productief hebben gemaakt door diens nagelaten roman The Pale King, an unfinished novel (2011) te vertalen en die het woord (allememachies/ allememaggies) gebruiken op pagina 165 van hun uitmuntende Nederlandse vertaling (2013). En gelijk hebben ze, want was DFW een Nederlands auteur geweest, dan was allememaggies precies het soort woord dat hij bij het uitwringen van zijn hersens in de veelkleurige taalstroom (hoog, laag, plat, geleerd, scabreus, religieus, ambtelijk, technisch, kinderlijk allusief, etc., etc.) mee naar buiten had geknepen.

Nu wil het toeval dat Daniël Rovers een trainingsmaat van me is. We doen komende zomer allebei mee aan The Caucasus Run die ieder jaar in augustus plaatsvindt in de Republiek Dagestan. Honderddrieëntachtig kilometer onafgebroken hardlopen over de steppe. In de brandende zon. Op je blote voeten. Iedere zondag treffen Daniël en ik elkaar om ons duchtig voor te bereiden op die Kaukasische uitputtingsslag. De loodzware trainingsessie van gisterenmiddag greep ik aan om Daniël – exclusief voor Tirade – een paar basale vragen voor te leggen over het vertalen van The Pale King.

‘Daniël, laat ik beginnen met de eerste vraag. Voor alle kijkers die misschien weleens van David Foster Wallace hebben gehoord, maar nog niet de tijd hebben gevonden zich in De bleke koning (DBK) te verdiepen: waar gaat het boek eigenlijk over?’

De bleke koning gaat onder meer over de Amerikaanse belastingdienst, verveling, zweten, pathologische aardigheid, de jaren tachtig, neoliberalisme, burgerdeugden, de vloek van hyperaantrekkelijkheid, de stad Peoria, Willekeurige Feitenhelderziendheid (WFH), heldendom, de wil elke vierkante centimeter van je lichaam te kunnen kussen, een slechte jeugd, plagiaat, klassenbewustzijn, concentratie, hondenpoep, masturbatie, de ‘holler’, Ronald Reagan, het Midden-Westen, (fobische angst voor) muggen, belastingontduiking, studieschuld, autoriteit, pijpen, hoeden, voeten, slomo’s, levitatie, incrementeel buigen, de stad Utrecht, iemand de schoen wringen, regionale vluchten, de Irancrisis, salarisschalen, fiscaliteit, ongewenste zwangerschap, vissen, computers, identiteitsverwisselingen, moeders, Residentie Vissersbaai, foute mannen, wraak, rancune, de wil goed te willen doen, hielenlikken, marihuana, studeren, christenen, barbecues, registeraccountancy, oogvloeistof, Obetrol, trailerparken, Sherwood Anderson, windschutten en informatieovervloed. ’

‘Aha!’

‘…’

‘Eh, je collega Iannis Goerlandt woont in Harelbeke, terwijl jij in Amsterdam resideert… betekent dat dat één van jullie maandenlang iedere ochtend om kwart over vijf in de trein stapte of hebben jullie bij het samenwerken je voordeel kunnen doen met moderne communicatiemiddelen zoals de telefoon en het internet? Hoe verliep die samenwerking (kortom)?’

‘De theorie: hoofdstukken verdelen, nietsontziend commentaar geven op elkaars werk en het geheel vervolgens tot een vloeiend en overtuigend en consistent geheel smeden. De praktijk: Iannis en ik kampten na het eerste hoofdstuk dat we vertaalden met nek- en rugklachten vanwege de uren die we voorovergebogen boven ons toetsenbord en voor ons beeldscherm hadden doorgebracht met het geven en verwerken van alle correcties, een hoofdstuk overigens, §36, dat toevallig ook nog eens ging over de heilzame belofte van de chiropraxie. ’

‘Allememaggies!’

