Birdman: Carver met andere middelen

Het is natuurlijk niet netjes toch naar een film te gaan als collega-blogger Martijn Knol je dat afgeraden heeft. Het gaat om zijn korte ‘in een noot’ bespreking van Oscarwinnaar Birdman: ‘Het is pseudo-kunst, een schijnheilige, ongevaarlijke, commerciële aanval op de commercie.’

Ik geloof niet dat deze film daarover ging. Maar de bespreker geeft altijd zichzelf prijs, Knol is misschien in gevecht met de commercie. Mijn Birdman gaat over de vraag wat je met je leven aan moet. De voormalig actieheld hoort de stem van zijn succespersonage in zijn hoofd, een van woede vervulde stem die hem zegt dat zijn huidige omgeving, theatertje, armoede, gedonder, hem niet waardig is. Hij moet kunnen vliegen en vechten tegen monsters, maar Riggan ruziet met zijn ex en zijn dochter, en de sterauteur die hij ingehuurd heeft. Ik zag in de film vier dingen die ik heel goed vond en die je niet zo vaak in commerciële film ziet:

De hoofdpersoon zijn gedachten over zijn eigen situatie zijn het hoofdthema van de film, daarmee is de film introspectief, de hoofdpersoon stelt de kijker in staat om hem te lachen zonder hem geheel af te kammen, je ziet Riggan Thomson in zijn kwaliteiten en met zijn beperkingen. Daarmee is Riggan een redelijk echt mens. Mislukt, maar vol hoop, bezig zijn leven vorm te geven terwijl hij het idee heeft dat het mooiste achter hem ligt. Het is een beetje: ‘in het midden van mijn leven aangekomen bevond ik mij in een donker bos.’

De regisseur González Iñárritu heeft het zichzelf waanzinnig moeilijk gemaakt door de film op te bouwen uit heel weinig heel lange shots.  (vergelijk bijvoorbeeld Russian Ark) Dat betekent, zonder dat je dat van de daken schreeuwt, dat je eigenlijk gedeeltelijk toneel aan het maken bent. Intense voorbereiding is daarvoor nodig, heel veel meer werk dan monteren van heel veel camerastandpunten. Het resultaat is een grotere intimiteit tussen de hoofdpersonen en de kijker, je bent aanwezig, daar, omdat er maar 1 camera is. Het resultaat is ook dat de film al in zijn maakproces gaat over: acteren. Gaat over de technische kanten van filmmaken. En daarmee is de film een biografisch product van de filmmaker.

De film gaat over dromen. En de regisseur heeft de kans gegrepen dit te verhelderen door heel transparant te zijn in zijn gebruik van trucage: Riggan waant zich steeds een superheld, hij vliegt, kan dingen laten bewegen, maar de regisseur kiest er toch voor heel duidelijk te maken dat dit Riggans gedachten zijn. Daarmee wordt duidelijk dat zijn verleden een last is. Daarmee zitten we ook in dit aspect een goed deel van de film in het hoofd van Riggan.

Birdman is de manier waarop je een Raymond Carververhaal verfilmt in ultima forma: níet. González Iñárritu heeft een elementaire gedachte uit de beste verhalenbundel in de Amerikaanse literatuur (Raymond Carver What we talk about when we talk about love) als uitgangspunt genomen: hier zitten we dan, dit is ons leven. Daarom denk ik dat de reactie van de weduwe van Carver een hele mooie is: ze meent dat Carver erg gelachen zou hebben om de film. Wetende dat het geen verfilming is maar een voortzetting van het uitgangspunt met andere middelen.

——-

IMG_6841Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot. Houdt van de geur van boeken en van stations.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.