‘Badeendje!’

Een vriendin vertelde dat ze een klasgenoot uit de progameercursus had gevraagd om haar ‘rubber ducky’ te zijn. Het klonk mij in de oren als een oneerbaar voorstel, en met badeenden heb ik al heel lang niets meer te maken gehad. Ze begon aan een uitvoerige uitleg: ‘Stel nou even dat je iets aan het progammeren bent. En het werkt niet. Dan doe je net alsof je op je bureau een badeendje hebt staan en dan zeg je: “Badeendje! Waarom werkt mijn code niet?” En dan leg je uit wat je allemaal hebt zitten coden.’

Zo’n kuikengeel stuk plastic zegt natuurlijk niets terug, dus wat is het idee? Het gaat erom dat je zegt wat je bedoelt maar dan op een andere manier. Programmeertalen zijn net als gewone talen, dus het is mogelijk een vertaling te maken, zodat een niet-ingewijde ook kan begrijpen wat de bedoeling is. Tegen de badeend vertel je wat je hebt geprogrammeerd en wat je wilt dat het doet. Door dit met andere woorden te zeggen kom je er meestal achter waar de bug zit, waardoor dingen niet werken. De rubber duck hoeft daarvoor niets terug te zeggen, maar het is natuurlijk des te beter als-ie dat wel doet.

Een vergelijkbare methode vind je tussen tips voor beter (zakelijk) schrijven, voor als je vastloopt. Er staat dan zoiets als: ‘Laat de structuur van je betoog even voor wat die is en probeer te zeggen wat je wilt zeggen. Zonder meer en zonder er al te diep over na te denken, in gewone taal.’ Zoals je iets zou vertellen tegen een vriend of misschien wel je oma, gewoon zonder omhaal (ach ja, #nofilter). Achteraf teruglezend moet je dan vaak constateren dat wat er staat niet alleen precies is wat je bedoelde, maar ook in de vorm die je aanvankelijk voor ogen stond. Probleem opgelost, je kunt weer verder.

Meestal vind je dit soort tips in boekjes over bijvoorbeeld scriptieschrijven, terwijl je er bij creatief schrijven dan weer weinig over hoort. Ik denk dat het daarbij juist een heel handig middel kan zijn: even tegen je badeend vertellen wat je zeggen wilt, om zo een idee voor een verhaal uit te proberen of op nieuwe ideeën te komen wanneer je verhaal stagneert.

Er zijn in de reclame mooie voorbeelden van zeggen waar het op staat (zo overduidelijk als ‘U moet de groente van Hak hebben’ of ‘Léés die krant’), maar ook gevallen waarin het helemaal misgaat. Ik heb me een tijd lang het hoofd gebroken over de boodschap op de advertentie hierboven. Want de kreet ‘5 seconden tv eraf / 1 week outdoor erbij’ is alleen logisch als je weet waar het over gaat. Reclame voor het parallelle universum waar andere regels gelden voor tijd en ruimte? Campagne voor meer lichaamsbeweging? Die afbeelding helpt ook niet echt mee. Uiteindelijk ben ik erachter dat dit reclame is voor buitenreclame, en dat van het bedrag van een paar seconden tv-reclametijd een hele advertentiecampagne kan worden bekostigd. Had nou maar je rubber ducky op het bureau gezet…

Dat het in de reclame gelukkig ook anders kan, lees je hier, bij wijze van experiment: wel ronduit zeggen waar het om gaat maar zonder alles prijs te geven. Ik ben benieuwd of het werkt.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij bijna wekelijks voor tirade.nu.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.