De koning van de bijzaak, Bill Bryson

Mabel Walker Willebrandt, heldin.

Omdat ik tegenwoordig veel boekhandelaren spreek kan ik met enig gezag beweren dat hoe ouder je wordt, hoe meer non-fictie je leest. Hoewel er altijd een hersengebied blijft schreeuwen om verhalen. Misschien is dát wel wat er zo knap is aan het werk van Bill Bryson. De Amerikaan Bryson, die al decennia in Engeland woont heeft een magnifiek palmares. Een jaar of drie geleden las ik At Home, een magistraal geschiedenisboek bedacht vanuit zijn huis op het Schotse platteland. Hij dacht niet alleen: wat is dit voor een huis (oude pastorie) en wat zal ik daar eens over vertellen, maar hij liep ook rond door alle vertrekken en structureerde daar zijn boek naar. In de keuken krijgen we natuurlijk verhaald over gastronomische geschiedenis, maar ook over het gebruik van de vork bij de Schotse middenklasse, tafelzilver, noem het maar. De slaapkamer geeft ruimte voor zeden in de 18e eeuw etc. Ik las over guano als economisch fenomeen, de financiering van kanalen, Chrystal Palace en hoe het ontstond.
Brysons laatste boek heet One Summer. America 1927 en ook hier laat de titel weinig te raden over de inhoud van het boek. De kracht van Brysons schrijven schuilt daarin dat hij de bijzaken een ereplaats geeft. Er ís een centrale lijn, maar de geschiedenis is –  zo weet Bryson – opgebouwd uit toeval en onbelangrijke voorvallen, ogenschijnlijk onbelangrijk. Zo komt hij in One Summer. 1927 wanneer hij de kranten bestudeert rond de fantastische eerste rechtstreekse trans-atlantische vlucht van Charles Linbergh, erachter dat de kranten vol hebben gestaan van een moordzaak, de ‘sash weight murder’ (Lees ook dit lemma op Murderpedia) waarbij Ruth Snyder en Judd Gray de eigenlijke echtgenoot  van Ruth om zeep helpen. Er zijn aan weinig gebeurtenissen in de wereld meer woorden gewijd dan aan deze moord, en ik kende hem niet.
17883958Nog een. Mabel Walker Willebrandt heeft in 1927 de leeftijd van 37 jaar. Tien jaar daarvoor was ze een ontevreden huisvrouw in California. Ze besluit de avondopleiding Rechten te gaan volgen en rondt die ook af. In 1921 weet ze al een redelijk hoge positie te verwerven in het hooggerechtshof gedurende de Harding Administration. Eeuwige faam verdient ze – maar ik was haar nog niet eerder tegen gekomen – door de zaak die de geschiedenis inging als ‘United States vs Sullivan, 274 U.S. 259’ wat mij betreft een heel goed voorbeeld van briljantie op het juiste moment. De zaak is een belastingaanklacht tegen een kleine misdadiger. Misdadigers zijn vaak moeilijk te pakken omdat iedereen bang is te getuigen. Mabel Walker Willebrandt kwam op idee (door ervaring rijk geworden waarschijnlijk: voor die tijd had ze veel prostituees verdedigd en veel echtscheidingszaken gedaan, onbezoldigd) dat je rotkerels het beste raakt in de portemonnee. Door misdadigers aan te klagen wegens belastingontduiking ‘pluk’ je ze.

Sedertdien een probaat wapen in de geschiedenis van de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Ze legde ermee de bijl aan de wortel van het Capone imperium. Het werd heel snel zeer frequent geraadpleegde jurisprudentie en heeft dus als ondersteunend argument ten grondslag gelegen aan heel veel veroordelingen. De discussie of je als staat wel mag verdienen aan je misdadigers was tot die tijd prevalerend.

Bryson diept vergeten verhalen op en dat enthousiasmeert, een heel bijzonder historicus die zijn bronnen weet  te filteren op wat misschien toch wel interessant is. Bryson is het tegendeel van rechtlijnigheid.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.