Blind

Met poëzie kun je altijd over de randen van je wereld heenkijken, goddank. Dit is zo’n gedicht: een kleine taalmachine van waarnemingen en herinneringen die binnenin je aan het werk gaat.

EEN ZATERDAG

Een blinde man in een hol huis vermoeit
een aantal koersen van geringe omvang
en raakt de muren aan, die groter worden,
en het glas van alle deuren in zijn huis,
de ruwe ruggen van de boeken die
zijn liefde zijn ontzegd, het doffe zilver
dat het bezit was van zijn voorouders,
de waterkranen en de schilderlijsten,
enkele vage munten en de sleutel.
Hij is alleen en er is niemand in de spiegel.
Gaan en komen. Zijn hand strijkt langs de rand
van de eerste plank. Hij was het niet van plan
maar is op het eenzame bed gaan liggen
en voelt dat alle handelingen die hij
eindeloos uitvoert in zijn schemering
gehoorzamen aan een spel dat hij niet vat,
dat een ondoorgrondelijke god bestiert.
Hardop en in cadans herhaalt hij steeds
flarden uit de klassieken en beproeft
hij andere woorden en epitheta
en schrijft hij naar vermogen dit gedicht.

-Jorge Luis Borges, vertaling Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer

In het universum dat dit gedicht is herken ik twee zaken van recente lectuur, of zoals Borges het noemt ‘flarden uit de klassieken’. Het eerste is dat citaat zelf:

Hardop en in cadans herhaalt hij steeds
flarden uit de klassieken.

Het doet mij denken aan een regel uit Roland Holst’s Een winter aan zee: ‘Eenzelvige uren lang / volgde ik oude duinpaden / in lang niet meer in zwang / zijnde gedachten.’

Roland Holst opgesloten in zijn verleden, zoals Borges opgesloten was in zijn blindheid. Het tweede is een herinnering losgewrikt door de regel:

‘Hij is alleen en er is niemand in de spiegel.’ Dat doet denken aan een regel in Nabokovs Laughter in the Dark: ‘There she seated herself in front of the mirror (mirrors were having plenty of work that day) een klein bewijs van beide grote schrijvers van superieure verteltechniek geëtaleerd aan het bewustzijn vanuit een spiegel.

In deze roman eindigt de hoofdpersoon eveneens blind, en anders dan Borges lijkt hij niet te kunnen beschikken over een universum van binnen, voor hem geen eenzelvige uren in lang niet meer in zwang zijnde gedachten. Hij probeert met de andere zintuigen die hem tot beschikking staan te achterhalen of er nog iemand in de kamer is (wat wreed genoeg in deze geweldige roman zo is…)

Voor wie Nabokov of Borges nog te weinig zouden zeggen over blindzijn is er altijd nog de Tommy Edison Experience, de vrolijkste man zonder zicht met een Youtube kanaal. Best Things about Being Blind. Deze is bijvoorbeeld aardig, over tekenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.