Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een laagje condens is.
Fragmentarisch blauw
Waarom aandacht besteed aan fragmentarisch blauw
in een vogel, of een vlinder hier en daar,
of in een bloem, een edelsteen, of een oog, waar
de hemelkleur zelf het in lagen toont aan jou?
Omdat de aarde aarde is; niet de hemel nog —
al zijn volgens sommige geleerden aarde en lucht één;
en blauw reikt zo hoog over ons heen
dat het onze blauwbehoefte slechts versterkt, toch?
Robert Frost
Wat mij nou fascineert is waarom de kennis van blauw achter de wolken niet voldoende kan zijn. En ook: hoe leer je te leven onder een grijze hemel in de wetenschap dat slechts een laagje je scheidt van die schitterende kleur? Maar misschien is dat onzin. Een laagje is alles. In de gevangenis scheidt slechts een laagje je van de vrijheid. Houd ik – zoals Frost suggereert – van de ijsvogel, van korenbloemen en van de vlindertjes icarus- bos- en heideblauwtje en de steen lapis lazuli omdat ze me een schok van heldere hemelliefde toedienen? Misschien wel.
Van lange, bepakte wandelingen met een loodgrijze Schotse, Waalse of Scandinavische lucht waar gestaag regen uit klettert, herinner ik me het de horizon afgrazen naar een teken van licht. ‘Daar wordt het al wat lichter!’ en dan, als er een stipje blauw verschenen is, de extase, en de ik neem aan oud Hollandse kleermakerswijsheid dat ‘zolang je er geen pak uit kunt snijden’ het niet zal gaan doorzetten…
In Dordrecht in het museum fotografeerde ik zondag alle ‘Hollandse Meester-blauwtjes’ die ik tegenkwam. ‘Aandacht besteed aan fragmentarisch blauw’ noemt Frost dat.
De elementaire vraag blijft; hoe ontwikkel je de wetenschap van blauw achter de wolken? Blauwbesef? Het voortdurend geruststellend weten dat het tijdelijk is wat je bedrukt? Een vraag die velen kwelt in bijvoorbeeld de lange, lange februarimaand. Ik herinner me een uitzending met Kees Momma, ’s lands beroemdste autist, die niet van ‘mooi weer’ houdt. Gewoon weer, dat was fijn, en dat is helemaal bewolkt. Hij heeft dus onder meer op mij voor dat hij eenvoudigweg niet lijkt te verlangen naar blauw. Of? Wie heeft het meteorologisch nu het best in Nederland, Kees of ik? Het KNMI zegt: ‘Gemiddeld over het hele land neemt het aantal zonuren in de loop van het jaar toe van 68 uur in januari tot 92 uur in februari, 144 uur in maart en 194 uur in april. Dit komt doordat de dagen langer worden en het overheersende weertype verandert gedurende het jaar. Normaal is eind mei, begin juni de zonnigste periode van het jaar. Daarna ontstaan er door de grotere warmte landinwaarts gemakkelijk stapelwolken, waardoor het hartje zomer in het algemeen iets minder zonnig is dan aan het eind van het voorjaar. In het najaar en de winter kan het dagen achtereen grijs zijn. Januari telt normaal (landelijk gemiddeld over het tijdvak 1991-2020) negen zonloze dagen, februari zes, maart vier en mei nog maar één dag zonder zon.’ Voor Kees wordt het vanaf nu minder.
Het zijn twee verschillende zaken: hoewel blauw impliceert dat er zon is, en er dus meer licht is en alle kleuren feller oplichten, wat op zich al helpt, gaat het me eigenlijk specifiek om de aanwezigheid van blauw, ook een klein beetje. Want een klein beetje blauw is een opening, een opening naar iets anders, impliceert ruimte, verder kunnen kijken. Betekent ook contact met de wereld: kijken naar iets dat een levend wezen duizenden kilometers verderop ook kan zien. Het gegeven dat blauwe lucht rijmt met blauwe zee, de associatiekracht van de kleur dus ook. Ook sterren zien (geen zon, maar geen wolken) heeft een gelijksoortig effect: de opluchting van ruimte. En dat dichte bewolking een dwangbuis is, iets wat je ergens vanaf houdt. Misschien betekent bewolkt voor mij claustrofobisch. En is dat voor Kees juist geruststellend: een afgemeten wereld.
Geweldig is dat een gedicht over blauwe lucht al helpt: de verrekijker wordt in werking gesteld. En of Frost dat nu vreemd vindt of niet: een koolmees helpt met zijn beetje blauw ook al.
Er is blauw achter wolken.
Lezen: Elisabeth Lockhorn En blauw zal alles zijn. Een bloemlezing
Maggie Nelson Bluets
Luisteren: Reinhard May – Über den Wolken







