Amsterdam, 8 maart 2014

Lieve Arjen,

Vrienden die voor lange tijd naar het buitenland gaan, mis ik niet. Dit zal je kwetsen, maar het is beter dat je het meteen weet. Scheelt in de verwachtingen. Je hield op te bestaan op het moment dat je je immer staalbeslagen hakjes lichtte. Gelukkig leest er niemand mee – het is tenslotte zaterdag –  en kan ik dit soort dingen in de veilige ruimte van onze briefwisseling kwijt.

Op dit moment zit ik in de paaskipgele badjas die je me voor mijn verjaardag gaf aan tafel, en probeer met het klapscherm van mijn laptop mijn ontbijtende gezin te blocken. Nadim is zojuist van de trap gedonderd en heeft zijn eerste bloedlip. Prachtig rood bloed, heeft onze jongen. Van binnen is hij ook al zo goed gelukt.

Omdat je niet meer voor me bestaat, vraag ik me af wie ik eigenlijk schrijf. Misschien is de ‘persoon’ Arjen van Lith niet meer dan een filmdoek voor me geworden, een blank doch smaakvol vlak waarop ik mijn gedachten projecteer. 

Zal ik je met Jezus vergelijken? Ook moeilijk te vinden, maar altijd aan te roepen als je met zijn zwijgen genoegen neemt. In ieder geval heb je hetzelfde fysiek (al ben je waarschijnlijk langer): dat tanige, ascetische. 

Jezus zou Luckies roken, denk ik. Of Caporals.

Wat rook je, daar in Austin? 

Zeg maar niets. Als schrijver kan ik dat soort dingen prima zelf bedenken. 

Je rookt Luckies, natuurlijk. De zon staat laag aan de middaghemel terwijl je het vuur in je getoaste tabak zuigt. Ik verwacht dat je langzaamaan begonnen bent met het dragen van een lichtkomisch (eventueel strooien) cowboyhoedje. Overhemden droeg je hier ook al, maar heb je bij dat kleine boetiekje aan de rand van de campus al een denimshirt gekocht met een subtiel net Texaans borduursel over de schouders?

Na hoe lang is een Nederlander in rodeolaarzen officieel geen toerist meer? Maakt het uit als die laarzen van paars lakleer zijn?

Welke ongeschreven regels er in Austin ook gelden, Arjen van Lith zal ze binnen de kortste keren doorgronden om ze vervolgens te breken*. Nee, nooit breken. Te pletten. Nee. Om ze vervolgens licht in te deuken.

Ach, je zou eens moeten weten hoe helder ik je voor me zie.

Hoe karakteristiek je naar huis stapslentert. Niemand kan zo casual bewegen en toch zo heel erg rechtop lopen als jij. Dat is een gave, Arjen. Weet dat alsjeblieft.

Is stapslenteren misschien Nederlands voor moseyen? Ik begrijp dat men moseyt, waar je nu woont. Zou je daarover in je volgende brief meer kunnen vertellen? Is jouw manier van lopen daar eigenlijk wel bijzonder? Ik heb nog zoveel vragen. Zo vreselijk veel belangrijke vragen.

Maar maak je geen zorgen over mij, als ik nog voor je besta. Je bent net thuisgekomen en rookt op het balkon, met je ellebogen op de afbladderende verf van de reling. De minste beweging doet bloedrode snippers op de stoep regenen. Geniet van nog zo’n Lucky, en van het evenzo gefilterde zonlicht onder je strooien Stetson. 

De sproeiers in het parkje voor je huis gaan aan. Ettelijke regenboogjes komen boven het Kermitgroene gras te hangen. Je verheugt je op het perfecte moment om die rodeolaarzen te gaan dragen; denkt na over de kleur. Misschien toch maar geen paars.

Rood, denk je nu, aangespoord door de bladders op de stoep. Dan zeg je het hardop:

Kleuterbloedliprood.’

Je glimlacht. Neemt je voor het woord straks op te schrijven.  

En nu, Arie, terwijl ik deze woorden tik, kantel je je hoed een graad of drie voorover. Net ver genoeg over je klamme voorhoofd om de perfecte hoeveelheid Texaanse avondzon door te laten. Je legt je vingertoppen op de deuk in het gevlochten stro, en geeft me met toegeknepen ogen een net zichtbaar knikje.

Liefs,

your man in Amsterdam,

 

Gilles

 

 

* Ik vermoed dat amerikanismen als regels breken in mijn brieven steeds vaker zullen voorkomen. Het is een wezenlijk onderdeel van het me eigen maken van mijn nieuwe personage Arjen Vanlith. De klemtoon zal in je nieuwe achternaam overigens op de a gaan liggen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.