De leesclub

De afdeling verkoop van mijn uitgeverij mailde. Er blijkt een stijgend aantal leesclubs in Nederland te opereren.

Omdat zinnen met de woorden ‘lees’ en ‘stijging’ erin in onze taal zelden voorkomen, schonk ik het bericht mijn volle aandacht, iets wat me door de hoeveelheid zakelijke en minder zakelijke mail die dagelijks over mijn laptop giert helaas nog maar zelden lukt. 

Ik ben fan van de afdeling verkoop. Ze is niet alleen mooi om te zien, maar ook heel grappig. Op presentaties en andere borrels probeer ik altijd bij haar in de buurt te staan. Hierin ben ik overigens niet alleen, waardoor het rond Ilona vaak drukker is dan bij de schaal haring en de pakken sap. 

Ilona’s verzoek was (en ik hoop dat ik het goed samenvat) of ik  een aantal vragen kon bedenken over mijn laatste boek, waardoor we zo’n leesclub een beetje tegemoet zouden kunnen komen.  

Nu wil het toeval – waar ik ondanks mezelf steeds minder in begin te geloven – dat ik volgende week ben uitgenodigd door zo’n leesclub. Een klein gezelschap hoger opgeleiden is op dit moment Het laatste kind aan het lezen, en zal mij daar vragen over gaan stellen. 

Dat leek me ook de meest logische gang van zaken: dat men iets leest, er vragen over heeft en die stelt. 

Ik ging eens op internet kijken en trof een Engelse site aan die kennelijk speciaal voor dit doel is ingericht en die er zo professioneel uitziet dat er een aantal grote uitgeverijen achter moet zitten. Ik voerde Midnight’s Children in, en kreeg prompt 20 book club questions. Nummer 2 was: 

“2. To what extent has the legacy of the British Empire, as presented in this novel, contributed to the turbulent character of Indian life?”

Ik probeerde me een leesclub voor te stellen die op dinsdagavonden bijeenkomt in het huis van steeds een ander lid, ergens in Upper Avonstead-Upon-Brindleheathstowe. Zes getrouwde vrouwen wier mannen niet lezen, en twee mannen die nooit getrouwd zijn geweest. Gemiddelde leeftijd: 50. Blanke mensen aan een oudgrenen keukentafel met een blauw-emaillen hanglamp erboven. Theekopjes van fijn porselein naast ellebogen. Een vooroorlogs koekblik gapend in het midden van de kring. Achter een rijtje voormalige kwarkbakjes dat bieslook, krulpeterselie en verdorde basilicum huisvest, schampt een beschaafde regen het venster.  

Moeilijk om de bovenstaande scène anders dan als deprimerend te lezen, en dat terwijl het enige harde bewijs voor inkleuring mijnerzijds het woord ‘verdord’ is. Moeilijk, ook, om mezelf anders dan hautain te vinden in het beschrijven van de leesclub. Toch staat dat nergens. Het contrast tussen de vraag en de club blijkt bij herlezing het zuur te bevatten. 

Ik neem een andere vraag: 

“8. ‘There is no escape from form’ says Saleem (p. 226); and later, he speaks of his own ‘overpowering desire for form’ (p. 317). Set against this is the chaos of Indian life which is described in such detail throughout the book. How is this coherence achieved? What role does mythology play in giving form to events in the novel?””

Brian, de oudste van het gezelschap, bijt een miniem stukje van zijn butter biscuit en legt het koekje terug op zijn vlakke hand, die hij wat onnatuurlijk op schouderhoogte houdt terwijl hij met zijn andere de vragenlijst vlakstrijkt. Omdat Brian schoolmeester geweest is, leest hij meestal de vragen voor. Zijn diepe stem galmt in de grotendeels betegelde ruimte: veertig jaar Chesterfields zonder filter die stuk voor stuk hun geld waard waren. Ondanks de verse seringen in hun vaas op de hoek van het aanrecht dringt de geur van oud vocht zich op. Het soort vocht dat via de muren van een oud huis de botten van een oude man in kruipt. Het is waarschijnlijk dat Brian (na Mary’s verloren gevecht tegen haar kanker, op een onbeschaamd mooie lentedag vorig jaar) de leesclub als eerste zal moeten verlaten. Wie zal de vragen voorlezen als hij er niet meer is? 

How is coherence achieved?‘ leest Brian. Op het woord coherence blijft zijn stem even hangen. Iedereen heeft het gehoord. 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.