De brillenwinkel

Wat had ik graag een verhaal geschreven over de eigenaar van deze brillenwinkel, en wat had Tirza die graag getekend.

Tijdens onze wandelingen door de Jordaan mag een bezoekje aan dit scheefgezakte gebouw niet ontbreken. Het is een verlaten ruïne: geen mens gaat er naar binnen, geen mens komt eruit. De blauwe verf op de buitenmuren bladert af met elke dag die voorbijgaat. De klimop wordt nooit gesnoeid; in de zomer verdrinkt dit monument van verrotting in het groen, in de winter grijpen kale klauwen ernaar.

Achter een ongewassen ruit prijken aftandse, uit de mode geraakte brillen. Mooie voorbeelden van vergane glorie. Worden ze nog verkocht aan een bijziende klant die zich alles laat aansmeren mits er een goedkoop prijskaartje aanhangt? Is er een antiekliefhebber met interesse te vinden?

In een cirkel op de deur staat de naam Donald Jongejans en daaronder het adres, Noorderkerkstraat 18, in dezelfde sierlijke letters. Het vergeelde vel eronder bevat een wonderlijke tekst:

MEESTAL OPEN VAN 11:00 – 18:00 UUR
NIET AANBELLEN VÓÓR 11:00 UUR
ER WORDT NIET OPEN GEDAAN
MAAR U STOORT WÉL

Ik heb gelijk twee vragen.

Eén: wat wordt er bedoeld met ‘meestal’? Voor zover ik weet is deze winkel, als je het zo nog mag noemen, dagelijks gesloten. Twee: wie storen we als we vóór elven aanbellen? Saillant detail: er is niet eens een bel, dus daar houdt het al op.

Een krakkemikkige trap leidt naar boven in de richting van een geheimzinnig vertrek. In mijn hoofd spelen zich daar de meest surrealistische scènes af. Zo zou deze Donald Jongejans een krankzinnige dokter kunnen zijn die in het diepste geheim sleutelt aan een levensecht monster van Frankenstein – eentje met perfect zicht, zodat hij zijn slachtoffers des te beter kan wurgen.

Wederom een alarmerende gedachte: achter de toonbank glijden er enkele treden naar beneden. Ik durf mijn eigen bril eronder te verwedden dat er in de kelder een martelkamer is ingericht. Ik zie het zo voor me, ik hoor de maniakale lach van de griezel hierbinnen terwijl de middeleeuwse werktuigen worden getest op de postbode, de loodgieter en een gemeenteambtenaar.

Ach man, stel je niet aan. Hier woont al jaren geen mens meer.

Oh ja? Waarom groeien en bloeien de plantjes in de vensterbank? Waarom oogt het kussen op de rieten stoel naast de kassa zo gewassen?

De buren in de Lindenstraat spreken schande van dit ontsierende pand, maar durven niet aan te kloppen. Hun enige daad van verzet: op het straatnaambord de letter B voor Lindenstraat schilderen. Ik gniffel en kijk naar de hoofden in de etalage. Veel afgerukte koppen van paspoppen. Verminkt en verwaarloosd. Kaal en met holle ogen, stijve lippen. Ze staren me aan. Als slachtoffers van een psychopaat. Help ons, lijken ze inwendig te smeken, help ons toch.

Aan de andere kant bovenin is een raam met gesloten luxaflex. Zag ik iets bewegen? Ik zie het niet goed, maar het lijkt of twee gelige ogen mij vanuit de donkerte aankijken. Net genoeg tijd heb ik om te knipperen, dan zijn ze verdwenen. Een mooi moment om ervandoor te gaan. Heel snel.

Inmiddels zijn Tirza en ik op de bewoner gestuit, terwijl de deur onverwacht open stond. We maakten een praatje en weten nu tot in detail hoe het allemaal zit. De conclusie is ietwat teleurstellend, vandaar dat we niets verklappen. Het mysterie is veel leuker.

Tim en Tirza

Tim Veeter

Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

 

Tirza Gehring

Tirza Gehring (1989) is actrice, fotograaf en tekenaar. Met een precieze en gedetailleerde handtekening schept Tirza tijdloze beelden, maar schuwt niet haar voorliefde voor historie en antiek daarbij in te zetten. Overal tekent en denkt ze in beelden, sferen en verhalen. Sinds acht jaar woont ze in Amsterdam.