Boekenbank

IMG_4051 2Het was niet anders. Er moesten boeken weg. Eigenlijk was het de schuld van mijn vriend Lourens, of eerder van diens knie. 

Dertig jaar lang dreef Lou een meubelbouwwerkplaats onder het spoor aan de Haarlemmerhouttuinen. De laatste zes jaar had ik een eigen sleutel. Door de superdure en laserprecieze Duitse zaag- en freesmachines die er stonden was alles wat ik kon bedenken met gemak te maken. Onze eettafel heb ik er gebouwd, ons bed, de wasemkap en de rest van onze keuken.

Veruit het vaakst maakte ik kasten voor mijn immer uitbreidende verzameling boeken. De boekenkast-to-end-all-kasten was een mastodontisch ding dat ik met veel geduld en meetwerk in trappenhuis paste. Toen het gevaarte stond zei Birre dat er nu geen muur meer over was. Een volgende boekenstelling zou voor een raam of deur komen te staan. 

‘Die tweede plee op zolder is natuurlijk niet echt nodig,’ zei ik.

‘Misschien moet je wat boeken wegdoen,’ zei Birre.

IMG_4052

Daarna praatte ik een tijdje niet met haar. Maar in het door de boekenkast vernauwde trappenhuis moesten we vaak dicht langs elkaar bewegen, en dan ga je op den duur toch dingen als ‘Ik ga wel rechtsom’ of ‘Sorry’ zeggen. 

Uiteindelijk kocht ik taartjes om het goed te maken. Ik zag ook wel in dat ik me rigide had opgesteld. Na wat inleidend gekeuvel en een gemompeld excuus schoof ik een nieuwe bouwtekening naar haar toe.

‘Kijk,’ zei ik, en wees naar de haarfijne potloodlijnen. ‘Als ik de schappen een beetje bij de ramen vandaan houd, hoeven we niet veel daglicht te verliezen.’ 

Ze zuchtte. Schudde haar hoofd en schoof het taartje van zich af. 

‘Afgesproken,’ zei ik. ‘Fijn. Ik bel Lou even of ik in de werkplaats kan.’

Het werd meteen duidelijk dat ik Lourens te lang niet gesproken had. Niet alleen bleek de toestand van zijn knie – die toen we elkaar leerden kennen al versleten was – verergerd, ook om andere redenen had hij besloten de werkplaats te verkopen. Aan het einde van de maand zouden er geen machines meer staan. 

‘Jezus,’ zei ik . ‘Lou. Wat vreselijk voor je.’

‘Vreselijk?’ Hij lachte. ‘Ik wil er al jaren mee kappen en nu  ga ik dat eindelijk doen. Tijd voor andere dingen.’

Ik wapperde mijn plotseling oververhitte hoofd koelte toe met Merijn de Boers De Nacht, waarvoor ik met geen mogelijkheid plaats had kunnen vinden. ‘Tjonge. Wat erg. Echt gruwelijk.’

Zonder Lous Duitse Apparaten was ik een timmerman van niks. Door vaak in de werkplaats te hebben rondgehangen wist ik ongeveer wat een boekenkast op maat kost als je aan de klantkant van het verhaal staat, en ik was niet van plan mijn motor te verkopen om ons overschot te kunnen huisvesten. Tussen de volle boekendozen op de vliering trok ik een ladder vandaan, die ik voor de grootste kast zette. Een voor een ging ik de titels af. Aan mijn voeten wachtte Birre, een banendoos in haar armen.

Na een uur spitten was de doos vol met boeken die ik niet goed gevonden had of waarvan ik me de verhaallijn niet kon herinneren (wat waarschijnlijk betekende dat ik ze niet goed gevonden had). Birre stalde ze uit op ons bankje voor de deur. 

Ik nam Otis de Hond mee naar bet park omdat ik het niet kon aanzien, en toen ik terugkwam lagen er nog drie titels. Will Selfs Grea Area en Great Apes (waarvan ik me niets herinner), en Teju Coles pedante Open City. Als je haast maakt kun je ze nog oppikken.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.