De lente

Het zou de eerste warme zondag worden. Nadim en ik gingen vroeg de deur uit en hij wilde zelf de dauw van zijn fietszitje vegen voor we opstapten. In de koelte van onze straat hield hij zijn handen nog onder de mijne, even later legde hij ze er bovenop.

Zo zacht en warm, die handjes. Zo’n klein maar hartverscheurend soortelijk gewicht.

We reden langs de nog verlaten Prinsengracht. Ik sloot mijn ogen en telde bomen: donker, licht, donker, licht, donker. Drie.

De geur van diesel boven zoet water. Het roestend ijzer van mijn fiets. Het stoplicht voor de Rozengracht werd groen.

We zoefden de trambaan over. Achter ons klonk de stalen bel van lijn 14, gevolgd door het geluid van wielenwielenwielen over een oude brug. Ik stelde me die gele tram voor en vroeg me daarna af hoe lang de trams al wit met blauw zijn, in de stad.

In de ruimte tussen mijn armen zong Nadim – dat doet hij het hele jaar door – zijn meest verkeerde Sinterklaaslied. Afleren heb ik opgegeven. Je hoeft het niet met alle keuzes van je kind eens te zijn.

Licht, donker, licht, donker. Twee.

In de middag zouden we naar het bandje van ome Lex [geen familie] gaan kijken, dat optrad bij Melody Line. Verder was ons rooster leeg. We belden ome Arie [geen familie] omdat het Nadims eerste rockconcert zou worden. Bij overgangsrituelen heb je toch getuigen nodig.

Ome Arie wilde mee, wat van de zondag een mannendag maakte. Mannendagen zijn belangrijk, al pakken we ze niet wezenlijk anders aan. Zo leek het Nadim ook nu zinnig om bij elke speeltuin af te stappen voor een korte keuring van de aangeboden toestellen. Tussen ons huis en dat van Arie stopten we zeven keer.

Ik weet niet of Arie een deurbel heeft. Al sinds ik hem ken roep ik bij het inrijden van zijn straat zijn naam, waarna het de bedoeling is dat hij op zijn balkonnetje komt staan en doet alsof hij verbaasd is om me te zien. Omdat Arie een man van gewoonten is, gaat dit zelden mis. Nu ik Nadim heb laat ik het roepen aan hem over. Wat ook zelden misgaat: de lach van mijn zoon bij het zien van ome Arie.

 

_________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.