Austin, 15 maart 2014

Lieve Gilles,

Onze briefwisseling is nog maar net begonnen en nu al bekruipt me een ongemakkelijk gevoel. Dat ik sinds mijn vertrek naar Austin niet meer voor je besta, doet me weinig, maar dat ik al in je allereerste brief transformeer van een persoon tot een personage komt keihard aan.

Ik weiger me zonder slag of stoot neer te leggen bij mijn eigen fictionalisering, hoe rijk en betekenisvol je die ook zult invullen. Ik weet maar al te goed waar je toe in staat bent: met het prachtboek Het Laatste Kind heb je bewezen dat je vanuit je keuken hele steden uit je duim kunt zuigen, compleet met plattegrond, sociaalgeografische geschiedenis en inwoners. Voor een verre vriend draai je je hand niet om, vrees ik. 

Ergens kan ik het wel verklaren. Je bent enig kind, opgegroeid zonder broertjes of zusjes, dus de kans dat je als peuter al imaginaire vriendjes had, is levensgroot. Ook toen we nog allebei in Amsterdam woonden, merkte ik dat je fantasie regelmatig met je op de loop ging, vooral als we een jointje hadden gerookt. Met iedere hijs werd je stiller. Er trok dan een dun, melkglazen vlies over je ogen en om je mond speelde een teruggetrokken lachje dat alleen voor jezelf bedoeld was. Niemand kan zo intens van zijn eigen broedproces genieten als jij. Begrijp me niet verkeerd: ik heb daar veel bewondering voor. 

In je column The One (2) zei je eerder: ”Zo gauw je iets opschrijft, moet je accepteren dat het fictie wordt.” Dit is waar wij hemelsbreed van elkaar verschillen. Voor jou is alles fictie, voor mij is alles realiteit – zelfs als die op gespannen voet staat met de beleving van anderen. Zo herinner ik me een traumatisch kringgesprek op de basisschool, waarin ik vertelde over mijn belevenissen van het voorbije weekend. De klas zat ademloos te luisteren naar mijn gevecht met een school haaien in de Nieuwkoopse plassen, totdat mijn tweelingzus haar vinger opstak: 

 “Zo is het helemaal nooit gegaan.” 

Ik registreer niets meer of minder dan wat ik ervaar, al moet ik hierbij wel opmerken dat ik sterk bijziend ben. Ondanks die handicap durf ik te stellen dat ik in mijn hele leven nog nooit iets heb verzonnen. Dus beperk ik me graag tot de feiten, want die zijn al raadselachtig genoeg. Zeker hier in Texas. 

Zomaar een voorbeeld: 

Naast ons woont een zwaarlijvige homo van midden vijftig met donker geverfde krullen en een deegachtig, intens droevig gezicht. Hoewel ik hem nog nooit heb gezien, staat dit toch onomstotelijk vast, omdat hij onder de naam AustinFun op de dating app Grindr minder dan twintig meter van me verwijderd is. Als ik op het balkon een Lucky zit te roken, is hij zelfs nóg dichterbij. 

Om de eenzaamheid te verdrijven, heeft AustinFun zich ontfermd over een dakloze heterojongen. Zijn geaardheid is eveneens een feit; zoiets zie ik zelfs zonder bril. Die jongen heeft geen sleutel en dus zit hij iedere middag sidderend van de ontwenningsverschijnselen op de galerij te wachten tot de buurman hem binnenlaat voor een maaltijd en een potje anale seks. Ook dit is een feit, want bij een pijpbeurt zouden zijn protesten wat gedempter doorklinken. 

Een junk voor de deur staat nogal slordig, dus om klachten van omwonenden te voorkomen, verandert die jongen af en toe in een kat. Nogmaals: ik verzin dit niet. Ze lijken sprekend op elkaar. De kat en de heterojongen zijn allebei lijkbleek, hebben dezelfde diarreebruine zweren in hun gezicht en maken precies hetzelfde blaffende geluid als ze hoesten. Ik wist ook niet dat zoiets kon, maar dit is duidelijk het land van de onbegrensde mogelijkheden. 

Lieve Gilles, zoals je merkt, kan ik jouw fictie er echt niet bij hebben. Het is hier allemaal al erg genoeg. Daarom heb ik, totdat we elkaar komende zomer in Amsterdam weer zullen omhelzen, maar één dringend verzoek: keep it real.

Dikke zoenen,

– Your man in Texas –

Arjen

 

Elke zaterdag op Tirade.nu: een briefwisseling tussen Arjen van Lith, emigré te Austin en Gilles van der Loo, thuisblijver te Amsterdam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Arjen van Lith

Arjen van Lith (1971) is journalist, schrijver en kunstenaar. Sinds acht jaar woont hij in de Verenigde Staten, eerst in Austin en nu in Pittsburgh, waar hij werkt aan zijn sleutelroman en andere projecten