 ‘…’

’Laatste vraag. Is TPK/DBK volgens jou een typische Great American Novel? En/of is het een Filosofische Roman? En is – ’

FR‘ Zeker een Great American Novel, zie het antwoord op je eerste vraag, maar een Grote Filosofische Roman? Bij die vraag ga ik me meteen afvragen wat dat is, zo’n (G)FR, wat wellicht, zou je zeggen, van een wijsgerige instelling getuigt, maar wat dan kennelijk wel een definitief antwoord op de vraag verhindert. En ook, niettemin: als ik beelden en vage vormen van zo’n FR voorbij zie komen denk ik toch niet in de eerste plaats aan DFW, hoewel hij, zeker, naast literatuur ook filosofie heeft gestudeerd, met name taalfilosofie en logica. Ik merk bij mezelf ook een voorbehoud, een aarzeling vis à vis het predicaat FR, wellicht omdat een (grote) roman altijd een filosofische component heeft, zoals zo’n ding ook een sociologische, politieke, lyrische component heeft, maar dat een (grote) roman toch vooral een roman, en dus literatuur is. Maar dat is niet het soort antwoord dat je verwacht of wilt krijgen. Is dit dan het moment dat ik in plaats van een tautologie te verkondigen een tegenvraag zal stellen? ’

‘Haha, ja… mooi, die tegenvraag is natuurlijk: wat vind jij (ik)? Nou, ik moet je zeggen: DFW is voor mij, in de context van de FR, werkelijk de gezalfde . Op vrijdag 3 mei kom ik daar graag op terug. Voor nu wil ik je, mede namens alle lezers van Tirade, heel hartelijk bedanken voor je antwoorden én voor je tijd.’

Dames en heren: Daniël Rovers! (applaus).

Als je, jij lezer, De bleke koning (2013) wilt lezen/aanschaffen – wat ik je oprecht en van harte aanbeveel, het is een zeer grappige, briljante, rijke roman en een uitstekende voorbereiding op het lezen van Infinite Jest (1996) – doe dat dan bij een zelfstandige boekhandel zodat je aanschaf in ieder geval bijdraagt aan de instandhouding van de NED-LIT en de NL intellectuele infrastructuur. En ben je daar toch… schaf dan meteen een Tirade aan, want het is leuk en gezellig dat je hier iedere dag even een gratis blogstukje komt lezen, maar vergeet niet dat Tirade geen subsidie krijgt en voor 100% wordt gefinancierd door het zelfstandige Uitgeverij van Oorschot.

 ‘Hé… hoe was je weekeinde?’

O, God… je zinspeelt op de uitreiking van de Opzij Literatuurprijs 2013? Ik heb gekeken. Voor de goede zaak. En als je nu op een grappig stukje hoopt, dan moet ik je teleurstellen.

M’n vrouw en kinderen waren een lang weekeinde naar Parijs, naar mijn oudste zus, dus ik zat zaterdag in m’n eentje voor de televisie… dat was niet de bedoeling trouwens… ik heb eerst zestien of zeventien vrienden gebeld, allemaal mannen, en niet één van hen had zin om mee te komen kijken… ik ben de enige Ideale Schoonzoon van Nederland…

Daarna heb ik een stuk of twintig vriendinnen gebeld… ook vriendinnen van Barbara (mijn vrouw)… Maar die reageerden allemaal hetzelfde… ik moest vooral bellen als Barbara en ik ooit uit elkaar zouden gaan, maar tot die tijd moest ik ze liever met rust laten… alleen van mijn stem raakten ze al in de war…

 ‘Hè?! Ik vroeg alleen of je TV komt kijken?’

‘Ik sta niet voor mezelf in, Martijn, ik sta niet voor mezelf in.’

Hoe het andere mannen in dit soort situaties vergaat, weet ik niet – daar praten we onder elkaar nooit over – maar waarom zijn vrouwen altijd alleen maar geïnteresseerd in mijn lichaam? In seks, als je me dat woord vergeeft.

Uiteindelijk belde ik mijn moeder. Ze wilde best langskomen. Maar niet als we naar de uitreiking van de Opzij Literatuurprijs gingen kijken.

‘Waarom niet?’

‘Dan ga je er weer zo’n rottig stukje over schrijven voor op dat Tirade-blog.’

‘Rottig? Helemaal niet! Ik heb – ’

‘Jawel, net als vorige week. Weet je dat jij de afgelopen 25 jaar helemaal niks veranderd bent?’

‘Je bedoelt dat ik nog steeds opkom voor – ’

‘Nee, dat bedoel ik niet.’

‘…’

Meisjes plagen, kusjes vragen, dat is wat ik bedoel, Martijn Knol.’

‘Nou, zeg… waar komt dit nou vandaan? Heb je met Barbara gebeld?’

‘Nee, maar ik weet wel waarom ze in Parijs is.’

‘Godverdomme! Jezus! Kankerzooi! Waarom lullen die zeikerige klotewijven godverdomme altijd alles door! Weet je wat? Blijf maar lekker thuis… ga maar lekker skypen met je kleinkinderen… Martijn Knol kijkt wel alleen naar de uitreiking van de Opzij Literatuurprijs 2013.’

Laat ik eerst, in abstracto/concreto, en op persoonlijke titel, mijn positie in het literaire veld nog even verduidelijken… kijk: ik pis over alle commerciële literaire prijzen – zoals je weet: met ieder diploma dat zij uitreikt, met ieder versiersel dat zij opspeldt, met iedere titel die zij toekent, viert de Cultuur in de eerste plaats haar vermogen om het individu te disciplineren en dat is mooi, maar je een beetje verzetten tegen die disciplinerende krachten – vooral wanneer die worden uitgeoefend door commerciële ‘partijen’ – is nog mooier (overigens hang ik deze theorie niet uit principe of overtuiging aan, maar omdat ik graag trouw wil blijven aan het opstandige imago dat mijn literair agent, Paul Zeeprest, en ik hebben ontworpen) – ik pis over de jury’s van die prijzen, ik pis over ketenboekhandels, ik pis over concernuitgeverijen en – gelukkig heb ik een grote blaas – ik pis over alle collega’s die bij concernuitgeverijen publiceren.

Alleen bij de Opzij Literatuurprijs was ik, uit emancipatoire sympathieën, bereid om even hoopvol af te knijpen.

Geen Nederlander die positiever bevooroordeeld voor de televisie zat, afgelopen zaterdagavond, dan ik. Ik mocht dan helemaal alleen zijn, ik had het wel gezellig gemaakt. Glaasje Pellegrino, schaal met vishapjes.

De stemming zat er helemaal in!

Want er zijn toneelgezelschappen weggevaagd, er zijn literaire tijdschriften verdwenen, maar wie doet ons wat zolang AVRO’s Opium nog bestaat! Het fundament staat nog fier overeind! Dat mag verdikkie ook weleens een keer gezegd worden!

 Zo… alleen nog een commercial voor de Lepra Stichting en hup… daar gingen we!

De genomineerden voor de Opzij Literatuurprijs waren alle vijf braaf komen opdraven… nu was het alleen nog een kwestie van afwachten tot één van de vijf haar middelvinger zou opsteken… Steek die prijs maar in je reet

Dat werd genieten! Verandering! De emancipatie van het individu! Literatuur in plaats van commercie! De verbeelding aan de macht! 

Hé, opletten… nu gingen we met de schrijfsters praten! Wat hadden ze zich mooi aangekleed en opgemaakt!.. en terecht!… je komt niet iedere dag op de televisie! Hartstikke leuk. Vrolijk. Spannend ook. Nu begon het echt… Andere kijkers keken misschien naar vijf vrouwen… ík keek naar vijf auteurs… dit ging verdomme gewoon hartstikke interessant en inhoudelijk worden!

Na een paar seconden voelde ik de glimlach van m’n gezicht glijden.

Godverdomme zeg.

Gerrit Komrij:  ‘Dat is het mooie van het tv-kijken. Al je nachtmerries komen uit.’*

Was Eva Jinek ziek? Is Sacha de Boer op vakantie? Had Clairy Polak andere verplichtingen? En wordt die Cornald Maas verdomme betaald van mijn belastingcenten?!

Op verzoek van mijn onderburen ben ik jaren geleden al gestopt met kijken naar uitzendingen van de publieke omroep omdat ik (hemdsmouwen, biertje) de hele avond You’re fired! You’re fired! naar de tv zat te schreeuwen…

Een folterende twintig minuten lang werden de auteurs – vijf volwassen vrouwen die erin zijn geslaagd van het schrijven hun beroep te maken – gepest en gejend met kinderachtige filmpjes en stupide vragen… Het gezicht van presentator Cornald Maas droeg de volle uitzending die lugubere, sadistische grijns van een straatjochie dat een aangereden hond staat te prikken met een stokje…

Was mijn vrouw schrijfster, dan zou ik haar verbieden aan dit soort televisie mee te werken. Of zeg ik nu iets ongeëmancipeerds?

Dit programma was zo achterlijk dat het volgens mij strafbaar is.

Margriet van der Linden, PR-medewerkster van Opzij, kwam ook aan het woord. Was Van der Linden een man, dan had ik hem een autoritaire klootzak genoemd, nu zeg ik liever: dominatrix. Ze liet haar ogen rollen. Het lezen van al die door vrouwen geschreven boeken was ‘geen straf’ geweest merkte ze op tegen Maas. Sterker nog: ze had ontdekt dat ‘vrouwen hartstikke goed kunnen schrijven.’

Oho, Pinocchio!

Zal ik eerlijk opschrijven wat ik dacht/denk?

Van der Linden háát literatuur. Ze háát al die moeilijkdoenerige kutboeken die haar uren en uren van het twitteren hebben gehouden. Ze verveelt zich kapot als ze een literaire tekst moet lezen. Maar dat kun je niet hardop zeggen in een cultuurprogramma dat aandacht besteedt aan jouw blad. D’r neus groeide zowat m’n kamer in.

Margriet van der Linden geeft precies niks om literatuur. Ze gebruikt vrouwelijke auteurs alleen om PR voor haar Weekbladpers-glossy te genereren (klik ook even door naar de pdf’s). Opzij exploiteert vrouwelijke auteurs en door vrouwen geschreven literatuur en voor alles wat Opzij neemt en vraagt, geeft ze een lousy vijf mille retour. Knappe Suggar daddy die met zo’n fooi zou wegkomen.

Opzij is een product. En vrouwen zijn content. Oftewel: handel.

Follow the money.

Wat verdient Margriet van der Linden eigenlijk per maand? En wat krijgt Cornald Maas voor het presenteren van zo’n Opiumuitzending? Hoeveel belastinggeld gaat er naar z’n programma? Wat is de advertentieomzet van een gemiddeld nummer van Opzij?

Terug naar de uitzending.

Tot aan de laatste seconden hield ik mijn hoop gevestigd op jurylid Elsbeth Etty. Die zat, met een schattig appeltaartje op schoot, de hele uitzending mooi te wezen, maar het leek me een kwestie van minuten, seconden en Etty zou ouderwets gaan rellen en muiten… ja, ja, daar… nee… niks hoor… de lucht van appel, kaneel en rozijnen heeft blijkbaar een kalmerend, al te kalmerend, effect…

Zullen we Jeroen Mettes er nog eens op naslaan?

‘Het is naïef om te denken dat een democratie niet haar eigen officiële dichters zou hebben; in feite valt elke dichter zonder kritiek en zonder verbeelding onder deze rubriek.’ *

Ja, sorry, ik weet ‘t… ik zit te zeiken. Laten we d’r maar mee kappen voor vandaag.

Zoals mijn literair agent, Paul Zeeprest, altijd zegt: dat ethische gelul bewaar je maar tot na de 24ste druk.

 

Tirade – groot geworden door kwaad te blijven.

 

Volgende week (29/04/13):  Alles komt goed. Nu: effe chillen met… Klangkarussell – Sonnentanz.

*Gerrit Komrij, Horen, zien, zwijgen (1977;107). *Jeroen Mettes, Weerstandbeleid (2011; p.148).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *